+ Meer informatie

Huisbezoek aan alleenstaanden

13 minuten leestijd

Wanneer je gevraagd wordt even ja of nee in te vullen op een formuliertje, dat er nog al eenvoudig uitziet en een vriendelijke vraag stelt, ben je geneigd zonder meer ja er op te zetten. Maar wanneer je dan dat ja waar moet gaan maken, blijken de zaken veel ingewikkelder te liggen, dan je gedacht had.

Zo was mijn ervaring althans, toen ik me nader ging bezinnen.

Het onderwerp Er zitten heel wat kanten aan deze zaak. Iedereen weet wel dat in het algemeen het krijgen van huisbezoek geen zaak van vreugde is bij een groot aantal kerkleden. Men leest soms zelfs, dat huisbezoek uit de tijd zou zijn. Men vindt, dat de kerk wel nuttiger en nodiger zaken kan aanpakken. Dat het niet meer past in een tijd, waarin de mensen mondig zijn geworden. Zo zou er nog veel meer te noemen zijn.

Maar het gaat hier om huisbezoek aan alleenstaanden. Toch roept dat ook weer vragen op. Want kun je al de alleenstaanden over èèn kam scheren? Er zijn namelijk zeer in het oog lopende verschillen. Om enkele groepen te noemen: Daar zijn de oudere weduwen en weduwnaars, die na een gezegend huwelijksleven alleen achterbleven. Zij zijn de alleenstaande bejaarden, die telkens schrijnend gevoelen, dat ze de levensgezel/gezellin zo moeilijk kunnen missen.

Er zijn ook jeugdige alleenstaanden: jongelui, die studeren en daarom kamerbewoners zijn geworden. Hier speelt het probleem, dat ze vaak thuis niet meer kerkelijk mee kunnen leven, maar ook niet elders, daar ze vaak de weekends thuis zijn. Dan zijn er mannen en vrouwen, die de levenspartner moesten missen, terwijl ze nog in het volle leven staan. Hoewel er kinderen zijn, zal men zich toch vaak een alleenstaande gevoelen, omdat de kinderen nog klein zijn, en deze nog niet mogen belast worden met levensproblemen, waarvoor hun schouders nog te zwak zijn. Tenslotte zijn er dan nog de ongehuwde mannen en vrouwen. Maar ook onder hen kunnen de verschillen zo groot zijn; de níet opvallende verschillen.

Het blijkt dus alweer, dat zo’n door ons bedachte verzamelnaam voor een aantal mensen, een èènheid suggereert, die eigenlijk alleen maar denkbeeldig is.

Vandaar dat bij nadere beschouwing de titel van dit onderwerp veel minder beperkt is dan men oppervlakkig vermoedt.

Zelf aan het woord Omdat het bijzonder moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk is, om in de huid van deze zo zeer verschillende alleenstaanden te kruipen is het misschien goed enkelen van hen het woord te geven. Toch zullen we ook nu nog in het oog moeten houden, dat de èèn de ander niet is. Zo ergens gewaakt moet worden voor nivellering van individuele verschillen, dan moet dat gebeuren in de gemeente van Jezus Christus. Hij heeft op onnavolgbare wijze oog gehad voor de enkele mens in zijn persoonlijke omstandigheden. Vanuit dit gezichtspunt (dat zou ik hier vast duidelijk naar voren willen brengen) is het juist gezien, dat ook bij het huisbezoek rekening wordt gehouden met de individuele omstandigheden en de persoonlijke eigen-aard-igheden van de enkele mens.

Hoe denkt u over het huisbezoek?

Oude weduwe, die al jaren alleen woont: Ach, wat zal ik er van zeggen? Ik denk daar nu zo heel anders over dan vroeger, toen mijn man nog leefde. Toen hadden we altijd aanloop. We hadden dan fijne gesprekken over ons gemeentelijk en kerkelijk leven. We voelden ons bij alles betrokken. We kenden veel gemeenteleden en ook de kerkeraad. Toen was huisbezoek zo anders. Nu komen er geen mensen meer. Echtparen schijnen er geen zin in te hebben om bij alleenstaanden op bezoek te komen,’t Zal wel komen omdat er dan geen man meer is om mee te praten. Je leven is nu zo heel anders. Daarom spreekt het huisbezoek me ook niet meer zo aan. Je praat niet zo gemakkelijk, als je de mensen niet kent. En je verleert het praten ook. Ik vind het wel fijn als de dominee komt. Die kent je en daar kan ik nog een gesprek mee voeren, waaraan ik wat heb.

