+ Meer informatie

Nog een zwaar kruis Na dertig jaren afgelost

3 minuten leestijd

Een grote slag voor Riedel was het over lijden van zijn schoonzoon Nooy. W kunnen hiervoor het beste maar uaa Riedel zelf luisteren. Hij schreef: „D bidstonden vermoeiden mij wel, man het scheen alsof mijn krachten zich spot diger dan vroeger herstelden, zodat i liet voornemen met Br. Nooy besprul op het Kerstfeest nog eens weer te wi len prediken. Maar och, och! God wild het anders. Menig kruis heeft Hij m opgelegd en helpen dragen, maar gee heeft mij zo terneer gebogen als h< tegenwoordige. Gedurende de epidem was Br. Nooy nacht en dag werkzaal in de gemeente. De 14de Dec. klaagt hij zelf over buikpijn. De 15de was li niet beter. Van dag tot dag verergert zijn toestand en de van Menado ontb den geneesheer vond hem niet zond

'gevaar; mijn beide andere dochters wisselden Nooy's vrouw af in de verpleging van de kranke. De 21ste was hij zeer krank. Op diezelfde dag stierf in zijn woning een van zijn meest geliefde kwekelingen. Wij zeiden hem niets daarvan en lieten liet lijk stil uit zijn huis verwijderen, om het uit mijn huis te begraven. Maar reeds dezelfde namiddag om twee uur verliet hij zelf ons, onze dierbare Nooy! Welk een slag was dat voor ons allen! De laatste woorden, die hij tot mij sprak, waren deze: „Vader! ik geef u mijn geliefde Sabina terug. Gij zult wel voor haar en voor hetgeen zij onder het hart draagt, willen zorgen!". ... Zo heeft liet dan God behaagd, mij in mijn zwakke ouderdom die te ontnemen, die als mens mijn beste vriend, als Christen mijn geliefdste broeder, mijn getrouwe helper en ijverige opvolger en nog daarenboven mijn schoonzoon was. Ik zoek in Gods wil te berusten, maar mijn ogen zijn steeds vochtig van tranen, niet zozeer om mijnentwille, want ik zal hem spoedig volgen, ook niet om mijner dochters wille, hoewel zij een jonge weduwe is en slechts 21 maanden gelukkig gehuwd was, maar — maar om die arme gemeente, die pas aan Br. Nooy gewend, nu eensklaps weeskind is geworden. Velen bidden, dat dc Heren Bestuurders van het Z.G. schap spoedig een gemoedelijke leraar weer herwaarts mogen zenden, die als een vader voor de gemeente wil zorgen en dat bidt ook

Uw diep terneer gebogen dienaar

J. F. Riedel."

Een jaar later kwam Nooy's opvolger, Hessel Rooker, die zijn opleiding ook te Rotterdam had genoten, en die enige jaren op Zuid-Celebes had gewerkt. Deze Rooker had veel overeenkomst met Nooy, zodat hij al spoedig Riedels vertrouwen genoot. Hij trouwde met de weduwe van zijn voorganger en werd dus ook schoonzoon van Riedel.

Met Riedel ging het nu erg achteruit. Overdag was zijn toestand dragelijk, maar 's nachts, vooral in de morgenuren, moest hij onophoudelijk hoesten. Ook het zitten was voor hem zeer bezwaarlijk. Een groot gedeelte van de dag bracht hij op bed door. Hij dankte God voor de hoestvrije uren, en steeds was zijn bede: „Bewaar mij, o God! voor ongeduld."

Hem werd aangeraden om aan het zeestrand te gaan wonen, maar Riedel kon van zijn gemeente niet scheiden. Van de laatste jaren van Riedel kunnen we niets meedelen, omdat zijn laatste brief dateerde van 3 Mei 1858. Met bevende hand was die ondertekend. Er wordt gezegd, dat hij op het einde van zijn leven kinds is geworden, maar dat weten we niet met zekerheid. Wel staat vast, dat hij op 12 October 1860 is overleden, na een bijna dertig-jarige arbeid in de Minahassa, waar hij de grote baanbreker is geweest van het christelijk geloof.

M. NIJSSE.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.