+ Meer informatie

Besprekingen van de Heilige Oorlog

6 minuten leestijd

26

De Koning heeft het verzoekschrift om ontferming voor de ellendige stad Mensziel overgenomen, daar het Hem door Zijn Zoon werd gebracht. Met vreugde heeft de edele Zoon van de Koning de opdracht ontvangen bijstand te verlenen aan het leger tot bevrijding van de stad.

Dit zeggende, huppelde Hij van vreugde over de bergen, uitroepende: „Ik heb m Mijn hart niets te dierbaar geacht voor Mensziel. De dag der wrake is in Mijn hart voor u o Mensziel. En blijde ben Ik dat gij, Mijn Vader, Mij tot de Overste Leidsman van haar zaligheid hebt gemaakt. Nu zal Ik beginnen te plagen allen die een plaag zijn geweest voor Mijn stad Mensziel en Ik zal haar verlossen van hun hand.”

In deze vreugde is voor het leger van El- Schaddai een bron van moed en kracht werkzaam te zijn tot uitbreiding van des Heeren Koninkrijk. In de blijdschap van de Heere heelt het geloof zijn sterkte te strijden voor Zijn naam en zaak.

Toen des Konings Zoon aldus had gesproken tot de Vader, vloog de tijding hiervan door het hof als de bliksem. Ja, daar werd over niets gesproken dan over hetgeen Immanuël nu zou doen voor de vermaarde stad Mensziel. Maar u kunt met uitdrukken hoe ook al de hovelingen ingenomen waren met het voornemen van hun Prins. Ja, zij waren zo vervuld met dit werk en met de gerechtigheid van de oorlog, dat de hoogste heer en de grootste edelen van het Koninkrijk arbeidden om mede een opdracht te krijgen onder Immanuël, om zo mede te mogen heengaan en de ellendige stad voor El-Schaddai te helpen herwinnen.

Toen werd er besloten, dat er enigen zouden heengaan om aan het leger te boodschappen dat Immanuël stond al te komen om deze stad te bemachtigen en dat Hij zulk een machtig en onoverwinnelijk heir met Zich zou brengen, dat onweerstaanbaar zou zijn. Hoe vaardig de groten aan het hof òm als expressen te lopen en deze tijding te brengen aan het leger dat nu voor Mensziel lag.

Toen de kapiteins merkten dat de Koning Zijn Zoon Immanuël zou zenden en dat Deze lust en genegenheid had om deze last op Zich te nemen, juichten zij allemaal, zodat de aarde door hun gejuich openspleet om alzo te tonen hoe zij zich verheugden als zij dachten aan Zijn komst. Ja de bergen beantwoordden hen met een echo en Diabolus zelf schudde en trilde. Want u moet weten dat schoon de burgers van Mensziel door deze dingen niet eens getroffen werden (want zij waren te ellendig verdwaasd, en behartigden alleen hun begeerlijkheden en genoegens) zo was nochtans Diabolus, hun Gouverneur, er zeer door aangedaan. Want hij had gedurig en overal zijn spionnen, die hem van alles tijding brachten en hem zeiden wat er al in ’t hof omging tegen hem. Alsmede dat Immanuël binnen korte tijd zeker met een grote macht zou afkomen om een inval te doen. Daar was ook niet één mens in het hof, noch een staatspersoon in het Koninkrijk, die Diabolus zo vreesde als deze Prins. Want ik heb u tevoren (misschien herinnert u het zich) gezegd, dat Diabolus het gewicht van Zijn handen reeds gevoeld had. En nu Hij Zelf zou afkomen was hij te meer bevreesd.

U hebt nu reeds verstaan dat des Konings Zoon Zich verbonden had van het hof neder te komen en Mensziel te verlossen. En dat Zijn Vader Hem ten Overste had gesteld over de armen.

Toen nu de tijd aangebroken was, schikte Hij zich tot de mars en nam met Zich vijf waardige kapiteins met hun compagnieën.

De één was de vermaarde en brave kapitein Geloof, voerende het rode vaandel, dat gedragen werd door de heer Belofte. Zijn wapen was het heilige Lam en een gouden schild. Tienduizend man volgden zijn voetstappen.

Dan was er ook de beroemde kapitein Goede Hoop, deze had het blauwe vaandel. Zijn standdaarddrager was de heer Eiser. Zijn wapen drie gouden ankers. Hij had ook tienduizend man onder zich.

Voorts was er ook de dappere kapitein Liefde. Zijn vaandrig was de heer Ontferming. Hij voerde het groene vaandel en tot zijn schild (of wapen) drie naakte weesjes in de schoot omhelsd. Deze had insgelijks tienduizend man die zijn voetstappen nawandelden.

Daarna kwam de brave commandant, kapitein Oprecht, wiens vaandel gedragen werd door de heer Onnozel. Hij had het witte vaandel en tot een wapen drie gouden duiven.

Eindelijk was er ook de waarlijk getrouwe en zeer beminde kapitein Verdraagzaamheid met zijn vaandrig de heer Lankmoedig. Deze had het zwarte vaandel en als wapen drie pijlen door een gouden hart.

Dit nu waien Immanuëls kapiteins met hun vaandrigs, hun wapens en de mannen die zij commandeerden. En zo marcheerde deze vermaarde Prins naar de stad Mensziel. Kapitein Geloof de voortocht, kapitein Verdraagzaamheid de achterhoede en de drie anderen en hun mannen leidden het hoofdleger. De Prins Zelf reed in Zijn wagen aan de spits van de armee.

Toen zij aldus de mars aanvingen, hoe klonken de trompetten, hoe glinsterden de wapens en hoe vlogen de vaandels in de wind. De wapens van de Prins waren allen van louter goud en blonken als de zon in het firmament. De wapens van de kapitems waren allen wel beproefd en vertoonden zich als glinsterende sterren. Daar waren ook enige hovelingen, die als volontairs of vrijwilligers dienden uit liefde tot de Koning El-Schaddai en tot de gelukkige verlossing van de stad Mensziel.

Immanuël dus vaardig om de stad te hernemen, nam ook op bevel van Zijn Vader vierenvijftig stormrammen en twaalf slingers om stenen te werpen met zich. En dat waren de bijbelboeken. Ieder daarvan was van zuiver goud en deze drie droegen ze met zich in ’t midden en in ’t hart van het leger, de ganse weg die zij naar Mensziel marcheerden.

Gods Woord is het oorlogsboek, de strijd tegen zonde, satan en ongeloof, gaat van Hem uit. De drie kapiteins Geloof, Hoop en Liefde hebben de edele moed om te strijden tot den bloede toe vanuit het Woord, door de dierbare werkingen van de Heilige Geest. „Want het Woord Gods is levend en krachtig en scherpsnij dender dan enige tweesnijdend zwaard en gaat door tot de verdeling der ziel en des Geestes en der samenvoegselen en des mergs en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.”

Door het levend Woord als het zwaard des Geestes leert de zondaar enerzijds in Adam het oordeel des doods en der verdoemenis aanvaarden tot boetvaardigheid, maar anderzijds verkrijgt hij door het geloot in Christus vergeving der zonden en het recht ten eeuwige leven. En dat bekomt in de oefeningen en beproevingen van het geloof steeds meer diepgang.

Nijkerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.