+ Meer informatie

Uitgelezen JEUGD

11 minuten leestijd

Het gaat niet goed met lezend Nederland. Volwassenen nemen steeds minder een boek ter hand. Onder kinderen is het beeld nog zorgwekkender. Een alarmerend rapport maakte het "spook van de ontlezing in het basisonderwijs" zichtbaar. Om na te gaan of de situatie in de gereformeerde gezindte even treurig is, verrichtte Terdege eigen onderzoek. In dit nummer de resultaten en de visie van twee onderwijskundigen op de leeslust en het leesvoer in reformatorische kring.

De Nederlandse boekhandel had vorig jaar niet te klagen. De totale omzet in geld steeg met 10 procent tot 805 miljoen gulden. In aantallen was de sprong nog spectaculairder. Er werden 4,5 miljoen boeken meer verkocht dan in 1994, toen krap 30 miljoen exemplaren over de toonbank gingen. Een toename van 15 procent. Haaks daarop staan de cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau over de leeslust van de Nederlander. Die is sinds 1955 alleen maar afgenomen. Het lijkt erop dat de bulk van de boeken gekocht wordt door een steeds kleinere groep boekenwurmen. Het brede publiek komt nog maar zelden aan lezen toe. Tenminste, van een boek. De baaierd aan stukken, rapporten en publicaties die beroepsmatig moeten worden doorgenomen, wast met het jaar aan.

Hoe het met de leeslust van kinderen is gesteld, leert het onderzoeksrapport "Aap noot niets", een uitgave van het Amsterdamse SCO Kohnstamm Instituut. De ondertitel laat nog dramatischer taal horen: "Het spook van de ontlezing in het basisonderwijs". Vier jaar lang volgden de onderzoekers Martha Otter en Rob Schoon een groep van bijna duizend kinderen, om na te gaan hoe hun leesgedrag zich ontwikkelde. Criterium daarbij was het lezen van boeken in de vrije tijd. De conclusie is opvallend. Naarmate kinderen ouder worden, gaan ze steeds minder lezen. Een kind in groep 5 pakte gemiddeld twee en een half keer per week een boek. In groep 8 was dat nog maar één keer per week. Ook de leesduur vertoont een dalende lijn. Lazen kinderen in groep 6 gemiddeld nog zes minuten per dag in een boek, in groep 7 was dat krap vijf en in groep 8 krap vier minuten. Het plezier in lezen neemt bij het ouder worden blijkbaar af, zij het dat meisjes daar wat minder last van hebben dan jongens. De jongens scoren hoger als het gaat om tv-kijken. Het gemiddelde Nederlandse kind zit anderhalfuur per dag voor de beeldbuis. De tijd die aan lezen wordt besteed steekt daarbij schamel af Het gebrek aan leeslust wijt dr. Martha Otter voor een deel aan het traditionele leesonderwijs. Leerkrachten in het basisonderwijs leren wel hoe ze kinderen de techniek van het lezen bij moeten brengen, niet hoe ze leesplezier over kunnen dragen.


Het is kritiek die A.C.W. Hak, directeur van de Eben Haëzerschool in Teuge, serieus neemt. Een zelfde geluid in een vakblad bracht hem er twee jaar geleden toe de wissel om te zetten. „We zijn in Nederland gewend om kinderen klassikaal hardop te laten lezen. Allemaal uit hetzelfde boek. Het kind dat zwak in lezen is, zit met de zenuwen in de keel en ervaart de les als een kwelling. De goeie lezers gaan vooruit zitten bladeren, tot ze een beurt krijgen en dan voor straf een bladzijde over moeten schrijven, omdat ze niet weten waar ze moeten beginnen. Weg leesplezier!" In overleg met een leeslustige onderwijzeres koos de basisschooldirecteur voor een totaal andere aanpak. Het hardop lezen werd drastisch teruggeschroefd ten gunste van het stillezen in door kinderen zelf uitgezochte boeken. Om voldoende aanbod te hebben werd fors geïnvesteerd in de klassebibliotheken en de centrale schoolbibliotheek.

