+ Meer informatie

DE INHULDIGING VAN Koningin Juliana

5 minuten leestijd

6 Sept. 1948

Wij werden op deze dag als in de geest geleid naar Neérlands hoofdstad. Daar, in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, heeft toen de inhuldiging plaats gehad van onze geliefde kroonprinses Juliana, die in de plaats van haar Koninklijke Moeder, de kroon heeft ontvangen, om als Koningin der Nederlanden de schepter over land en volk te aanvaarden. Tot welk een hoge en verantwoordelijke taak ziet Zij zich geroepen en dat onder dc grote druk, waarin ons volk zich bevindt.

Hoe groot is het voorrecht van het Nederlandse volk ec.n nazaat op die troon te zien uit het huis van Oranje. Ons volk werd nog bewaard om niet geregeerd te worden door zulk een, die door de méns met gezag bekleed wordt. Immers, Gods Woord zegt: „Door Mij regeren de Koningen", en dat zagen wij ook op deze dag nog bevestigd.

Hoe wonderlijk was Gods weg met het roemruchtig huis van Oranje. De onverbiddelijke dood deed velen van het Vorstenhuis ten grave dalen. Eerst een kroonprins, die zoveel beloofde, toen de hoogbejaarde koning zelf. Hoe donker was Gods weg. Er was geen prins Frederik, geen pi'ins Hendrik meer. Allen weggenomen door Hem, Die de geest der Vorsten als druiven afsnijdt, Die de koningen der aarde vreselijk is. Waar was nu de eerbiedwaardige Oranjestam? Waar de wijd uitgestrekte takken? Alles was voorbij.

Alles? ... Neen, toch niet. Eén spruit bleef er nog; een dochter van slechts weinig jaren aan de zijde van een moeder, die met tedere zorg en prijzenswaardige toewijding haar kind opvoedde. Die ene spruit was onze geëerbiedigde Koningin Wilhelmina. Wat is er gebeden voor die telg, die door des Heeren goedheid ons volk nu vijftig jaren lang heeft mogen regeren. Hoe groot was de blijdschap van Vorstenhuis en volk,

toen pod de moedervreugde schonk aan onze geliefde Vorstin. De Heere gaf weer vruchtbaarheid aan de laatste telg van het huis van Oranje. Onder de zegen des Heeren groeide do koninklijke dochter voorspoedig op.' Haar Moeder mocht het voorrecht smaken Haar in liet huwelijk te zien treden met Zijne Koninklijke Hoogheid Prins Bernhard von Lippe-Biesterfeld. Ook dit huwelijk werd gekroond met de kinderzegen.

Laat Vorstenhuis en volk toch letten op de weldaden des Heeren, Die nog bemoeienissen hield met het huis van Oranje. Wat heeft Nederland onder de regering der Oranjes altijd wél mogen varen. Het is waar, zien wij op de zonden en afmakingen van Vorstenhuis en volk, dan zou het rechtvaardig geweest zijn als nimmermeer een nazaat van dat Oranjehuis op Neérlands troon zou zitten.

Daarom was er vreugde in ons hart op deze voor ons zo historische dag, de dag der inhuldiging van onze Koningin Juliana. Dat in Haar hart moge leven bij de aanvaarding van haar gewichtig ambt, wat óók bij Salomo gevonden werd, hetwelk we lezen in 1 Koningen 3 : 9:

„Geef dan Uwen knecht een verstandig hart, om Uw volk te richten, verstandelijk onderscheidende tussen goed en kwaad; want wie zou dit Uw zwaar volk kunnen richten? "

Hoe gevoelde Salomo zijn grote verantwoordelijkheid en tevens zijn diepe afhankelijkheid. Juist dat dreef hem tot het gebed.

Zeer bevoorrecht is een volk als het een biddende Vorst of Vorstin mag bezitten, een, die met zulk een

verstand begiftigd is, om te onderscheiden het goede en het kwade. E$n Vorst of Vorstin, die 's Heeren Woord mag hebben tot een raads-en leidsman, om dan dc zonde te beteugelen en Gods eer en zaak te dienen, want alleen in zulk een weg kan en zal de Heere Zyn gunst schenken.

Dat onze geliefde Vorstin gekroond werde met zulk een kroon, opdat ook Zij bij Haar inhuldiging in waarheid mocht hebben uitgeroepen: „Zo waarlijk helpe Mij God almachtig."

Dat die hulpe door Haar begeerd mocht worden, met de innige overtuiging dat ook Zij eenmaal rekenschap van Haar regering zal moeten afleggen. Met zulk een verstandig hart, bewerkt door Gods Geest, mocht Zij gesteld worden als een Moeder des Vaderlands, om niet alleen de stoffelijke-, maar ook bovenal de gééstelijke welvaart van Haar volk te behartigen, opdat Zij mag medewerken, dat de zuivere waarheid in ons land alom gebracht worde en opdat Zij alle valse godsdiensten, zo veel als in Haar vermogen is, mag helpen weren en verbieden. Dat onder Haar regering het Goddelijk Wetboek, dat nu helaas zo dik onder het stof bedolven ligt, daar onder vandaan gehaald mag worden, opdat de ere van Gods Naam en dag, ook door Haar bevorderd werde.

Dan alleen kan ook Zij rekenen op des Heeren zegen, waaraan toch alles gelegen is. Dat Zij met Haar Gemaal en kinderen moge wandelen in het spoor van Gods onfeilbaar Woord, opdat Zijn gunst hun rijkelijk geschonken worde. Dat Zij in het midden van deze zeer donkere en veruitziende dagen Haar hulp en verwachting bij Hem leerde zoeken en alzo tot in lengte van dagen voor Haar volk en Gezin gespaard moge blijven, ja, dat Haar troon bevestigd blijve tot heil van Vorstenhuis en volk.

Dat ook des Heeren volk Haar in al Haar noden en behoeften mag dragen op de vleugelen des gebeds.

Hoe velen, die roepen: „Oranje bóven!", halen Oranje naar benéden, omdat zij geen dragers zijn in de gebede aan de troon der genade.

Daarom, volk van Nederland, wij worden geroepen: „Tot de wet en de getuigenis", anders zullen wij geen dageraad zien.

Laat ook deze gewichtige dag géén dag geweest zijn van ijdel feestvermaak, maar dat in ieders hart geleefd mag hebben:

't Geheim van alle zegen, Oranje en Nederland, hóórt! Is in Gods vréés gelegen, Zijn dienst; Zijn gunst; Zijn Woord!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.