+ Meer informatie

INTIMIDEREN OF OVERTUIGEN?

10 minuten leestijd

Er moet ooit een predikant geweest zijn die zijn preek voor de komende zondag nog eens nalas. In de kantlijn zette hij enkele dingen waar hij speciaal op moest letten. Bij een bepaalde passage kwam toen te staan: ‘Argument niet sterk; stevig met de vuist op de kanselbijbel slaan.’

Natuurlijk zal er niemand onder onze predikanten zijn die op deze wijze te werk gaat. Althans… niet letterlijk. Maar zal er niet in die zin herkenning zijn dat we allemaal wel eens een bepaalde ‘draai’ in de preek willen maken, waarvan we ons realiseren dat de argumentatiekracht niet groot is, en waarbij we vervolgens gebruik maken van een flinke retoriek en een omhaal van woorden, zodat de gemeente in de betreffende ‘draai’ meekomt? En komt het nooit op catechisaties voor dat er een lastige vraag is, waar we toch ‘vanaf willen zijn’ en dan op die manier de catechisanten proberen te ‘Overtroeven’? Natuurlijk, het zijn hoge uitzonderingen, maar ik zou het niet vreemd vinden wanneer dit u bekend voorkomt.

Het probleem geschetst

Wat is intimideren, wat is overtuigen, wat is het grensgebied tussen die twee? Wat hebben we daar als ambtsdragers mee te maken? Het onderwerp wordt in ons vormingsblad aangesneden, omdat er soms berichten op de redactietafel komen, die doen vermoeden dat er onder ons in het pastoraat, in de catechese enz. niet alleen met overtuiging, maar soms ook (meer of minder) met intimidatie wordt gewerkt. Nu is er niets op tegen om, wanneer men overtuigd is van een bepaalde mening of een bepaalde opvatting, dit stevig in het gesprek of in het catechisatielokaal neer te zetten. Men kent (o.a. in de politiek) de uitdrukking: ‘Je kunt gelijk hébben, maar je moet het ook zien te krijgen.’ Dat zijn twee verschillende zaken.

Toen ik nog dagelijks voor de klas stond, kwam jaarlijks het moment waarop ik het genoegen had in drie-havo/vwo de vierkantsformule te bewijzen ten overstaan van mijn leerlingen. Na een paar jaar had ik geleerd dat het wel érg veel tijd kostte om te wachten tot ze het bewijs stap voor stap begrepen - en eerlijk gezegd was het nuttig rendement daarvan niet erg hoog. Ik heb mij na het verkrijgen van dat inzicht beperkt tot een snelle weergave van alle stappen op het bord, omgeven met woorden en gebaren. Keerde ik mij aan het eind om naar de klas, dan zag ik daar volledige acceptatie van het gebodene; ik noemde dat toen al, naar analogie van een bekende wiskundige term, ‘bewijs door volledige intimidatie’. De leraar was tevreden omdat het gelijk aan zijn zijde was, de leerlingen omdat ze - na enigszins bijgekomen te zijn - wel vermoedden dat ze e.e.a. snel mochten vergeten, mits ze de formule maar goed in het hoofd zouden houden!

Het wordt een andere zaak wanneer iemand weet ongelijk te hebben, en niettemin probeert via slinkse wegen toch gelijk te krijgen. Dat is in het maatschappelijk verkeer onverantwoord, in het kerkelijk/gemeentelijk samenleven is het al helemaal uit den boze.

Intimidatie in de bijbel

Intimidatie is volgens Van Dale, Groot woordenboek der Nederlandse taal ‘bangmakerij, vreesaanjaging’. Het gebeurt, zo staat er een stukje verderop, door ‘bedreigingen’; mensen worden door dergelijk gedrag ontmoedigd, overdonderd. Het woord heeft in onze cultuur een sterk negatieve klank; iedereen kent de uitdrukking: sexuele intimidatie; daar komt weinig goeds van.

In de bijbel komt het woord in letterlijke zin niet voor; de zaak echter wel degelijk, en altijd in een negatieve context. Enkele voorbeelden: te denken is bijvoorbeeld aan de geschiedenis van David en Goliath. De laatste komt als een overweldigend persoonlijkheid: gehelmd en geharnast, een lans met een schacht als een weversboom (1 Sam. 17:5-7). Roepend en brullend daagt hij het volk Israël uit - hij tárt hen zelfs (vers 8-10). De gevolgen blijven niet uit: Toen Saul en geheel Israël deze woorden hoorden, werden zij verschrikt en vreesden zeer’ (vers 11). Dat is blijkbaar de wijze waarop er buiten de verbondsgemeente gestreden wordt: met geweld en intimidatie.

