+ Meer informatie

HET GEBED OP KERKELIJKE VERGADERINGEN

10 minuten leestijd

Formuliergebed

Onze gereformeerde liturgie kent een niet gering aantal gebeden voor allerlei kerkelijke handelingen. De meeste ervan gaan terug op oude formuleringen. Sommige laten Sporen zien van gebeden die wij reeds bij de kerkvaders aantreffen.

Wat dit betreft, bewaart de kerk een schat van grote historische betekenis. Men leert er het verleden uit kennen. Echter meer dan alleen historische waarde is in deze gebedsschat van de kerk opgesloten. Men kan terecht zeggen, dat ook op plaatsen waar in het verleden de vrijzinnigheid toesloeg, in de gebeden van de kerk een belangrijke mate van zuiverheid bewaard bleef. Ook hier geldt in een bijzondere zin het woord van Bavinck: een kerk kan in haar belijden soms remonstrant zijn, in haar gebeden is zij altoos gereformeerd. Wat de gebeden voor de kerkelijke vergaderingen betreft die we in het oude psalmboek aantreffen, deze zijn van betrekkelijk jonge aard. We mogen aannemen dat niet eerder dan in het begin van de zeventiende eeuw de tekst ervan werd vastgesteld.

We lezen tenminste in de Handelingen van de Provinciale Synode van Zeeland, die in 1610 in Veere werd gehouden, dat men dienaangaande een besluit nam. De tekst ervan luidt (ik citeer nu naar moderner Nederlands):

“Men zal in geheel Zeeland enerlei formulieren voor het bidden gebruiken, niet alleen in de preken, maar ook in alle kerkelijke bijeenkomsten van de kerkeraden, classes en synoden. Maar het wordt in de vrijheid van de kerken gelaten om in geval van bijzondere nood deze in het bijzondere formulier in te voegen, op voorwaarde dat dit zal geschieden in een gelijke en eenparige vorm, op advies en met goedvinden van de kerkeraad opgesteld”.

In aansluiting aan deze bepaling werd besloten om het gebed in de eredienst na de preek te bekorten en in deze vorm in de kerken van Zeeland te gebruiken. Terwijl eveneens een zekere gelijkvormigheid werd nagestreefd in kerkelijke zaken door gebeden op te stellen voor de samenkomsten van kerkeraden, classes en synoden. De synode van Dordrecht (1618/’19) nam blijkbaar de Zeeuwse gebeden over. We treffen immers in de door haar vastgestelde liturgie een gebed aan voor en na de handelingen van de kerkeraad en een gebed voor de vergadering van de diakenen.

Bezwaar tegen formulieren

Het is opmerkelijk, dat juist in Zeeland deze bepalingen werden ontworpen. We weten dat juist hier het verzet tegen allerlei kerkelijke formulieren in de liturgie van de kerk fel was. In 1672 hield Jacobus Koelman een paar preken die geen ander doel hadden dan het ‘formulier-bidden’ in de kerken tegen te gaan. Zijn preken werden uitgegeven als een reformatorisch protest tegen deze koude en ongeestelijke manier van bidden.

Zijn boekje kreeg tot titel: “Reformatie, Noodig omtrent het Gebruyk der Formulieren, Betoogt in twee Predicatien En daar na uytgebreydt” (Vlissingen 1673).

Dat het Koelman ernst was, bleek toen hij niet toegaf aan de eis van de magistraat om zich aan de kerkelijke bepalingen te houden. Hij werd afgezet en uit zijn gemeente verbannen en trok daarna het land door, terwijl hij overal opriep tot Nadere Reformatie, ook inzake het geesteloze formulierbidden.

De kerken volgden Koelman niet. Maar wel werd binnen de kringen van de ‘fijnen’ en op hun conventikels deze manier van bidden afgewezen. Het verzet van Koelman tegen de formulieren sloeg hier aan. We kennen de motieven: er werd weinig goeds verwacht van een gebed dat men uit een boekje kon opzeggen.

Toch hebben de Gereformeerde Kerken van deze landen ook de gebeden in hun liturgie laten staan. We vinden ze nog in verscheiden uitgaven opgenomen.

