+ Meer informatie

Bidden en vechten

Het onwankelbare vertrouwen van Israëls orthodoxe joden

10 minuten leestijd

Pas op het ogenblik van dreigend gevaar scheert rabbijn Mosje Feldman, fractievoorzitter van de Agoedat Yisrael-partij, zijn baard af. „Wanneer is dat moment aangebroken? Als ik er zeker van ben dat ik mijn leven red als ik mijn baard afscheer. Dat is dus op het tijdstip dat er een chemische bom in mijn straat valt. Voor die tijd zal ik het niet doen. De kans dat het gebeurt, is één op de miljoen. Maar nadat de raket is gevallen, is het te laat. Er bestaat dus geen praktische oplossing voor een religieus persoon".

Voor Feldman en voor tienduizenden andere Israëliërs is het dragen van een baard een religieuze plicht (vergelijk Leviticus 19:27: „Gij zult de hoeken uws hoofds niet rond afscheren; ook zult gij de hoeken uws baards niet verderven"). Een gebod mag echter worden verbroken. Het bekende voorbeeld: een orthodoxe Israëliër zal op de sabbat geen auto rijden, maar als iemand in levensgevaar is, mag hij of zij wel met de auto naar het ziekenhuis worden gebracht.

Baarden

Ook nu is er volgens de opperrabbijnen sprake van "pikoeach nefesj" (het redden van een ziel): mannen mogen zich scheren, omdat de gasmaskers anders geen 100 procent bescherming bieden. Maar rabbijn Feldman wil deze voorzorgsmaatregel niet nemen. „Voor iemand die uit religieuze overtuiging een baard laat groeien is het heel moeilijk zich te scheren: eigenlijk is het zelfs onmogelijk". Hij ziet momenteel „absoluut niet" dat er sprake is van "pikoeach nefesj".

Volgens Feldman werd in oktober al met minister Arens van defensie overeengekomen dat er in november speciale gasmaskers zouden worden uitgedeeld aan mannen met baarden — niet alleen religieuzen. Groot was de teleurstelling toen bleek dat deze distributie niet doorging, omdat er geen budget voor was.

Na aanhoudende druk van Feldman en andere rabbijnen in de Knesset werd uiteindelijk besloten dat er toch speciale maskers zouden worden gekocht en uitgedeeld. De achterliggende week werd daarmee een begin gemaakt. De bescherming burgerbevolking zei zelfs dat bejaarde mannen die nog geen maskers hebben gekregen, zich kunnen melden.

Geloof

De religieuzen in Israël hebben net zoals alle andere Israëliërs onder de dreiging van raketaanvallen geleden. „Maar", zegt de ultra-orthodoxe rabbijn j van de Agoedat-partij, „voor de religieuze jood die op God vertrouwt is het toch wat makkelijker. Natuurlijk zal God ons redden en helpen. In het algemeen is de religieuze in uren van gevaar iets optimistischer. Maar het is moeilijk voor iedereen — daar is geen twijfel over".

Eigenlijk is 90 procent van de bevolking religieus. Hij wijst op de Grote Verzoendag. Iedereen gaat dan opeens naar de synagoge. Wat doen ze daar als ze niet geloven? En in momenten van gevaar gelooft 99 procent van de bevolking, zo meent Feldman.

De huidige serie van raketaanvallen roept bij hem herinneringen op aan de Tweede Wereldoorlog. Toen hij na de "Anschluss" van Oostenrijk bij Hitler- Duitsland, in 1938, als zevenjarig jongetje in Oostenrijk woonde, werd hij geschopt en geslagen. „Dat was puur wreedheid. Ik werd gehaat zonder reden. Dit gevoel bestaat nu weer. Wat hebben de mensen in Ramat Gan, in Tel Aviv en Haifa gedaan? Waaraan zijn deze kinderen schuldig? Saddam zendt alleen raketten, omdat hij schade wil ; aanrichten en omdat hij wil doden. Nu er een tweede Hitler op het toneel is verschenen, heb ik hetzelfde gevoel als toen de eerste Hitler in het spel was".

„Dood hem dan"

Voordat de Tweede Wereldoorlog uitbrak, reisde Feldman via Nederland naar Engeland. Daar leed de bevolking onder het bombardement van de Duitsers. „Elke nacht verschenen daar jachtbommenwerpers, maar de mensen probeerden toch zo mogelijk door te leven. Ook wij moeten nu doorzetten. Ik wil graag dat alles zo normaal mogelijk doorgaat, dat alle scholen bij voorbeeld openblijven".

