+ Meer informatie

Mijn ouders hebben altijd ruzie; wat moet ik doen? Ons gezin gaat eraan!"

11 minuten leestijd

Steeds weer worden we getroffen door de onvoorstelbaar grote nood die achter de gestelde vragen schuil gaat. Deze keer: Een meisje dat „gek" wordt vanwege haar altijd maar ruziënde ouders en een wanhopige brief van een altijd maar tobbende jonge vrouw, die vastloopt in de vragen.

Ik ben een meisje en zit met een heel groot probleem. Mijn ouders hebben nl. altijd ruzie. Ze hebben al een paar keer op scheiden gestaan en als het blijft gaan, zoals het nu is, denk ik dat het echt nog een keer op scheiden aankomt. Het probleem is: „Dat wil ik niet." Ik wil niet dat ze gaan scheiden, ik wil niet altijd en eeuwig die ruzies aanhoren. Ik word ergeiDoon compleet gèk van. Ik weet ook niet wie van de twee er nu gelijk heeft, want als ik m 'n vader hoor praten, denk ik ,Ja, zo is het", maar als m 'n moeder praat denk ik precies hetzelfde. Wie moet ik nu geloven? Ons hele gezin gaat er zo aan. Soms is het weer een paar dagen goed en dan loopt het weer helemaal verkeerd totdat de bom barst en daarna begint het weer opnieuw. Er wordt wel gepraat (dan vliegen de verwijten over en weer en geven ze elkaar de schuld dat ze gaan schelden e.d.). Maar er wordt nooit iets uitgepraat. En dat is nou maar het belangrijkste. Dat uitpraten. M'n ouders zijn echter van mening dat dat in ons gezin niet kan. Als mijn vader wat zegt, zegt mijn moeder „Nou, je hoeft niet meteen zo lelijk te doen hoor" (wat zijn bedoeling helemaal niet is) en „Ik heb het altijd gedaan." Soms ben ik bang dat mijn moeder d'r eigen zo gek maakt dat ze desnoods uit het leven stapt. Ze laat volkomen de moed zakken. Mijn vader ziet dat allemaal niet zo en zo op 't eerste gezicht doet hij er heel onverschillig over. Toch denk ik dat ze zonder elkaar niet kunnen leven. Dat ze wel van elkaar houden al denken ze van elkaar van niet. Ik heb gebeden of God ze tot elkaar wilde brengen. Dat alles toch uitgepraat mocht worden. Het is toen een tijdje goed gegaan, maar nu is het wéér mis. Wat moet ik toch doen?

Een heel moeilijke situatie breng jij hier onder woorden. Wat erg is het toch als je dit mee moet maken. En de kinderen zijn de dupe. Op afstand meeleven gaat eigenlijk niet. Als je er midden in zit, is het narigheid. Een ander staat daar buiten. En staat eigenlijk machteloos. Want alle goede raad is best, maar in de praktijk is het zo anders, zo ellendig anders. Laat me evengoed in alle bescheidenheid enkele dingen mogen raden. Laat toch zo spoedig mogelijk een verstandig persoon ingeschakeld worden, die probeert te bemiddelen. Een predikant, ouderling of diaken. Iemand van een goede hulpverleningsinstantie, of een familielid dat zwijgen kan en wederzijds wat vertrouwen heeft. Kennelijk komen vader en moeder er samen niet meer uit. En toch moeten ze samen verder. Laat dan een hulpvraag gerust uitgaan. Dat is het huwelijk waard, dat is voor hen beiden beter, dan is zeker ook naar de kinderen toe nodig. Het lijkt mij dat jij als kind het voorstel een hulpverlener in te schakelen ter sprake kunt proberen te brengen. Dan zou je dat eerst eens met vader en moeder afzonderlijk onder vier ogen moeten bespreken. Dat is best moeilijk en zal ook heel voorzichtig moeten gebeuren. Bid maar of je hiervoor de wijsheid en tact mag krijgen.

 Geduld
Verder: het blijven, ondanks alle gebreken, je ouders. Bedenk dat wel en heb geduld met hun fouten. Ook is het waar dat (in het algemeen genomen) het ene gezin het andere niet is. Ieder hard woord en elke moeilijke situatie moet men dan niet altijd meteen met allerlei ergs verbinden. Toch: zo als jij erover schrijft, lijkt het me wel ernstig. Vooral: probeer te bidden voor hen en voor jezelf Je schrijft er wel eens iets van ervaren te hebben dat de Heere hoorde. Leg vooral dit alles dan aan Hem voor; bij Hem is wijsheid. Ten slotte: bid en werk. Je kunt er zelf misschien ook wel eens met een vertrouwenspersoon over spreken. Wel alleen wanneer deze beslist zwijgen zal. Maar dat kan toch een verhchting zijn. Heel veel sterkte in deze moeilijke weg. De Heere moge jou en je ouders gedenken.

