+ Meer informatie

Antieke klokken in Engeland

„Long case" erg bekend

7 minuten leestijd

In een vorig artikel over antieke klokken hebben we een uitstapje in zuldelijke richting gemaakt om in Frankrijk, het land van wijnbergen, pendulerie, console- en comtoiseklokken te belanden. Nu we eenmaal over de grenzen getrokken zijn, moesten we ditmaal de oversteek naar Engeland eens wagen.

Engeland is een land dat vele beroemde meester-klokkenmakers telt. Uiteraard zijn ook in Engeland verschillende modellen klokken gemaakt waaronder de „long-case clock". Engeland, het land van de „long-case clock" of „lange kast klokken". We zouden misschien beter kunnen zeggen: het land van de „staande klokken". In Nederland komen we veel meer hangklokken tegen dan staande klokken. Hier behoort een staande klok — zeker onder de burgerman — tot de uitzonderingen.

Wij kunnen ons uit onze jeugd nog goed herinneren dat we eens een briefje moesten brengen bij een plaatselijke arts. De man bewoonde een patriciërshuis, groot en voornaam. Dat paste bij zijn status als dorpsarts. In de brede gang stond een prachtige klok waarvan de beeldengroep hoog optorende tegen de zoldering. Het was een Amsterdams staand horloge. Die klok maakte geweldige indruk. Een staande klok; zoiets waren we nog nooit tegengekomen.

Maar in Engeland.... daar is de staande klok gemeengoed. De Engelse uurwerkmakers hebben blijkbaar altijd de gewoonte gehad hun uurwerken in kasten te plaatsen. Zoals bij ons de Friese staartklokken was de staande klok in Engeland. Duizenden exemplaren moeten er van gemaakt zijn in allerlei typen. Grote, kleine, dure met kasten met inlegwerk versierd, eiken, mahonie, maar heel weinig wortelnoten. Het aantal soorten is heel groot. Uiteraard de typen uurwerken ook.

Eenvoudig

De oudste zijn vaak de eenvoudigste. Meestal een eiken kastje dat de eeuwen heeft verduurd met een uurwerk zo degelijk en goed dat het zonder mankeren na een eenvoudige schoonmaakbeurt de minuten weer rustig wegtikt alsof er nimmer een onderbreking is geweest. Dit zijn vaak zogenaamde daguurwerken voorzien van een koperen wijzerplaat met een verzilverde koperen cijferring en heel vaak slechts één uurwijzer. Zo uitvoerig de Fransen de comtoiseklokken lieten slaan, zo sober zijn de Engelsen. Wij zijn nog nimmer een (gewone) Engelse klok tegengekomen die op het halfuur sloeg, behalve dan de tafelklokken. De oudere exemplaren zijn fraaie robuuste uurwerken met brede raderen en dito rondsels. Naarmate de meubelstijlen zich wijzigden, werden ook de kasten van de klokken aangepast. Eén ding hebben ze wel allemaal gemeen, de kasten zijn rechthoekig. Geen buiken, geen klauwpoten en zelden gefineerd met wortelhout. De late typen ondergingen wat de wijzerplaten betreft een sterke vereenvoudiging. De koperen wijzerplaat treft men alleen nog aan bij de duurdere exemplaren terwijl de goedkopere soorten allemaal een beschilderde ijzeren wijzerplaat meekregen. In de toog is vaak-een schilderstukje gepenseeld. Als de uurwerken bij deze jongere klokken voorzien zijn van een datumaanwijzing, dan is dit niet meer zichtbaar door een klein uitgesneden vierkantje, maar via een halfrondje. De latere kasten zijn over het algemeen breed en grof.

Uit Engeland wordt thans veel antiek ingevoerd dat een gretig afzetgebied vindt in ons land. Slechts een klein percentage is voor doorvoer bestemd. Honderden staande klokken zijn intussen over de zee hierheen gekomen. Was de staande klok zoals we reeds vertelden voorheen in ons land bij de burgerman een uitzondering, nu is men door de invoer uit Engeland ook met dit type vertrouwd geraakt en staan her en der verspreid Engelse staande klokken in de Hollandse huiskamers. Toch zal de staande klok in ons land wel altijd een soort uitzonderingspositie blijven innemen. Ze zijn tenslotte erg duur.

Het is een bekend en begrijpelijk feit dat ieder die een antieke klok aanschaft gaarne de juiste ouderdom daarvan wil weten. In vele gevallen is die vrij juist te bepalen of in ieder geval tot een bepaalde periode terug te brengen.

