+ Meer informatie

VERKIEZINGEN/KERKVISITATIE

11 minuten leestijd

Terugkoppeling: een opmerking

In november 2002 schreef ik een artikel in dit blad onder de titel ‘Praktische perikelen rond verkiezingen’. Dat bleek, gezien het aantal reacties erop, een schot in de roos. Verschillenden waren ermee geholpen, en dat was de bedoeling. Er kwam daarnaast een tweetal reacties met inhoudelijke vragen c.q. kritiek. Daar wil ik graag nog op ingaan. Het betrof mijn pleidooi om gedeeltelijk ingevulde stembriefjes gedeeltelijk geldig te verklaren; bijvoorbeeld: wanneer er een viertal gesteld wordt, waaruit twee broeders gekozen moeten worden, en een gemeentelid heeft maar één naam aangekruist, dan is dat stembriefje half geldig en half ongeldig. Met het oog op de praktijk pleitte ik, om ingewikkelde berekeningen met breuken te voorkomen, tevens voor het tellen van de geldige stemmen in plaats van stembriefjes. Twee broeders predikanten maakten me er op attent in hun reactie, dat het niemand minder dan prof. J. Hovius geweest is die indertijd het pleit voerde voor een geheel geldig verklaren van een stembriefje, ook wanneer het maar gedeeltelijk is ingevuld. Nu kan ik eerlijk verklaren dat ik altijd, wanneer ik iets schrijf op het gebied van kerkrecht en kerkorde, eerst naga of ik iets van prof. Hovius bij dat onderwerp kan vinden. Bij dit onderwerp vond ik niets. Dat bleek ook te verklaren: de beide broeders hadden het op de colleges in Apeldoorn zo van hem onderwezen gekregen.

Terugkoppeling: de reactie

Niettemin meen ik, ook na er nog eens over nagedacht te hebben, bij mijn mening te mogen blijven; ook deputaten kerkrecht en kerkorde overigens - in welker kring we er nog eens even over doorspraken - delen die mening. De mening van prof. Hovius is dat iemand gekozen behoort te zijn die door een voldoende aantal stemgerechtigde leden gedragen wordt. Dat is ook mijn mening. Maar daarnaast huldig ik het principe dat een blanco stem niet mee behoort te wegen in de uitslag van de stemming. Het zou namelijk ruimte kunnen bieden aan eventuele ongeestelijke gedachten binnen de gemeente. Daar waakt een kerkenraad tegen - en ik leg dus het primaat bij die kerkenraad, en niet bij de gemeente, zoals één briefschrijver meende. Laat mij het mogen uitleggen.

Stel, 100 stemgerechtigde leden nemen deel aan de verkiezing van twee ouderlingen, waarvoor de kerkenraad een viertal heeft gesteld. Over één kandidaat (A) leven weinig vragen binnen de gemeente; het is een rustige, traditionele broeder. De drie anderen (B, C en D) hebben de naam een open oor te hebben voor geluiden die in de gemeente klinken over mogelijk gewenste aanpassingen in de eredienst. Een bepaalde groep -15 in getal - in de gemeente wenst alleen broeder A in de kerkenraad en spreekt af daarnaast een blanco stem uit te brengen. Een groot deel van de gemeente vindt evenwicht belangrijk en stemt br. A en één van de brs. B, C of D. De uitslag van de stemming is: A 90, B 50, C 25 en D 20 stemmen, 15 stemmen blanco. Bij ‘mijn’ rekenmethode ligt de meerderheid bij 47 (185:4 en dan het eerstvolgende gehele getal daarboven) en zijn de brs. A en B gekozen. Bij de telwijze van prof. Hovius zijn alle stembriefjes, ook de gedeeltelijk ingevulde, geheel geldig en ligt de meerderheid op 51. Dan is alleen br. A gekozen. Maar is dat geestelijk de bedoeling? De uitgebrachte blanco stemmen hebben een oneigenlijke invloed. Volgens mij hoort het principe te zijn: een blanco stem weegt niet mee, en wel te allen tijde. Daar is het wat mij betreft per definitie een blanco stem voor. Weliswaar heeft br. B niet ‘voldoen-de’ stemgerechtigde leden achter zich (één te kort namelijk voor de meerderheid zoals op de tweede manier berekend), maar is dat het eind van alle tegenspraak? Het komt vaker voor dat een broeder niet ‘voldoende’ stemgerechtigde leden achter zich heeft. Er is wel eens een beroep in onze kerken uitgebracht op een predikant nadat uit een tweetal was gestemd met erg veel blanco stemmen. Ik weet de preciese verhoudingen niet meer, maar laten we zeggen: 40 voor dominee A, 20 voor dominee B en 30 blanco. De beroepsbrief ging onherroepelijk naar dominee A, want blanco stemmen zijn ongeldig… en terecht. Maar natuurlijk: het was een uitgebracht beroep dat zijn eigen problemen met zich meebracht. Ik trek voor mijzelf die rekenlijn (die voor mij principiële kanten heeft) consequent door, ook bij grotere dubbeltallen.