„Ik zit vast in een cirkel van vragen"„Ik zit vast in een cirkel van vragen" We kregen een lange brief van een jonge vrouw, die wegedeel telijk samenvatten. Ze schrijft over haar zondige hart, haar valse schaamte, haar gedachte dat zalig worden hetzelfde is ah een lot uit de loterij, haar eigenbelang in plaats van liefde tot de Heere, over zelfbedrog haar wens om niet geboren te zijn, haar gedachte dat God niet bestaat, de dominee die haar afscheepte, enz. Heel treffend verwoordt ze de kwaal in haar uitgebreide briefin de volgende regels: „Ik zit vast in een cirkel van steeds maar weer dezelfde vragen. Harde gedachten over God, mezelf proberen te verbeteren verbeteren, eigen gerechtigheid -wanhoop, bidden en er verandert niets. Daarna soms wel eens een soort dof gevoel. De hel verschrikt me dan niet eens zo erg en de hemel trekt dan ook niet zo erg. Toch blijf ik dan maar bidden want wat moet ik anders."

Met een verzuchting tot de levende God stel ik mij om deze briefte beantwoorden. Moge de Heere mijn pen besturen om de goede woorden te schrijven en geen dooddoeners op papier te zetten. Wie zal in deze nood de weg wijzen? In de eerste plaats wil ik opmerken dat ik "slechts" een dienaar van de Heere ben. Ik kan jouw hart geen leven en geloof geven. Ik hoop dat je ook zo deze brief geschreven hebt. Heb geen verwachting van ambtsdragers. Alleen God kan ruimte geven in jouw ziel. De Heere is een God van volkomen zaligheid. In de tweede plaats valt mij op dat je met al je eigen overdenkingen en je eigen pogingen radicaal vastloopt. Hoe vreemd het in je oren moge klinken, dit is een nuttige ontdekking. Je leert in deze weg dat zalig worden een wonder is. Moet je niet zeggen dat het het grootste wonder is als het in jouw hart zou veranderen? Als in jouw ziel licht zou stralen? Dat is de weg van de Heere; om ons zo af te brengen van alle hoop op onszelf dat Zijn evangelie voor ons persoonlijk het grootste wonder wordt. Iedereen die zalig geworden is, heeft uitgeroepen: „U zal ik eeuwig loven, omdat Gij het hebt gedaan!" Dit mag jouw bede zijn: „Heere, U schrijft in Uw Woord dat hetgeen bij mensen onmogelijk is, mogelijk is bij U; help mij dan uit genade alleen."
Blind voor Christus
In de derde plaats mis ik iets in je brief Ik mis de overtuiging dat je Christus niet missen kunt. Ik merk dat je daar bhnd voor bent. Daar wil ik je op wijzen en het is mijn bede dat de Heilige Geest mijn woorden gebruikt om je hiervan te overtuigen. Laat dit ook jouw bede zijn in het lezen, dat de Heere het door Zijn Heihge Geest gebruikt om je ogen te openen, om de eindeloze cirkel van vragen te doorbreken en je richting in je zoekende hart te geven.Laat ik je een aantal teksten mogen voorhouden waarin duidelijk naar voren komt dat Hij alleen het rustpunt van een verloren zondaar is. Niet onze bekering, niet onze reformatie, niet ons ernstige bidden, niet ons verbeterde hart, maar Christus alleen. Lees maar eens mee wat Gods Woord ons zegt: Joh. 3:16: „Alzo liefheeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gezonden heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe."

