+ Meer informatie

Gedraag je! Hoe ga je om met gedragsproblemen?

7 minuten leestijd

"Nee, ik ga niet slapen." Met een vastberaden trekje om haar mond en een uitdagende blik in haar ogen staat Jorien (8 jaar) in de kamer. Moeder zucht. ledere avond is het weer hetzelfde liedje: "Ik wil niet naar bed, ik ga toch niet slapen." Van alles hebben ze al geprobeerd, maar: lieve woorden, boze woorden, negeren, niets lijkt te helpen. Wat moeten ze dan doen?

Ieder kind vertoont wel eens moeilijk, dwars gedrag. Maar wanneer het regelmatig voorkomt en het voor ouders (en school) steeds moeilijker te hanteren wordt, kunnen we spreken van een gedragsprobleem. In dit artikel willen we op een praktische wijze, aan de hand van een voorbeeld, bespreken hoe je een kind kunt helpen zijn gedrag te veranderen.

Stap 1: Waarom gedraagt het kind zich zo?
Joriens ouders besluiten advies te vragen aan een bevriende pedagoog. Eerst proberen ze erachter te komen waarom Jorien zich zo gedraagt. Daarvoor is het belangrijk om wat meer over haar te weten. Is Jorien alleen bij het naar bed gaan dwars, of is zij ook op andere momenten van de dag vaak koppig of tegendraads? En hoe gaat dat op school? Ook is het belangrijk om te proberen te achterhalen of er achter die dwarsheid mogelijk iets anders zit: is Jorien misschien bang in het donker? Maar het kan ook zijn dat Jorien bang is dat haar ouders weggaan en zij alleen achterblijft.
Niet altijd is te achterhalen waarom een kind bepaald gedrag vertoont. Twee richtlijnen om erachter te komen of er misschien meer aan de hand is, zijn: - Komt het gedrag steeds op eenzelfde moment van de dag terug, maar gedraagt het kind zich verder normaal? Dan kan het zijn dat je kind ergens bang voor is of tegenop ziet. Op zo'n moment is het verstandiger om in te gaan op de spanning dan je alleen op het ongewenste gedrag te richten.
- Is het gedrag van je kind altijd goed te hanteren geweesr en gedraagt hij/zij zich ineens heel anders? Dan kan het zijn dat je kind gespannen is omdat hij iets naars heeft gemaakt. Ook kan het zijn dat er (thuis of op school) te hoge eisen aan hem worden gesteld.
Met Jorien blijkt het op school goed te gaan. Het is een meisje dat goed weet wat ze wil, maar overdag geeft dit nooit grote problemen. Aan het eind van de dag speelt vermoeidheid, zowel bij Jorien als bij haar ouders mogelijk ook een rol. Daar komt bij dat Jorien het erg spannend vindt om alleen boven te zijn. Die angst is wel te begrijpen, maar geruststelling door de ouders blijkt niet afdoende te zijn. Samen met de pedagoog besluiten de ouders een plan te gaan maken om de problemen rond het naar bed gaan van Jorien aan te pakken.
Stap 2: Het probleem definiëren
Om te zien of gedrag verbetert, is het belangrijk om eerst precies en concreet vast te stellen wat het probleem is en hoe vaak het voor komt. Joriens ouders stellen vast: Jorien moppert vanaf het moment dat het naar bed gaan ter sprake komt. Als ze erin ligt, komt ze er altijd minstens één keer, maar meestal vaker uit. Na een week tellen blijkt Jorien vijf van de zeven avonden problemen te maken rond het naar bed gaan.
Stap 3: Het gewenste gedrag definiëren
De derde stap is concreet maken wat het gewenste gedrag is. "Lief naar bed gaan en slapen" is te algemeen. Je kunt het niet meten: wat is "lieP? Mag er geen moment gemopperd worden? Dat lijkt niet zo reëel, welk kind is nu elke dag blij dat hij naar bed mag? Om gedrag te veranderen moet dus heel concreet gemaakt worden welk gedrag de ouders willen zien.
