+ Meer informatie

Shell en Akzo breiden produktie pvc uit

Milieudefensie wil kunststof weren

2 minuten leestijd

ROTTERDAM - De Rovin, een gezamenlijke dochter van Shell en Akzo, zal de produktiecapaciteit van pvc (polyvinylchloride) uitbreiden van 215.000 ton per jaar naar 300.000 ton. Dat blijkt uit een publikatie in Shell Venster van deze maand.

Pvc is in opspraak gekomen nadat deze zomer was vastgesteld dat bij de verbranding van onder meer pvc's door de Afvalverbranding Rijnmond (AVR) giftige dioxines vrijkomen. Volgens het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milienhygiëne (RIVM) verdient het aanbeveling om pvc's te weren uit het huisvuil.

De pvc-produktie is voor ongeveer 10 procent bestemd voor verpakkingen. De Vereniging Milieudefensie is onlangs een actie gestart om de kunststof uit de winkels te weren. Volgens een woordvoerster van de organisatie heeft een aantal bedrijven, zoals Albert Heijn en Vroom en Dreesmann, bemoedigend op de actie gereageerd.

De producenten en de verwerkers van pvc zijn verenigd in de stuurgroep "Pvc en milieu". Deze stuurgroep zegt met de milieubeweging een discussie te willen over het gebruik van de stof. Milieudefensie wil echter alleen praten over de „afbouw" van de produktie en toepassing van pvc.

Hergebruik

Volgens de stuurgroep blijkt uit alle onderzoeken, „behalve dat van het RIVM", dat het verminderen van de hoeveelheid pvc in een verbrandingsinstallatie niet leidt tot minder dioxines. De stuurgroep wil wel een programma opstellen, gericht op een zo gering mogelijke milieubelasting bij „produktie, verwerking, gebruik, hergebruik en verwijdering van pvc".
Uitbreiding van de produktie-capaciteit kan gelijk oplopen met een dialoog over de schadelijkheid van de stof, zo meent de stuurgroep. 
Directe aanleiding om de capaciteit te vergroten, is het feit dat de zogeheten opwerksectie van de Rovin reeds over een capaciteit van 300.000 ton beschikt.

De Vereniging Milieudefensie zal binnenkort opnieuw de aandacht van het winkelend publiek op de pvc-kwestie richten. De producenten en verwerkers van de stof menen dat door het ontbreken van een dialoog met de milieuorganisaties het gevaar bestaat dat de industrie „de hakken in de grond zet" en geen discussie meer zal aangaan over milieuvriendelijke alternatieven.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.