+ Meer informatie

,,Op één morgen zie je hier de hele wereld voorbijkomen"

Medische zorg om illegalen

12 minuten leestijd

Het exacte aantal blijft schimmig, maar dat het er meer dan honderdduizend zijn, staat vast. Wereldburgers die zich zonder verblijfsvergunning binnen de Nederlandse grenzen ophouden. Tot voor kort konden ze desondanks gebruikmaken van allerlei voorzieningen, waaronder de medische. Momenteel wordt die speelruimte snel verkleind, en met de Koppelingswet wellicht volledig afgedicht. Of het beoogde effect wordt bereikt, is twijfelachtig. Een reportage uit het Mekka van de Nederlandse illegalen.

In de vroege morgen verbergt de Oudezijds Voorburgwal veel van z'n vunzigheid. Het leven wordt hier in het donker geleefd. Slechts de uithangborden aan nachtclubs illustreren dat de parel van Amsterdam is verworden tot de etterbuil van de natie. In de Kruispost, gevestigd in het souterrain van een van de grachtenpanden, treft Leny van Bentum de laatste voorbereidingen voor het ochtendspreekuur. Na haar terugkeer uit Zambia, waar ze tientallen jaren als witte zuster werkte, kwam ze in contact met de Communitaire Gemeenschap OudeZijds 100. Ze vond er een nieuwe taak, als receptioniste van de medische post. „De eerste weken was het even vreemd", zegt de voormalige missiezuster. „Ik wist niet dat deze buurt zó verpauperd was. Maar je went eraan, hè. Na een paar weken zie je het al niet meer.

Ecuador
Klokslag tien uur gaat de buitendeur van slot. De jonge Zuid-Amerikaanse vrouw die al stond te wachten, reageert schrikkerig als de receptioniste haar aanspreekt. Nederlands verstaat ze nauwelijks. Door gebarentaal maakt Leny duidelijk dat ze haar persoonsgegeven op een voorbedrukt papiertje kan zetten. De vrouw komt niet verder dan haar naam en nationaliteit. Ze is afkomstig uit Ecuador en tekende waarschijnlijk, net als zoveel andere seksegenoten van haar continent, een contract voor arbeid in een Amsterdams hotel. Nu slijt ze haar leven op de wallen, in ontucht. In de patiëntenadministratie van de Kruispost komt haar naam niet voor. Lusteloos staren de gitzwarte ogen naar een bericht over gratis tbc-onderzoek, afgedrukt in zes talen. Ernaast vraagt een affiche wie informatie kan verstrekken over Thea Kramer, die sinds 4 oktober 1991 wordt vermist.

Legionair
De deur van het portaal naar de wachtkamer is gesloten. De deur tussen de wachtkamer en de spreek- en behandelkamers ook. Elke patiënt wordt persoonlijk door Leny binnengelaten. Het is niet zozeer een kwestie van hoffelijkheid, maar meer van veiligheid. Er struint in deze buurt nogal wat wonderlijk publiek rond. De in legerjas gehulde Nederlander die zich met veel rumoer aandient, lijkt niet direct kwaad in de zin te hebben. Vrijpostig ploft hij neer naast de patiënte uit Ecuador. Onder z'n camouflagepak draagt hij een rode overall, aan de voeten soldatenkistjes. Met z'n stoppelbaard en uitstekende jukbeenderen zou hij geen gek figuur slaan als legionair van het Franse vreemdelingenlegioen. „Bent u dit jaar al hier geweest?" roept Leny vanachter de receptie. „Nog niet", schreeuwt de man terug, op een toon of hij zich daarvoor moet schamen. De donkere vrouw naast hem is opgestaan en verdwijnt, voor de receptioniste het in de gaten heeft.