De ouders van Jorien maken het volgende afpraken: Een kwartier voor bedtijd vertellen de ouders Jorien dat het bijna tijd is om naar bed te gaan. Jorien weet dan dat ze niet meer aan iets hoeft te beginnen wat haar veel tijd gaat kosten. Vijf minuten voor bedtijd wordt de boodschap nog eens herhaald. Als het echt bedtijd is, verwachten de ouders van Jorien dat zij naar boven gaat, haar pyjama aantrekt en naar de W. C. gaat. Omdat Jorien nogal nonchalant haar tanden poetst, willen de ouders hier graag bij zijn. Jorien roept dus de ouder die haar naar bed brengt, die haar begeleidt bij het tandenpoetsen en tvassen. Dan gaat Jorien haar bed in en wordt er met haar gelezen en gebeden. Jorien krijgt dan nog een half uurtje waarin ze mag kiezen: of vader of moeder leest nog wat voor, of Jorien leest of speelt zelf nog wat in bed. Na een halfuur komt vader of moeder het licht uitdoen. Daarbij wordt Jorien nog een keer gevraagd of ze naar de W. C. wil. Wanneer ze later op de avond nog wil mag dat alleen bij hoge uitzondering. Stap 4: Het gewenste gedrag versterken
Om het kind te motiveren kan het goed zijn het gewenste gedrag tijdelijk te versterken door middel van kleine beloningen. Dit hoeven niet altijd cadeautjes te zijn. "Samen iets doen" is voor een kind vaak ook al een beloning.
De ouders van Jorien vertellen haar wat ze van plan zijn. Jorien krijgt een kaart boven haar bed, waarop beknopt en eenvoudig de afspraken staan. Zo kunnen ze elke ochtend de voorgaande avond met Jorien evalueren en tevens dient het als een geheugensteuntje voor Jorien. Voor elke keer dat Jorien rustig is gaan slapen en in bed gebleven is krijgt zij op een kalendertje een sticker. De ouders weten dat het voor Jorien best moeilijk zal zijn. Ze besluiten daarom de eerste beloning te geven na drie stickertjes. Om Joriens motivatie te vergroten mag ze in overleg met haar ouders zelf iets kiezen. Ze besluiten dat ze samen met moeder koekjes mag bakken.
Stap 5: Het plan uitvoeren
Wanneer je besloten hebt een gedragsveranderingsplan uit te voeren, zijn een aantal zaken belangrijk om in de gaten te houden:
- Zorg dat je er als beide ouders achter staat, en dat je allebei weet wat de afspraken zijn.
- Wees consequent, maar geef het kind de eerste keren nog de ruimte om af en toe een foutje te maken.
- Het aantal keren dat een kind goed gedrag vertoont, wordt geteld. Aan de keren dat het niet goed gaat, besteedt u zo weinig mogelijk aandacht. Het is niet de bedoeling dat er na elk "foutje" opnieuw begonnen wordt met tellen. Tussen twee stickers kunnen best één of meer keren zitten dat het niet goed gaat.
- Bouw het aantal keren dat het goed moet gaan geleidelijk op.
- Wanneer u het idee hebt dat het gewenste gedrag voldoende bereikt is, werk dan toe naar een afronding. Soms geven kinderen zelf aan dat het van hen niet meer hoeft. Anders kunt u bijvoorbeeld afspreken dat het een week/maand achtereen goed moet gaan om vervolgens het geheel af te sluiten met een leuke activiteit of een cadeautje.
De eerste dagen zijn moeilijk voor Jorien. Maar het lukt haar toch na een week om drie stickers te verdienen. De keren dat het gelukt is, krijgt ze de dag erna enkele keren een complimentje van beide ouders. Het aantal keren dat het goed moet gaan, wordt vervolgens verhoogd naar vijf, zeven, tien, enz. Na drie maanden lukt het Jorien om zonder problemen naar bed te gaan en in bed te blijven. De ouders spreken af dat als het drie weken lang goed gaat, ze met Jorien naar de speeltuin gaan.

==

Tip: gedragsverandering in het gezin.
Herkent u iets van de volgende situatie? „Jongens, aan tafel! Hè Mariët, ik had je toch gevraagd het bestek neer te leggen? Koos, heb je je handen nu al gewassen? Lisette, waar is je slab? Toe, schiet nu toch eens een beetje op allemaal, zo kunnen we nooit beginnen. Bovendien wordt het eten koud."Soms beperkt het probleem zich niet tot één kind. Aan de hand van de besproken stappen kunt u ook een plan maken waarin meerdere/alle kinderen betrokken worden. Door het hen samen te laten uitvoeren, stimuleert u bovendien de samenwerking. Als duidelijk is wat u van de verschillende kinderen verwacht, zullen ze elkaar eraan helpen herinneren. De beloning kan dan ook gezamenlijk zijn: patat of pannenkoeken eten bijvoorbeeld.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.