Een ander voorbeeld vindt u in 2 Kon. 18:13-27 rond de belegering van Jeruzalem, onder de regering van koning Hizkia. De HERE wordt bespot, zijn macht wordt ontkend en de oproep wordt gedaan om dat te onderkennen. Eljakim, Sebna en Joah zijn er zó van onder de indruk dat ze verzoeken om Aramees te spreken: dan kan de paniek tenminste niet tot ‘het gewone volk’ doordringen. Maar opnieuw, in het Judees, klinkt dan de oproep van de maarschalk Eljakim om niet op koning Hizkia te vertrouwen - en met hem op de HERE.

Er zouden andere voorbeelden te geven zijn. Ze komen op hetzelfde neer. Blijkbaar bedient men zich van grove middelen, zowel met woorden als met daden, om macht te verkrijgen en invloed te vergroten. Dat is tegelijk een belangrijk aspect van intimidatie: men wil eigen positie veilig stellen en eigen macht vergroten. Er hoeft niet lang nagedacht te worden om tot de gedachte te komen dat dit in Gods Koninkrijk op geen enkele wijze kan standhouden.

Overtuigen in de bijbel

Het is treffend in de hierboven genoemde voorbeelden dat, ondanks intimidatie en geweld, de uiteindelijke overwinning toch daar komt waar men het vertrouwen op de HERE vestigt: David wint het van Goliath, Hizkia spreidt de dreigbrief uit voor de HERE in de tempel en smeekt om Gods genade (2 Kon. 19:14-19). En dát heeft kracht.

Wij zijn ten diepste niet van menselijke redeneertrucs of debatteermethoden afhankelijk. Gods werk komt daar tot stand waar eerbiedig voor Hem gebogen wordt, en waar om zijn genade over ons leven en werk (ook pastoraal werk) wordt gebeden. God werkt vaak geheel tegengesteld aan dat wat menselijk in ere is.

Behalve in het OT kunnen daartoe ook voorbeelden uit het NT geput worden. Komt de Heiland niet uit Nazareth, waarvan betwijfeld wordt of daaruit iets goeds kan komen (Joh. 1:47)? Toch zijn het de woorden en de daden van de Heiland die doen overbuigen tot geloof. En Paulus zegt op een gegeven moment van zichzelf dat hij niet ‘met schittering van woorden of wijsheid’ het getuigenis van God komt brengen. Integendeel, hij komt ‘in zwakheid, met veel vrezen en beven’. Dat in menselijke ogen grote gebrek van Paulus dient echter een belangrijk doel: ‘…opdat uw geloof niet zou rusten op wijsheid van mensen, maar op kracht van God’ (1 Cor. 2:1-5). En dáár zien we het tegengestelde gebeuren als bij intimidatie. Die is gericht op het eigen ik, terwijl overtuiging is gericht op God de HERE. Het Woord van God zelf moet openvallen, dat Woord moet zelf spreken door onze mond en… dan zal dat Woord zijn eigen werk doen, naar Gods belofte. Niet ónze geest moet daarin geblazen worden, maar Gods Geest maakt dat woord levend en krachtig en scherper dan een tweesnijdend zwaard (Hebr. 4:12).

Intimidatie vandaag

Hierboven werd vermeld dat er soms signalen in de kerken klinken die doen vermoeden dat het aangesneden thema niet louter theorie is. Deze indruk wordt versterkt door een artikel in het Reformatorisch Dagblad d.d. 10 oktober 2002, waar een gesprek werd weergegeven met drs. C. Roest, als klinisch psycholoog werkzaam bij Eleos. Hij heeft in zijn praktijk te maken met slachtoffers van machtsmisbruik binnen kerkelijke gemeenten. Machtsmisbruik, waaraan ambtsdragers (predikanten, ouderlingen, vaak door velen hooggeschat…) zich hebben schuldig gemaakt. Dit artikel werd gevolgd door de verschijning de week daarop van een boekje, geschreven door Volker en Martina Kessler, Macht in de gemeente (over machtsfiguren en machtsmisbruik in de kerk), Uitg. Boekencentrum, 80 blz. € 9,90. Het is een ontdekkend boekje, waarin duidelijk wordt dat juist in de christelijke gemeente allerlei valkuilen zijn t.a.v. het hier aangesneden thema. Achtereenvolgens gaat het (na enkele nieuwtestamentische gegevens) over: de persoonlijkheidskenmerken van machtsfiguren, over de medespelers en de slachtoffers, over de hulp voor de omgang met machtsfiguren, en over machtsfiguren binnen de zending - een onderwerp apart.

