+ Meer informatie

De dominee heeft een beroep (3)

Ds. H.C. van der Ent: ,, Wanneer ik met emeritaat denk te gaan? Da's nogal eenvoudig: als ik klaar ben"

14 minuten leestijd

Hoewel hij de leeftijd der sterken al ruimschoots is gepasseerd, kan ds. H.C. van der Ent er nog niet toe komen om emeritaat aan te vragen. Zolang hij er de kracht voor heeft, wil hij volharden in de dienst van zijn Zender. Op de plaats waar Die hem stelt. De gemeente gaat er meestal van uit dat de dominee daar in de binnenkamer duidelijkheid over moet krijgen. De Elburgse predikant kaatste de bal meer dan eens terug. „Hebben jullie er al hcht in? We moeten tenslotte samen trouwen."

Hij was een eenvoudig landarbeider. De begeerte om het Woord van God te verkondigen, duwde hij weg. Tot het niet langer ging. Van der Ent stortte voor de kerkeraad van de Christelijke gereformeerde kerk in Barendrecht zijn hart uit. Geen van de broeders twijfelde aan zijn roeping. „Er wachtte acht jaar studie, maar de Heere kwam me tegen met de woorden: En die zeven jaren waren in zijn ogen als enige dagen. De studie verliep vlot. Ik kon met zes en een half jaar klaar zijn, maar daar werd een stok voor gestoken. Ik ben overspannen geworden en werd door vriend en vijand afgeschreven. Na de vakantie heb ik een psychiater geraadpleegd. Die raadde me aan om het maar weer te gaan proberen. In zes weken tijd heb ik al m'n achterstallige werk ingehaald en m'n semi-kandidaatsexamen gedaan. Toen mocht ik gaan preken. De eerste gemeente waar ik voorging was Werkendam. Ik heb daar niet gestotterd en gestunteld, maar gepreekt, 's Avonds kon ik alleen maar zeggen: Laat ieder 's Heeren goedheid loven, want goed is d' Oppermajesteit."

Zanger
„Ook het laatste jaar heb ik in versneld tempo gedaan. Veertien dagen voor m'n eindexamen liep ik door Apeldoorn. Toen kwam die tekst weer naar me toe: En die zeven jaren waren in zijn ogen als enige dagen. Op dat moment realiseerde ik me dat ik naar school gegaan was op 3 juli 1945 en dat ik eindexamen zou doen op dinsdag 1 juli 1952. Het was of ik door de grond gmg. Ineens werd me duidelijk waarom ik ziek was geweest. Om op tijd klaar te zijn." Z'n medestudenten bereidden hem erop voor dat hij niet direct een beroep zou krijgen. Hij had immers bijna nergens gepreekt. Het liep anders. In de feestelijke bijeenkomst ter gelegenheid van het slagen van de kandidaten, ontving Van der Ent al een beroepbrief Van Werkendam. „Vijfjaar eerder waren we 's met wat studenten bij prof Van der Schuit. Z'n familie was afkomstig uit Werkendam. Ze hebben daar een pastorietje gekocht, vertelde hij, maar er moet nog wel een vogeltje in. Geen pop, maar een zanger, Van der Ent. Omdat hij dat zo met nadruk tegen mij zei, ben ik Werkendam nooit uit m'n gedachten kwijtgeraakt. Terwijl ik amper wist waar het lag."

Kippenhok
Na Werkendam diende de boomlange predikant de gemeenten van RotterdamWest, Middelharnis, Katwijk en Dordrecht. Hij ging er min of meer van uit dat hij zijn tijd in Dordrecht uit zou dienen, maar God beschikte anders. „Zes jaar geleden kwam er een beroep van Elburg. Dat vond ik wel leuk, want ik was al 67. Zo is een mens. Ik had het aardig voor elkaar. Na een paar weken zou ik bedanken en het op zondag in de eigen gemeente meedelen. Maar toen ik op de preekstoel stond, wilde het er niet uit komen. Het ging gewoon niet. Die nacht kwam de gelijkenis van die twee zoons voor m'n aandacht. De ene beloofde in de wijngaard te werken, maar hij deed het met. De andere zei nee, maar hij kreeg berouw. Ik werd die tweede zoon. En toen ik het aangenomen had de eerste, want toen wou ik toch weer niet. Bij m'n komst in Dordrecht was het armoe troef, maar het werd als bij die weduwvrouw, die haar vaten moest vullen met olie om haar schuld af te lossen. Ik kreeg zoveel krediet op God, dat ik maar goot en niet in het kruikje keek, maar naar boven. Toen de vaten overliepen, moest ik naar Elburg. Daar kwam ik weer in een kippenhok terecht."

