+ Meer informatie

Voor de jeugd

8 minuten leestijd

Beste Jongelui!

Jullie hebben niet allemaal naar de ontmoetingsdag van „de vrienden van Bewaar het Pand” in Zwolle kunnen komen. Ik denk dan bizonder aan hen, die op „de einden van het land” wonen. Maar toch hebben jullie met ons meegeleefd. Daar ben ik zeker van. Een jeugdig iemand heeft mij zelfs telefonisch gevraagd, hen die niet komen konden, toch niet te vergeten.

Nu dat hebben we dan ook niet gedaan, en daar jullie natuurlijk nieuwsgierig zijn, wat er zoal op die dag gezegd is, willen we dat in het kort proberen weer te geven.

We hebben gesproken over: Jeugd en Woord. Alles wat we zeggen, moet op een dag als deze, natuurlijk bijbels gefundeerd zijn. Daarom hebben we als uitgangspunt voor de rede gekozen Psalm 119:9: „Waarmede zal de jongeling zijn pad zuiver houden? Als hij dat houdt naar Uw woord”. Er wordt in dit vers gesproken over „een jongeling”, een jongen dus. Daar is natuurlijk ook het meisje bij inbegrepen.

We kunnen daarom rustig spreken over „de jeugd” zonder daarbij het Woord van God geweld aan te doen.

Wanneer er in de tekst over „Uw Woord” gesproken wordt, dan wordt daar heel eenvoudig „de bijbel” mee bedoeld. En dan geloof ik al weer te mogen zeggen, zonder het Woord van God geweld aan te doen, dat we daaronder moeten verstaan het gehele Woord van God, van Gen. 1 : 1 tot Openb. 22 : 21. Vergeet dit vandaag vooral niet, nu er allerwege een aanval gedaan wordt, op het onfeilbare Woord van God, gelijk ons dit uit het vervolg nog wel nader blijken zal.

Al is ons betoog geen preek geweest in de eigenlijke zin van het woord, we willen U toch wel een thema en verdeling geven, opdat u ons des gemakkelijker zult kunnen volgen:


Jeugd en Woord
Een van het Woord vervreemde jeugd.
Een onder het Woord opgroeiende jeugd.
Een door het Woord geleide jeugd.


Het woord „jeugd” heeft een zeer wijde strekking. We willen daaronder verstaan, al diegenen, die na de oorlog ’40—’45 geboren zijn. Dit houdt natuurlijk niet in, dat de ouderen het van geen betekenis behoeven te achten, wat er gezegd zal worden.

We kunnen het woord „jeugd” opvatten, zo breed mogelijk. Ik denk dan aan de jeugd, die er in de wereld woont. Want overal in de wereld treft men jonge mensen aan. Die Vind je in Rusland, in China, in Afrika, in Amerika, ja waar zijn geen jonge mensen te vinden. Wanneer je de wereldjeugd beziet, die opgroeit, totaal vervreemd van God en Zijn Woord, dan kan de schrik je om het hart slaan. Want de jeugd is in de gehele wereld in beweging, maar dan in de richting van God af, of, misschien is het nog beter zó gezegd: in de richting tegen God in. Want haat en vijandschap is het kenmerk van de jeugd in de wereld, tegen God en Zijn Woord, ofschoon men ze beiden niet kent.

We kunnen het woord „jeugd” ook gaan beperken tot ons eigen land. En dan ziet de toekomst er al evenmin hoopvol uit. Want een onderzoek onder de soldaten heeft uitgewezen, dat van de jongens tussen 18 en 20 jaar, 60% nog nooit een kerk van binnen heeft gezien. Dat houdt dus in dat het grootste deel van de Nederlandse jeugd al tot heidendom vervallen is. Zij groeit op vervreemd van God en Zijn Woord, en dat in een land, waar het Woord van God in het verleden een plaats gehad heeft, als nergens ter wereld.

Doch we willen ons onderwerp nog meer begrenzen en in het bizonder spreken over de zgn. christelijke jeugd. Dat is de gedoopte jeugd. Dat zijn de jonge mensen, die in hun jonge leven, het teken en zegel van Gods genadeverbond hebben ontvangen. Wat moeten we nu van deze jeugd zeggen? Om een juiste kijk op de jeugd te hebben, moeten we voor alle dingen, de jeugd bijbels taxeren. Ik weet dat deze taxatie-norm door velen wordt losgelaten, helaas ook in de kerken. Maar, geliefde jonge mensen, wees er diep van doordrongen, dat we aan God en Zijn Woord en de. Jeugd verplicht zijn, om deze norm te handhaven.

Wat zegt dan Gods Woord van de Jeugd?

Gods Woord leert ons dat elk mens in zonde wordt ontvangen en in ongerechtigheid geboren, Ps. 51. Wij zijn met erfzonde belast, in de wereld gekomen.

En ondanks dat de jeugd gedoopt is in de Naam van een Drie-enig God, is ze overgeleverd aan- en staat ze onder de beïnvloeding van een andere drieeenheid nl. De Duivel, de wereld en het eigen boze vlees. Deze drie worden door de Heid. Kat. „doodvijanden” genoemd. Houdt ze goed in de gaten, want het gaat om je leven. Zie vr. en antw. 127.