Een belangrijk voordeel van het nieuwe systeem is dat een boek kan worden uitgezocht dat past bij de interesse en ontwikkeling van het kind. De populariteit van de leesles is met sprongen vooruitgegaan. „Ze zitten muisstil te lezen. Af en toe hoor je er een hardop lachen. Ze hebben er schik in. Dat is heel belangrijk. Een kind moet leesplezier krijgen. Dan pakt het vanzelf een volgend boek." De sceptici die vreesden dat de kwaliteit van het voorlezen onder de revolutionaire methode zou lijden, hebben hun ongelijk inmiddels toegegeven. De praktijk bewijst het tegendeel. Als een kind eenmaal de smaak van het lezen te pakken heeft, gaat de techniek vanzelf vooruit. Het laatste kwartier van de leesles wordt gebruikt om enkele kinderen hun boek te laten presenteren. Dan blijkt dat een zwakke lezer niet per definitie een zwakke spreker is. Er zijn erbij die met hardop lezen slecht scoren, maar het boek van hun keuze vlot en vrij presenteren.

Spiegel
Pakweg negentig procent van de leesboeken betrekt de reformatorische basisschool in Teuge van christelijke uitgevers. „Het is ontzettend moeilijk om daarbuiten een verantwoord leesboek te vinden", is de ervaring van Hak. „Een boek is een spiegel van de tijd waarin je leeft. Je schrikt als je ziet wat er op de markt wordt gebracht." Gunstige uitzonderingen zijn voor het schoolhoofd Annie M.G. Schmidt, Jan Terlouw, An Rutgers van der Loef en Thea Beekman. „Dat zijn geen christelijke auteurs, maar veel van hun boeken zijn inhoudelijk zeker acceptabel. Wat stijl betreft steken ze ver uit boven wat in eigen kring verschijnt. Daar ligt weleens een spanningsveld. De boeken van de onder ons bekende uitgevers zijn qua taalgebruik en inhoud zeker verantwoord, maar op de kwaliteit valt nogal eens wat af te dingen. In de thema's herken je vaak hetzelfde patroon. Auteurs als een Jan Terlouw hébben wij gewoon niet."

Onder de maat
A. van den Bovenkamp, leerkracht in groep 8 van de Eben Haëzerschool in Opheusden zit op dezelfde lijn. „Een van de schaduwkanten van de reformatorische zuil is de verschijning van refoboeken die kwalitatief onder de maat zijn. Vooral de boeken die bestemd zijn voor kinderen tussen de vier en tien jaar vertonen -de goede niet te na gesprokenvaak hetzelfde patroon."

De christelijke uitgevers en boekhandelaren zijn niet ongevoelig voor dergelijke kritiek en trachten hun imago op verschillende manieren te verbeteren. Zo werd op 14 september tijdens de CLK-beurs in de Barneveldse Veluwehal het startsein voor de "Actiemaand christelijk kinderboek 1996" gegeven, door de presentatie van het actieboek "Oude verhalen opnieuw verteld". Het is de derde keer dat deze actie, een initiatief van de vereniging Bijbel en Onderwijs, Christelijk Lektuur Kontakt en de Samenwerkende Christelijke Boekhandels, wordt gehouden. Doelstelling is het promoten van lezen in het algemeen en het christelijke kinderboek in het bijzonder. Een bijkomend oogmerk is de versteviging van de band tussen de christelijke school en de christelijke boekhandel.

