+ Meer informatie

De Pelgrimsreis is voor Oud en Jong

7 minuten leestijd

14

Uitlegger wil dat wij klaarheid bekomen in het hartvernieuwende werk der genade. In de grote kamer ging het om het grote wonder der genade tot vernieuwing en bekering van een grote zondaar. Wij hebben er moeduitmogen scheppen. Hoe droevig het ook in ons hart gesteld is, het kan door de genade van het Evangelie vernieuwd worden, zodat de Heere weer de hoogste plaats bekomt in het hart. Nu wordt de pelgrim, en wij met hem, door Uitlegger geleid in een kleine kamer, waar twee kinderen elk op een stoel gezeten zijn. Nu wil onze hooggeachte leermeester ons laten blikken in het kinderhart dat nog klein is, maar toch niet te klein voor de Heere en voor Zijn dienst. Hij wil dat de kinderen tot Hem komen om door Hem geleerd en gezegend te worden tot bevrijding van de vloek der wet.

Onze kinderen weten dat wij in Adam gezondigd hebben en dat de erfschuldbij degeboorte is toegerekend. „Ik ben”, en dat geldt van elk kind, „in ongerechtigheid geboren en in zonde heeft mij mijn moeder ontvangen”. Alleen in de zegen van Gods genade is de bevrijding van het verderf der ongerechtigheid. De ouders bidden met de kinderen de Heere om een nieuw hart. Om een hart dat Hem liefheeft en kinderlijk vreest. Het is zo groot als kind de Heere te zoeken en te bidden om genade. In de Doop worden elk kind de beloften van het Evangelie verzegeld tot een pleitgrond voor het gebed. En daarover hebben de ouders met deze twee kinderen gesproken. Gesproken van de heerlijke dingen, die door de vervulling van deze beloften van de Heere verkregen worden bij het aanbreken van de eeuwigheid. Maar de oudste van deze twee kinderen zag geen dierbaarheid in de Heere. Voor hem had het spreekwoord „Acht is meer dan duizend” alleen maar betekenis voor de tijd. Hij denkt er niet aan acht te slaan op de grote zaligheid. Er zijn wel duizend dingen op deze wereld, die zijn hart innemen, waarmee hij denkt verzadigd te worden. Zijn hart gaat er dan ook geheel naar uit, dat alleen trekt hem.

Bij de kinderen van deze wereld klaagt hij over zijn ouders. Hij mag niets en krijgt niets, moet mee naar de kerk, al is het nog zo koud. Enzoalsdiejongenszeggen,zegtook hij: Van de preek begrijp ik niets; maar zijn ouders weten wel beter.

Terecht heet hij dan ook hartstocht. Zijn hart gaat uit naar de dingen van deze wereld, niets mag hem ontgaan. Daarom hebben de lieden van deze wereld verwachting van de knaap, en een van de mannen komt tot hem met een mand kostelijke dingen, die hij voor hem uitpakt. „Want onze beste Hartstocht”, zo sprak hij, „moet toch ook wat hebben tot zijn vermaak”.

Deze knaap heeft al vast wat. Ezau had veel, maar verder kon het niet komen. Jakob had alles. Hij heeft bij veel tijdelijke zegeningen ook Gods reddende en vergevende liefde ontvangen.

Wat de knaap heeft, is op zichzelf niet meer dan ijdelheid. Het heeft hem bedrogen, het kan zijn hart niet verzadigen, het wordt door hem vernield en zie, hij houdt niet meer over dan wat stukken en scherven.

En zo ging het met Hartstocht van kwaad tot erger. Voor hem moet het leven, en hoe zou het anders kunnen, op een bittere teleurstelling uitlopen, of hij zou met de verloren zoon nog tot bekering moeten komen. Maar tot nu toe is het leven van zijn jongste broer hem niet begeerlijk. Hij heeft hem zelfs uitgelachen, met verachting op hem neergezien, daar het goed van deze wereld hem niet gebracht werd. Hij had naar het oordeel van Hartstocht niets, niemand dacht aan hem. En toch had de jongste broeder een kostelijk bezit, een innige vreugde, zodat hij niet met e6n wereldburger wilde ruilen. Met zijn hart mocht hij zich verblijden in detoezeggingvan Gods genade. Vanuit die toezegging werd hij vertroost door Gods goedertierenheid. Hij werd er door ondersteund in het wachten op de vervulling van Gods beloften. Het denken en leven vanuit Gods goedertierenheid was hem meer waard dan al de schatten van deze wereld.