1 Kor. 16:22: „Indien iemand de Heere Jezus Christus niet liefheeft, die zij een vervloeking, Maranatha." 1 Joh. 5:12: „Wie de Zoon heeft, die heeft het leven en wie de Zoon niet heeft, die heeft het leven niet." Christus is absoluut nodig in je hart. Geloof je dat? Wij horen over Christus preken, maar ons hart is zo duister dat het ons niets zegt. Je kunt wel eens de uitdrukking horen dat Christus een verborgen Persoon is. Dat is waar. Maar het wordt anders als de Heilige Geest ons overtuigt. Daarom moeten Zijn dienaren Hem aanwijzen en aanprijzen. Door de Heilige Geest is het dan voor ons alsof we voor het eerst Zijn Naam horen noemen en Zijn roepstem in het Woord vernemen. Ons verstand wordt verlicht, zodat onze oren en ogen voor Hem opengaan. Onze wil wordt gebogen, zodat we in deze weg zalig wensen te worden.

Er komt dan zo'n verwondering in ons hart, dat we iedereen wel willen zeggen: Je kunt nog zalig worden! We gaan ons zo verwonderen dat de Heere zo'n weg der zaligheid heeft uitgedacht. Naar de mate van het hcht dat de Heere geeft, komt er ook zo'n rust en zo'n overgave in de ziel. Je hele hart gaat uit naar Hem. Je ziet in Hem schoonheid en je roept uit: „Hij is de schoonste van alle mensenkinderen." Je ziet in Hem een volheid van genade en je stamelt verwonderd: „Er is een fontein geopend tegen de zonde en tegen de ongerechtigheid voor de inwoners van Jeruzalem." Je wordt zo blij dat het in je ziel jubelt: „Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen, zal 't schoonste lied van enen Koning zingen. Terwijl de Geest mijn gladde tonge drijft, is ze als de pen van een die vaardig schrijft. Beminnelijk Vorst, uw schoonheid, hoog te loven, gaat al het schoon der mensen ver te boven; genade is op Uw lippen uitgestort; dies G' eeuwiglijk van God gezegend wordt." Je hoort de nodiging: „Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven." Het is bijna te groot om het te geloven, maar je kunt het niet niet-geloven. Welk een ruimte komt er dan in je hart. Gods vriendelijk aangezicht geeft vrolijkheid en licht. Zo is de Heere Jezus een gepaste Zaligmaker voor je. Je bent zo vreselijk dom en blind en je verneemt uit het Woord dat Zijn Naam Raad is. Je bent schuldig, en je mag in de prediking van het eeuwige evangelie horen dat Hij gekomen is voor mensen die geen penning zelf kunnen betalen, volkomen Borg te zijn. Je gaat gebukt onder de stroom van ongerechtigheden en je hoort dat Hij Koning is om slaven van de zonde in de vrijheid te stellen. Hoe jubelt het dan in je hart. Het is duister in je hart, en je hoort dat Hij het licht der wereld is. Je ervaart dat je een afdwalend schaap bent, en je leert dat Hij de goede Herder is Die afdwalende schapen opzoekt. Je weet geen mogelijkheid om ooit in de hemel te komen en je hoort luidkeels verkondigen dat Hij ten hemel gevaren is en de weg naar de hemel opende. Je ziet in Hem niet iets, niet veel, maar alles! Hoe zalig!!...

Nooit genoeg
Zo krijg je een verlangen om Hem al meer te leren kennen. Je hongert en dorst je hele leven naar die gerechtigheid. Je zegt met Paulus: „Opdat ik Hem kenne en de kracht van Zijn opstanding." Nooit heb je genoeg van Hem, wel heb je genoeg aan Hem. Wel eeuwig! Ik stamel slechts iets over de volheid van de Heere Jezus Christus. Ik schrijf dit opdat jij zou leren dat je Hem nodig hebt, dat je de Heere zou smeken om Hem te mogen kennen met de ogen van je ziel en Hem te omarmen met de armen van geloof Hij is het Leven. Dat wil zeggen dat er in jou geen leven is. En dat zoek je. Je wilt eerst geschikt zijn, eerst geestelijk zijn, eerst bekeerd zijn en dan misschien nog eens aan Hem denken. Dat is nu wat je noemt eigengerechtigheid. Er worden geen goede mensen gerechtvaardigd, maar goddelozen... Je mag en je moet komen zoals je bent! Wie Hem nederig valt te voet, al van Hem Zijn wegen leren. Ds. W. van Vastuin

„Wat mag je toelaten in verkeringstijd?" We verwijzen Anja die op „een chr. (!) mavo" zit en vroeg wat je mag toelaten in verkeringstijd en wat je moet weigeren, naar eerdere antwoorden over verkering, met name dat in Terdege 11 van de 9e jaargang (26/2/'92) over de witte trouwjurk. TERDEGE 29 juli 1992 21

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.