Natuurlijk moeten de broeders hun werk doen. Het behoort er zo bij. Maar ik heb er niet veel aan.

Oude ongehuwde dame:

Weet je wat ik geloof? Dat de alleenstaanden het eerst worden overgeslagen. Ik krijg heus niet elk jaar huisbezoek. En van dat bezoek zou ook nog wel wat te zeggen zijn. Ze komen je wel van alles vragen, maar voor je eigen problemen hebben ze bijzonder weinig begrip. Ze kunnen zich, geloof ik, niet indenken, hoe het leven voor je is. We moesten maar vrouwelijke ouderlingen hebben om alleenstaanden op te zoeken. Ik geloof toch, dat die de zaken beter zouden aanvoelen. Ze zouden misschien ook meer doorgeven, wat je zei. Ik denk dat het huisbezoek op de kerkeraadsvergadering veel te weinig aan de orde komt. Dat er te weinig leiding wordt gegeven aan de ouderlingen, hoe zo’n bezoek zou kunnen verlopen.

Alleenstaande dame met leidinggevende positie in de maatschappij:

Ik kan er dit van zeggen: Zolang er huisbezoek wordt gedaan door een kerkeraad, vind ik dat je je volle medewerking moet verlenen. Je moet maken, dat je tot een zinvol gesprek komt. Omdat m’n ervaring is, dat het soms niet eenvoudig schijnt te zijn voor de ouderlingen om een gesprek te beginnen, maak ik dat ik zelf een onderwerp aansnijd, zo gauw de koffie op tafel staat. M’n werk en de dingen, die in de wereld gebeuren, geven genoeg aanleiding tot een goed gesprek. Ik houd de klok in de gaten en als er een uur om is begin ik m’n mond wat te houden. Meestal komen dan nog een stel vragen: Hoe ik de preken over het algemeen vind, of het Avondmaal mij wat te zeggen heeft, of ik nog speciale dingen heb om aan de kerkeraad door te geven, enz. Dan lezen en danken ze en staan op. Ik denk dan opgelucht: Zo dat hebben we dan maar weer gehad. Ik stel er geen andere eisen aan. Dat ene bezoek per jaar lijkt me voor mezelf niet zinvol. Wèl is het goed dat de dominee, via de kerkeraad, contact houdt met de gemeenteleden.

Minder zelfstandig en jonger meisje:

O, ik vind huisbezoek vreselijk. Wat moet je ineens tegen twee van die wildvreemde mensen zeggen? Ik begrijp niet, dat zo iets maar blijft bestaan. Ik zie er al dagen tevoren tegen op. Ik vind het ook allemaal zo onnatuurlijk. Wie begint er nu zomaar over z’n innerlijk leven te praten met mensen, die je niet kent? Als je niets zegt, beginnen ze zomaar te praten over dingen, die me op dat moment helemaal niet aanspreken. Soms ben ik die avond juist te moe om me in zo’n gesprek te verdiepen. Dan gaan de woorden gewoon over me heen, zoals dat ’s zondags ook wel kan gebeuren.

Misschien zou het beter gaan als er maar èèn ouderling kwam. Maar als die je helemaal niet begrijpt …

Nee, ik geloof, dat je eerst een soort vertrouwensrelatie moet opbouwen en dat er dan pas plaats is voor een gesprek. Misschien zou de vraag om huisbezoek van jezelf moeten uitgaan. Het komt soms zo ongelegen, terwijl je die avond toch wel vrij bent.