Naar de mening van Hartstocht dacht niemand aan zijn broeder. Maar de Heere dacht aan hem en gaf hemzoetevoorsmakenvande eeuwige zaligheid, zodat hij geduldig kon wachten op de hemelse erfenis. Daarom werd hij dan ook Geduld genoemd. Bij het genot van de liefde Gods in het hart, verdwijnt een mand vol van de kostbaarste dingen van deze wereld in het niet.

Maar in het smaken van des Heeren gunst lacht Geduld zijn oudste broeder niet uit. Hij heeft medelijden met Hartstocht. Het hart dat geschapen is door de Heere om eeuwig te leven in Zijn gemeenschap, kan nooit bevrediging vinden in de dingen van deze wereld. En zo heeft Geduld het hart van de Pelgrim ingenomen met geduldig wachten op de vervulling van Gods beloften. „Ik zie wel”, zo sprak hij, "dat Geduld de ware wijsheid bezit en wel om velerlei reden. Ten eerste omdat hij tracht naar de beste gaven en ten andere omdat hij ze in heerlijkheid zal beerven, als de andere niets dan scherven overhoudt”. Hartstocht behoorde tot het geslacht, dat de dienst des Heeren veracht. Wordt gelijk gesteld met de kinderen die niet wilden spelen en veroordeeld met dit woord: „Wij hebben u op de fluit gespeeld en gij hebt niet gedanst; wij hebben u klaagliederen gezongen en gij hebt niet geweend”.

Als Johannes de Doper zijn klaagzang aanheft over de onbekeerlijkheid van zijn geslacht, dan weigert het te wenen over zijn ongerechtigheid. Naar hun oordeel heeft Johannes de duivel, hij gunt ons het leven niet. Daar wij toch niet geheel ontbloot zijn van gerechtigheid, mag hij ons toch niet verwijzen naar de buitenste duisternis.

Maar komt de Zoon des mensen etende en drinkende met Zijn bruiloftskinderen, dan zegt datzelfde geslacht: „Zie daar een mens, die een vraat en wijnzuiper is, een vriend van tollenaren en zondaren”.

Het spel gaat niet door. Bij Johannes niet, daar wij in onze gerechtigheid niet worden gewaardeerd. En bij de Zoon des mensen niet, daar tollenaren en zondaren niet veroordeeld worden in hun ongerechtigheid. Wij kunnen ons dus met Johannes niet verenigen als man van de begrafenis, en met de Zoon des mensen niet als man van de bruiloft.

Maar moet het dan door de mens uitgemaakt worden of het spel gespeeld zal worden, ja dan neen? In geen geval, de Wijsheid speelt Haar spel naar de regel van recht en gerechtigheid. Maar niet in dezelfde volgorde.

Bij de kinderen op de markt volgt het begrafenisspelletje op hetbruiloftsspelletje. Dat doen zij natuurlijk daar de bruiloft depoortis naar dit leven en de begrafenis de weg vanuit dit leven. .

Maar bij de kinderen van de Wijsheid gaatde begrafenis aan het trouwen vooraf. Eerst moeten deze kinderen met Christus gekruist, gedood en begraven worden tot afsterving van de oude mens. En bij de opstanding van de nieuwe mens smaakt het hart de huwelijksvreugde van de eeuwige zaligheid. En in deze gang van zaken wordt de Wijsheid van Haar kinderen gerechtvaardigd.

In het natuurlijke leven volgt de rouwkoets op de trouwkoets, maar in het geestelijke leven volgt de trouwkoets op de rouwkoets.

Geduld heeft een wijs hart, de Wijsheid wordt door Hem gerechtvaardigd. Het geestelijk leven is van dag tot dag een sterven, een begrafenis. Maar dan smaakt het hart ook bruiloftsvreugde. De waterenderverdrukking verandert de Heere in wijn van zoete en zalige vertroostingen.

Kom Hartstocht, haal je hart niet langer op in de dingen van deze wereld. Laat hetklaaghuis, het wenen over de zonde je toch eens dierbaar worden. En dan zult u bruiloftsvreugde smaken. Hier bij de aanvang en straks volkomen. Zie op dat geluk en het zal u tot jaloersheid verwekken. Denk toch aan de verzegeling van Gods toezeggingen. De Heere komt nog tot ons met delokstem van het Evangelie. Hij kan en wil dwaze zondaren wijs maken tot zaligheid.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.