Omgekeerde kroon
In hoeverre mogen uiterlijke factoren worden meegewogen in de beslissing voor een beroep?
„M'n vrouw en ik zijn altijd van het standpunt uitgegaan: als je ergens naartoe moet dan ga je, hoger of lager salaris, pastorie of geen pastorie.
In Werkendam kreeg ik een beroep uit het buitenland. Ik mocht drie maanden overkomen, met behoud van traktement. Daarna vroegen ze me zes weken en kon ik m'n vrouw meebrengen. Daar voelde ik niks voor. Ik heb er een hekel aan om een gemeente op kosten te jagen, een beetje halfgek te maken, met een half schip vol cadeaus terug te komen en dan netjes te bedanken. Kort daarop vertrok ds. Laman uit Rotterdam-West naar Hamilton en kwam ik in Rotterdam op tweetal. M'n tegenpool werd gestemd, maar bedankte. Opnieuw kwam ik op tweetal en weer viel ik af Toen ik voor de derde keer op tweetal zou komen, heb ik gepreekt over: Ik zal die kroon omgekeerd, omgekeerd, omgekeerd stellen. Dat moest ik zelf beleven. Voor de derde keer werd ik afgekeurd. Pas de vierde keer werd ik gestemd. Je menselijke gedachte is dan: zoek het nou maar uit. Maar de Heere achtervolgde me met de woorden: ga naar de grote stad Ninevé en predik tegen haar. Daar heb ik ook intree mee gedaan."

Voorzienigheid
Hebben gezinsomstandigheden een plaats gehad in uw afweging van verschilende beroepen?
Ik denk bij voorbeeld aan onderwijsfaciliteiten voor de kinderen. „Ik geloof dat God daar in Zijn voorzienigheid Zelf wel zorg voor draagt. We hebben zes kinderen. Ze zijn voornamelijk in Katwijk opgegroeid en hebben in Dordrecht hun plek gevonden. Ik zie er de leiding Gods in, dat Hij met je gezin en je omstandigheden rekening houdt. Als je de Heere volgt, komen die dingen best in orde. Kijk, wat geloof je van de voorzienigheid Gods? De gemeente hier is niet groot en het kerkje was toen ik kwam een kippenhok. Nu hebben we een prachtig nieuw gebouw, dat acht ton heeft gekost. De schuld is in vier jaar afgelost. Mensen raken vaak helemaal in paniek als er wat geld nodig is voor de kerk. Ik heb altijd gezegd: God heeft geld zat. Van Hem is het goud en het zilver en het vee op duizend bergen. Waar het ons aan ontbreekt, is geloof."

Oude schilderijen
Ziet u de krachtige toepassing van een woord uit de Schrift als een absolute voorwaarde om een beroep aan te kunnen nemen?
„God spreekt op allerhande wijze. Hij doet dat door Zijn Woord, Hij doet het door daden. Die kunnen ook samenvloeien. Ik moet in ieder geval weten dat God mee gaat. Maar mijn weg is geen regel voor anderen. Een ieder zij in zijn eigen gemoed ten volle verzekerd. Groenewegen, die vóór mij in Werkendam heeft gestaan, was vanuit een kleine gemeente gekomen. Hij ging van het standpunt uit: als er duizend vissen voor m'n net zitten, kan ik er meer vangen dan wanneer er tweehonderd zitten."

Nogal wat oudvaders redeneerden net zo. Hoe beoordeelt u dat?
„Ik laat dat voor die mensen hun rekening liggen. Daar heb ik geen boodschap aan."

U zou het er niet mee kunnen doen? „Ik zonder meer niet, nee."

Wordt het verleden te veel geïdealiseerd?
„Prof Van der Schuit zei wel 's: oude schrijvers zijn net oude schilderijen. Je moet ze van een afstand bekijken, dan zijn ze op z'n mooist. Daar zit wel wat in ja. Door de afstand vervagen de scheuren en barsten."

