+ Meer informatie

Kerkelijk besef

5 minuten leestijd

(12)

Een der belangrijke verschillen, die bij de Afgescheidenen openbaar kwamen, liep over de juiste verhouding van het zichtbare deel en het onzichtbare deel der Kerk. Met opzet schrijf ik het zó neer. Want toen en nu hoort men nog vaak spreken over de zichtbare en de onzichtbare Kerk. Men zegt dit onnadenkend, men praat oude termen gedachteloos na, maar vraagt zich niet af, wat men eigenlijk zegt. Door dit zó te zeggen, wekt men de indruk, alsof dit twee afzonderlijke kerken zouden zijn. Men bedoelt dit vanzelf niet, maar dan moet men 't ook niet zeggen. Zo ook hoort men meestal spreken over de strijdende en de triumferende Kerk. Ook deze volledig goedbedoelde termen kunnen verwarring stichten in onze toch al zo verwarde tijden.

Twee kerken? — Dit strijdt tegen Schrift en belijdenis. Deze laatste zegt: „Ik geloof één.... Kerk." Als we ons dus goed uitdrukken, moet het zijn: de éne Kerk heeft twee delen (zijden, kanten): 't zichtbare deel en 't onzichtbare deel. Wat de indeling: 't strijdende deel en 't triumferende deel der Kerk betreft, deze tweedeling is wat onvolledig. Wat ons kerkelijk taalgebruik aangaat, ook daarin moeten we ons steeds afvragen: zijn onze woorden en uitdrukkingen wel juist? Door iedereen zal beaamd worden, dat de tijd verdeeld wordt in verleden, heden en toekomst. Welnu, zo is 't ook met de kerk, die in de bedeling der tijd leefde, leeft of leven zal, totdat er geen tijd meer zijn zal.

We kunnen dus beter spreken over het triumferende, het strijdende en het toekomstige deel van de éne kerk. Zolang de Heere de wereld in stand zal houden, zolang zal op aarde de kerk er zijn. Er is dus nog 'n deel van des Heeren kerk, dat ligt onder 't zegel der verkiezing, dat nog geboren en dat nog toegebracht moet worden.

Er waren predikanten bij de Afgescheidenen, die het verschil tussen 't onzichtbare en 't zichtbare deel der kerk totaal ontkenden. Zij stelden de omvang van de „onzichtbare kerk" (ik gebruik hun foutieve uitdrukkingswijze even) gelijk aan die van de „zichtbare kerk." De grens hiervan alsmede de omvang vielen samen, volgens hun opinie. Zij leerden, dat men alle leden der „zichtbare kerk" moest houden voor ware leden der kerk. Zelfs mocht men niemand van geveinsdheid verdenken, zolang hij onbesproken in leer en leven was. Dat deze aangenomen eigen mening strijdt tegen de Schrift, die immers herhaaldelijk leert, dat het niet alles Israël is, wat de naam Israël draagt, behoeft geen verdere uitleg. De grenzen der „zichtbare kerk" hebben zich altijd wijder uitgestrekt dan die der „onzichtbare kerk."

In nauw verband hiermee stond hun mening over de roeping. Het verschil tussen uit-en inwendige roeping werd eveneens door sommige predikanten van die tijd ontkend. Zij leerden slechts één roeping: de uitwendige. Dat ook dit in strijd is met de gezonde leer der Schrift, is eveneens duidelijk voor iedereen, die goed z'n catechisatietijd besteed heeft of besteedt.

De ideeën over de doop en het avondmaal hielden vanzelf ook verband met hun beschouwing over de kerk en de leden der kerk. Iedere dopeling moest voor 'n waar, 'n wedergeboren lid der kerk gehouden worden (de leer der veronderstelde wedergeboorte dus!) en ieder kerklid (van de „zichtbare kerk") was verplicht aan het avondmaal deel te nemen. Jullie ziet: ook hier niets nieuws onder de zon! De dwalingen van vandaag wortelen in de dwalingen van vroeger.

En wat de leer van 't genadeverbond aangaat, leerde men, dat dit was opgericht (gesloten) tussen God den Vader en God den Zoon, in Wien (n.l. den Zoon) alle uitverkorenen begrepen zijn. Al weer begripsverwarring, die tot onjuiste, onschriftuurlijke beschouwing leidt. We leren hieruit, van hoe groot belang 'n goede èn gedegen theologische opleiding is voor de a.s. dienaren des Woords van alle tijden om de dwalingen te leren onderzoeken en ze op grond van de Schrift te weerleggen.

Wie van jullie meer over deze meningsen leerverschillen weten wil, raad ik aan te lezen het boekje van ds. W. W. Smit, een strijdbaar predikant onzer gemeenten uit de vorige eeuw: „Waar openbaart zich de Geref. Kerk in NederlandF' Dit boekje moge ik tevens ter lezing en ernstige overdenking aanbevelen aan hen, die het hoe en waarom der Afscheiding niet begrijpen en die — hoewel nog lid onzer gemeenten — vinden, dat terugkeer van onze Geref. Gemeenten naar de huidige Herv. Kerk (die sedert 1834 nog meer vervallen is

dan ervóór en die — vooral sedert de met Gods Woord in flagrante strijd zijnde, Barthiaanse, „nieuwe koers" — dagelijks groter en driester afval van de waarheid Gods vertoont) slechts 'n simpele administratieve kwestie, n kwestie van „herinschrijving" behoort te zijn. De lezing van dit boekje kan zeer zeker het wegkwijnende kerkelijk besef onder ons versterken, maar ook kan het ons leren, wat het oorspronkelijke kerkelijke standpunt onzer gemeenten geweest is, dat wij, de nazaten, in volle omvang dienen te handhaven, zodat er ook onder jullie, jongeren, een heimwee en vurig verlangen naar de oude, rechte paden gevonden worde.

p.a. Administratie „Daniël", Ridder van Catsweg 244a, Gouda.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.