+ Meer informatie

Ouderlingenconferentie 1971

5 minuten leestijd

Het kerkgebouw te Amersfoort bood op 30 oktober weer hetzelfde beeld als andere jaren. Hartelijke begroetingen en kennismakingen in de benedenzalen vóór en een groot aantal aandachtig luisterende ambtsdragers tijdens de vergadering.

Het mooie van onze jaarlijkse conferenties is o.a. dat brs. uit alle streken van het land elkaar ontmoeten, samen luisteren en discussiëren over het gehoorde in een sfeer van goede verstandhouding met begrip en waardering voor elkanders standpunt.

Dankbaarheid en blijdschap valt te beluisteren in de wijze waarop het openingslied, Ps. 46 : 1 en 2 gezongen wordt. Na gebed en Schriftlezing (2 Petrus 1 : 1–11) spreekt de voorz. als volgt:

Mannen broeders,

Namens het comité heet ik u allen hartelijk welkom op onze jaarlijkse conferentie-dag. Fijn dat u er allemaal bent en dat ik, naast ouderlingen ook andere ambtsdragers mag begroeten.

Ik weet dat er nogal eens wat overwonnen moet worden om op zaterdag een vergadering te gaan bijwonen. De meesten van ons hebben altijd volle agenda’s en er zijn vaak zoveel zaken die onze aandacht vragen dat de behoefte aan een wat rustige dag zich soms wel heel sterk kan doen gevoelen.

Tòch is u vandaag gekomen en graag wil ik u een bizonder goede- en leerzame dag toewensen.

Er is alle aanleiding toe, om in het openingswoord wat uitvoerig stil te staan bij allerlei zaken waar wij als ambtsdragers mee te maken krijgen. Wij leven, dacht ik, in een boeiende en ook spannende tijd. Tegenstellingen spitsen zich toe, vragen vermenigvuldigen zich en problemen worden steeds ingewikkelder.

Dat maakt ons ambtelijk werk niet eenvoudiger, integendeel, wij zullen ons steeds meer moeten inspannen om „bij te blijven”. Bij het huisbezoek worden ons vragen voorgelegd over: nieuwe theologie, ethiek, kerkelijke verhoudingen enz. enz.

Natuurlijk zullen we niet altijd en overal een antwoord op weten te geven. Wèl mag men van ons verwachten dat we aandacht schenken aan dit alles en b.v. ook enige voorlichting kunnen geven omtrent te raadplegen lectuur enz. Dankbaar mag vermeld worden dat wij zelf via Ambtelijk Contact regelmatig voorlichting ontvangen en hier past dan ook een woord van waardering voor het werk van de eind-redacteur, prof. W. H. Velema en alle medewerkers. Dat ik op al de genoemde onderwerpen niet verder inga en tegen de gewoonte in zelfs in dit synode-jaar niets zeg over ons kerkelijk leven vindt zijn oorzaak in het feit dat ik u, buiten het programma om, vanmorgen een ander voorgerecht wil aanbieden. U mag het een „beginwoord” noemen i.p.v. een slotwoord.

Zo u weet zal ds. op den Velde vandaag onze aandacht bepalen bij het onderwerp: „Samen leven in de kerk”. Voor dat hij het woord krijgt zal drs. W. v. Heest ons iets vertellen over zijn werk in de Toradja-kerk en hoe onze ambtsbroeders dââr hun werk verrichten. We heten drs. Van Heest in het bizonder welkom en zullen hem straks graag gelegenheid geven de vergadering toe te spreken.

Een enkel woord nog. Broeders, morgen is het 31 okt., de datum waarop wij herdenken dat Maarten Luther zijn 95 stellingen sloeg aan de deur van de slotkapel te Wittenberg. Wellicht onbewust gaf hij daarmee de stoot tot een machtige beweging, nl. „de Reformatie van de Kerk des Heren”.

Voor het politieke maar zéker voor het kerkelijke leven was dit een daad van grote betekenis.

Tot op vandaag toe zijn de gevolgen daarvan merkbaar.

De vaste overtuiging en zekerheid, dat een mens alleen door het geloof gerechtvaardigd wordt heeft Luther kracht gegeven om zijn levenswerk te vervullen en óók anderen hebben uit die zekerheid geleefd. Ik las ergens: „daaruit is de Reformatie geboren en dat gaf haar de kracht en de betekenis tot op de dag van vandaag”. Deze zekerheid wordt lang niet altijd bij de reformatorische christenen gevonden. Wij ontdekken dat op huisbezoek en mogelijk ook wel bij onszelf. Het tegengestelde is vaak het geval.

Laten wij brs, niet alleen luisteren maar ook beoefenen datgene waartoe Gods Woord ons oproept, zoals we dat hebben gelezen uit de brief van Petrus, opdat wij, zèlf verstaande ook anderen mogen opwekken en vermanen om roeping en verkiezing te bevestigen.

Hierna hield drs. Van Heest een boeiend en interessant betoog over het aangekondigde onderwerp. Een „voorwoord” dat tot nadenken stemde en waarover ongetwijfeld heel wat te vragen zou zijn geweest … Om des tijds wil was dat niet mogelijk. Wel ben ik ervan overtuigd dat door deze toespraak de belangstelling der brs. voor het leven der jonge Toradja-kerken is verlevendigd.

Met de beste wensen voor en de groeten aan de brs. en zrs. overzee werd afscheid genomen van drs. Van Heest.

Hierna was het woord aan ds. op den Velde. Met grote belangstelling werd het gesprokene beluisterd en tal van vragen werden gesteld. Zowel het referaat als een samenvatting van de bespreking worden in ons blad opgenomen zodat alle lezers daar kennis van kunnen nemen.

Een bizonder punt op de agenda was het afscheid van br. M. D. Stafleu. Ruim 16 jaar was hij lid van het comité waarvan vele jaren secretaris. De voorzitter heeft hem namens de vergadering hartelijk bedankt voor het vele werk in deze functie verricht en er zijn blijdschap over uitgesproken dat br. Stafleu zijn medewerking aan de administratie en verzending van A.C. nog wil blijven geven. Via een overhandigde „platenbon” werd gezorgd voor uitbreiding van het aantal „klassieken” dat br. Stafleu reeds bezit.

Br. H. v. d. Laan uit Hasselt werd hierna als lid van het comité en nieuwe secretaris welkom geheten.

Na een kort slotwoord van de voorzitter ging ds. op den Velde voor in dankgebed waarna klokslag 4 uur deze conferentie werd gesloten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.