Bajonet
De legionair legt z'n benen op de houten bank en sluit de ogen, tot Leny roept dat hij binnen kan komen. Dokter Enrico Saffioti is gearriveerd. De Italiaanse arts houdt één keer per week spreekuur in de Kruispost. Z'n patiënt blijkt honderd meter verderop te wonen, in een vaartuig van afvalhout. Het mag een wonder heten dat het roze krot nog niet op de bodem van de gracht ligt. In september kwam de Brabander uit de gevangenis. „Binnenkort ga ik waarschijnlijk weer terug", deelt hij mee. „Ik kan me niet vinden in dat dakloze gedoe. Ik heb me al laten pakken voor een winkeldiefstalletje, om de nood aan te geven, maar ik geloof niet dat dat doordringt. Het zal er denk ik toch van komen dat ik iemand neersteek." Om z'n woorden kracht bij te zetten, trekt hij een vlijmscherpe bajonet onder z'n jas vandaan. Saffioti slaat er nauwelijks acht op. Hij bestudeert de bloedige streep op 's mans enkel. „Nee nee, geen ruzie gemaakt", verzekert de Brabander opgewekt. „Volgens mij is het een schaafwond." Of de dokter er wat jodium en een pleister op kan doen. En als wij zin hebben, kunnen we straks best even naar z'n bootje komen.

Aids
Hij behoort tot het vaste publiek van de wallen. En van de Kruispost. „Ik heb echt respect voor die mensen hier. Je wordt altijd keurig behandeld." Over de rest van de samenleving is hij minder lovend. Die wordt steeds harder. „Twintig jaar geleden, weet je wel, toen kon je als zwerver in de wintermaanden gewoon de bak in. Maar dat is ook al niet meer het geval." De litanie eindigt in een lofzang op z'n bajonet, waarmee hij iemand overhoop zal steken, als er niet vlug wat gebeurt. „Ik laat m'n sporen achter, reken daar wel op." De enkel is inmiddels verbonden. „Ik heb 25 gulden verdiend, daarvan kan ik er vijf aan u geven", stelt de zwerver voor. „Als jij wil, graag geven daar", grijnst Saffioti, wiens Nederlands weinig beter is dan dat van de doorsnee bezoeker van de post. Terwijl Leny de 'bajonet' uitlaat, ontvangt de Italiaanse arts de volgende patiënt: een nerveuze twintiger, die als land van herkomst Azië heeft opgegeven. In de spreekkamer wordt hij iets concreter. Hij is afkomstig uit Irak. De reden van zijn bezoek is angst. Hij heeft de verleiding van de buurt niet kunnen weerstaan. „Jij denken aids?" begrijpt Saffioti. De man knikt.

Transseksueel
De Kruispost werd gesticht in 1983. Aanleiding was het verdwijnen van het Binnengasthuis uit het centrum van Amsterdam. Om toch basale medische zorg te kunnen verlenen, opende OudeZijds 100, in samenwerking met de Johannieters, een oecumenisch evangelisch hulpcentrum voor medische en psychosociale hulpverlening. Voornamelijk gefinancierd uit giften. Een kleine dertig artsen, allemaal vrijwilligers, houden er bij toerbeurt spreekuur, 's Morgens van tien tot half een en 's avonds van zeven tot half elf Het avondspreekuur is verreweg het populairst. De coördinatie is in handen van "chef de clinique" Hannie van der Wensch. Ze begint haar werkdag met het doornemen van de memo's die in de receptie zijn opgeplakt, ter waarschuwing of herinnering. Zoals deze:
Hannie en collega's Thérèse v.d. Helm heeft gebeld over een transseksueel uit Ecuador. Gisteren is in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis open TB geconstateerd Hij is naar de GG/GD gestuurd, maar niet aangekomen. Als hij komt, stuur 'm direct naar GG/GD.

Naaiateliers
In de medische administratie van de Kruispost zijn zo'n 130 landen vertegenwoordigd. Het gaat bijna zonder uitzondering om allochtonen zonder verblijfsvergunning, ziekenfonds en bankrekening: drie onmisbare ingrediënten in een westerse samenleving. Op de patiëntenkaarten is het probleem tot de kern teruggebracht met de code OB. Onverzekerde Buitenlander. Sinds twee jaar neemt hun aantal fors af In 1993 noteerde de post nog tienduizend consulten. Het jaar daarop was dat ruim 7300. Vorig jaar een kleine zesduizend. Hoewel ze voorzichtig wil zijn met conclusies, heeft Hannie van der Wensch wel haar gedachten over de oorzaak. In de eerste plaats was er de opruiming van honderden illegale Turkse naaiateliers, door Justitie. Een belangrijk deel van de bezoekers van de Kruispost zijn arbeidsmigranten die vanwege de economische misère in hun thuisland naar Nederland zijn gekomen om hier met zwart werk een inkomen te verwerven. Daarnaast is de instroom van vluchtelingen door het verscherpte asielbeleid sterk teruggedrongen.

