+ Meer informatie

Tien regels voor huisbezoek

14 minuten leestijd

Bi] het begin van het nieuwe werkseizoen IS het in verschillende kerkeraden gewoonte geworden zich te bezinnen op de te verrichten arbeid Dit is een goede zaak, die allerwege aandacht en navolging verdient

Het IS met goed het ene jaar m en het andere jaar uit te werken m een gemeente zonder over de gemeente en haar bearbeiding opzettelijk te spreken, de moeilijkheden en mogelijkheden van die arbeid onder ogen te zien en in dezelfde sleurgang verder te gaan

Op een van de instructieavonden voor onze ouderlingen, waarin we ons samen bezonnen op het af te leggen huisbezoek, werden de volgende „regels” besproken, die we in dit artikel doorgeven

Het nieuwe begin, waarvoor we weet staan, geeft zijn eigen moeilijkheden We noemen er vier, die voor vele ouderlingen in vele gemeenten zullen gelden

a. U gaat voor het eerst als ouderling op stap Nu het eigenlijke werk gaat beginnen denlct u bij zichzelf wat ben ik begonnen en hoe durfde ik ja te zeggen? Wie ben ik die aan de gemeente geestelijke leiding moet geven? Diep in uw hart denkt urbet is toch eigenlijk wat, dat je in feite zonder enige voorbereiding op de gemeente wordt losgelaten

Misschien zijn er anderen, die dit jaar in een nieuwe wijk gaan beginnen en nieuwe contacten moeten leggen Het is in het algemeen niet aan te bevelen van jaar tot jaar van wijk te veranderen. Dat schept geen vertrouwen tussen ambtsdragers en gemeenteleden Maar er kunnen omstandigheden zijn waarin door een bepaalde reorganisatie een nieuwe wijkverdehng noodzakelijk is en het begin van een nieuw seizoen werken m een andere wijk gaat betekenen Het valt niet mee om te breken met iets, waar men vertrouwd mee is geraakt en in een ander deel opnieuw te moeten beginnen Hoe zal het gaan?

b. De spanning tussen eigen drukke werkkring en het ambtelijk werk Die spanning iS er vandaag onmiskenbaar Het maatschappelijke leven vraagt veel, het tempo ligt hoog, de zorgen zijn groot In plaats van rustig thuis te zitten en uit te kunnen blazen van de drukke dag, wordt u op huisbezoek geroepen te duiken m de problemen van anderen Dat kan enerzijds verfrissend werken en u behoeden voor overschatting van eigen problemen Maar het kan ook uw psychische druk vergroten en op een gegeven ogenblik tot overbelasting leiden Genoemde spanning leidt ook vaak tot prikkelbaarheid, zodat ongewenste kortsluitingen ontstaan en ambtelijke fouten worden gemaakt

c. De mentaliteit van de huidige mens, ook de kerkmens van vandaag Laten we nuchter m de werkelijkheid staan we hebben ook m eigen gemeentelijk leven met die mentaliteit te maken Drie trekken vallen zo maar op (uiteraard zie ik af van een grondige analyse van de huidige mentaliteit) de mens van vandaag heeft een hekel aan gezag, is critisch ingesteld tegenover alles en ieder is bevangen door de geest van veralgemening, die toonaangevend is in de massacommunicatiemedia van vandaag Deze drie trekken zijn niet overal even scherp waar te nemen Ze leven zeker niet bewust bij onze kerkleden Maar het is duidelijk dat ook onze kerkmensen, ja wij zelf als ambtsdragers, niet aan deze geest ontkomen

d. Tenslotte is er de aparte positie van ons eigen kerkelijk en gemeentelijk leven We hebben de roeping om te bewaren wat ons werd toevertrouwd en niet mee te gaan met de vervlakking, die zich op het erf van het gereformeerde leven vandaag duidelijk openbaart Anderzijds kunnen we niet volstaan met oude antwoorden en ligt onze kracht niet m het conserveren van oude vormen Die spanning tussen „bewaren” van de inhoud en „aanpas sen” m de vormen maakt het kerkelijke

leven vandaag niet gemakkelijk Het ge vaar is er dat men zich vandaag in de bijzaken verliest en de grote hoofdzaak niet aan de orde komt Dat maakt het ambtelijke leven vandaag tot een moeizame aangelegenheid

