+ Meer informatie

Mensen op dood spoor

4 minuten leestijd

In de gemeente komen we telkens weer mensen tegen die het gevoel hebben dat zij „op dood spoor gerangeerd zijn". En soms lijkt het wel of God ook niet meer aan hen denkt. En dat roept dan weer allerlei bange vragen op.

Inderdaad, er zijn van die omstandigheden waardoor een mens aan de kant komt te staan. Laat ik er een paar noemen. Te denken valt aan ziekte of invaliditeit. Als de ziekte langdurig is of de invaliditeit blijvend, krijgen we te maken met arbeidsongeschiktheid (geheel of gedeeltelijk). Dingen die we vroeger konden, kunnen we nu niet meer. We moeten gaan loslaten. We moeten terugtreden. We gaan zodoende contacten verliezen. En het wordt stiller om ons heen. We staan op dood spoor.

Alleen
Iets dergelijks is er als we ouder worden. Ook dan moeten we loslaten en terugtreden. Het gaat niet meer zoals het vroeger ging. Ook dan komt dat gevoel van op dood spoor te staan. Wie houdt er nog rekening met je? Wie vraagt er nog naar je mening? Hetzelfde gevoel van uitgerangeerd te zijn -zij het wellicht in wat andere en mindere mate- hebben ook degenen die alleen zijn komen te staan. Ze hebben hun man of vrouw verloren. Als ze vroeger ergens heen gingen, gingen ze vaak samen. Dat kan niet meer. En nu gaat de overgebleven partij maar helemaal niet meer. Bezoek krijgen ze ook niet meer zoveel als vroeger. Je gaat je wat vergeten en verlaten gevoelen.

Denk niet dat het gemakkelijk is om dit soort ervaringen op te doen. Er wordt wel eens wat al te lichtvaardig over gedacht. Mensen die nog kunnen gaan en staan waar ze willen en die nog volop me kunnen doen in allerlei levensverbanden beseffen vaak nog niet half wat het is om op dat dode spoor neergezet te zijn. En als er geen begrip voor is, is er ook geen meeleven. En gebrek aan begrip en meeleven leidt ook nog wel eens tot opmerkingen die de toch al teleurgestelde nog verder kunnen wonden.

Door God vergeten
Wat de zaak vaak nog moeilijker maakt, is dat we in dergelijke omstandigheden ook kunnen gaan denken dat God ons vergeten is. Hij keert Zich tegen ons. Hij schakelt ons uit. Hij zet ons op dood spoor. „De hand des Heeren is tegen mij uitgegaan", klaagt Naomi (Ruth 1:13). En om het dan met de Heere eens te zijn, achter Hem aan te kunnen komen en Zijn bestuur als wijs en goed te aanbidden... Daar is een mens niet een, twee, drie aan toe. Soms willen we daar niet eens aan toe komen en verzetten we ons er innerlijk tegen. Maar als we er al wel aan toe begeren te komen, dan wordt er soms eerst heel wat afgeworsteld.

Ik noemde zojuist Naomi. We horen haar klagen: Noemt mij niet Naomi, noemt mij Mara; want de Almachtige heeft mij grote bitterheid aangedaan" (Ruth 1:20). Nu kunnen we erover twisten of Naomi het recht had zich zo te beklagen, gezien het feit dat ze zelf heel duidelijk uit de weg gelopen was, maar afgedacht nog daarvan heeft ze het voor zichzelf toch zo beleefd, dat ze met de weg des Heeren geen raad meer wist. Zijn weg met haar was doodgelopen...
Of denk aan Mozes. Hij was gevlucht, nadat hij in zijn onbesuisde ijver de Egyptenaar had doodgeslagen. Hij had gehoopt dat de Israëlieten zouden merken dat God hem wilde gebruiken om verlossing voor het verdrukte volk te bewerken, maar het was een grote teleurstelling geworden. En toen kwam hij in Midian terecht, in de eenzaamheid, op dood spoor. Hij werd schaapherder in dienst van degene die zijn schoonvader zou worden. Het verleden kwam hoe langer hoe verder achter hem te liggen. Dat was voorbij, voorgoed voorbij. En van het ideaal om nog eens iets voor het verdrukte volk van Israël te kunnen doen -het volk waar hij in het geloof voor gekozen hadzou ook nooit meer iets terechtkomen. Uitgerangeerd! Mozes heeft het er niet gemakkelijk mee gehad. Als hij een zoon krijgt, noemt hij die jongen Gersom, want, zo zegt hij: „Ik ben een vreemdeling geworden in een vreemd land" (Ex. 2:22). Op dood spoor gezet.

Ingeschakeld
Vergiste God Zich? Was dat dode spoor het einde? Staat Mozes daar en staat Naomi daar om verder door God vergeten te worden? Nee, zelfs dan gaat God met Zijn werk door. Zelfs dan, als wij het niet meer zien. Ook in dat uitgeschakelde bestaan kan God ons tot iets anders gaan inschakelen. Alleen, we zien het soms later pas. Als er licht over valt. Naomi was niet vergeten. Mozes was niet verlaten. Op Gods tijd maakt Hij de dingen schoon. Dat hebben ze allebei ondervonden. Klaag daarom niet te snel en word niet te gauw mismoedig. Volg Mij, zegt de Heere. Zijn weg is toch een goede. Op dood spoor staan behoeft nog geen verlies te zijn. Wie zal kunnen zeggen wat God met u van plan is en wat Hij met u voor heeft?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.