Kerkeraadsgebed

Ik geef nu eerst de tekst van het gebed vóór de handelingen van de kerkeraad: “Hemelse Vader, eeuwige en barmhartige God, het heeft U beliefd naar Uw oneindige wijsheid en goedertierenheid, U uit alle mensen van de ganse aardbodem een gemeente door de verkondiging van het heilig Evangelie te verzamelen, en die te regeren door de dienst der mensen. Gij hebt ons ook tot zodanig ambt genadiglijk geroepen, en bevolen goede acht te hebben op de kudde, die Christus met zijn dierbaar bloed verworven heeft. Dewijl dan nu wij hier in Uw heilige Naam verzameld zijn om naar het voorbeeld der Apostolische Kerken, van die dingen welke ons voorkomen zullen, aangaande de stichting en de welstand Uwer Kerken, volgens ons ambt te handelen; waartoe wij onszelf belijden onnut en onbekwaam te wezen, als die van nature niet vermogen iets goeds uit onszelf te denken, veel min in het werk te stellen; zo bidden wij U, o getrouwe God en Vader, dat Gij naar Uw belofte wezen wilt in het midden van onze tegenwoordige vergadering met Uw Heilige Geest, die ons in alle waarheid leide. Neem ook van ons weg alle misverstand en verkeerde bewegingen van het vlees en geef dat Uw heilig Woord de enige regel en richtsnoer zij van al onze beraadslagingen, opdat zij mogen strekken tot de eer Uws Naam, tot stichting Uwer gemeente en tot ontlasting van onze eigen consciëntiën, door Christus Jezus Uw Zoon, die met U en de Heilige Geest, de enige en waarachtig God, eeuwig zijt te loven en te prijzen. Amen”.

Eenvoudig, zakelijk, zorgvuldig

De stijl van dit gebed is eenvoudig. De inhoud is zakelijk. De opbouw is met zorg gekozen. Zijn dit niet de tekenen die voor elk gebed moeten gelden?

Onze vaderen schroomden niet om een formulier te gebruiken. Velen van ons hebben daarvoor geen begrip. We staan wat dit betreft meer op het standpunt van Koelman. Maar ook wie zijn zienswijze deelt, kan van het formuliergebed voor de handelingen van een kerkeraad het een en ander leren.

Laat de stijl eenvoudig zijn. We zouden de zinnen wat korter willen hebben. Maar wanneer we de tijd in het oog houden waarin het formulier werd opgesteld, dan kunnen we inderdaad zeggen, dat de stijl niet verduisterd wordt door een omhaal van woorden. Dat hangt samen met het zakelijk karakter van dit gebed. Het verliest zich niet in alles en allerlei, maar het komt tot de zaken die op déze kerkelijke vergadering dienen: welstand en opbouw van de gemeente. Daarbij is de opbouw zeer verzorgd. De aanspraak is tegelijk een belijdenis omtrent de gemeente. Kerkeraadswerk staat in dienst van de gemeente die God door het heilig evangelie uit de gehele aarde vergadert. De roeping tot het ambt klinkt in het gebed door. Ook de onwaardigheid en het onvermogen om iets uit zichzelf te bedenken dat geschikt zou zijn. Een belijdenis horen we ook van eigen zwakheid, waardoor misverstand kan ontstaan en waarin verkeerde bewegingen van het vlees de overhand zouden kunnen krijgen; de opstellers van dit gebed wisten wat een kerkeraadsvergadering was, althans wat zij behoorde te zijn.

Het is leerzaam om deze gebeden te ontleden. Ze zijn ontstaan in de tijd waarin de strijd om de zuivere leer gestreden werd. Zou men daarom bevreesd zijn geweest om formuleringen aan de mensen zelf over te laten? Of dienen we te bedenken, dat de opstellers het oog hadden op ongeschoolde en vrijwel ongevormde predikanten en ambtsdragers?

Hoe men er ook over denkt, deze gebeden kunnen ook ons dienen als een voorbeeld van stijl, zakelijkheid en eerbied tot in de opbouw van het gebed toe. Zeker geen improvisatie, geen weergave van wat spontaan in het vroom gemoed opwelt, maar vertolking van wat men omtrent ambt en kerk beleed. Ook afhankelijkheid van het werk van de Geest klinkt erin door en vooral het besef van de tegenwoordigheid van God in het midden van een kerkelijke vergadering.

We laten nu de twee andere gebeden, die men eveneens op dezelfde plaats aantreft, buiten beschouwing. Het is de moeite waard om ze zorgvuldig te lezen, te herlezen, te ontleden en daama te vragen wat we emit leren kunnen. Het komt ook dan op hetzelfde neer. Het gebed vóór de diaconale vergadering geeft ons een treffend beeld van wat zo vlak voor en na Dordt werd verstaan onder het diaconale werk.

Laten zo ook de gebeden op onze kerkelijke vergaderingen zijn: eenvoudig, zonder omhaal, zakelijk en toch ook tegelijk belijdend en weloverwogen. Zulks strookt met de eerbied die men aan de dienst van de Here is verschuldigd.