Tegen deze achtergrond willen we iets zeggen over het huisbezoek Het kan niet de bedoeling zijn een uitgewerkte handleiding te geven Trouwens het gaat toch altijd anders dan „in het boekje” staat We geven tien praktische regels

Stel u zo concreet mogelijk in op het door u te bezoeken gezin

1. Tracht zoveel mogelijk gegevens over de te bezoeken gezinnen te verzamelen en bespreek die gegevens eventueel samen met uw collega (eventueel, want de mogelijkheid IS niet uitgesloten dat u alleen op huisbezoek gaat Reden temeer om u terdege op de hoogte te stellen)

We zijn vaak te weinig systematisch en organisatorisch ingesteld, uit reactie waarschijnlijk tegen een formalistische manier van huisbezoeken, waarbij een vragenlijst wordt afgewerkt, waarmee het huisbezoek weer ten einde is

Maar het maakt een slechte indruk en u doet uw werk niet goed, als u niet weet hoeveel kinderen het te bezoeken gezm telt, in welke leeftijden de kinderen zitten, op welke scholen zij gaan of welk werk zij doen

Het is om goed huisbezoek te doen ook noodzakelijk om te weten of het betrokken gezm trouw ter kerk komt, hoe het catechisatie-bezoek van de eventuele kinderen is en of de gezinsleden het plaatselijke verenigingsleven steunen

Wie deze gegevens niet weet en b.v. ook niet op de hoogte is of de betreffende broeder en zuster avondmaal vieren (het komt in grotere gemeenten voor, dat de wijkouderlingen dat niet weten), doet geen concreet huisbezoek

Het gevolg is dat het doel van het huisbezoek met wordt bereikt, het betrokken gezm na afloop denkt die ouderlingen zijn ook niet op de hoogte, bij het verslag van het betreffende huisbezoek door medeambtsdragers of door de predikant gedacht wordt de broeders hebben hun werk niet goed gedaan en zij hebben met dat aan de orde gesteld, wat bij dit huisbezoek toch noodzakelijk aan de orde moest komen Het IS zo jammer dat dat ene uurtje per jaar met zo effectief mogelijk wordt gebruikt

2. Neem zelf de leiding van het gesprek op het huisbezoek

Dit iS een m.i. belangrijke regel, die beslist dient gevolgd te worden, wil het huisbezoek werkelijk aan het doel beantwoorden

De fout kan natuurlijk liggen bij de broeder of zuster, die u bezoekt en die zoveel praat en zoveel afleidingsmanoevres in het veld brengt dat u er niet tussen kunt komen, maar juist daarom is het zaak dat iedere huisbezoeker niet aanbelt met de gedachte „maar eens zien wat er van komt”, doch welbewust op het doel afgaat

Deze regel betekent niet dat u zelf voortdurend aan het woord bent, maar wel dat u de richting van het gesprek bepaalt en dan gaat luisteren Het huisbezoek slaagt dan goed, wanneer u misschien door een simpele opmerking de mensen hebt los gekregen We moeten beslist af van de gedachte dat we als ouderlingen of dominees zoveel mogelijk zelf moeten praten bij onze ambtelijke bezoeken Die gedachte stamt uit een verkeerde opvatting van het ambtelijke werk en uit een verkeerde mensbeschouwing Als u bemerkt dat de mensen hun hart hebben uitgestort, hebt u veel bereikt Het kan zelfs zo zijn dat dit voor één bezoek voldoende is Ik herinner me een geval, waarin de taak van de ambtsdrager bestond in luisteren en(

bidden Bij een volgend bezoek kwam de ambtsdrager aan het woord

Maar u kunt pas goed de leiding nemen in het gesprek, wanneer u weet wat er bij dit bepaalde bezoek aan de orde moet komen Men kan het als een bijzondere zegen ervaren, wanneer men m alle eenvoudigheid een pijl afschiet en dit een schot in de roos blijkt te zijn

Overbodig om te zeggen dat dit alleen zal kunnen, wanneer men zich aan de eerstgenoemde regel houdt zich zo concreet mogelijk instellen op het te bezoeken gezin

