+ Meer informatie

Met het oog op het huisbezoek

7 minuten leestijd

In het onderstaande treft men enkele punten aan, die kunnen dienen voor een ge-sprek bij het huisbezoek. Ik stel me voor dat aan het begin Psalm 25 gelezen wordt. Of het nuttig dan wel nodig is om elk huis-bezoek te beginnen mst het lezen van een gedeelte uit de Bijbel is een vraag, waar-over al vaker in ons blad geschreven is. Ik ga daar nu niet op in. Het is goed voor zichzelf een bepaalde richtlijn te hebben, zonder dat men daarvan een slaaf wordt. Men moet aanvoelen wat er op een bepaald moment nodig is, wat kan en wat niet kan. Het gaat er nu maar om dat men enkele lijnen krijgt voor het gesprek met Ps. 25 als uitgangspunt.

„Bede om vergiffenis en verlossing” staat er in sommige uitgaven boven deze psalm. Ik wil de juistheid van deze omschrijving niet aanvechten, als men maar goed aan-voelt dat bij verlossing ook het positieve van het wandelen in de wegen des Heren hoort. Het verlangen daarnaar, de hunkering om gehoorzaam te leven trekt door de hele psalm heen.

Dat past ook bij de echte schuldbelijdenis. Wie zijn zonde als schuld tegenover God gaat zien, kan het bij de zonde niet uithouden. Hij zoekt een ander leven.

Het best valt de psalm te typeren als „leven in de vreze des Heren”. Daaraan zitten alle facetten welke deze psalm tot zo'n veelkleurige maken: het gebed om vergeving en om leiding, het verlangen naar troost en naar bewaring.

De vreze des Heren is niet de angst die het volk bij de Sinaï voelde. Het vroeg toen aan Mozes om als middelaar tot God te naderen. Zelf durfde het niet voor God te verschijnen (Exodus 19). In de vreze des Heren zit ongetwijfeld het element van eer-bied en ontzag, het zich klein en nietig voor God weten. Er hoort echter iets bij. Dat is de verbondenheid aan deze God, het vertrouwen, de hoop, het uitzien. Denk aan de goede verhouding tussen een kind en zijn ouders: daarin zitten zowel het ontzag, de eerbied als de intimiteit, het per-soonlijke van de relatie. Vandaar ook de verborgenheid (14). De dichter bedoelt er niet iets geheimzinnigs, iets mysterieus mee. Het kan ook weergegeven worden met: ver-trouwelijke omgang. Men zoeke in de Con-cordantie eens de plaatsen op, waar „vreze des Heren” in het O.T. voorkomt. Men zal zien dat het een zeer positieve inhoud heeft. Het is een geschenk van Gods genade. Als de Here zijn volk weldoet, dan geeft Hij de vreze des Heren in hun harten.

Ter illustratie enkele momenten uit het leven van Jozef, David, Daniël en Simeon, de man op de grens van oud en nieuw.

Bij de vreze des Heren hoort de schuldbelijdenis — de psalm is zonder die niet te verstaan. Er hoort ook bij het vertrouwen. Zie vooral het begin. Er is de behoefte aan troost en bescherming. Men zie het slot. Er is ook de behoefte aan leiding.

Daarop zou men het gesprek kunnen toespitsen. Men kan zien naar vers 12: Hij onderwijst hem aangaande de weg die hij moet kiezen. Betekent dat alleen maar dat we Gods geboden leren verstaan, zoals bij-voorbeeld de catechismus ze uitlegt? Of ziet het er ook op dat we van God onderwezen worden in de weg die wij heel persoonlijk moeten gaan? We komen dan aan de be-slissingen toe, waarvoor ieder gesteld wordt. Bemoeit God Zich daarmee? Kun-nen we daarvoor bij de Here terecht? Er zijn mensen die vinden dat een ieder dat zelf maar moet uitzoeken. Misschien dat de Here in heel belangrijke aangelegenheden iets te kennen wil geven, maar in het ge-wone, kleine — zo redeneert men — moe-ten wij zelf dat maar uitzoeken.

Zo spreekt deze tekst er niet over. Zeker, dat onderwijs gaat niet buiten de kennis van Gods geboden om. De woorden van de wet worden daarbij niet verwaarloosd. Maar er is toch nog meer mee bedoeld. Het gaat om de weg die ik heel persoonlijk moet gaan. We hebben het wel eens over iemands levensweg. Welnu, die is hier bedoeld, maar dan onder het gezichtspunt van Gods wil.

