+ Meer informatie

Pleidooi voor eenheid strijdt met kerkbegrip

Discussie in volkskerk is tweederangs

6 minuten leestijd

Een echte reformatie van de kerk kan alleen plaatshebben als er sprake is van eenheid, zo stelde prof. dr. W. van 't Spijker donderdag op deze pagina. Dr. C. A. van der Sluijs is het daar niet mee eens. Hij beroept zich daarbij op de reformatoren. Dit levert volgens hem een ander beeld van de kerk op.

Prof. dr. W. van 't Spijker stelde op deze pagina dat de kerkelijke eenheid van alle gereformeerden in dit land een eerste vereiste is conform het credo, willen wij komen tot een echte reformatie als goddelijke opdracht van dit moment.

Met alle respect voor prof. Van 't Spijker, maar dit riekt mij -als hervormde- te veel naar vissen in troebel 'SoW-water'. Ook voor Augustinus is de eenheid van de kerk doorslaggevend voor het kerkbegrip. Maar voor hem is de spiritualiteit van deze kerkelijke eenheid niet te verwezenlijken vanuit of door enige vorm van kerkelijke afscheiding.

Ongetwijfeld dient er enige relativering te worden aangebracht wanneer men zich niet schuldig wil maken aan romantisering en idealisering van de "vaderlandse kerk" als planting van God in dit land. En wel vanuit Calvijns kerkbegrip: "Waar het Woord is, daar is de kerk." In deze visie op de kerk is er niet onmiddellijk sprake van de landelijke kerk, aangezien Calvijn primair de nadruk legde op de plaatselijke kerk. Van daaruit vindt de 'uitstraling' plaats naar de landelijke kerk en krijgt deze wezenlijk haar contouren. Daarmee is Calvijn geen congregationalist geworden die de landelijke organisatie van kerkzijn afwijst, maar het 'noodzakelijke' landelijke verband komt bij hem wél op de tweede plaats en krijgt mitsdien haar vervulling vanuit het kerkzijn van de plaatselijke gemeenten.

In tegenstelling tot Rome realiseerde en praktiseerde met name Calvijn het kerkzijn niet van bovenaf, maar van onderop.

Tweederangs

Dit betekent dan wél dat we met Calvijn opnieuw zullen beseffen dat de gang van zaken in de landelijke kerk hoogst belangrijk is, maar dat deze ondertussen wél van tweederangs betekenis moet worden genoemd. Niet waar hoogst belangrijke beslissingen worden genomen in de kerk is de kerk, maar waar het Wóórd is, dáár is de kerk!

Het ontwaken van dit kerkbegrip van Calvijn zou vandaag wel eens van grote actuele betekenis kunnen worden. Wanneer de "vaderlandse kerk" noodzakelijkerwijs vandaag de dag wordt teruggebracht tot de juiste 'eigentijdse' proporties, dan zou ze wel eens "samen met al de heiligen" in heel de wereld hier te lande weer wezenlijk "volkskerk" kunnen worden, zoals dit voor Hoedemaker in de vorige eeuw een 'must' is geweest. De kerk is als zodánig volkskerk -dat wil zeggen, zij is in principe open voor en naar het héle volk- of zij is géén kerk. Al is die volkskerk dan tot marginale en minimale proporties teruggebracht, zij heeft ten principale een (hét) Woord voor de wereld en daarmee in de eerste plaats voor het eigen volk.

Belijdenis

Het hangt ongetwijfeld samen met het kerkbegrip van Calvijn dat hij nergens opzettelijk en breedvoerig aandacht vraagt voor de eigen waarde en het gezag van de belijdenisgeschriften. Met Van 't Spijker hebben hervormd-gereformeerden de belijdenisgeschriften hoog.

Maar wanneer de belijdenisgeschriften in de kerk monddood zouden worden gemaakt, en de kerk als zodanig niets meer te zeggen heeft, dan betekent dit niet dat dan het Woord in de kerk niets meer te zeggen zou hebben! Waar het Woord van God is, dáár is de kerk, en het zal de kerk dan opnieuw leren van God te getuigen dan wel Zijn Naam te belijden.

Augustinus

Augustinus zag de kerk vooral als lichaam van Christus, waardoor zijn ecclesiologie (kerkleer) zich dan ook concentreerde in de éénheid van de kerk: "de kerk is er slechts in zoverre zij één is."

Daarbij nam de kerkvader Augustinus een bijzonder uitgesproken standpunt in als het ging om een afscheiding van de kerk. Hij meende dat het "nu de tijd van de afscheiding niet is, maar van het verdragen." De onontkoombare en gerechtvaardigde afscheiding komt eerst op de oordeelsdag, en niet eerder!

Augustinus bracht zijn uitgesproken standpunt dan ook als volgt onder woorden: "Wie zich afscheidt, scheidt zich af van Christus; wie haar eenheid verbreekt, breekt Christus Zelf in stukken." Zelfs zegt Augustinus dat dan de zonde tegen de Heilige Geest wordt bedreven!

Luther was zich deze augustiniaanse gedachtegang terdege bewust en zag de Roomse Kerk dan ook als de afscheiding van de kerk der eeuwen (ecclesia catholica). Daarbij was voor Luther het doorslaggevende criterium dat het Woord uit die kerk verbannen was. Dit laatste kan echter nooit volgehouden worden ten aanzien van de Hervormde Kerk ten tijde van de Afscheiding.

En als men van het eventueel niet (meer) ten volle kunnen functioneren van de belijdenisgeschriften een breekpunt maakt, dan is men op een ander niveau bezig dan Luther. En dan kan er geen sprake zijn van een eventuele afscheiding van de kerk der eeuwen. Voor Luther was het énige breekpunt de kerkelijke onmogelijkheid van de vrije verkondiging van het Woord van God.

Staat of valt

Als Van 't Spijker de kerkelijke eenheid van de gereformeerden in dit land het eerste artikel noemt dat zonder mankeren volgt uit al de artikelen van het credo, dan zou ik met Luther willen benadrukken dat de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof alleen het artikel is waarmee de kerk staat of valt. Alleen van daaruit krijgt het gereformeerde kerkbegrip zijn volle bijbelse spiritualiteit.

Dit katholieke denken wordt gedragen door een goddelijke objectiviteit, waarin onze subjectiviteit geborgen en gewaarborgd is. Een menselijk en vleselijk (en daarom vreselijk) subjectivisme komt vrij waar men het Woord tot object maakt, eventueel in de vorm van belijdenisgeschriften.

Altijd weer moet er aandacht voor worden gevraagd dat de belijdenis van de kerk der eeuwen niet luidt: "credo in ecclesiam" ("ik geloof in (!) de kerk"), maar "credo ecclesiam" ("ik geloof (!) de kerk"). En deze formulering is méér dan een toevalligheid; zij drukt het wézenIijke uit van het katholieke geloofsbegrip en daarmee hangt onmiddellijk samen het wezenlijke van het katholieke kerkbegrip!

Men kan zich van de kerk als planting Gods alleen afscheiden of tot haar terugkeren. Maar haar als zodanig ongedaan maken, kan niemand dan God alleen.

En een vereniging van alle gereformeerden, buiten de kerk als planting Gods om, is een interessant verschijnsel, maar blijkt wezenlijk in strijd te zijn met het katholieke kerkbegrip van de Reformatie. De repeterende breuk heeft zich dan alleen maar vermenigvuldigd onder de schijn van het tegendeel.

De auteur is hervormd predikant in Rotterdam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.