3. Wordt tijdens een gesprek nooit kwaad

Het gesprek wordt gevoerd De betrokken broeder of zuster trekt van leer, is bijzonder critisch ingesteld, stort fiolen uit over kerkeraad en gemeente en het kerkelijke leven m het algemeen Sommige mensen kunnen het bloed onder uw nagels weghalen Ze zijn dom en onbillijk Ze zijn zeer eenzijdig Hoe gemakkelijk worden we door deze wending van het gesprek geïrriteerd We zitten ons op te winden Voor we het weten doen we onze mond open en plaatsen we een tegenzet We proberen ons te verdedigen We lopen rood aan Het duurt maar even of uit onze woorden blijkt dat we ons kwaad maken Het wordt een kwestie van aanval en verdediging De sfeer is grondig bedorven Het kruid bitterheid schiet wortel, hoogst waarschijnlijk aan beide kanten, met alle nare gevolgen van dien Jaren later wordt nog over dat huisbezoek gepraat U kunt zich dat niet voorstellen, maar voor het betreffende gezin ging het om de éne jaarlikse ontmoeting met de kerk, voor u was het één bezoek uit een hele lijst

Wie zich tijdens een huisbezoek kwaad maakt vertoont niet alleen niet het beeld en gestalte van de grote Ambtsdrager, in Wiens dienst hij staat, maar hij heeft het psychologisch gezien ook verloren

We doen geen huisbezoek om de zaak van de kerk, zelfs met van Christus te verdedigen Maar het is wel belangrijk dat m onze houding Christus’ gestalte oplicht Daarom moeten we proberen rust en begrip op te brengen, meeleven te betonen Maar wie boos wordt geeft de indruk dat het om zijn persoonlijke zaak gaat

4. Ga staan in de schoenen van hem of haar die u bezoekt

Deze regel vloeit voort uit de vorige We moeten meeleven en begrip proberen te tonen Dat kunnen we alleen als we ons de situatie van de ander gaan indenken en we ons m zijn positie gaan verplaatsen Dat is het geheim van een geslaagd gesprek Sommigen menen dat dit betekent met iemand meepraten en hem in alles gelijk geven

Niets iS minder waar Het gaat hier om onbevooroordeeld luisteren, luisteren naar wat gezegd wordt (en naar wat met gezegd wordt), „vooral ook naar de gevoelens, die daarachter liggen, soms duidelijk herkenbaar, soms ook zo gecamoufleerd, dat alleen langdurige ervaring ons oor ervoor scherpt En zo luisterend leven wij ons in de wereld van de ander in” We kunnen rustig zeggen dat onze bekwaamheid m het voeren van gesprekken voor een groot deel afhangt van dit „invoelend verstaan, dat als voorwaarde heeft het gevoelig, genuanceerd en geduldig naar de ander kunnen luiste ren” De bekende psychiater prof dr H C. Rümke heeft het eens zo geformuleerd „Maximale nadering met behoud van distantie” We zullen de ander met wie wij spreken echt moeten aanvaarden zoals hij is Terecht schrijft dr E van der Schoot m het waardevolle boekje, m de Rotonde reeks bij Callenbach, Nijkerk, verschenen „ln gesprek met de ander” — aan welk boekje ik voor verschillende onderdelen van dit onderwerp veel heb te danken — „Als ik hoop, dat iemand ooit anders zal worden, dat zijn leven meer zal gaan beantwoorden aan zijn bestemming, dan moet ik beginnen

met hem te nemen zoals hij nu is, dan zal ik mij werkelijk dáár bij hem moeten voegen, waar hij zich nu bevindt”. „Ligt hij in de goot, welnu dan starten we in de goot. Dan moet ik niet beginnen met op een afstand hem toe te roepen:: „Hé, kom jij eerst eens uit die goot, dan kunnen we eens praten!” Nee, ik moet beginnen met mij bij hem te voegen in de goot, met andere woorden: aanvaardend, dat hij zich nu dáár bevindt, moet ik met hem van daaruit een uitweg zoeken.” (pag. 21).

Deze houding tegenover het gemeentelid in ons gesprek is uiting van waarachtige liefde en solidariteit ten opzichte van de medemens. Het heeft met slapheid en halfheid niets te maken. Heeft Christus Zichzelf ook niet ontledigd en is Hij niet ingegaan in ons menselijk leven?

Deze houding zal ik tegelijk moeten uitdrukken in mijn optreden; in gevoelens van respect, warmte, oprechte belangstelling en aandacht, zorg en liefde. Als ik dat niet doe, dan zal ik niets bereiken. Uiteraard moet ik dat niet beroepsmatig of ambtshalve doen. Dat heeft men trouwens gauw door. „De ander moet ervaren, dat ik in het gesprek met hem eerlijk, oprecht, echt en betrouwbaar tracht te zijn en dat ik in dit gesprek me niet geheel anders voordoe dan ik kan zijn.” (Van der Schoot a.w. pag. 18; trouwens het hele 2e hoofdstuk: „Fundamentele voorwaarden voor een vruchtbare gespreksvoering” is van belang).