Vreemde combinaties

Maar.... om nu bij de vele uit Engeland geïmporteerde „lange kast klokken" te blijven, het is voor de kenner altijd de eerste vraag of uurwerk en kast werkelijk bij elkaar horen. De vreemdste combinaties komt men soms tegen. De antiekhandelaren in Engeland, waarvan de Nederlandse antiekhandelaren hun spulletjes tenslotte weer kopen, werken er vaak met man en macht aan om „verkoopbare" handel in voorraad te hebben. Dit betekent dat zij van alles en nog wat bij elkaar graaien en zich niet ontzien om daar hele grote spijkers in te slaan of er gauw gauw een streek vernis over te halen en dan lijkt het wel weer wat. Met klokken gaat dat ook zo. Losse uurwerken zijn er in Engeland (misschien kunnen we beter schrijven waren er) veelvuldig te koop. Maar een Engels uurwerk waarvan in de loop der tijden de kast versleten is geraakt kan niet zoals bij de comtoiseklokken zomaar aan de wand worden gehangen. Bij zo'n uurwerk moet een kast „gezocht" worden. Ook die schijnen er tot voor enkele jaren terug te vinden geweest zijn. Het is een duidelijke zaak dat een uurwerk met een vierkante wijzerplaat slechts in een kast kan worden geplaatst waarvan de houten passe-partout met het deurtje ook vierkant is. En een uurwerk met een toog boven de wijzerplaat past slechts in een kast met een toog. Dat vaak de cijfers op de wijzerplaat gedeeltelijk schuil gingen achter de passe-partout, daar brak men zich het hoofd niet over. We spreken nu over de goedkope aanbiedingen op dit gebied. Bij de duurdere klokken zal in de meeste gevallen het uurwerk en de kast wel bij elkaar horen. Hoewel we pas nog een klok tegenkwamen waarvan de kast vrij slank was en versierd met fraai inlegwerk, waarin nota bene een heel laat uurwerk was geplaatst met een geverfde wijzerplaat. In die kast hoorde een veel ouder uurwerk en zeker een met een koperen wijzerplaat. De koper van die klok was geheel te goeder trouw geweest en had zonder informatie bij een kenner, deze klok gekocht in de veronderstelling toch wel een mooi exemplaar te hebben gevonden.

Opgelet

Adspirant-kopers moeten er in de eerste plaats dus op letten of het uurwerk en de kast redelijk bij elkaar passen. We hebben reeds verteld dat de vroegste modellen altijd een koperen wijzerplaat hebben, vaak met een losse verzilverde cijferring. In de hoeken van de wijzerplaat hoort een gegoten versiering, waaraan kenners een bepaalde waarde toekennen om de ouderdom te bepalen. De vraag blijft echter ook nu weer: zijn die boekversieringen werkelijk oud, of nagegoten? Het meest betrouwbare is als de maker in de koperen plaat zijn naam en de plaats van vestiging heeft gegraveerd. Dan is aan de hand van „vakboeken" na te gaan waar de meester-klokkenmaker woonde en in welke jaren hij werkte.

Slechts een enkele keer komt het voor dat men een koperen wijzerplaat waarop de signatuur van een klokkenmaker voorkomt vóór een ander uurwerk plaatst. We praten nu niet over de hele dure exemplaren, want daaraan wordt niet of zelden geknoeid. We hebben meer het oog op de grote stroom van lange kast klokken welke in alle uithoeken van ons land in grote en kleine antiekzaakjes te koop zijn (of zijn geweest). Wanneer men dus een klok heeft gekocht met een koperen wijzerplaat, is men al een stap vóór bij hen die er een aangeschaft hebben met een geverfde wijzerplaat. Want Engelse klokken met een geverfde wijzerplaat zijn bijna altijd jonger dan die met een koperen plaat. Dit betekent niet dat het uurwerk van mindere kwaliteit is. Er zijn onder die soort exemplaren met heel goede uurwerken. Laten we het liever anders zeggen. Ook die uurwerken zijn heel goed en zullen jaren en jaren mee kunnen gaan.

Namen

De namen op de beschilderde wijzerplaten zeggen een antiekkenner totaal niets. Die namen kunnen zowel de handelaars als de makers betreffen. Zij bieden in geen geval waarborg wat de ouderdom aangaat. Alle uurwerken, of het nu vroege of latere betreft, zijn uitgerust met een lange slinger, zodat de klokken een rustige voorname „tik" hebben. Het is natuurlijk wel zaak dat de klok juist opgesteld wordt. Soms moet de kast vrij scheef worden geplaatst wil het uurwerk lopen. Als dit te gek wordt moet een klokkenmaker of iemand die er verstand van heeft de slingervork in de Juiste positie brengen. Dan behoeft de kast niet meer opvallend scheef te staan.

De uurwerken welke een looptijd van acht dagen hebben zijn bijna zonder uitzondering uitgerust met een zogenaamd zaagslagwerk dat niet van slag kan raken in tegenstelling tot die uurwerken welke voorzien zijn van een sluitschijf. De laatste soort kan wel van slag raken. Wanneer u een klok gekocht heeft bij een goede handelaar zullen al deze technische zaken geen moeilijkheden opleveren.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.