Maatschappelijk werk
De intensiteit van het werk neemt niet af Peggy Krol, hoofd maatschappelijk werk van de Kruispost, krijgt het alleen maar drukker. Achter de lichamelijke klachten waarmee de meeste patiënten komen, gaan bijna altijd ernstige sociale en maatschappelijke problemen schuil. De Amerikaanse hulpverleenster heeft net een gesprek afgerond met een knaap van de Bahama's, die naar de post is gekomen omdat z'n paspoort is gestolen. Een probleem waarvoor daadwerkelijk een oplossing kan worden gezocht. Dat is nog maar zelden het geval. „Toen ik in 1985 begon, kon je ook voor de illegalen wat doen. Dat lukt bijna niet meer. De sociale dienst wordt steeds zakelijker. Ons werk is daardoor veranderd. Ik voel me nu meer een counselen Je bent de laatste strohalm waaraan deze mensen zich vastklampen. Ik probeer zo eerlijk mogelijk aan te geven wat hun te wachten staat als ze hier blijven, en bied m'n hulp aan wanneer ze ervoor kiezen om terug te keren naar hun eigen land."

Verkoudheid
In de wachtkamer verwelkomt Leny vier Indonesiërs, drie vrouwen en een man. Een van de dames wil een dokter spreken, meer willen ze niet kwijt. Gilbert, een sluikharige Schot in een tafelkleed, is spraakzamer. Hij zwerft al jaren rond in Amsterdam, brengt regelmatig een bezoek aan de Kruispost om even bij te praten met Peggy, en lijkt niet ontevreden met zijn nomadenbestaan. Twee Chinese heren met videocamera zijn duidelijk vreemde eenden in deze bijt. Ze zijn in opdracht van een Chinees staatsbedrijf voor zaken in Amsterdam. Een van hen voelt zich niet fit. Door demonstratief te hoesten geeft hij aan waar het probleem zit. „Leuk hè", lacht Leny van Bentum. „Op één morgen zie je hier de hele wereld voorbijkomen." In de spreekkamer van Hannie van der Wensch sjort de Chinees bereidwillig z'n spencer en overhemd omhoog. De stropdas hangt slap op de kolossale blauwe onderbroek, die nagenoeg tot de navel reikt. Het onderzoek van de longen levert niets op. „Een gewone verkoudheid", stelt de arts vast en schrijft een recept uit voor een keeltablet. De patiënt loopt over van dankbaarheid. Naast de kosten van het consult schenkt hij tien gulden als gift. „For Jesus." Gilbert gaapt het vertrekkende tweetal na of hij water ziet branden.

De Witte Jas
Behalve bij de Kruispost kunnen onverzekerden aankloppen bij De Witte Jas. Het centrum werd in 1985 vanuit de kraakbeweging opgericht als een gezondheidswinkel voor de Staatsliedenbuurt, maar ontwikkelde zich al snel tot een medisch Mekka voor onverzekerden. De belangrijkste doelgroep zijn de illegale arbeidsmigranten, waarvan Nederland er naar schatting zo'n 100.000 telt. De rest van de patiëntenpopulatie bestaat, net als bij de Kruis- post, uit afgewezen asielzoekers, daklozen, zwerfjongeren, drugsverslaafden, psychiatrische patiënten en toeristen. Het centrum, waaraan naast artsen ook natuurgenezers en fysiotherapeuten verbonden zijn, heeft de achterliggende tien jaar een eigen plaats verworven in de Amsterdamse gezondheidszorg. Vorig jaar verzorgde De Witte Jas drieduizend consulten. Veel huisartsen en zelfs ziekenhuizen in de hoofdstad verwijzen onverzekerde patiënten naar de gezondheidswinkel. Deze trend zal waarschijnlijk nog toenemen als de Koppelingswet wordt aangenomen. Kern van deze wet is dat de aanspraak op maatschappelijke en sociale voorzieningen wordt gekoppeld aan een verblijfsvergunning. Op 1 januari werd de Algemene bijstandswet al aangescherpt. Die staat behandeling van onverzekerden nu alleen nog toe als aantoonbaar is dat de patiënt in levensgevaar verkeert, zonder behandeling blijvende invaliditeit oploopt of door een besmettelijke ziekte gevaar voor de volksgezondheid oplevert.