5. Sta in het gesprek open voor correcties

Als u in gesprek bent met een ander, zijn er feitelijk drie mensbeelden, waarmee u te maken hebt.

Allereerst het beeld, dat u zich van de ander, met wie u spreekt, gevormd had. Ons geheugen is een kaartenkast. Wanneer u bij iemand aanbelt (of ook wanneer iemand bij u aanbelt), dan haalt u onwillekeurig een kaart uit de geheugenbak. Op die kaart

staat genoteerd uw oordeel over die persoon of dat gezin. Vaak een vrij willekeurig oordcel, gebaseerd op vage indrukken, losse geruchten of eenzijdig belichte feiten. Maar in het licht van die kaart voert u het gesprek. U kunt maar moeilijk van dit mensbeeld loskomen. In feite bent u bevooroordeeld. Dit is overigens in strijd met de onder der 4 geformuleerde regel.

Maar als u zich verplaatst in de situatie van de ander wordt uw eerste beeld gecorrigeerd. Daarom is het belangrijk om open te staan voor correcties. U moogt nooit op huisbezoek gaan met de gedachte: die man of die vrouw is nu eenmaal zo en dat wordt nooit anders. Hij heeft vroeger dit of dat gedaan of gezegd. En nu ga ik van daaruit alles bekijken wat hij zegt. Dan bent u een slecht huisbezoeker. In feite moest u geen gesprek voeren, want u voldoet niet aan de fundamentele voorwaarde om een gesprek te voeren in het algemeen en huisbezoek af te leggen in het bijzonder. Wat erger is: u gaat ongelovig op huisbezoek. Gelooft u wel in de kracht en het werk van de Heilige Geest? Kan juist die Geest niet gewerkt hebben in de ander, terwijl het op uw geheugenkaart nog niet geregistreerd staat? Kan die Geest uw gesprek niet zo leiden dat u uw kaait moet corrigeren? Ten goede, misschien ook wel ten kwade? Maar in ieder geval is het verkeerd u vast te bijten in uw „kaart” en niet open te staan voor hetgeen u hoort, als u goed en onbevangen luistert. Zo ontstaat al luisterend het tweede beeld.

En dan is er nog het derde beeld: het beeld, dat God van die mens heeft die u bezoekt. Zou dat beeld overeenkomen met uw, al of niet gecorrigeerd beeld? M.a.w. zijn we er diep van doordrongen dat God Zijn plan heeft met de mens of de mensen met wie spreekt? Hebben we dat steeds goed voor ogen en weten we ons in ons gesprek, inzonderheid op huisbezoek, in Zijn dienst?

Wie dat beseft komt met eigen oordeel over de mens niet klaar en kan dat oordeel niet doorslaggevend doen zijn. Hij wil zich laten

corrigeren niet alleen door het gesprek, maar bovenal door de Geest Zelf.

In dit verband moeten we onszelf voortdurend onder de loupe nemen; in feite moeten we leren onszelf te aanvaarden. Dat is een bijzonder moeilijke levensopgave. In het gesprek met de ander moet ik goed leren luisteren naar mijzelf, naar mijn eigen gevoelens. Ik moet me zelf steeds weer onder kritiek zetten. Wat voel en ervaar ik zelf in een bepaald gesprek? Waarom irriteert die man of die vrouw me? Omdat ik voel dat hij/zij mij niet mag en zet ik me nu af? Word ik op de vingers getikt en vind ik dat niet prettig? Word ik in mijn eigenliefde gekwetst omdat een collega door mijn gesprekspartner hoger wordt gewaardeerd?

We zullen onze eigen gevoelens moeten leren erkennen. Zo alleen vind ik de rechte instelling tegenover de ander, met wie ik spreek. We moeten leren open en vrij met onszelf om te gaan. Er zijn wat een krampachtige bezoekbroeders onder de ambtsdragers, die zichzelf zitten te handhaven al luisterend, wier gesprek gedoemd is om te mislukken.

Daarom: sta in het gesprek open voor correcties op de ander en op u zelf!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.