+ Meer informatie

LENTELEVEN

3 minuten leestijd

Want gelijk de aarde haar spruit voortbrengt, en gelijk een hof, hetgeen in hem gezaaid is, doet uitspruiten: alzo zal de Heere HEERE gerechtigheid en lof doen uitspruiten voor al de volken.

Jesaja 61:11

God, de Heere, liet het weer lente worden. Het lente-leven en de lente pracht omringen ons weer. De winterse dorheid en doodsheid moest weer wijken om plaats te maken voor het nieuwe leven, dat in Gods veelkleurige schepping opnieuw aan alle kanten uitbot!

Kreeg ú er al eens oog voor, dat elk voorjaar een terugkerend wonder van God is? Als de Heere één seizoen Zijn hand terugtrok, als Hij ook maar één dag deze wereld aan zichzelf overliet, was er geen leven meer mogelijk!

Inderdaad: „Hoe groot zijn Uw werken, o Heere! Gij hebt ze alle met wijsheid gemaakt; het aardrijk is vol van Uw goederen...". De onbezielde schepping bezingt Gods lof! Of, om het met Jesaja te zeggen: „De aarde brengt haar spruit voort en een hof doet hetgeen in hem gezaaid is, uitspruiten".

Dit is en dit blijft: Gods wonderwerk in Zijn schepping, die Hij als met Zijn hand nog onderhoudt, en alzo regeert, dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijs en drank, gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede, en alle dingen, niet bij geval, maar van Zijn Vaderlijke hand ons toekomen.

Echter... nóg groter is het wonder, dat de Heere gedaan heeft en doet is de herschepping, namelijk daarin, dat uit dorre en dode zondaarshart weer de lof en aanbidding opstijgen voor Hem! Daar was niet minder voor nodig, dan dat Gods Eigen Zoon in deze wereld kwam en dat Hij, gezamen met de Heilige Geest (zie vers 1 van het hoofdstuk) al de gerechtigheid Gods volbracht.

Daar was (en is) ook niet minder voor nodig, dan dat Zijn Geest inging (en ingaat) in die dode harten om daarin het nieuwe leven te wekken, zodat zij de lof des Heeren móeten zingen. Terecht... hét grote wonder van God in deze wereld is, dat er een tot hèt nieuwe leven gewekt volk is — nu nog verspreid en verdeeld over de gehele aarde — dat heeft leren roepen uit de diepte en bij beurten zingt van de verlossing, aangebracht door de liefde en de gerechtigheid Gods. Een volk, dat getuigt, dat Hij juist door Zijn gerechtigheid in Christus het nieuwe, het blijvende leven heeft doen uitspruiten.

Ondanks onnoemelijk veel zonde en ongerechtigheid, afval en verval in deze wereld, zorgt de Heere er Zelf voor, dat het zaad in Zijn hof ontkiemt, uitspruit en vruchten draagt!

Werd het zó al lente in uw leven? En... brengt het door de Heere gewekte lenteleven vruchten bij u voort? Wat een voorrecht, jongelui, als dit werkelijkheid wordt of is in jullie jonge jaren, in jullie jeugd en jonge kracht! Sta er biddend naar!

Maar... 't kan ook, ouderen, op uw levensavond! Ook dan kan en wil de Heere het voor 't eerst of opnieuw lente laten worden in uw leven. Luister maar naar Psalm 92: ,,ln hun grijze dagen, blijft hunne vreugd gewis; zij zullen, groen en fris, gewenste vruchten dragen..."

Weet u, welk doel die rijpe vruchten van lof en aanbidding voor de Heere mede dienen? Om onze naasten — dichtbij en veraf — te laten zien en horen: de heerlijkheid van het (ver)wonderlijke werk, dat de Heere gedaan heeft en nóg doet tot verlossing van zondaren... Om met verheugde monden, Te roemen 't recht mijns Gods. In Hem, mijn vaste Rots, Is 't onrecht nooit gevonden.

VEENENDAAL DS. P. DEN HARTOG

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.