En nu? Wat moet de Israëlische regering volgens hem doen? Vergelden of de Almachtige Israëls voor het volk laten strijden, zoals in de synagogen werd gelezen? „Ik zal het je uitleggen", zegt hij. „Onze wijzen zeggen: als iemand op je afkomt om je te doden, dood hem dan. Zonder enige twijfel moeten we ons verdedigen. We zijn er zeker van dat God ons zal helpen, omdat wij ten onrechte worden aangevallen, maar tegelijkertijd moeten we alles doen wat in ons vermogen ligt om onszelf, ons volk en ons land te verdedigen. Dat is de voornaamste taak van de regering. Wat ik meemaakte als klein kind... dat nooit meer. Ik wil niet dat mijn kinderen en kleinkinderen door dezelfde beproeving heengaan. Alles moet dus worden gedaan om de vernietiger te vernietigen en hem te beletten onschuldigen aan te vallen".

„Maar de vraag is: hoe en wanneer. Hij wil dat wij de coalitie tegen hem opbreken. We moeten geen marionetten zijn die naar zijn wil dansen. We moeten het aan de militaire autoriteiten en de premier overlaten hoe er moet worden gereageerd. Zij hebben mijn volledige steun".

Klaagmuur

Feldmans kamer in de Knesset is eenvoudig. Op een plank staan een paar religieuze boeken. De grote zwarte hoed —zo karakteristiek voor de ultra-orthodoxen in Israël— ligt op een bank. Nadat hij een ontkennend antwoord gehad heeft op de vraag of het stoort als hij rookt, steekt hij een sigaret op.

Ook al in de dagen voordat de oorlog op 17 januari uitbrak, heerste er een enorme spanning in Israël. Op 14 januari begaven zich circa 80.000 religieuze mannen en vrouwen naar de Westelijke Muur —volgens sommige waarnemers was dat de grootste gebedssamenkomst die ooit in de geschiedenis van het moderne Israël werd gehouden.

De lijsttrekker van de Agoedat Yisrael was een van de aanwezigen. „In tijden van gevaar bidden we tot God om ons te helpen, te redden en te beschermen. Dat hebben we generaties lang gedaan, en nu doen we het dus weer. Grote rabbijnen riepen op tot gebed bij de Muur. Zelf namen ze er ook aan deel".

Levenswandel

Feldman wil geen directe relatie leggen tussen de huidige misère en zonde in de natie. „We geloven dat de oplossing voor de joodse natie erin bestaat dat ze teruggaat tot de oude gewoonten, de Thora, de wetten en de traditie. Als en wanneer we dat doen, zal God tevreden over ons zijn en Hij zal ons redden van alle problemen —zowel in het persoonlijke als openbare leven. Daar bestaat geen twijfel over. In tijden van gevaar roepen de rabbijnen soms op tot een vasten, tot gebed en tot verbetering van de levenswandel, zodat wij het waard zijn Zijn genade te ontvangen. God zal ons dan van alle gevaren en problemen redden".

Rabbi Feldman is in de politiek gegaan, omdat de rabbijnen die hij volgt hem dat hebben gevraagd. Hij heeft zich als hoofd van een jesjiva (school) tientallen jaren beziggehouden met de studie van en onderwijs in Thora en talmoed. Het politieke leven in de Knesset noemt hij „een andere planeet", waarin hij echter ook „een missie" ziet. In Israël wordt vaak gezegd dat het de ultraorthodoxen er vooral om te doen is zo veel mogelijk financiële voordelen voor hun instituten in de wacht te slepen.

Messias

De vijf parlementsleden van de Agoedat Yisrael vertegenwoordigen een deel van de ultra-orthodoxen in het land. De partij is in feite niet-zionistisch: de ultraorthodoxen geloven dat de joodse natie pas zal worden hersteld door de Messias. Hij zal de joodse ballingen moeten terugbrengen naar het land der voorvaderen.

In gebeurtenissen zoals de stichting van de staat Israël in 1948, de hereniging van Jeruzalem in 1967 of de massale komst van Sowjetjoden naar Israël, worden geen bijzondere tekenen gezien. Feldman wil de Sowjetjoden „accepteren en helpen", maar hij wil „geen enkele verbinding" leggen naar de verlossing. De enige manier waarop de joden de verlossing naderbij kunnen brengen is door „onze wegen te verbeteren, goed te zijn voor onze naaste, en de geboden te onderhouden".

