+ Meer informatie

Een gewichtige vraag op de a.s. Pinksterdag

4 minuten leestijd

Hebt gij de Heilige Geest ontvangen? (Hand. 19:2)

Deze vraag heeft Paulus te Efeze gedaan aan enige discipelen die hij daar mocht ontmoeten. En het antwoord was: „Wij hebben zelfs niet gehoord of daar een Heilige Geest is." Nu moeten wij deze woorden niet zo verstaan alsof zij de Heilige Geest misten met Zijn inwoning en werking, want hoe konden zij dan ware gelovigen zijn, daar niemand het ware zaligmakende geloof in Christus ter bekering kan deelachtig zijn, als het niet door de Heilige Geest in het hart gewerkt wordt, en daarom is het geloof een vrucht des Geestes. Daar zij door Johannes gedoopt waren, konden zij niet onkundig zijn van de H. Geest, want Johannes had tot allen gesproken die hij doopte, volgens Markus 1 vers 8: „Ik heb ulieden wel gedoopt met water, maar Hij zal U dopen met de Heilige Geest." In deze vraag ging het niet over het bezit van de Heilige Geest, in Zijn wederbarende en heiligmakende werking, maar over de Heilige Geest in de mededeling van Zijn buitengewone gaven zoals deze op de Pinksterdag heeft plaats gehad. Ziet, dat wisten zij niet dat Hij zo gekomen w ? as; wel wisten zij dat Hij komen zou, daar Hij was beloofd, maar de vervulling ervan was hun nog onbekend, en dat dit bedoeld wordt, blijkt duidelijk uit vers 5 en 6, waar gezegd wordt, dat Paulus hen doopte in de naam des Heeren Jezus. En als Paulus hen de handen opgelegd had, kwam de Heilige Geest op hen en zij spraken met vreemde talen en profeteerden. Toch is deze vraag voor ons allen van zeer grote betekenis. Wordt ons op de Pinksterdag het grote heilsfeit niet gedurig gepredikt, en hoe de profetie haar vervulling verkregen heeft? Maar met dat alles is het voor ons persoonlijk leven ongenoegzaam. Het komt er toch op aan of die belofte Gods aan ons persoonlijk vervuld is, ja of er ook voor ons een Pinksterdag is aangebroken, en of de Heilige Geest in onze ziel als tot Zijn werkplaats gekomen is! Is ook ons hart, wat van nature gesloten is, door Hem geopend? Heeft die Heilige Geest ons ontdekt aan de boosheid van het hart, waardoor wij ons als armen en doemwaardigen hebben leren kennen, en is het oordeel Gods aan onze zielen geopenbaard en toegepast? Immers dat leerden de Pinksterlingen als vrucht van de prediking van Petrus, waardoor zij in grote verlegenheid uitriepen: Wat moeten wij doen, mannen broeders?

Immers, waar die Geest Zijn intrek in het hart neemt, daar wordt de mens overtuigd van zonde, gerechtigheid en oordeel. Hoe nodig is het om daar met nadruk op te wijzen in onze zo oppervlakkige dagen. Want zonder die Heilige Geest mist de mens toch alles, en ligt hij in de staat van de geestelijke dood. Al leven wij onder de bediening van het verbond van genade, dan zal die Geest ons persoonlijk geschonken moeten worden, om door Zijn werking van uit de staat des doods overgezet te worden in de staat des levens. Het is toch des Geestes werk om de gemeenschap met God die wij moed-en vrijwillig verbroken hebben te herstellen, en ons in de gemeenschap met Christus te brengen. Hoe groot is dan de genade des Heiligen Geestes om Christus bevindelijk aan onze ziel te ontdekken, om door Zijn Borgverdiensten met God verzoend te kunnen worden. Hoe verwekt die H. Geest een brandend verlangen naar die dierbare Middelaar, ja een dorsten naar Zijn gerechtigheid, clie alleen redt van de dood! Dan is er een nieuwe levenskeus in uw ziel door Hem gewrocht, en de liefde Gods in uwe harten uitgestort! Het is alleen door die Heilige Geest waardoor cle ziel in staat gesteld wordt om met de ledige hand des geloofs de weldaden uit Christus te mogen ontvangen en toeëigenen. Wat blijft Gods volk diep afhankelijk van de dadelijke werking van die Heilige Geest. Dat doet hen toch met David gedurig biddende vragen:

Och schonkt Gij mij de hulp van Uwe Geest Mocht Die mij op mijn paan ten Leidsman strekken

Laat deze vraag door onze jonge mensen eens ernstig overdacht worden, want dat is dringend noodzakelijk. Met minder zal het toch niet kunnen, dan met het persoonlijk bezit in het hart van die dierbare Heilige Geest!

Ziet hoe de Christelijke feestdagen ontaarden in sport en spel, maar laat deze vraag ons doordringen. Leert er om bidden met Psalm 25 vers 2, en dat dit Pinksterfeest nog een rijke oogstdag voor 's Heeren kerk mocht zijn. Dat God Zijn Geest uitstorte over ons zaad, en Zijn zegen over onze nakomelingen. Dat de bede van de Bruidskerk veel beoefend mocht worden door hen die de H. Geest geschonken is; Ontwaakt, Noordenwind! en kom, Gij Zuidewind! doorwaai mijn hof, dat Zijn specerijen uitvloeien.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.