Satan, de eerste van de drie, weet heel goed: Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. En van huis uit, krachtens de val in Adam, heeft de duivel de jeugd. Jezus heeft daarom niet ten onrechte gezegd, tot het geslacht dat er zich op beriep Abraham tot een vader te hebben: Gij zijt uit uwen vader, de duivel, die een leugenaar en een mensenmoordenaar van den beginne is.

Satan weet ook heel goed de betekenis van het Woord voor jeugd. Hij weet dat het Woord van God, de jeugd de waarheid zegt. En dat kan hij ten enemale als dé Leugenaar niet verdragen.

Zijn toeleg is daarom om de „christelijke jeugd” van het Woord van God te vervreemden. Dat is alle eeuwen door al zijn manier van optreden geweest. Vroeger waren de mensen te „dom” om de bijbel te lezen. Men moest dat maar aan de geestelijkheid overlaten. En dat waren ver-leiders.

We leven tegenwoordig in een andere tijd. Nu zijn alle mensen meer of minder ontwikkeld. De duivel past zich daarbij aan. De bijbel is nu een „onwetenschappelijk” boek. Hij laat dit zelfs theologen, die meer van de duivel dan van God geleerd zijn, verklaren. Terwijl n.l. „de God der wetenschappen” (1 Sam. 2 : 3) „Die de mensen de wetenschap leert” (Ps. 94 : 10), er de Auteur van is. Het behoeft, dunkt ons, geen verklaring, dat een dergelijke „verklaring”, de „God der wetenschappen, Die de mens wetenschap leert”, grotelijks onteert. We wijzen daarom die verklaring dan ook zonder meer, als Godslasterlijk van de hand.

De waarde van het Woord wordt daardoor gedevalueerd. Men kent het geen „gezag” meer toe. Het Woord van God is voor de jeugd „te bindend”. Vele dominees en onderwijzers op de christelijke scholen, weten met het Woord eenvoudig geen raad meer. Een onderwijzer bij het middelbaar onderwijs, die tevens ook nog ouderling was van de gereformeerde kerken, vertelde ons eens, toen we kwamen protesteren over hun manier van handelen: We kunnen het eenvoudig niet meer verkopen dominee, zoals u dat wilt. We hebben hem ernstig gewaarschuwd en gezegd, dat als men het gezag van het Woord niet meer erkent, dat men dan bezig is om z’n eigen gezag te ondergraven. De plaats, die het Woord nog inneemt wordt steeds kleiner. Op vele scholen is deze plaats zelfs bezig om te verdwijnen.

De prediking van het Woord wordt daarbij ook aangepast. Een „smalle weg” bestaat eigenlijk niet meer. Men kan tegenwoordig ook langs „de brede weg” naar de hemel. Dit wordt overal nog niet ronduit gezegd, want dat zou al te doorzichtig zijn. Maar in de praktijk komt het daar toch wel op neer. Het gebeurt dan onder de vrome dekmantel van de „christelijke vrijheid”. Men houdt dan de bijbel nog „vast”. Let wel, men houdt hem vast in de hand, en met een beroep op het „veranderend getij” kan er alles bij door.

Vroeger werd het nog wel eens gehoord: Het is God of de wereld. Beiden gaat niet. Maar het wordt tegenwoordig al meer: God en de wereld. Men kan sporten, kaartspelen, dansen, T.V. kijken (de wereld in huis-letterlijk), de bioscoop bezoeken, zich sexueel uitleven in voor-echtelijk-geslachtsverkeer op alle mogelijke manieren, met alle immorele gevolgen van dien. Want het duurt niet lang meer of de „arbortus” is ook in Nederland een legale zaak, zodat men ongestoord kindermoord kan gaan bedrijven op grote schaal.

De weg wordt gaande „breder” en zelfs de uiterlijke kennis aangaande God en Zijn woord wordt steeds minder. De wereld die met haar aanlokselen bekoort, neemt het hart geheel en al in. En er is toch in het hart van de mens maar voor één ding plaats.

Al deze dingen vinden aansluiting bij het natuurlijke hart van de mens, waarvan geschreven staat, dat het „bedenken des vieses vijandschap is tegen God, want het onderwerpt zich der wet Gods niet. Het kan ook niet”. Of is dat ook geen waarheid meer?

Zo zien we op „de erve van het verbond” de stroom verbreden, van de jeugd die steeds meer van God en Zijn Woord vervreemt.

Dit gebeurt niet ineens, maar in een zich geleidelijk voltrekkend proces.

We kunnen ten deze niet genoeg waarschuwen en zeggen: Ouders, geeft acht op de tijd waarin u leeft en geeft acht op uw zaad. Jongelui, hebt de ogen open voor deze tijd, waarin de „grote afval” steeds meer tot openbaring komt.

Acht het een voorrecht, wanneer je nog leven moogt onder dat al meer „vergruisde” oude Woord van God.


Want het is Gods getuigenis
Dat eeuwig zeker is
En slechten wijsheid leert.


De volgende keer hopen we daar nog iets meer van te zeggen. Ontvang voor ditmaal weer de groeten van uw aller vriend

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.