Aandacht
Mevrouw M. de Wit, neerlandica aan Hogeschool De Driestar in Gouda, tracht op haar post toekomstige leerkrachten te overtuigen van het belang van goede kinderboeken. „Ik ben zelf een veellezer. Heeft een boek me aangesproken, dan geef ik het meteen aan anderen door. Als die er ook door gegrepen worden, gaan ze zelf wel naar de bibliotheek om andere boeken van dezelfde auteur. Bij kinderen werkt het niet anders. De leerkracht speelt een cruciale rol in het beïnvloeden van de smaak van kinderen. Hetzelfde geldt voor de ouders. Lezen moet je stimuleren. Doe je daar niks aan, dan weten kinderen op den duur niet meer wat ze pakken moeten en stopt het." De omslag in het leesonderwijs die Hak twee jaar geleden doorvoerde, werd door de Goudse docente al veel eerder bepleit. „Dat klassikale geprevel is dodelijk voor de leeslust. Het is alleen zinvol voor hen die in dat tempo het boek waarderen dat op dat moment gelezen worden. Dat is geen leesonderwijs. De snelle lezer verveelt zich stierlijk, de langzame lezer kan het niet bijhouden en de leerling die een beurt heeft mompelt woorden, zonder dat de betekenis ervan doordringt."

Schijnrealiteit
De verwachting van mevrouw De Wit is dat het leesonderwijs nieuwe stijl de komende jaren algemeen zal worden ingevoerd. Het vraagt volgens haar wel om gevarieerde klassebibliotheken, waarin naast het fictieve kinderboek ook informatieve en historische boeken een plaats hebben. En bundels met sprookjes. „Op een aantal scholen is men bang voor fantasieboeken, mede vanwege de toegenomen aandacht voor occultisme. Je hoort leerkrachten nogal eens zeggen dan ze alleen realistische boeken in de bibliotheek hebben staan. Waarop mijn vraag is: O ja, welke dan? Ik ken niet zo veel realistische christelijke kinderboeken. Ik ken er wel veel waarin volwassenen nooit fouten maken en kinderen droevig bij moeder uithuilen. Om maar te zwijgen van jongens die doorlopend heldendaden verrichten en honden die volwassen mensen te slim af zijn. Geef mij dan maar kabouters die een mol de poot verbinden. Dan weet een kind waar het aan toe is. Veel zogenaamd realistische boeken bieden een schijnrealiteit. Dat bezwaar wordt door veel leerkrachten in de gereformeerde gezindte wel erkend, maar men legt zich erbij neer met het argument: in ieder geval komt onze leefsfeer erin tot uiting. Dat is mij te mager om een boek aan te bevelen."

Voorlezen
Van de leerlingen van de Eben- Haëzerschool in Teuge haalt ruim zestig procent frequent boeken uit de algemene bibliotheek. Hak heeft daar geen moeite mee. Wel bepleit hij actieve begeleiding door de ouders. „We mogen best de vinger aan de pols houden, om te voorkomen dat onze kinderen rijp en groen lezen. Ze moeten leren om keuzes te maken, zoals dat ook voor andere terreinen geldt." Met name voorlezen is voor de basisschooldirecteur het uitgelezen middel om de smaak van kinderen te beïnvloeden en hun interesse te sturen. „Daar kun je al mee beginnen als ze nog heel jong zijn en ze zijn er niet snel te oud voor. M'n leraar Nederlands op de middelbare school wist zo uit de Max Havelaar voor te lezen, dat ik er helemaal door geïntrigeerd raakte en het zelf ging lezen. Als volwassenen maken we ons veel te snel van het voorlezen af." „Voorlezen moet", bevestigt mevrouw De Wit. Vanwege de gedeelde ervaring, de saamhorigheid. Ze is dan ook content met initiatieven om het voorlezen nieuw leven in te blazen, zoals de Nationale Voorleesdag, die op 22 mei werd gehouden. En met de onderzoeken die aantonen dat het slecht gesteld is met het lezen van boeken. „Hopelijk worden scholen daardoor wakker geschud om er meer aandacht aan te besteden. Wat is mooier dan meegesleept te worden door een goed boek?"

