+ Meer informatie

Schilderend op weg naar volmaaktheid

Wouter van Troostwijk krijgt na twee eeuwen overzichtsexpositie in Enschede

4 minuten leestijd

"Al mijn werk is gebrekkig, stukwerk, niet dan studie, niet dan middel, om mij tot meerdere volmaking in de kunst op te leiden. Dat ik nog eens zoo verre kon geraken, dat ik één enkel voortreffelijk stuk leverde!" Wouter van Troostwijk (1782-1810) was een bescheiden schilder die de volmaaktheid zocht. Rijksmuseum Twenthe in Enschede geeft een gedetailleerd beeld van het werk van de jonggestorven kunstenaar.

Wouter Johannes van Troostwijk werd geboren als zoon van een welgestelde Amsterdamse koopman. De kleine Wouter zette z'n eerste schreden op het tekenpad door stadsgezichtjes te produceren. Wat later nam hij les bij de beroemde behangselschilders Jurriaan en Anthonij Andriessen.

Aan de stadstekenacademie leerde hij in korte tijd zo goed naar model te tekenen dat hij in 1804 de derde prijs in dit vak haalde. In 1805 en 1806 sleepte hij zelfs de tweede respectievelijk eerste prijs in de wacht. Tegelijkertijd vormde hij met zijn vrienden aan de academie een informele groep, waarvan vooral de dierschilder Pieter Gerardus van Os bekend is geworden.

Van Troostwijk genoot het voorrecht dat hij niet hoefde te leven van de kunst. Als conciërge van het stadhuis in Amsterdam -in die tijd een hooggewaardeerde functie- trok hij op vrije middagen met een schetsboek de stad in om z'n vaardigheden op te krikken. Met name de ossenmarkt bekoorde hem. In de zomermaanden zocht hij zijn inspiratie in de landelijke sfeer van Het Gooi, Gelderland of Drenthe.

Overzicht

De expositie "Op weg naar het volmaakte kunstwerk" in Rijksmuseum Twenthe geeft een gedetailleerd beeld van de activiteiten van Van Troostwijk. Meer dan honderd schilderijen, tekeningen, schetsen en etsen vormen de eerste overzichtstentoonstelling van deze veelbelovende, maar vroeg gestorven kunstenaar. Tijdgenoten beschouwden hem als een van de grootste talenten van zijn generatie.

Kenmerkend voor het oeuvre van Van Troostwijk is de grote precisie waarmee hij te werk ging. Dankzij zijn vrienden is bekend dat de kunstenaar -perfectionistisch als hij was- zijn schilderijen bijna niet kon voltooien. Op de tentoonstelling hangen dan ook met name studies en schetsen: vrouwenfiguren, kinderen en vooral veel koeien in allerlei soorten, maten en posities. Compleet afgewerkte schilderstukken zijn veruit in de minderheid.

Van Troostwijk heeft in zijn korte leven veel bewondering gehad voor voorgangers als Paulus Potter, Karel Dujardin en Adriaen van de Velde. Aanvankelijk kopieerde hij het werk van deze zeventiende-eeuwse meesters. Later ontwikkelde hij door ijverige natuurstudie een heel eigen stijl; eenvoudige, natuurgetrouwe Hollandse tafereeltjes werden zijn specialiteit. Een fraai voorbeeld is de penseeltekening "Koeien bij een rivier en veerpont" uit 1807.

Samen met zijn tijdgenoten heeft Van Troostwijk de schilderkunst een nieuw, onmiskenbaar Nederlands gezicht gegeven, constateert drs. Eveline Koolhaas-Grosfeld in haar boek "Wouter van Troostwijk 1782-1810; schilder, tekenaar en etser". "Ook in Nederland was men druk bezig om de eigen nationaliteit te profileren en te onderscheiden van die van de omringende landen. Verwijzingen naar de "landsaard" of het "nationaal karakter" dienden aanvankelijk als kritiek op de imitatie van Franse gewoonten. Omstreeks 1800 werd het een belangrijk argument om de nieuwe Bataafse Republiek om te smeden tot een eenheidsstaat".

Eenvoudig landleven

Zeventiende-eeuwse schilders van het eenvoudige landleven -Adriaen van de Velde, Paulus Potter- en van het gewone gezinsleven -Pieter de Hooch en Adriaen van Ostade- werden herontdekt als navolgenswaardige voorbeelden. Hierdoor ontstond de behoefte aan een ander type levend model dan het traditionele, 'academische' naakt. Eveline Koolhaas: "In Dordrecht, Haarlem, Middelburg, Amsterdam, op vrijwel alle tekenacademies en particuliere genootschappen werden omstreeks 1800 studies gemaakt naar geklede modellen. Dat waren dan meestal boeren, melkmeisjes, herders en straatverkopers, kortom, het soort genrefiguren dat je ook vaak op oude Hollandse schilderijen kunt tegenkomen. Deze praktijk was typisch voor Nederland; op buitenlandse academies zou zoiets toen nog volstrekt onbekend zijn".

Deze nieuwe trend wordt prachtig geïllustreerd door het werk van Van Troostwijk en zijn vrienden. "Het bijzondere van hun tekeningen is dat ze nauwelijks beweging laten zien", stelt Eveline Koolhaas. "Alleen attributen als een melkemmer, eiermand, spade of korenschoof vertellen iets over het dagelijks werk van de mannen, vrouwen en kinderen die werden uitgebeeld. Het ging deze groep tekenaars duidelijk om momenten van rust, van in gedachten verzonken zijn. Altijd is vermeden om de figuren amusant te maken, met een bierpul of met een schalkse lach, zoals andere kunstenaars in die tijd wel graag deden".

Van Troostwijk heeft z'n talenten niet lang kunnen gebruiken. Amper vijf jaar bracht hij schilderend door, en dan nog slechts halve dagen. Op 20 september 1810 stierf hij, nadat hij in de natuur het gure weer had getrotseerd. Zijn laatste woorden zouden zijn geweest: "O! laat mij die heerlijke lucht toch nog eenmaal aanschouwen".

De tentoonstelling "Op weg naar het volmaakte kunstwerk" is tot 31 januari te zien in Rijksmuseum Twenthe, Lasondersingel 129, Enschede. Open: di. t/m za. 11.00-17.00 uur, toegang 10,00.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.