Zeer resoluut en nuchter type:

Over huisbezoek kan ik erg kort zijn. Volgens mij is de zin van het huisbezoek, dat de kerkeraad een soort inventaris kan opmaken van de geestelijke gesteldheid van de gemeente. Dat vind ik zonder meer zinvol. Vooral in deze tijd met veel randkerkelijken. Daarom moeten de ouderlingen een vragenlijst opmaken, waarmee ze de gemeente a.h.w. kunnen doorlichten. Daaraan moet je je volle en eerlijke medewerking verlenen. Maar als je een trouw kerklid bent, hebben de ouderlingen verder geen taak. Zij moeten hun tijd besteden aan de niet medelevenden. Als je trouw naar de kerk gaat, heb je aan dat éne gesprek per jaar geen behoefte, leder heeft z’n eigen contacten om over bepaalde dingen te praten. Als ik in nood zat, zou ik altijd de dominee in vertrouwen nemen. Die zal, lijkt mij, door zijn ervaring, je beter kunnen helpen.

Student, die huisbezoek krijgt op zijn eigen kamer, in zijn ouderlijk huis:

Huisbezoek zou misschien nog zin hebben, maar dan moeten ze een paar andere ouderlingen sturen. Met deze mensen valt gewoonweg niet te praten. Ze kennen me al van m’n lagereschooltijd. Ze zien je nog als dat jongetje van vroeger. Ze kuithen geen gesprek met je voeren, want ze vergeten dat je nú volwassen bent. Van de vragen, waarmee je als student rondloopt, weten ze niets af. Ze schijnen van de hedendaagse vraagstukken geen weet te hebben. Voor je wat gezegd heb, roepen ze al, dat je de Bijbel aan het woord moet laten. Nee, zulk huisbezoek breekt meer af dan dat het opbouwt.

Aan allen stelde ik de vraag of ze vonden, dat er aan het feit, dat ze alleenstaanden waren aandacht moest worden besteed. De eerste twee vonden dit gezien de antwoorden wel, hoewel de manier waarop dit zou moeten gebeuren bij beiden duidelijk verschilde. De jongsten gevoelden zich meer zelfstandig dan alleenstaand en hadden dus behoefte aan erkenning van hun volwassenzijn en verantwoordelijkzijn, uitkomend in de aard van het gesprek.

Degenen, die het ongehuwd-zijn en -blijven als een bestaande zaak beleefden, hadden geen enkele behoefte aan een „aangepast” huisbezoek, in welk opzicht dan ook.

Wat vind je zelf?

Wanineer je anderen naar hun mening vraagt, spreekt het bijna vanzelf, dat het je duidelijker wordt, wat je er zelf van vindt. Tot slot dus een poging eigen gedachten wat geordend weer te geven.

De aanloop van het gesprek deed me vaak denken aan het zweven van de meeuw op een koude wintermorgen tussen de schemerige huizen. Die meeuw cirkelt rond, duikt eens, stijgt weer op, laat zich horen, pikt even in het brood, zweeft weer rond en duikt opnieuw naar z’n doel. Heeft de ouderling getracht zich in te denkeft in de situatie van degene, die hij gaat bezoeken? Heeft hij zo nodig eens geïnformeerd om te voorkomen dat hij als „vreemde” of erger als „ongeïnteresseerde” bezoek aflegt?

Dat begin ís misschien wel moeilijker bij alleenstaande zusters van de gemeente. Er kan niet zo gemakkelijk geïnformeerd worden naar onbekend werk. Er is geen aanknopingspunt met bepaalde gezinssituaties. Als er in een gezin huisbezoek wordt afgelegd, zal het gesprek wel altijd beginnen tussen de mannenbroeders.

Misschien komt het gesprek ook wel moeilijker op gang, omdat de alleenstaande vrouw minder gewend is een openhartig gesprek te hebben met mannen. Misschien denkt ze wat „vrouwelijker” over verschillende dingen, omdat haar de corrigerende begeleiding van het mannelijk denken veelal ontbreekt. Zo kan er nog meer zijn.

Het is heel goed mogelijk, dat het wat moeizame begin beide partijen ontmoedigt, en zo invloed uitoefent op het hele verloop van het huisbezoek.

Zo gauw de alleenstaande denkt, dat men het niet zo eenvoudig vindt haar te bezoeken, zal dit de openheid in het gesprek in de weg staan.