Hoe maakt de Here die weg nu bekend? Een stem uit de hemel krijgen we toch niet? Een bizondere openbaring evenmin. Er dient op gelet te worden, dat deze belofte hem geldt, die de Here vreest. Binnen het geheel van de vreze des Heren wordt deze belofte vervuld. Men kan die vreze des He-ren de voorwaarde noemen, als men onder voorwaarde maar niet verstaat de eis waar-aan wij van onze kant te voldoen hebben. De Here te vrezen is vrucht van genade, en zeker geen prestatie van onze kant. Als het in deze tekst al niet over een weg ging, zou men kunnen zeggen, dat de vreze des Heren de weg is, waarlangs de Here zijn belofte vervult.

Daarbij neemt de omgang met de Here bij Zijn Woord een grote plaats in. Leven bij het Woord is ook tekenend voor de vreze des Heren. Het gebed om de leiding van de Heilige Geest, Die het Woord doet ver-staan, is onmisbaar. We dienen ook goed op te letten of de Here bepaalde wegen afsluit.

Het komt voor dat kinderen van God in hun gebed — ik zou bijna zeggen — zeu-ren om iets dat de Here hun onthoudt. „Spreek mij niet meer van deze zaak”, is meer dan eenmaal het antwoord van God op zo'n gebed in de Bijbel. Het is ook zaak er op te letten, welke wegen de Here opent. Hij kan daardoor ook aanwijzingen geven. Niet alsof we uit de feitelijkheid van bepaalde gebeurtenissen altijd maar kunnen concluderen tot het door de Here gewild zijn. We rekenen dan gauw naar ons toe. Bij het licht van het Woord en in voortdurend gebed worden onze eigen be-doelingen onderkend en uitgezuiverd. Zo worden we er voor klaar gemaakt te zien wat de Here wil.

Een laatste punt is het gesprek met een ander, die zelf ook de Here vreest. Dit ver-geten we veel te vaak. We vinden dat we toch alleen er door heen moeten. Hoe vaak ontmoeten ambtsdragers die houding niet. Het kan juist zo goed wezen als er iemand is die echt luistert. We draaien zo gauw in ons eigen kringetje rond. Leg de vragen eens voor aan een ander — het behoeft niet beslist een predikant of ouderling te zijn.

Zo neigt de Here het hart tot een beslis-sing. Is die altijd de goede? Wie kan het bewijzen? Wij zelf die de beslissing nemen zeker niet. We mogen het vertrouwen als we met het gebed van Ps. 139 : 14 de be-slissing namen. Dan zal er ook vrede ko-men. Daaraan kan men de juistheid van beslissingen toetsen. Niet alsof er dan geen moeilijkheden meer bestaan. Er komt wel een innerlijke overtuiging: zo moet het, zo is het goed. Dat is tevens de bereidheid om de weg te gaan. Op die weg zal de Here Zijn goedheid ook laten zien. Zie vooral vers 8. Wat allesbeslissend is: het is dan een weg des levens. Elke weg die wij kie-zen, loopt dood. Gods weg is ten leven.

Als we nu op een weg zijn, die we zelf gekozen hebben en met de brokken ervan zitten? Dan dient men met schuldbelijdenis dat te erkennen en te vragen om Gods lei-ding. De brokken — de gevolgen — zijn dan niet ineens weg. Ze kunnen heel lastig zijn. Maar Gods aangezicht wil meegaan.

Met opzet werkte ik dit alles niet te systematisch uit. Ik deed enkele grepen en gaf enkele gedachten. De rest moet in het ge-sprek zelf aan de orde komen.

Het is wel nuttig dat op een kerkeraads-vergadering in september deze psalm eens rustig besproken wordt. Zo rust men elkaar toe en heeft men een boodschap bij het huisbezoek. „Welke weg moet ik kiezen”

— het was een vraag die in de vakantie nogal eens klonk, toen we in een onbeken-de streek waren. Deze vraag klinkt ook na de vakantie. Gezegend de gemeente, wier ambtsdragers wegwijzers zijn. Ze zullen het alleen kunnen in vertrouwen op Hem, Die zei: „Ik ben de weg”.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.