Tot zover deze nadere toelichting, met dank aan de reacties! En voor alle duidelijkheid: niemand, ook geen kerkenraad, is verplicht deze mening te volgen. Als u uw eigen zienswijze maar helder en duidelijk in uw eigen verkiezingsreglement vastlegt.

Kerkvisitatie

Een nieuw onderwerp dat de aandacht vraagt, is de kerkvisitatie. Bijna had ik geschreven; de jaarlijkse kerkvisitatie, maar als u de verslagen van de classicale vergaderingen in de kerkelijke pers volgt, weet u dat dit ideaal lang niet altijd haalbaar is. Die kerkvisitatie wordt altijd vanaf de kansel bij de zondagse mededelingen - enkele weken van te voren! - aangekondigd. Maar wat is het?

Het woord ‘visitatie’ wekt bij ons in een bepaald kader onaangename gevoelens op. Er kan een visitatie plaatsvinden bij mensen op Schiphol, wanneer ze verdacht wor-den van het bij zich dragen (in- of uitwendig…) van drugs. Gevangenen in een streng regime worden na bezoek van familie vaak ‘gevisiteerd’. Het kan ook in een minder ‘bedreigd’ kader: onderwijsinstellingen, zeker op het gebied van hoger (beroeps)onderwijs kennen de periodieke visitatie vanwege de overheid, waarbij de kwaliteit van een bepaalde sector aan die school wordt gemeten, aan de hand van allerlei schriftelijk materiaal. Daar wordt meestal met de nodige onrust naar uitgekeken. Niet alleen moet er enorm veel voor voorbereid worden, maar er hangt ook veel van af: erkenning en bekostiging van de sector! Visitatie heeft de klank van: inspectie, onderzoek. De meeste mensen houden meer van ‘visite’: je gaat bij elkaar op bezoek en je praat over allerlei uiteenlopende onderwerpen.

Kortom: het is een woord dat op kerkelijk terrein enige uitleg nodig kan hebben. Ik las in een oud nummer van Ambtelijk Contact (1974, blz. 34) de definitie (hij is afkomstig van wijlen ds. H.U. Westerterp): het ‘jaarlijkse huisbezoek aan de plaatselijke kerk, namens de classis gebracht’. Dat is, zo lijkt mij, een heel mooie typering. Het legt tevens de kerkelijke gevoeligheden bloot, want tegen het huisbezoek wordt in verschillende plaatsen nog erg opgezien. De geestelijke bedoeling ervan kan echter nooit hoog genoeg geschat worden: hoe is het met ons leven voor Gods aangezicht gesteld? En met het oog op de kerkvisitatie zou de vraag dan kunnen luiden: hoe is het met ons kérkelijk leven voor Gods aangezicht gesteld?

Het principe

Onze vorm van kerkregering (waarin de verbinding zit tussen de plaatselijke gemeente en het kerkverband) vraagt om onderling meeleven en als het nodig is onderling toezicht. Als u wilt: om kerkelijke visite én kerkelijke visitatie. Men vindt de gronden daarvoor al in de Schrift: het is Kaïn die in Gen. 4:9b zijn ongeestelijkheid blootgeeft, wanneer hij de HERE de vraag voorlegt: ‘Ben ik mijns broeders hoeder?’ En in het boek Handelingen zien we hoe de apostelen de verschillende gemeenten een bezoek brengen (bijv. 9:32, 14:21 en 22). Paulus verhaalt ervan in zijn brieven (1 Cor. 4:17-21). En niet ten onrechte wordt de Heiland op grond van Openb. 1:9-20 - uitlopend op de brieven in hoofdstuk 2 en 3 - wel de grote Kerkvisitator genoemd.

Het is om die reden dat men de kerkvisitatie al in de oude, vroege kerk tegenkomt. In de Middeleeuwen komt zij in diskrediet: het ontaardt van onderling meeleven en schriftuurlijke correctie (waar nodig) in onredelijke heerschappij. En dat gaat in de kerk altijd - vroeg of laat - fout. In de eerste tijd van de Reformatie was er om die reden enige huiver voor het herstel van dit kerkelijke instituut, maar de synode van Dordrecht 1618-’19 gaf het een duidelijke plaats bij de taken van de classis en daar vindt u het nog steeds: in art. 44 KO. Het is misschien mooi om u iets van de oorspronkelijke tekst door te geven: het gaat er om dat de aangewezen broeders namens de classis bij nalatigheid ‘intijds mogen broederlijk vermanen’ en dat zij verder ‘met raad en daad alles tot vrede, opbouwing, en het meeste profijt der Kerken en scholen helpen dirigeeren’. U merkt het: er is geen twijfel aan de positieve opzet van dit alles.

