+ Meer informatie

GEWIJDE GESCHIEDENIS O.T.

5 minuten leestijd

2 Sam. 11 en 12 : 1—25, Ps. 32 en 51.

DAVIDS VAL EN BEROUW.

1. Het vallen in de zonde.

2. Het ontwaken uit de zonde.

3. Het bewenen van de zonde.

De zonde zal over U niet heersen, want gij zijt niet onder de wet maar onder de genade.

Al voert de genade heerschappij in het wedergeboren hart toch probeert de zonde gedurig de teugels weer in handen te krijgen.

De zonde heeft een bedwelmende macht en de Heere laat het wel eens toe om de mens te vernederen en met zijn verdorven bestaan meer bekend te maken, maar in de weg van waar berouw en Evangelische boetvaardigheid zal de genade weer triumferen.

Gods kinderen zondigen niet goedkoop en daarom is het nodig om te letten op de ernstige vermaning: „Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking valt."

De mensenmoorder heeft het vooral gemunt op de keurlingen van Gods welbehagen.

Hij weet precies de zwakke plekken in de ringmuur van hun hart.

Hoewel verantwoordelijk voor hun daden worden Gods kinderen soms door de zonde gemorfineerd.

De Heere doet hen echter weer uit de bedwelming ontwaken, opdat zij in de weg van verootmoediging de toevlucht zouden nemen tot de Fontein, die geopend is voor het huis van David en voor de inwoners van Jeruzalem, tegen de zonde en tegen de onreinheid.

Als we voor uitbrekende zonde bewaard olijven, ia* ten we ons dan niet verheffen maar letten op de vermaning: „Die staat, zie toe, dat hij niet valle."

Ook in het leven van David, de man naar Gods hart is het zo duidelijk uitgekomen, wat hij zelf heeft gezongen in Psalm 84: Hij zal genade en ere geven.

Genade voor schuld en ere voor schande.

De Heere is liefelijk in Zijn vertroostingen maar ook scherp in Zijn bestraffingen.

Gelukkig de mens, die in Zijn handen mag vallen en niet in de handen van mensen, die gewoonlijk meer leedvermaak dan leedgevoel bezitten.

In het levensboek van David vinden we ook zwarte bladzijden.

De Heere is getrouw ook in het bestraffen van Zijn volk.

Neen de zonden van David worden niet beschreven £> m als een vrijbrief te worden gebruikt, maar om Gods kinderen ernstig te waarschuwen en om hen, als zij uit zwakheid in zonden vallen, niet aan de genade te doen twijfelen.

De aanleidende oorzaak wordt ons duidelijk omschreven.

Joab w r as met zijn leger ten strijde getrokken de kinderen Ammons. tegen

David bleef thuis.

Als hij tegen de avond op het platte dak van zijn paleis wandelt, ziet hij beneden in een der tuinen of onbedekte binnenplaats een vrouw zich banende.

Zij was een schone vrouw maar waarschijnlijk geen kuise vrouw, anders had zij zich niet begeven op een plaats waar men haar kon gade slaan.

De begeerte ontvangen hebbende baart de zonde.

David liet informeren wie deze vrouw was en haar tot zich brengen.

Het Bijbels verhaal geeft de indruk dat Bathseba, want zo heette deze vrouw, geen tegenstand bood.

Haar baden in een open ruimte spreekt niet voor haar vrouwelijk schaamtegevoel.

Sommige uitleggers beweren dat zij dit met een bepaald doel deed.

De gevolgen bleven niet uit.

Volgens Lev. 20 : 30, moesten zij beiden worden. gestenigd

De ene zonde legt een brug voor de andere zonde. Om zijn misdaad te bedekkeil liet hij Uria naar huis ontbieden om de schijn te wekken, dat hij met zijn vrouw gemeenschap had gehad.

Uria weigerde als krijgsman naar zijn huis te gaan, want de Heere wilde de zonde van David openbaar maken.

Nu ging David nog verder.

Wanneer Uria sneuvelde kon hij Bathseba tot vrouw nemen.

Jaob heeft de bevelen van zijn koning uitgevoerd en Uria is gevallen.

Wat is de macht der verleiding sterk en wat is de zonde gruwelijk en vreselijk.

De straf bleef niet uit.

In Psalm 32 wordt ons een blik gegund in de ziel van David.

Toen ik zweeg werden mijn beenderen verouderd mijn brullen de ganse dag. in

Hij heeft eerst zijn zonde verzwegen en als vrucht van Goddelijke ontdekking, beleden.

Als de Heere ons zaligmakend ontdekt doet Hij dat, niet om ons in de wanhoop te brengen, maar om tegenover het bitter van de zonde ons het zoet van vrije genade te doen smaken.

Als een boeteling heeft David voor God gekropen. Door de zonde werd hij bepaald bij de vuile bron van al zijn wanbedrijven.

„Neen, 't is niet alleen dit kwaad, dat roept om straf, maar ik ben in ongerechtigheid geboren."

O, laten de Farizeën toch geen stenen opnemen om David te treffen, want als wij ons zelf eens mogen zien in het licht van Gods heilige Wet dan blijft er niet an-

ders over, dan om met de tollenaar uit te roepen: „O God, wees mij arme zondaar genadig." Wij gunnen jong en oud een kuis en heilig leven als Jozef en Daniël.

Maar laten we ons daarop niet verheffen, want we zijn geen zondaren, omdat we zondigen, maar we zondigen omdat we zondaren zijn.

Gelukkig de mens, die hier op aarde zijn vonnis mag overnemen en lief krijgen om in een weg van recht en boetvaardigheid te ontvangen de witte keursteen van een eeuwige vrijspraak.

David heeft openbare schuldbelijdenis afgelegd en zo vaak Ps. 32 en 51 worden gelezen worden we aan die schuldbelijdenis herinnerd.

David heeft met de Bruid mogen instemmen: , , Ik ben zwart, doch liefelijk."

„Welzalig hij wiens zonden zijn vergeven. Die van de straf voor eeuwig is ontheven. Wiens wanbedrijf waardoor hij was bevlekt, Voor 't heilig oog des Heeren is bedekt."

Vragen :

1. Welke bittere gevolgen heeft David ondervonden?

2. Wat zegt David van het in overspel geboren kind?

3. Zijn alle kinderen, die vroeg sterven, zalig?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.