+ Meer informatie

‘Gedenkt aan de vrouw van Lot’

Gedenkt aan de vrouw van Lot. Lukas 17:32

4 minuten leestijd

De Heere Jezus haalt deze geschiedenis aan in het gesprek dat Hij met de farizeeën heeft naar aanleiding van hun vraag wanneer het Koninkrijk van God zou komen. In dit korte zinnetje: ‘Gedenkt aan de vrouw van Lot’, ligt een uitgebreide prediking opgesloten.

Zeer aardsgezind

De vrouw van Lot. Lot, een kind van God, maar zeer aardsgezind, begerig naar aardse rijkdom en al te meegaand, wat de zonde betreft. Dag op dag heeft hij zijn rechtvaardige ziel gekweld in het goddeloze Sodom. Zijn vrouw zal dat wel bemerkt hebben. Ze heeft hem horen bidden en zijn schuld belijden voor het aangezicht des Heeren.
In de laatste nacht dat ze nog in Sodom waren, hebben twee engelen in hun huis overnacht. Ze was er getuige van hoe de boze lieden van de stad met blindheid geslagen werden. Ook zij werd, toen Lot en de zijnen nog aarzelden, door die ‘mannen’ bij de hand gegrepen om ‘de verschoning des HEEREN over hem’.
De HEERE had tot hen gezegd: Behoud u om uws levens wil; zie niet achter u om en sta niet op deze ganse vlakte.
Wat een genadebemoeienissen in het leven van deze vrouw. Nabij het Woord en getuige van de genadewerken des HEEREN. De HEERE betoonde geen lust te hebben in haar dood noch ondergang, maar Hij bewees haar Zijn goedheid door haar te onttrekken aan het vreselijke oordeel dat Sodom treffen zou.

Op weg naar Zoar

Op weg naar Zoar, bijna behouden, ziet de vrouw van Lot in strijd met het gebod des HEEREN achterom en terstond treft het oordeel van God haar. Haar hart stond stil en werd in haar als een steen. Ze werd een zoutpilaar. In een ogenblik had Lot zijn vrouw en hadden de dochters hun moeder verloren. Aangrijpend.

In de geheel uit zout bestaande bergrug ten zuiden van de Dode Zee zou in een rotsvorm de gestalte van een vrouw, de vrouw van Lot, zichtbaar zijn. Wat hiervan zij, dat ze een zoutpilaar geworden is, is niet twijfelachtig. Gods Woord, de waarheid, zegt het ons.

Ze zag om. Wat bleek daaruit? Wel, dat ze wel Sodom uit was, maar dat haar hart daar gebleven was, met al de vezels van haar bestaan er nog aan verbonden. Ze kon er niet van loskomen. Zoveel moest ze daar achterlaten. Wellicht heeft ze gedacht: Misschien valt het allemaal wel mee. Zou het nu werkelijk wel nodig zijn om op de vlucht te gaan?
Haar verkleefdheid aan Sodom doet haar nog éénmaal omzien. Een zoutpilaar! De vrouw van Lot, geroepen mee uit te trekken uit Sodom, op weg naar de plaats der behoudenis. Toch vreselijk omgekomen. Het oordeel aangezegd, de lieflijke roepstem gehoord: Behoud u! De plaats van behoudenis aangewezen, het genadewerk Gods gezien en gehoord, misschien weleens onrustig geweest, ziende op de zonde en ongerechtigheid in Sodom en toch: Voor eeuwig omgekomen.

Geen onherroepelijke keus

Een beeld van de mens, die weleens bezig is met de vragen aangaande zijn eeuwige bestemming. Soms onder de indruk onder de prediking van het Woord van God. Ze nemen zichzelf voor de zonde te vlieden en hun werelds leven te verlaten. Ze hebben weleens iets gezien van het goede van de dienst des HEEREN en het geluk van hen die de Heere vrezen. Het onderzoek van Gods Woord is hun een vermaak en toch, het komt niet tot een onherroepelijke keus in hun leven. Als het er op aan komt hebben ze toch met een Demas de tegenwoordige wereld lief. Gedenkt aan de vrouw van Lot!

Veel arbeid laat de Heere aan onze ziel ten koste leggen en toch: Achterom zien? God wat en de wereld wat? Gedenkt aan de vrouw van Lot!

Wie volharden zal

Is er ook in het genadeleven niet vaak verzet tegen een onvoorwaardelijk volgen van de Heere, maar integendeel een koesteren van het vlees, een toegeven aan de zonde, een achterom zien?
Wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden. Gedenkt aan de vrouw van Lot!

Leer mij, o HEER’, den weg door U bepaald;
Dan zal ik dien ten einde toe bewaren;
Geef mij verstand, met Godd’lijk licht bestraald;
Dan zal mijn oog op Uwe wetten staren;
Dan houd ik die, hoe licht mijn ziel ook dwaalt;
Dan zal zich ‘t hart met mijne daden paren.

ds. W. Silfhout, Capelle aan den IJssel

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.