+ Meer informatie

EEN INTRODUCTIE

4 minuten leestijd

De titel heeft een dubbelzinnige bedoeling. Allereerst wijst hij naar de vragenlijst die volgt. Deze lijst werd aan de redactie toegezonden door de kerkeraad van Rotterdam-Zuid. Zij is ontworpen door ds. S. Otten tijdens zijn werk in Winschoten. Nu wordt deze lijst ook gebruikt om op de kerkeraadsvergadering in Rotterdam-Zuid over de preek te spreken.

Dat zulk een gesprek plaatsvindt, is toe te juichen. In Apeldoorn worden studenten ertoe gestimuleerd in overleg met hun kerkeraad tot een gesprek over de prediking te komen - eens per drie of vier maanden.

Het initiatief van de kerkeraad van Rotterdam-Zuid om andere kerkeraden van zijn ‘model voor een gesprek’ in kennis te stellen, wordt door de redactie gewaardeerd. Vandaar dat op de laatste redactievergadering besloten is om dit model te plaatsen, voorzien van een korte toelichting van de redactie.

Zo introduceer ik dit model (het woord is van mijzelf) bij de lezers. Ik wil de term introductie ook gebruiken ter typering van dit model. Het is een eerste aanzet tot een bespreking. Een aantal saillante punten worden genoemd.

Wie met dit model wat ervaring heeft opgedaan, zal het willen detailleren en toespitsen. Het ‘hoe’ moet dan een vervolg krijgen in ‘hoe kom ik ertoe?’, ‘hoe kom ik eraan?’.

Deze vragen verdienen niet alleen bespreking op het college predikkunde (homiletiek) aan onze universiteit. Het is ook goed dat kerkeraden en hun predikant(en) er zich mee bezig houden.

Dit model lijkt mij een eerste aanzet. Vandaar dat de term introductie ook op de inhoud van het voorgelegde van toepassing is.

Het zou interessant zijn van kerkeraden te vernemen of men door ervaring in het gesprek verder komt. Langs welke weg komt men dan tot welke haltes en tot welk eindstation, zou ik willen vragen.

Mocht hierop bij de redactie reactie komen, dan zullen we daarop zeker ingaan. Voorshands houden we het bij deze introductie.

Inhoud van de preekbespreking

A Vorm.

1. Is er een duidelijke uitspraak?

2. Hoe is de lengte van de zinnen?

3. Hoe is het taalgebruik?

4. Wordt er met de lengte van de preek voldoende rekening gehouden met het concentratie-/opnamevermogen van de gemeenteleden?

5. Is er sprake van flexibiliteit bij bijzondere omstandigheden voor wat betreft lengte en inhoud van de preek (bijv. hoge temperaturen, veel kinderen, etc.)?

6. Worden er visuele hulpmiddelen gebruikt en hoe funetioneren die?

B Inhoud.

1. Komt Gods Woord tot zijn recht betreffende onderstaande zaken:

a. onderwijzend;

b. vermanend;

c. vertroostend.

ad a onderwijzend verschaft inzicht in de dienst van God en de naaste, vanuit het evangelie en/of de tekst(en) die op dat moment aan de orde zijn.

ad b vermanend wordt er opgeroepen tot een levenshouding die door de apostel Paulus genoemd wordt als “gij geheel anders, want gij hebt Christus leren kennen”.

ad c vertroostend wordt men bemoedigd in de strijd tegen eigen vlees, de wereld en de duivel en wordt de vertroosting ontvangen in tijden van ramp en tegenspoed. Hierbij dient het werk van de Heilige Geest duidelijk aandacht te krijgen.

2. Wordt de tekstkeuze mede door de actualiteit bepaald en nader uitgewerkt?

3. Worden de gekozen teksten behandeld in een verantwoorde uitleg met behulp van de verbanden waarin de tekst staat?

Er dient niet over de tekst maar vanuit de tekst te worden gepreekt.

4. Wordt er bij catechismuspreken gepreekt vanuit de tekst met de catechismus als illustratie of wordt de catechismus als uitgangspunt gekozen en speelt de tekstexegese op de achtergrond mee?

5. Werkt de verkondiging geloofsondersteunend voor de praktijk van het leven van alle dag?

De preek moet voldoende “teerkost” meegeven voor de komende werkweek.

6. Wordt “belofte” en “eis” van het verbond met goede regelmaat in de prediking aan de gemeente voorgehouden?

7. Krijgt het werk van de Heilige Geest voldoende aandacht?

8. Wordt in de prediking de spanning van het Koninkrijk van God (waarin Christus wederkomst zo’n belangrijke plaats krijgt) gevoeld?

9. Een preek kan alle waarheden naar Schrift en Belijdenis bevatten en toch de boodschap missen.

In een preek kan, naar waarheid, alles gezegd worden wat waar en zeker is (en wat ieder moet en kan weten), maar tevens oervervelend zijn. In dat geval is het “zwaard des Geestes” (Hebr. 4:12) stomp gemaakt.

C Doelgroepen.

De prediking dient alle toehoorders aan te spreken zonder de mogelijkheid uit te sluiten dat een bepaald deel van de gemeente incidenteel wordt genoemd of bedoeld.

Te denken valt hierbij aan:

1. de kinderen;

2. de jeugd;

3. de ouders;

4. alleenstaanden;

5. ouderen;

6. rouwdragenden/zieken;

7. werkenden/werklozen;

8. bekeerden;

9. onbekeerden.

D Persoonlijkheid.

Kan of durft de voorganger op de preekstoel zichzelf te zijn?

De predikant mag de kansel op met een preek waar zijn eigen geloofsleven “meters” onder blijft. Hij moet zijn eigen preek wel innerlijk verwerkt hebben. Hij dient getuige van de Waarheid te zijn.

E Terugkoppelingsmogelijkheden.

Is er voldoende ruimte bij de predikant en kerkeraadsleden voor een gesprek over de preek? Ook als uit het gesprek kritische opmerkingen komen?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.