Spiegel van de tijd

Het zou te ver voeren, wanneer we deze Dordtse gebeden zouden gaan vergelijken met die uit een later eeuw. We hebben voorbeelden uit het pastoraal getinte werk van Henricus Ravesteyn, waarin deze aan jonge predikanten allerlei wenken geeft uit de praktijk in pastorie en kerk. Zij driedelig werk onder de titel De Nazireer Godts, in het midden van de achttiende eeuw uitgegeven, bevat ook gebeden voor kerkelijke vergadering. Zij missen evenwel de kloeke stijl van een voorgaande eeuw. Ze zijn bloemrijker, soms wat gezwollen. Zij vertonen het beeld van de tijd.

Inderdaad, een tijd weerspiegelt zich in de gebeden van de kerk, ook dan wanneer zij in een kerkelijke vergadering bijeenkomt. Wat dit aangaat staat onze kerkorde dichter bij de sobere trant van de zeventiende eeuw.

Onze kerkorde spreekt in deze stijl zeer beknopt:

“De handelingen van alle vergaderingen zullen met aanroeping van de Naam van God begonnen en met dankzegging besloten worden”. Het gebed op een kerkelijke vergadering brengt alle zaken voor Gods aangezicht. Men legt, om het beeld van Hiskia te gebruiken, alle brieven voor het aangezicht van de Here neer. Dit gebed maakt de kerkelijke vergadering nog niet tot een liturgische aangelegenheid, zoals sommigen opgemerkt hebben. Het is opvallend dat het lezen uit de Schrift niet vermeld wordt. Was het vanzelfsprekend? Of vermeed men het opzettelijk?

In geen geval beschouwde men een kerkelijke vergadering als een bijeenkomst voor bijbelstudie. Het kan zijn nut hebben, wanneer kerkeraadsleden samen de Schriften openen en lezen. Hun vergadering is een zakelijke, omdat het een geestelijke bijeenkomst is. F.L. Rutgers waarschuwde, wellicht niet helemaal ten onrechte, voor het lezen van een stukje uit de bijbel op een kerkelijke vergadering. Mogelijk heeft hij het zelf meegemaakt, dat men door de keuze van een Schriftgedeelte een vergadering in een bepaalde richting manipuleerde. Waar dit gevaar, bijvoorbeeld door het aaneengesloten lezen van een bijbelgedeelte, voorkomen is, kan de Schrift ook de gedachten leiden bij het gebed.

Het consistorie-gebed

Nergens vindt men in de liturgie of in de kerkorde het gebed in de consistorie vermeld. Men kende blijkbaar in vroeger tijd het gebruik niet, dat zo menige jonge ambtsdrager in benauwdheid bracht: voor de dienst is er het consistorie-gebed. Waarschijnlijk is het een gebruik, dat stamt uit de tijd waarin de kerkdienst door vervolging verstoord kon worden. Sommige zinsneden lijken de jaren door gebruikt te zijn: “wij bidden U, dat de dienst ongestoord mag verlopen”, en een dankgebed waarin ook een dergelijke formulering voorkomt.

ledere ambtsdrager kent de verhalen over zulke gebeden. We zullen ze hier niet herhalen. Ze zijn ook niet altijd even stichtelijk, ook al hebben ze betrekking op bekende of zelfs overbekende voorgangers. Ik zeg er slechts dit van: laat met name dat gebed voordat de dienst begint, een zakelijk en eerbiedig gebed zijn. Zakelijk: men bidt voor hem die de dienst heeft te leiden, zonder hem voor te bidden wat hijzelf straks op de kansel slechts heeft na te bidden. Sommige van deze consistorie-gebeden hebben iets van het ‘lange gebed’ in de kerkdienst. Dat is niet goed. Laat het een gebed zijn voor de dienaar en voor de gemeente, een gebed om de leiding van de Heilige Geest. Niet lang, veelheid van woorden is niet altijd een teken van vroomheid. Het kan ware vroomheid doen verschralen.

Eerbiedig mag zo’n gebed ook zijn. In de aanspraak van de Naam zij men eerbiedig. Eens telde ik tot 36 keer toe het kort uitgesproken woordje “Here”. Het klonk telkens als een tussenwerpsel, dan is het geen gebed meer. leder weet wat het dan wel is: teken van gebrek aan eerbied. Dat vermijde men in ieder geval.

Goed zou het zijn, wanneer oudere ambtsdragers hun jongere medebroeders zeggen, wat de gang van zaken in de consistorie is. Dan kunnen wellicht onverwachte spanningen vermeden worden. Zij dienen niet tot bevordering van die houding die bij alle kerkelijke bijeenkomsten een eerste vereiste is: “In degenen die tot Mij naderen zal Ik geheiligd worden”. Het is een woord dat specifiek geschreven schijnt voor ambtsdragers.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.