Ik geloof, dat dit alles geen rol behòeft te spelen bij het huisbezoek aan ongehuwden. Zouden we niet naar een heel ander niveau moeten. Moeten de ouderlingen laten gevoelen, dat ze voor het gehele leven van dit gemeentelid belangstelling hebben? Want dan zal het gesprek kunnen verlopen in grote openheid.

Graag zou ik als grond hiervoor noemen Galaten 3 : 26-28: „Want gij zijt allen zonen van God, door het geloof, in Christus Jezus. Want gij allen, die in Christus gedoopt zijt, hebt u met Christus bekleed. Hierbij is geen sprake van Jood of Griek, van slaaf of vrije, van mannelijk en vrouwelijk: gij alleen zijt immers één in Christus Jezus.” Vanuit deze visie zou een huisbezoek als volgt kunnen verlopen: Na een enkele opmerking over de gezondheid, het werk, een voorval uit de gemeente zou de ouderling, die het bezoek zal leiden, kunnen zeggen:

We zijn vanavond dus gekomen om huisbezoek bij u te brengen. Het gaat dus om ons verkeren in de gemeente des Heren. Om onze plaats in de kerk, waarvan we lid zijn. Om ons gesprek in de juiste richting te doen verlopen, kunnen we ons het best laten leiden door een gedeelte uit de Bijbel, vindt u ook niet? Zullen we daarom samen eerst lezen…

Er zou dan een gedeelte kunnen gelezen worden, waarin het gaat over onze roeping om als christen te leven, onze taak in dienst van de naaste, van evangelisatie en zending, onze beleving van de gemeenschap der heiligen, over onze offervaardigheid, onze houding t.o.v. de prediking, en zoveel meer. In de brieven van Paulus is hierover heel wat te lezen. In aansluiting met het gekozen onderwerp zou het gesprek gevoerd kunnen worden. Wanneer wordt aangetekend, waarover men heeft gesproken, kan bij een volgend huisbezoek een heel ander schriftgedeelte leiding geven aan het gesprek.

Juist in een gesprek over de gemeente als lichaam van Christus, zal dan vanzelf uitkomen of de bezochte zich lidmaat van dat Lichaam weet en haar gaven en krachten met vreugde en gewillig ten nutte en ter zaligheid der anderen wil aanwenden. Zo komt m.i. het persoonlijk welzijn van het gemeentelid ter sprake en ook het welzijn van de plaatselijke gemeente.

Wanneer men als ambtsdragers meent er rekening mee te moeten houden (in sommige gevallen m.i. terecht) dat men bij ongehuwden op bezoek is, wijst Efeze 4 : 12 een uitnemende weg: „0m de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het Lichaam van Christus, tcrtdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus.”

Ik geloof, dat het de taak is van de ambtsdragers juist de alleenstaanden in te schakelen in de gemeentetoerusting en gemeenschapsbeleving (zie „Onderlinge dienst” van drs. T. Brienen) opdat ze een goede plaats krijgen in het midden van de gemeente. Het huisbezoek leent er zich bijzonder voor om te ontdekken welke talenten aanwezig zijn en hoe deze besteed kunnen worden in in de dienst des Heren. Een op deze manier gebracht huisbezoek zou m.i. ook veel bezwaren van de andere alleenstaanden (zie boven) ondervangen.

Ik meen te kunnen besluiten met een citaat uit bovengenoemd boekje:

„De beoefening van de omgang met en dienst aan elkaar, werkt ook wat uit voor elkaar. Ze is vruchtbaar voor het kerkelijk leven.

Er is in de gemeenschapsbeoefening een wederkerige beïnvloeding. We nemen iets van elkaar over. Door het onderlinge intense contact dat we met elkaar hebben, leren we als het ware vertrouwd te raken met de manier van denken en met heel de aan-pak van het leven, die de ander erop nahoudt. Uit zulk een innige levens- en werkgemeenschap komen dan als vanzelf veranderingen op voor beide partijen, die soms heel diep in ons karakter ingrijpen. Een gezond geestelijk persoonlijk leven groeit daar waar een mens in het geheel van het gemeenschapsbeleven van de bruid van Christus geíntegreerd is.”

P.S. De bovengemaakte opmerkingen n.a.v. huisbezoek hebben geen betrekking op één plaatselijke gemeente. M. C. N.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.