+ Meer informatie

Nooit meer terug naar crimineel Nederland

Weggepeste Rotterdamse ex-winkelier Joop van der Leije vindt nieuwe toekomst in Luxemburg

8 minuten leestijd

Gedesillusioneerd is hij niet, teleurgesteld wel. Hij zag Rotterdam veranderen. Geleidelijk nam de criminaliteit toe. Uiteindelijk maakte hij jaren achtereen zeker twee inbraken per week mee, nog afgezien van de kleinere winkeldiefstallen. Vijf jaar geleden hield hij het dan ook voor gezien. Joop van der Leije (59) sloot zijn audio- en tv-winkel aan de Boulevard-Zuid in Rotterdam en vertrok naar Luxemburg. Daar exploiteert hij nu vakantieappartementen en zet hij op bescheiden schaal zijn zaak voort. "In Nederland heb ik zakelijk niets meer te zoeken."

"Ik ben geboren en getogen in Rotterdam. In 1965 begon ik met een kleine winkel. Daarvoor was ik automonteur, hoewel mijn vader ook al een radiowinkel had. Vervolgens openden we aan de Katendrechtse Lagedijk in Rotterdam-Charlois een grotere winkel met radio's, televisies, koelkasten en dergelijke. Het was een echte buurtwinkel. De wijk was destijds uitgesproken rustig van karakter. De eerste gastarbeiders arriveerden in Nederland en van drugs had nog bijna niemand gehoord.

Met systematische diefstallen kregen we voor het eerst te maken in de jaren '70. Het ging dan vaak om een fiets, een enkele keer misten we een draagbaar radiootje of een platenspeler. Bij de eerste inbraak werd een ruitje ingegooid. Later sneuvelden soms verschillende keren achtereen winkelruiten van 3 bij 5 meter. Op een gegeven moment weigerde de huisbaas daar nog langer voor op te draaien. Ik sloot een verzekering af, installeerde speciaal inbraakwerend glas en er kwamen rolluiken voor de ruiten. Later ook voor de ingang, want ook die was op een gegeven moment niet meer veilig. De dieven trokken de rolluiken met een auto van de muur en dan werd de ruit alsnog ingeslagen.

Tweede ronde

Op een gegeven moment wilde de verzekeringsmaatschappij me niet meer hebben. Ze werden gewoon arm van me. We praten dan over de jaren '80. Vanaf dat moment draaide ik er zelf voor op. In die periode moest ik standaard twee keer per week naar de winkel omdat het alarm afging. Ik verkocht Bang & Olufsen, dat is erg gewild spul. Ik heb het ooit meegemaakt dat de boeven met een busje waren weggereden en dat buiten op de stoep nog een lading klaarstond voor de tweede ronde. Het kostte me uiteindelijk 300.000 gulden eigen vermogen plus nog enorme investeringen voor veiligheidsmaatregelen, bovendien werd de huur steeds verhoogd. Regelmatig waakten we 's nachts, maar dat was nooit een succes. Het is alsof dieven ruiken dat je er bent. Een verzekeringsagent beweerde dat het enige wat echt zou helpen, was om 's nachts met een geweer in een schuttersputje voor de winkel te gaan zitten.

In de loop van de tijd werd Charlois een enorm verpauperd getto. Op een gegeven moment werd het voor ons ondoenlijk om er nog een boterham te verdienen. 's Nachts was je bezig met het opruimen van de rommel van een inbraak, de spullen bewaken, wachten op de glaszetter en de etalage inrichten. De volgende dag kon je weer aan 't werk.

Ondernemersrisico

Begin jaren '90 zijn we op de Boulevard-Zuid opnieuw begonnen met een kleinere winkel. Wat denk je? Na twee dagen was de eerste inbraak. We hebben er vijf jaar gezeten. Oud en Nieuw brachten we altijd in de winkel door. Ik ben teleurgesteld vertrokken. Bij al die inbraken heb je van de gemeenschap niets te verwachten. "Ondernemersrisico", zegt iedereen. En zo word je dus kapotgemaakt. Ik was op een gegeven moment dan ook goed uitgekeken op Nederland. De politie komt toch niets doen. Ik heb me laten vertellen dat er op dat moment in Rotterdam-Zuid 's nachts twee politieauto's op de weg waren. Ik heb ook vele malen gesprekken gehad, maar uiteindelijk kwam er niets uit.

Mijn partner Astrid was voorzitter van de winkeliersvereniging van 250 winkeliers op de Boulevard-Zuid. Op de hele boulevard werd iedere nacht twee tot drie keer ingebroken. Het is frappant: niemand ziet inbraken gebeuren, zogenaamd dan. Mensen zijn bang voor represailles. Marokkanen waren in onze beleving het ergste. Bij winkeldiefstallen ging het echt altijd om Marokkanen, de laatste jaren ook Antillianen. Dat is geen racisme, maar gewoon een feit. Als je met een klant bezig was, moest je altijd ogen voor en achter hebben. Ik werd daar niet geflipt van, wel maakte ik me steeds meer zorgen of het financieel haalbaar was om zo door te blijven gaan.