Advertentie
Doel van deze maatregelen is het illegalenprobleem terug te dringen. Voor Markus Kruyswijk, huisarts in de Amsterdamse Indische buurt en bestuurshd van De Witte Jas, getuigt dat van struisvogelpolitiek. „De stroom arbeidsmigranten ontstaat niet door trek van Nederland, maar door druk in het thuisland. Die verandert niet als deze mensen in Nederland de toegang tot allerlei voorzieningen wordt ontnomen." De discussie over de gevolgen van het beleid laaide begin dit jaar op door een advertentie van de Amsterdamse huisarts Makdoembaks, voorzitter van de Stichting Rechtsbescherming Allochtonen, in NRC-Handelsblad. Daarin maakte hij wereldkundig dat Amsterdamse ziekenhuizen doodzieke illegalen soms een behandeling weigeren. Vooral het AMC moest het ontgelden. Hoewel ook Kruyswijk z'n zorgen heeft, is hij met dergelijke initiatieven niet gelukkig. „Makdoembaks geeft een scheve voorstelling van zaken. Het strakste ziekenhuis in Amsterdam doet nog altijd veel meer voor illegalen dan het eerste het beste ziekenhuis in Zwolle. De kern van het probleem ligt niet bij de ziekenhuizen, maar bij de politiek."

Gasthuis
Het bestuurslid van De Witte Jas ziet de ziekenhuizen primair als bondgenoot. Van een zure verhouding is zeker geen sprake. Wel lopen de belangen uiteen. De ziekenhuizen moeten zien rond te komen met het toebedeelde budget. Dat nuchtere feit laat zich moeilijk combineren met een zeer ruimhartig beleid. Het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis, dat haar sociale gezicht wil behouden, betaalt daar een forse prijs voor. De behandeling van onverzekerden levert dit ziekenhuis jaarlijks een verliespost van een miljoen gulden op. Als het overheidsbeleid consequent wordt doorgevoerd, zal dit bedrag waarschijnlijk verdubbelen. In een publicatie van De Witte Jas vroeg economisch adjunct-directeur H.RM. van der Lubbe zich dan ook in alle ernst af hoelang het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis nog werkelijk een gasthuis kan zijn. Kruispost-directeur Hannie van de Wensch staat minder afwijzend tegenover de aanscherping van de wetgeving. „Ik deel niet de visie dat iedereen zomaar, zonder te betalen, toegang moet hebben tot de Nederlandse gezondheidszorg. Je kunt de kosten voor de behandeling van onverzekerden niet allemaal afwentelen op de Nederlandse belastingbetaler. Ik krijg van patiënten weleens het verzoek om verwijzing naar een specialist voor een klacht waarvan ik denk: „Dat loopt zo'n vaart niet. Je moet er eerst maar eens een halfjaartje voor sparen." Wel moeten we als rijk land onze humaniteit in het oog houden. Mensen die dringend specialistische hulp nodig hebben, moet je kunnen verwijzen. Hetzelfde geldt voor kinderen, zeker kinderen in de zwangere buik. Mijn ervaring is dat ziekenhuizen deze opvatting delen. Ik heb er zeker geen slechte ervaringen mee."

Gebakken peren
Met medisch toerisme, waartegen met name Bolkestein waarschuwt, wordt zowel de Kruispost als De Witte Jas zelden geconfronteerd. Het bevestigt Markus Kruyswijk in zijn overtuiging dat de aanpassing van de wetgeving niet berust op feiten, maar inspeelt op de onlustgevoelens van de Nederlandse bevolking. De vraag is bovendien of de kosten door een strakker beleid werkelijk worden teruggedrongen. Door de illegalen basale medische zorg te ontnemen, groeit de kans dat ze op een kwade dag voor een levensbedreigende kwaal in een ziekenhuis opgenomen moeten worden. Dat kost meer dan een bezoek aan de huisarts. Ook maatschappelijk werkster Peggy Krol van de Kruispost heeft niet de indruk dat de Koppelingswet het beoogde effect zal hebben. „Mijn ervaring is dat de meeste illegalen echt niet teruggaan. Het enige verschil is dat de overheid z'n handen ervan aftrekt en het probleem afschuift naar de hulpverlening. Wij zitten met de gebakken peren."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.