Gods kerk

Gaat het getrokken iivorden naar een gemeente per definitie samen met het losgemaakt worden van de eigen gemeente?
„Meestal wel. Je voelt dat er een zekere afstand groeit en dat de tijd om te vertrekken rijp is. Daar kunnen ook uitwendige omstandigheden toe meewerken. Alhoewel het bij de ene gemeente makkelijker gaat dan bij de andere. Toen ik uit Dordt moest, is dat een hele knoop voor me geweest. Ik hing aan die gemeente, de kinderen, het kerkgebouw. Maar de Heere bepaalde me bij de tweede bede: Uw Koninkrijk kome. Dat is, zegt de Heidelberger Catechismus: bewaar en vermeerder Uw kerk. Het is niet mijn kerk, het is Gods kerk."

Bij zijn bevestiging zegt de predikant ja op de vraag of hij gevoelt dat hij van Gods gemeente en mitsdien van God geroepen is. Zou aan deze zinsnede niet de consequentie verbonden moeten worden om elk beroep aan te nemen?
„De belijdenisgeschriften en de formulieren spreken idealistisch, zoals het wezen moet. Ze omschrijven de kerk als een vergadering van ware Christgelovigen, die al hun heil en zaligheid alleen in de Heere Jezus Christus zoeken. Maar ga nou de kerk in de praktijk 's bekijken. Dan is het minder eenvoudig. Dat laat zien hoe ver we van huis zijn."

Rad van avontuur
Betekent dit dat we met deze zinsnede in de praktijk niet veel kunnen?
„Als God het toepast, kan het voor jou betekenis hebben. Maar ik heb zeker niet elk beroep ervaren als een roeping van God. Er is op dat terrein ontzaglijk veel geklungel. Ik zeg wel 's: het uitbrengen van een beroep is vaak een draaien aan het rad van avontuur Een kerkeraad zit te wikken en te wegen. Wie past nou hier? Ik geloof dat Jan hier wel passen zou, zegt de een. Een volgende voelt meer voor Piet. En Gerrit kan er ook nog mee door. Zo krijg je een rijtje namen. En dan wordt er beroepen. Het rad wordt rondgedraaid. Eerst Jan maar proberen. Hij bedankt. Het is Gods tijd nog niet. Want we hebben overal een tekst voor. Opnieuw draaien. Weer mis. Tjonge jonge, veel wederwaardigheden, veel tegenslagen zijn ons deel. We blijven vroom. En dan is het ineens raak. De dominee komt! En dan zó'n dominee, van God gekregen. Geweldig! Heel de gemeente wordt op stelten gezet, collecte gehouden, pastorie ingericht, volle kerk met de intreedienst. Wat zijn we toch gezegend! En als je twee jaar verder bent, vragen dezelfde mensen: wanneer zoud-ie vertrekken? Was daar dan geloof bij dat beroep? Of wou het volk alleen maar een koning, ongeacht of dat een Saul of een David is?"

Geloof
Mag een kerkeraad zich dan niet afvragen welke predikant in de gemeente past?
„Zeker, daar ben je redelijke mensen voor. Het is net als wanneer je een vrouw zoekt. Er zijn duizend vrouwen die goed en lief zijn, maar er is er maar één die bij jou past. Maar hoe maak je die afweging, met of zonder geloof? Daar draait het om. En het geloof dat geen vrucht draagt, is geen geloof Zou ik het zeggen, zegt God, en het niet doen?"

Er is niet in geloof beroepen, als een dominee bedankt?
„Juist. In de Bijbel staat: als we een geloof hebben als een mosterdzaadje en we zeggen tegen een berg dat hij opgeheven en in de zee gezet moet worden, dan gebeurt dat. Zou dat geloof dan geen dominee kunnen verzetten? Als je een dominee in geloof beroept, echt in gelóóf, dan hoefje geen tweede beroep meer uit te brengen. In de periode waarin beslist moet worden, belt de kerkeraad die je heeft beroepen nogal 's op. Of je er licht in hebt. Dan vroeg ik meestal: hebben jullie er al licht in, we moeten tenslotte samen trouwen. Dan stond de wagen vaak stil."

Het kan toch zijn dat de een in de kerkeraad wel in geloof beroept en de ander niet?
„Al is er maar één die werkelijk in geloof een dominee beroept, dan komt-ie."

Beet
Hoe waardeert u het als een predikant vooraf aangeeft dat hetgeen zin heeft om hem te beroepen?
„Van Rotterdam ging ik naar Katwijk. Ds. Van Leeuwen nam mijn plaats in Rotterdam in. Na zijn vertrek werd ik er weer beroepen. Twee jaar daarna opnieuw. Na nog twee jaar wilden ze me voor de derde keer beroepen. Ik heb gezegd: broeders, dat moet je niet meer doen, want Rotterdam is verleden tijd. Je moet als predikant ook opletten dat je niet een beroep uitlokt. Als je zegt dat je makkelijk hebt kunnen preken, dan denkt zo'n kerkeraad al vlug: we hebben beet, beroepen die man."

