+ Meer informatie

Heeft u uw mening al onderbouwd?"

5 minuten leestijd

„Dat moeten we nog eens goed onderbouwen." Hoe dikwijls hoor je dat niet. Vooral als het gaat over een zaak met principiële kanten. Er wordt iets geponeerd. Een bestuur komt tot een bepaalde opvatting. „Voordat we het in de vergadering brengen, moeten we wel zorgen voor een goede onderbouwing. Wil jij daar eens wat over op papier zetten?" Eerlijk gezegd krijg ik altijd de kriebels, als ik dat rare woord hoor. Onderbouwen..., hoe moet ik mij dat voorstellen? Ik zie dan iets zweven. Maar het kan natuurlijk niet blijven zweven. Het moet een solide grondslag krijgen. Want wij willen graag een soUde volk zijn. En dus ga je vanuit dat zwevende object naar beneden bouwen, onderbouwen, zodat het contact krijgt met de grond. Het krijgt dan een grondslag, zogezegd.

Omgekeerd
Is dat een flauw spelletje met het woord "onderbouwen"? Ik denk het niet. Het is een modewoord van deze tijd. Maar een woord waarin wel de tijdgeest openbaar komt. Hoe komt het dat wij zo vaak aan het onder-bouwen zijn? Dan hebben we eerst een mening, een opvatting, een stelling, een visie. Vervolgens gaan we die van een principiële onderbouwing voorzien. Maar dan hebben we de juiste volgorde wel precies omgekeerd. Eerst hebben we een mening. Daarna zoeken we argumenten om ons gelijk te bewijzen. Eerst een mening, die dan vervolgens met principiële steunberen wordt opgetuigd. Dubbel erg als voor dat doel de Bijbel misbruikt wordt, als een opslagplaats van bouwstoffen voor het onder-bouwen.

Naar boven
Ik lees in de Bijbel nergens iets dat ook maar lijkt op dat onder-bouwen. Een echte bouwer begint met de grondslag. Die gaat niet onder-bouwen, maar op-bouwen, vanaf de grondslag, in opwaartse richting, naar boven. Dan proberen we niet van onze vooropgezette mening een verbinding te leggen met de grondslag, maar omgekeerd, dan komt alles uit de grondslag voort.

Onderbouw
Hoe komt het, dat wij zoveel ónder-bouwen? Ik denk dat het komt, omdat wij zoveel meningen, opvattingen, gewoonten, gebruiken klakkeloos aannemen omdat ze zo aardig in ons straatje passen. Ze passen in ons straatje, ja, maar ze zijn niet gevest op een vaste grondslag. Zolang er geen vuiltje aan de lucht is, gaat dat goed. Maar zodra we ermee in de storm terecht komen, blijken ze inderdaad te zweven, door de wind ginds en weder gedreven te worden. Kerken, partijen, scholen, verenigingen, ouders worden daar in deze tijd, waarin aan alles geschud wordt, onophoudelijk door overvallen. Zou dat niet te maken hebben met de wijze waarop heel veel principiële zaken overgedragen worden in de opvoeding? Gaat het niet heel vaak zo, dat onze kinderen wel leren dat iets niet mag, maar niet waaróm. Met andere woorden: de verbinding met de grondslag wordt niet duidelijk gemaakt. Goed, dikwijls hoeft dat op dat moment ook niet. Maar als het later menens wordt, merk je ineens dat je die onderbouw toch nodig hebt. Het is net als met die leerling op school, die moeilijke algebraïsche formules probleemloos kan opzeggen, maar zonder enig begrip. Ga niet vragen naar het waarom, want dan staat de wagen stil. Zo'n kind moet terug naar de eerste beginselen, terug naar de onderbouw en de hele algebra nog eens overdoen om het dan misschien te begrijpen. Veel mensen staan in het leven in de bovenbouw, terwijl ze de onderbouw ongemerkt overgeslagen hebben.

Grondslag
Wat is die grondslag? De openbaring van de levende God. Wat moest het wel onze hartelijke begeerte zijn, dat in dat Woord onze gang en treden vastgemaakt werden. Wat kunnen we veel van het bedelen van de dichter van Psalm 119 leren. Neig mijn hart tot Uw getuigenissen; maak mij verstandig opdat ik Uw geboden lere. Laat hen tot mij keren, die U vrezen en die Uw getuigenissen kennen. Laat mijn hart oprecht zijn tot uw inzettingen, opdat ik niet beschaamd worde. Hoe liefheb ik Uw wet! Zij is mijn betrachting, de ganse dag. Hoe zoet zijn Uw redenen mijn gehemelte geweest, meer dan honig mijn mond! Uw getuigenissen zijn wonderbaar, daarom bewaart ze mijn ziel. Maak mijn voetstappen vast in Uw Woord.

Slaan
Een goede bouwer bouwt dus niet van boven naar beneden, maar van beneden naar boven. Hij is geen onder-bouwer, maar hij bouwt op, opwaarts op de vaste grondslag. Maar wat is die grondslag? Onze taal is zo beeldrijk en leerzaam, als we er maar oog voor hebben. Hebben wij over dat woord grondslag al eens nagedacht? Wij denken bij de grondslag van een bouwwerk aan het metselwerk in de grond, waarop het gebouw is opgetrokken. Dat is de grondslag, het fundament, denken wij. Maar dat is onvolledig; daarmee zijn we nog aan de eigenlijke grondslag niet. Oorspronkelijk is de grondslag datgene, dat de grond in geslagen wordt. Dat is in het woord nog te zien: grondslag. Dat is het resultaat van slaan. Dat zijn de heipalen die diep de grond in moeten worden geslagen om het stenen fundament te kunnen schragen. Willen wij een vaste grondslag in ons leven hebben, dan zullen we tot de erkenning moeten komen, dat ons bestaan zo onvast, zo verraderlijk is als moerasgrond. Dan zullen we de noodzaak beseffen van (met eerbied uitgedrukt) het Goddelijke heiwerk. Dat mocht uitdrijven tot het gebed of het de Heere behagen mocht, een vaste grondslag in ons leven te leggen. En dat we op die grondslag als een wijze bouwer mochten leren bouwen. En wat naar dat Woord niet is - och, laten we dan toch niet zo naar gekunstelde, schijn-principiële onderbouwingen zoeken, want het feit dat we de fundering missen, zegt op zichzelf al genoeg: het zal geen dageraad hebben. Ik heb met opzet geen concrete voorbeelden van actuele onderwerpen genoemd, om de aandacht niet af te leiden. Maar ieder kan ze nu zelf wel vinden.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.