De praktijk

Meestal worden er twee predikanten voor een bepaalde gemeente aangewezen om de visitatie te verrichten. Dat zal ook wel de reden zijn dat het niet elk jaar lukt: overvolle agenda’s wat het avondwerk betreft; en soms ook (eerlijk is eerlijk) een slordig agendabeheer… Daarom bepaalde onze generale synode in 1971 dat één predikant mag worden vervangen door een ouderling. Daarmee keerde men overigens terug tot het reformatorisch gebruik: de visitatie is een regeertaak, die dus toekomt aan de regeer- en niet zozeer aan de leer-ouderlingen!

Het is van belang dat het gaat om erváren broeders, met kerkelijke wijsheid. Men kan immers in aanraking komen met vragen die kerkelijk of geestelijk ingewikkeld liggen. Zeker in een kerkelijk leven dat zich steeds meer in de branding afspeelt (en wie zal ontkennen dat wij daaronder lijden?). Er kan een sluimerende breuk in een kerkenraad aanwezig zijn. Een doelgericht gesprek, waarin met wijsheid wordt gesproken door de visitatoren en waarin met vertrouwen wordt geluisterd door de kerkenraad, kan soms zaken kerkelijk-geestelijk tot rust brengen en een grote - soms uitslaande - brand voorkomen die veel schade aan zou kunnen richten.

Voor dat doel kan een kerkenraad trouwens ook de visitatoren te hulp roepen buiten de gewone visitatie om.

Wij hebben een reglement op de kerkvisitatie vastgesteld. U vindt het in bijlage 25 van de uitgave van de kerkorde (blz. 128-135). Niet minder dan 88 vragen worden daar opgesomd, verdeeld over verschillende aspecten van het gemeentelijk leven: dienst van het Woord en van de sacramenten - ambtswerk van de predikant(en); catechese; pastoraat; diaconie; kerkenraad; gemeentelijk leven; breder kerkelijk leven; beheer en financiën. Ook controleren de visitatoren de boeken en nemen zodoende kennis van de interne controle die daarop verricht wordt (niets meer en niets minder!).

Het zal weinig voorkomen, en het is ook niet erg zinvol, dat alle 88 vragen gesteld worden; dan lijkt het meer op het afwerken van een vragenlijst dan op een meelevend bezoek. Vaker worden de hierboven opgesomde hoofdstukken bij de kop genomen en ontspint zich een gesprek daarover, waarbij sommige ‘officiële vragen’ als kapstok of als binnenkomer kunnen dienen.

Bijzonderheden

Nog enkele bijzonderheden die kunnen voorkomen:

Om te beginnen is er speciale aandacht voor de plaats en het werk van de predikant. Visitatoren informeren naar zijn ijver en geestelijke diepgang en naar eventuele begeleiding in situaties waarin hij - en/of zijn gezin - het moeilijk zou kunnen hebben. Andersom wordt er ook gevraagd naar het geestelijk gehalte van de gehele kerkenraad. Die is immers in niet geringe mate bepalend voor de geestelijke sterkte of zwakte van de gemeente!

Soms leven er speciale vragen die de kerkenraad aan visitatoren wil voorleggen. Dat kan natuurlijk alleen wanneer het zaken betreft waar men onderling eerst over gesproken heeft. Eerder kunnen visitatoren niet geraadpleegd worden. Maar het kan in dat kader gebeuren dat er iets is, waarvan de broeders zeggen: wij komen er niet uit, wij hebben hulp ‘van buiten’ nodig. Welnu, deze broeders zijn ‘overgekomen en willen ons helpen’, namens het kerkverband.

Soms ook zijn er gemeenteleden die graag een gesprek met de kerkvisitatoren hebben. Daarom is het van belang (zoals ik in de inleiding stelde) dat de gemeenteleden bekend zijn met plaats en tijd waarop het classicaal bezoek zal plaatsvinden. Met welke onderwerpen kunnen zij komen? Wel, op dezelfde wijze als in de alinea hierboven beschreven: zaken die zij eerst - en niet zomaar één keer - met de kerkenraad hebben besproken, maar waarin zij niet tot overeenstemming zijn gekomen. En u begrijpt uiteraard dat het dan wel moet gaan over gebrek aan overeenstemming waarin bijbelse, confessionele of kerkrechtelijke motieven kunnen worden aangedragen.

Kerkvisitatoren proberen een brug te slaan. Zij geven een advies, zo zuiver mogelijk. Zij maken daarvan melding in hun verslag aan de classis (want dat moeten zij natuurlijk leveren bij de eerstkomende vergadering), die daarover spreekt en er kerkelijke kracht aan verleend. Wat is het mooi wanneer de op die vergadering aanwezig zijnde afvaardiging van de betreffende kerkenraad kan verklaren dat, mede op grond van het gegeven advies, de meningsverschillen uit de weg geruimd zijn. Daar is immers om gebeden?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.