+ Meer informatie

Dering

2 minuten leestijd

Het is zaterdag. Geeske heeft vrij. Geeske en mama gaan bakken. Mama zet alles klaar. Meel, boter, suiker, appels, rozijnen, kaneel en een ei. Zo, nu gaan ze het deeg maken. Mama doet meel, boter en suiker in een kom. Geeske mag kneden. Met haar handen. Doe je ring maar af, zegt mama. Anders wordt hij zo vies. Geeske doet haar ringetje af en legt hem op het aanrecht. Dan gaat ze kneden. Mama schilt de appels. En wast de rozijnen. Geeske kneedt maar. Het gaat heel moeilijk. Geeske wordt er moe van. Kom maar, zegt mama, dan doe ik het laatste. Het is deeg is nu gauw klaar. Dan gaat mama de taart maken. Eerst een bodem van deeg. Daarop komen de appels en rozijnen. Geeske mag ze erin leggen. Mama rolt het deeg weer uit. Ze snijdt nu repen. Die legt ze over de appels. Schuin over elkaar. De taart is klaar. Mama schuift de oven. taart in de Mama ruimt de rommel op. Geeske gaat weer spelen. Ineens denkt Geeske aan haar ring. Die ligt nog in de keuken. Geeske loopt naar de keuken. Ze kijkt op het aanrecht. Daar ligt de ring niet. Waar is mijn ring, mama? Mama kijkt. Ze ziet hem ook niet. Samen zoeken ze. De ring is nergens. Geeske is heel verdrietig. Ze gaat weer spelen. Zondag eten ze appeltaart. Mmmmm... dat smaakt lekker, zegt papa. Hij stopt een grote hap in zijn mond. Hum... wat is dat? Papa haalt iets uit zijn mond. Een ring!!! Hij houdt de ring omhoog. Mijn ring! roept Geeske. Hoe kan dat nou? Ik weet het, zegt mama. Jouw ring lag op het aanrecht en is in het deeg gekomen. Daar hebben -wij taart van gemaakt. Nu zit de ring in het stuk taart van papa.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.