Over de Sowjetjoden: „Wat we zien is in feite een klein wonder. Anderhalf jaar geleden durfde niemand er nog over te dromen. Nu is het realiteit. De joden van Rusland komen naar het land van hun voorvaderen. De grootste problemen zijn de huisvesting en de werkgelegenheid. Maar er is ook een geestelijk probleem: deze mensen werden zeventig jaar lang op wrede wijze weerhouden van hun joodse educatie en traditie. Er bestaat nu dus een grote taak om ze te onderwijzen. Het is verbazingwekkend dat velen dat ook echt willen".

Niet-joden

Een ander „groot probleem" dat met de immigratie van Sowjetburgers samenhangt, is dat er zo veel niet-joden onder hen zijn (naar schatting 20 procent). Hiervoor zal een oplossing moeten worden gevonden. De religieuze joden in Israël vallen, voor zover ze al in categorieën te plaatsen zijn, in twee grote groepen uiteen: de niet-zionistische harediem (de "godvrezenden") en de ultra- zionistische nationaal-religieuzen.

De belangrijkste partij van de nationaal- religieuzen is de Nationaal Religieuze Partij (NRP). De nationaal-religieuzen beschouwen de herbouw van de joodse natie, de gebiedsuitbreiding van Israël in 1967 en de massa-immigratie als stappen in de richting van de verlossing (met andere woorden: voortekenen van de komst van de Messias).

Rabbijn Bert Kanteman is weliswaar geen lid van de Knesset, maar hij vertolkt wel het nationaal-religieuze standpunt. Hij vertelt dat het voor de nationaal- religieuzen „niet zo'n probleem" is dat er zo veel niet-joden onder de Sowjetimmigranten zijn. „We zien de hele immigratie als iets wat van God komt — met alle problemen die eraan verbonden zijn. In de laatste honderd jaar zijn we er ons van bewust geworden dat de verlossing niet van het ene moment op het andere plaatsheeft, maar dat het een proces is met problemen die eraan zijn verbonden. Wij leggen de nadruk op het positieve aspect van de immigratie, en we nemen de negatieve kanten op de koop toe".

Verlossing

De stichting van de staat Israël en de massale terugkeer van de joden naar het land hunner voorvaderen worden gezien als „tekenen" dat de verlossing nabij is. Maar het is volgens Kanteman onmogelijk te zeggen wat de volgende stap in de geschiedenis zal zijn. „We hebben geen enkele aanwijzing. We weten niet wat de volgende stap zal zijn. Je begrijpt Gods wegen alleen pas naderhand. In de Holocaust hadden we geen aanwijzingen dat na die tijd de geboorte van de natie van Israël zou plaatsvinden".

Kanteman verwerpt met klem de relatie tussen het leed van het volk en de wandel van het volk. „In onze ogen is het belachelijk van iemand te zeggen: dit kind stierf omdat je dit of dat gedaan hebt. We herinneren ons de dagen van Hitler nog heel goed. In Auschwitz waren joden: harediem, nationaal-religieuzen, mensen die niets geloofden. Het was onmogelijk te zeggen waarom iedereen er was. Dit was een belangrijke les voor ons: niets te kunnen zeggen. We zien het dus als hoogst onpasselijk van de zijde van de harediem om te zeggen: dit overkomt ons omdat we niet kosjer hebben gegeten, of omdat we de sabbat niet houden of omdat de staat niet wordt geregeerd zoals die geregeerd moet worden". Volgens rabbi Kanteman leggen de harediem deze verbinding om mensen in hun kamp te krijgen.

Heilsplan

In tegenstelling tot de immigratie is het volgens Kanteman niet duidelijk wat de bedoeling van de Golfoorlog is in het heilsplan van God. „In de visie van de nationaal-religieuzen is dit heel duidelijk ook een stap van God -maar het is niet duidelijk wat Hij ermee bedoelt".

De nationaal-religieuze beweging accepteert niet dat we Gods daden op zulke korte termijn uitleggen. „We vergelijken het met Mozes, die met God sprak en Hem vroeg Zijn wegen bekend te maken, zonder dat hij Zijn aangezicht zag. Misschien is het mogelijk, na veel studie en met een goed doorzien van het geheel, de geschiedenis na tien of veertig jaar uit te leggen. Maar op dit moment kunnen we niet zeggen wat God bedoelt. We kunnen alleen doorgaan zo goed mogelijk te leven".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.