---
Terdege onderzoekt leesgedrag van reformatorische basisschooljeugd
Vrij breed leeft de indruk dat de leeslust van de reformatorische jeugd die van gemiddelde leeftijdgenoten ver overtreft. Mede vanwege het relatief geringe tv-bezit in de gereformeerde gezindte. Uit onderzoek is bekend dat het doorsnee schoolkind pakweg anderhalf uur per dag voor de buis zit. Tijd die niet aan lezen besteed kan worden.

Onderzoek
Om te toetsen of de genoemde veronderstelling op feiten gebaseerd is, onderzocht Terdege het leesgedrag van leerlingen op twee reformatorische basisscholen: de Eben- Haëzerschool in Teuge en de gelijknamige school in Opheusden. De eerste school trekt vooral kinderen uit Apeldoorn en draagt daardoor, ondanks de landelijke locatie, het karaktervan een stadsschool. Dat blijkt ook uit de variatie in beroepen van de ouders. Op de Eben-Haëzerschool in het agrarische Opheusden is de maatschappelijke verscheidenheid veel geringer.

In totaal werkten 486 kinderen tussen de acht en twaalf jaar aan het onderzoek mee. De meerkeuzevraag hoe veel tijd ze dagelijks aan lezen besteden, bood zes antwoordmogelijkheden: van niet tot meer dan een uur Verder werd gevraagd naar de voorkeur voor leesboek, strip of beide en konden de favoriete auteurs worden vermeld. Het enquêteformulier sloot af met twee vragen over het bezit van tv of computer De uitslag van het onderzoek is verwerkt in een aantal staafdiagrammen. De cijfers zijn geen absolute aantallen maar percentages.

Leesregels
Door de opzet van de enquête kunnen de cijfers niet zonder meer naast die van Otter en Schoenen worden gelegd. Die onderzochten hoe veel vrije tijd kinderen besteden aan het lezen van boeken. In het Terdege-onderzoek telt ook de tijd die op school wordt besteed aan vrij lezen mee, en is voor de leesduur geen onderscheid gemaakt tussen leesboeken en overige lectuur. Verder is het zinvol om te bedenken dat de Terdege-enquête een momentopname geeft. Bovendien is uit ander onderzoek bekend dat kinderen hun "leestijd" doorgaans te hoog inschatten. Jonge kinderen omdat ze nog weinig besef van tijd hebben, oudere kinderen vanuit een sociaal wenselijk antwoordpatroon. Om het met dr Martha Otter te zeggen: Het komt wat knullig over als je invult dat je maar vijf minuten per dag leest. Dit alles noopt tot een voorzichtige interpretatie van de gepresenteerde cijfers. Wel bevestigen ze de veronderstelling dat het leesgedrag van reformatorische kinderen afwijkt van dat van gemiddelde leeftijdgenoten.

Conclusies

Uit het onderzoek zijn de volgende (voorzichtige) conclusies te trekken.
- In vergelijking met de totale Nederlandse basisschooljeugd lezen reformatorische kinderen van dezelfde leeftijd zeer veel.
- De leesduur blijft bij het ouder worden min of meer op hetzelfde niveau.
- De leefomgeving beïnvloedt nauwelijks de leesduur en de keuze voor leesboek of strip.
- Het bezit van een computer is niet van invloed op de leesduur; tv-bezit lijkt langdurig lezen negatief te beïnvloeden.
- Het bezit van tv en/of computer gaat samen met een sterkere voorkeur voor de strip.
- Favoriete auteurs zijn Piet Prins, Hotze de Roos (Kameleon-serie), Sjanie van Duinen en Bert Wiersema. De variatie in genoemde boeken is bij de schooljeugd van Teuge duidelijk groter Dit hangt waarschijnlijk samen met het feit dat 61 procent van hen boeken uit de algemene bibliotheek leent, tegenover 28 procent in Opheusden. De meest gelezen strip onder de leerlingen van beide scholen is Donald Duck.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.