Het is een merkwaardig gegeven dat, terwijl er alom sprake is van individualisering en van mensen die daarin zozeer doorslaan dat ze het geestelijk gezag van een kerkenraad niet meer erkennen, er anderzijds toch nog sprake is - en niet slechts incidenteel - van mensen die slachtoffer van kerkelijk/geestelijk machtsmisbruik worden. Aan de ene kant zie je de gevolgen van de gezagscrisis, aan de andere kant worden nog steeds leden van de christelijke gemeente met ‘succes’ onder druk gezet. Soms worden zelfs hele gemeenten door een machtsstrijd van een klein getal ambtsdragers - die echter veel invloed blijken te hebben - door midden gescheurd. Er treedt schade op voor vele, vele jaren…

Het is een levensles voor alle ambtsdragers: gaat u eens na op welke wijze u uw bezoeken inhoudelijk vorm geeft, op welke wijze u de gemeenteleden die aan uw pastorale zorg zijn toevertrouwd, geestelijk verder wilt brengen. Gaat u eens na of u ze oprecht voor de Here wilt winnen en of u de wijze waarop dat gebeurt met een rein geweten ‘s avonds aan de Here kunt voorleggen - of dat eigenwaan tussen u, de Here en dat gemeentelid instaat.

Machtsmisbruik treedt trouwens niet alleen op vanuit de kerkenraad naar de gemeente. Ook binnen de kerkenraad zelf kan het soms behoorlijk spannen door sommige dominante persoonlijkheden, die anderen, de dienaar van het Woord bijvoorbeeld, in een hoek drijven. Het zal echt niet altijd bewust, met opzet gebeuren. Ook hierin past echter zelfonderzoek: gaat het ons om een (over)heersend leiderschap of om een dienend leiderschap?

Overtuiging vandaag

Juist met een geopende bijbel is er alle reden om verre van intimidatie(technieken) te blijven, maar alles te verwachten van het getuigen en overtuigen. Met opzet worden deze twee begrippen hier uit elkaar gehaald. Men hoort het zo vaak in de kerk: ‘Wij worden slechts geroepen om te getuigen, de Geest is het die overtuigt.’ En daarvoor zijn diepe bijbelse motieven te noemen. Men denke aan Joh. 16:8, waar de Heiland zijn Geest belooft. Deze, zo staat er dan, ‘zal de wereld overtuigen van zonde en van gerechtigheid…’ In Jac. 2:9 zegt de apostel dat wij door de wet overtuigd worden van overtreding. De wet wordt gepredikt, in de zondagse erediensten; dat gaat altijd gepaard met het gebed om de leiding van de Heilige Geest.

Hoe kan het dan zijn dat wij blijkbaar nog zoveel van onszelf verwachten en zozeer ons eigen gewicht in de waagschaal leggen? Als het al niet is om eigen eer en eigen gelijk (en juist bij ambtsdragers, die de gave van leiderschap hebben ontvangen, is dat een valkuil), is het dan niet een gebrek aan geloof in de kracht van de Heilige Geest? Het is een tere vraag, maar hij wordt hier toch schrijvenderwijs gesteld. Het is immers zo, dat intimidatie slechts tijdelijk werkt. Op een gegeven moment keert het zich tegen degene die het als machtsmiddel hanteert. Hij wordt er op geoordeeld, hetzij door een kerkelijke of wereldlijke commissie, maar in ieder geval door de Here, die aller harten doorgrondt. Overtuigingskracht, die door bijbelse argumenten een fundament heeft, leidt tot innerlijke verbrokenheid; zo wint het mensen in voor de dienst aan de Here. Daar zorgt de Geest immers voor?

De keuze tussen intimideren of overtuigen kan nu niet meer moeilijk zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.