Wilskracht

Ik heb lange tijd de wilskracht gehad om de winkel open te houden, maar op een gegeven moment gaat dat gewoon niet meer. We hadden alles gedaan om inbraken tegen te gaan, en nog kwamen ze binnen. Financieel lever je iedere keer in. Met de politie had ik de stilzwijgende afspraak dat ze een oogje dicht zouden knijpen als ik een winkeldief een paar flinke meppen gaf voordat de agenten kwamen. Dat was de enige keer dat ik goed kon samenwerken met de politie. Agenten zeiden dan vaak tegen zo'n boef die een paar tikken had gekregen: "Ach joh, ben je zo gevallen. Zielig voor je."

Op een gegeven moment gaan bepaalde dingen je ergeren waar je anders wel tegen zou kunnen, maar doordat je al behoorlijk murw bent niet meer. De agressiviteit in het verkeer bijvoorbeeld. Ik weet al niet meer hoe vaak ik in Rotterdam een opgestoken middelvinger heb gezien. Het gebeurde ook dat je spullen afleverde waarvoor dan niet betaald werd. Of dat je in opdracht van de sociale dienst een televisie afleverde op een adres en te horen kreeg van de bewoners: "Laat 'm maar in de doos zitten, want hij gaat volgende week mee naar Marokko." Dit meldde ik aan de sociale dienst en dan kreeg ik als antwoord: "Wij weten dat dit gebeurt, maar kunnen er niets aan doen." Het spijt me, maar ik kan me aan zo'n samenleving niet aanpassen. Nederland is afgegleden.

Stoppen

In 1995 namen we de beslissing om te stoppen en het geld dat we nog over hadden elders te investeren. We wilden eigenlijk naar Zwitserland of Oostenrijk, maar belandden uiteindelijk in Luxemburg. Daar kochten we een half afgebouwd huis van een Nederlander. We hebben het grotendeels zelf opgeknapt en sinds 1997 wonen we er. Een deel verhuren we als vakantieappartementen. Daardoor voelen we ons bepaald niet alleen. Het hele zomerseizoen is altijd alles bezet, daardoor doe je veel contacten op. We zijn hier ook niet heengegaan omdat we niet meer onder de mensen willen zijn, maar omdat we de criminelen meer dan zat zijn.

We adverteren met onze appartementen onder meer in een aantal natuurbladen en in het RD. Dat heeft alles te maken met het publiek dat we in onze appartementen willen. We hebben geen enkele binding met de christelijke achtergrond van het RD, maar ik heb er geen zin in om hier allerlei havenartiesten te krijgen met een krat bier en de radio op tien op het balkon. Je ziet ook dat mensen terugkomen of dat anderen naar ons komen dankzij mond-tot-mondreclame.

Hoewel ik goed ben uitgekeken op Nederland, hang ik niet allerlei radicale standpunten aan, zoals: "Alle buitenlanders het land uit." Maar ik denk wel dat de softe Nederlandse aanpak failliet is. Ik heb niet op de LPF gestemd en zal dat ook nooit doen, maar ik kan wel begrijpen dat er een tegenbeweging ontstaan is.

Verstandiger

Hier in Luxemburg is de situatie totaal anders. Criminaliteit komt hier hoofdzakelijk van Joegoslaven. Ik denk dat de overheid hier veel verstandiger optreedt tegen criminaliteit. Als je je daaraan te buiten gaat, word je zonder pardon over de grens gezet. En tegen rondhangende werkloze jongeren heeft men ook een remedie: die worden verplicht aan het werk gezet. De belangrijkste werkverschaffingvorm is de restauratie van de vele kasteelruïnes in het land. Die wordt voor een groot deel door werklozen verricht. Niet iedereen is daar even dol op, want het is hard werken. Dus reken maar dat je dan wel je best doet om aan een andere baan te komen.

Inmiddels zijn we erachter dat je niet helemaal naar Zwitserland hoeft om in een gebied te komen waar de normen en waarden gelijk zijn aan die in het Nederland van vijftig jaar geleden. Hier is tenminste nog een gezonde sociale controle, je kunt je sleutel in de voordeur laten zitten zonder dat je hele huis wordt leeggeroofd.

Spanning

We komen nog regelmatig in Nederland, gemiddeld één keer per maand. Het dorpje waar we wonen, Watrange, ligt tegen de Belgische grens. Daardoor zit je al gauw op de snelweg en is de afstand naar Nederland goed te overbruggen. Toch zou ik er nooit weer willen wonen; alleen als je ziek bent kun je beter in Nederland zijn dan hier. Verder heb ik er niets meer te zoeken.

Als ik via Antwerpen en Breda naar Rotterdam rijd, voel ik de spanning op me afkomen. Eenmaal op de Boulevard-Zuid, heb ik het helemaal gehad. Je ziet andere mensen, het is niet meer mijn sfeer. In het Rotterdam van enkele decennia geleden hielpen mensen elkaar, dat is nu ver te zoeken. Als een oud vrouwtje met haar fiets valt, stonden er vroeger tien mensen klaar om haar overeind te helpen. Nu ben ik de enige. En dan zie je omstanders nog verwonderd naar je kijken, zo van: Die is gek."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.