+ Meer informatie

Een ongelijk juk

4 minuten leestijd

Bart staat met een ruk stil, trekt haar naar zich toe, lacht voluit met zijn aanstekelijke lach en omhelst haar onstuimig, zodat ze even niets kan zeggen en ze laat hem willoos begaan. „O Nel, Nel... wat ben jij overgevoelig. Wat heb ik nou weer voor doms gezegd... ik moet zo voorzichtig zijn met jou, merk ik steeds weer." ,Jk schrok er zo van, zoals jij dat zei Bart, het klonk zo ruw... alsof je het heel erg zou vinden als wij kinderen zouden krijgen. Is dat zo Bart... hou je niet van kinderen?" ,Ach domoor... ik flap er zo gauw wat uit en ik ben nijdig. Zo bedoel ik dat natuurlijk niet precies en daar moet je je niets van aantrekken. We praten over die dingen nog wel eens, dat geeft geen problemen hoor. Maar dat andere van thuis is veel moeilijker. Ik wU niet in de zaak... en dan zou ik eerlijk gezegd liever ook niet daar gaan wonen. Tegenover vader begrijp je. Dat zou ik eerlijker vinden." „Wil je het dan niet voor mij doen, Bart?" „Dat is niet eerlijk, Nel. Nu gebruik je wapens waartegen ik niet eerlijk kan vechten." ,Jk moet me wel vaak bij jou aanpassen Bart en andersom mag jij dat ook weleens doen of niet?" „Laten we maar naar huis gaan, ik heb trek in koffie. Ik zal tegen vader zeggen dat we over een week beslissen. Dan kunnen we er belden op ons gemak over denken. Echt... je geeft me straks gelijk." „Ooed.„ laten we dat maar doen." Die avond brengt Bart Nel vroeger naar huis dan gewoonUjk, want er is tussen hem en zijn vader toch een wat gespannen sfeer en de gesprekken vlotten niet meer zo goed. Het is pas h«df tien als ze bij Nels huis staan. „Ga je nog even mee naar binnen, Bart?" ,J7ee, deze keer niet. Ik wU eens vroeg naar bed, ik heb wat hoofdpijn en ik wil over alles denken.

OOOR *nj€N VAN HOCflN Het is nou moeilijker geworden voor mij door jouw opvatting. Was er maar geen huls bij, dan hoefde ik niet lang te denken." Moeder en vader kijken verbaasd op als Nel alleen de kamer in komt. Dat gebeurt nooit, zelfs niet als het laat is. Bart steekt altijd even zijn hoofd om de hoek. „Tjonge, Nel, wat ben jij vroeg. En waar is Bart? Jullie hebben togh geen narigheid?" „Nee hoor, bezorgde moeder. Bart heeft wat hoofdpijn en wilde vroeg naar bed en.„ en.„ wij hebben allebei nogal veel om over te denken ziet u." Dan vertelt Nel van de aanbieding van Barts vader en vader Zandstra is meteen enthousiast. Moeder ia wat bedachtzamer en zegt: „Je hebt gelijk dat je er goed en rustig over denkt hoor. Doe maar niets overhaast. Jullie zijn nog jong genoeg vind ik." „Jawel, moeder", zegt Zeegers, „maar dit is toch een mooie kans. Wat voor moeite heb ik moeten doen om een eigen bedrijf op te bouwen en hij krijgt het zomaar. Heel wat jongelui zouden er jaloers op zijn." „Goed, dat is zo. Maar ze kennen elkaar nu pas goed een jaar, vader. Het is toch een hele beslissing.» ,J)at is het zeker, moeder. Als Je gaat trouwen moet Je zeker van elkaar zijn, voorzover dat menselijk gezien kan. Want daarna leren de mensen elkaar pas echt goed kennen, dat is nooit anders geweest. Trouwen is houwen." Die avond in bed heeft Nel veel te denken, maar ze prakkezeert nauwelijks over de problemen van Bart. Ook niet over trouwen en het huis en hoe ze het zal willen inrichten. Ze ziet Bart niet in de werkplaats of in de winkel als ze hem roept voor koffie, en over al die mooie glimmende brommers en fietsen denkt ze helemaal niet. Maar heel duidelijk hoort ze Bart weer zeggen: „Kinderen...? Begin je daar nou al over?" P%1 S9

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.