U hebt er op zichzelf geen moeite mee als een predikant terugkeert naar een vorige gemeente?
„Als hij voelt dat God hem daar weer wil hebben, niet. Als je de Bijbel leest, zie je hoe wonderlijk het kan gaan. Paulus kwam in de ene plaats meer keren terug, soms voor langere tijd, terwijl hij op een andere plaats maar een paar dagen bleef. Hij liet zich leiden door Gods Geest."

Geen rechte wegen
De meeste kerkeraden in de Christelijk gereformeerde Kerken beroepen uit een geselecteerde groep predikanten, die bij de "kleur" van de gemeente past. Hoe beoordeelt u dat?
„Ik ben nogal lang en heb zo zachtjes aan over al die muren heen Ieren zien. Uiteindelijk is er maar één kerk op aarde: de Christelijke Gereformeerde Kerk. Als je begrijpt wat ik bedoel. We hebben ik weet niet hoeveel onderscheidingen. Links, midden, rechts, rechts van het midden, links van het midden... Je wordt er simpel van. Ik vraag me wel eens af: wat is er nou nog uit God?"

Is de verdeeldheid in de loop der jaren toegenomen?
„Dat kun je wel zeggen. Hoe meer de kerk verdeeld raakt, hoe meer mensen zich ten koste van de partij die ze verlieten op de been moeten houden. Dan gaan ze schelden. Zoals je dat ook hoort van al die vrijbuiters die her en der optreden en daar uitgalmen: waar is er nog waarheid vandaag den dag? En de mensen zitten er ademloos naar te luisteren. Ik vind dat geen rechte wegen."

Zwarte bril
U behoort tot de zogenaamde "Bewaar het pand"-kring binnen de Christelijke Gereformeerde Kerken. Plaatst u uzelf daarmee ook niet in een bepaalde hoek?
„Ik bewaar inderdaad graag het pand. Maar die groep is voor mij echt niet het einde van alle tegenspraak."

De praktijk is wel dat over "panders"en "pandgemeenten" wordt gesproken. „Die onderscheidingen worden inderdaad gemaakt. Hij is een panddominee en die gemeente is een pandgemeente. Zo word je op een bepaalde manier geclassificeerd door de mensen. Het zij zo. Meestal berust die indeling ook nog op een jas en een das. Je kent dat gedichtje dat ds. Doornenbal eens kreeg toegestuurd? Een zwarte broek en een zwarte jas, een zwarte hoed en een zwarte das en dan misschien om Sions wil ook nog een zwarte bril. Dat is een beetje ludiek gezegd, maar er zit wel een stuk waarheid in."

Eerlijk
In principe zou u elke Christelijke gereformeerde kerk kunnen dienen? „Kunnen wel, maar ik betwijfel of ze me willen. Je kunt er niet omheen dat er bij ons gewoon verschillen zijn. Al moet je die niet overtrekken. Aan de linkerkant hebben ze het allemaal. Aan de rechterkant missen ze het allemaal. En ze leven er allebei rustig bij, in de dood. Weeg je met Gods weegschaal, dan vallen licht en zwaar weg. Dan telt alleen wat waar is. De één zegt: Christus is voor de mensen gestorven en dat moet je gewoon geloven. Punt uit. Een volgende neemt het heel wat zwaarder op. Die zegt: geloven, gelóven? Je hebt echt zomaar geen geloof Van dat lichte moet ik niks hebben. Nou, jij van het zware dan, akkoord. Als je sterft, ga je dan naar de hemel? Nee? Nou, dan ga je naar de hel. En dan begint het gésputter. Dat is toch ook wat, naar de hel, als je altijd zo voor de oude waarheid bent geweest. Dan vraag ik: wat wou u dan? Ik wil tegenover iedereen eerlijk staan. We moeten elkaar geen rad voor ogen draaien. Dat doet God ook niet. Het is voor mij wel 's een wonder dat Hij nog met ons mensen te doen wil hebben. Dat Hij zelfs mensen gebruiken wil. En ze ook werkelijk gebruikt."

Over emeritaat hebt u nog nooit gedacht?
„Gedacht wel, maar ik ben zo ver nog niet. Ze vroegen me 's wanneer ik met emeritaat denk te gaan. Nou ja, dat is nogal eenvoudig. Als ik klaar ben." 

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.