+ Meer informatie

Inkomen van melkveehouders herstelt zich

4 minuten leestijd

Dankzij de „historisch hoge” melkprijs zien Nederlandse melkveehouders hun inkomen fors verbeteren. Ook de akkerbouw presteert relatief goed. Legpluimveehouders draaien fors verlies.

Het sociaal-economisch onderzoeksinstituut LEI Wageningen UR raamt het inkomen dat melkveehouders dit jaar uit hun bedrijf halen op gemiddeld 40.000 euro. Vorig jaar was er met 22.000 euro sprake van een mager jaar. In tegenstelling tot de melkprijs bereikt het inkomen zelf geen record; in 2007 lag dat bijvoorbeeld ruim boven de 50.000 euro. In die tijd schommelde de melkprijs echter minder sterk dan de laatste jaren, nu de afschaffing van de Europese melkquotering in zicht komt. Die verdwijnt in 2015.

Het LEI maakte gisteren zijn jaarlijkse raming van de inkomens van boeren en tuinders bekend. Het instituut berekent het inkomen dat het bedrijf oplevert per ”onbetaalde arbeidsjaareenheid” (oaje). Meestal is dat de boer of tuinder zelf; ook meewerkende gezinsleden gelden als onbetaalde arbeidskrachten.

De melkveehouderij werkt duidelijk toe naar de afschaffing van het melkquotum. Boeren bouwen de laatste jaren veel nieuwe, grotere stallen. Ook zijn ze dit jaar meer koeien gaan houden, op het gevaar af dat ze beboet worden voor het leveren van meer melk dan hun quotum op dit moment toelaat.

Superheffing

Volgens LEI-onderzoeker Jakob Jager hebben sommige melkveehouders dat risico voor lief genomen vanwege de mogelijke invoering van zogenoemde dierrechten, een maximum aan het aantal te houden koeien. Staatssecretaris Dijksma (Economische Zaken) dreigde daar eerder dit jaar mee als de melkveehouderij niet in staat zou zijn om het mestoverschot in fabrieken te verwerken. Pas vorige week maakte Dijksma bekend dat dierrechten voor melkkoeien er definitief niet komen.

Jager raamt de melkprijs die de Nederlandse boeren dit jaar ontvangen op gemiddeld 41,30 euro per kilo. „Dan heb ik er al 1,10 euro superheffing afgetrokken”, zegt hij. Gezamenlijk melken de boeren naar verwachting 5 procent boven het quotum.

Opvallend is dat het aantal melkveebedrijven in Nederland voor het eerst in decennia vrijwel niet kleiner is geworden. De teller staat nu op 18.600 bedrijven met gemiddeld 87 koeien. Ook die trendbreuk heeft volgens het LEI te maken met de naderende afschaffing van het melkquotum. „Boeren die wilden stoppen hebben hun quotum verkocht toen het nog geld waard was. Degenen die door willen gaan, zijn overgebleven”, aldus Jager.

Behalve de melkveehouders mogen ook de akkerbouwers tevreden zijn. Het LEI raamt het inkomen dat zij uit hun bedrijf halen dit seizoen gemiddeld op 80.000 euro per oaje. Dat is weliswaar lager dan de 106.000 uit het topjaar 2012, maar beduidend hoger dan in de jaren voor 2010.

De daling wordt volgens het LEI veroorzaakt doordat de meeste gewassen, uien uitgezonderd, lagere prijzen zullen opbrengen (een groot deel van de producten moet nog worden verkocht). De wereldmarktprijzen voor granen en suiker zijn gedaald. Ook consumptieaardappelen brengen minder op dan vorig jaar.

De sector die dit jaar de grootste klap krijgt, is de leghennenhouderij. Het gemiddelde inkomen uit het bedrijf loopt terug van ruim 100.000 euro per oaje vorig jaar naar 103.000 euro negatief dit jaar. Lage eierprijzen en hoge voerkosten zijn daar debet aan. Het LEI spreekt van een nieuw dieptepunt, waarmee het herstel in 2012 teniet is gedaan. In 2011 draaiden de kippenboeren ook al zwaar verlies. De sterke schommelingen van de laatste jaren zijn volgens het LEI deels te wijten aan het Europese verbod op kooihuisvesting, dat begin vorig jaar inging. Nederlandse pluimveehouders liepen voorop met het aanpassen van hun stallen en profiteerden van een tijdelijk lager aanbod van eieren uit andere landen.

Het inkomen in de varkenshouderij daalt met 4000 euro naar gemiddeld 45.000 euro. De wat betere prijzen die de varkenshouders voor biggen en vleesvarkens ontvingen, konden de stijging van de voerkosten niet compenseren. Het aantal varkensbedrijven neemt onverminderd af. Vergeleken met vorig jaar is 7 procent van de varkenshouders gestopt. Nederland telt nu nog 5500 varkenshouders, 60 procent minder dan in 2000.

Tuinbouw

In de glastuinbouw valt vooral de forse inkomensdaling van glasgroentebedrijven op, van 44.000 euro naar 1000 euro negatief. Dat is vooral te wijten aan de slechte prijsvorming van tomaten en de gestegen energiekosten. Binnen de glastuinbouw renderen pot- en perkplantenbedrijven met 75.000 euro per oaje het best.

Fruittelers zien hun inkomen dit seizoen met 39.000 euro lager uitpakken dan in het topjaar 2012-2013 (49.000 euro). Eerder schommelde het inkomen uit het bedrijf echter jarenlang rond de 25.000 euro.

Voorzitter Albert Jan Maat van land- en tuinbouworganisatie LTO Nederland constateert dat de agrarische sector gemiddeld genomen aanzienlijk beter presteert dan het gemiddelde mkb-bedrijf. Boeren en tuinders moeten volgens hem meer rekening houden met turbulente ontwikkelingen op de agrarische markten. „De prijsschommelingen worden eerder groter dan kleiner.”

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.