+ Meer informatie

VII Deputaatschappen en commissies

47 minuten leestijd

De synode nam besluiten naar aanleiding van rapporten van deputaatschappen en commissies.

1. Theologische Universiteit

De synode besloot ten aanzien van het curatorium
1. aan prof.dr. G.C. den Hertog op de meest eervolle wijze emeritaat te verlenen;
2. in te stemmen met de (voorlopige) nieuwe opzet van het proponentsexamen;
3. goedkeuring te hechten aan het nieuwe voorstel voor de aanwezigheid van het curatorium bij de masterexamens van admissiaal studenten;
4. goedkeuring te hechten aan de verandering van naamgeving van gereformeerde praktische theologie naar praktische theologie;
5. het curatorium op te dragen zich te bezinnen op de vraag of het aantal te beoordelen preekvoorstellen uitgebreid dient te worden en hierover aan de volgende synode te rapporteren.
6. dr. A. Huijgen te Kampen te benoemen tot hoogleraar systematische theologie voor 1,0 fte;
7. dr. M.J. Kater te Kampen te benoemen tot hoogleraar praktische theologie voor 1,0 fte;
8. goedkeuring te hechten aan de benoeming van drs. H. de Waard te Dordrecht als universitair docent Hebreeuws/Aramees, voor 0.7 fte;
9. goedkeuring te hechten aan de benoeming van dr. M.C. Mulder te Ermelo als universitair hoofddocent Nieuwe Testament, voor 0,8 fte;
10. goedkeuring te hechten aan de benoeming van dr. D.J. Steensma te Veenwouden tot universitair docent ethiek, voor 0.4 fte;
11. het curatorium op te dragen - samen met het college van hoogleraren - zich nader te bezinnen op de figuur van de ‘kerkelijk docent’ zodat er duidelijkheid komt hoe de kerken zelf hun verantwoordelijkheid voor de opleiding van haar dienaren inhoud geven, en daarover aan de generale synode van 2019 te rapporteren;
12. goedkeuring te hechten aan de maatregelen die al genomen zijn om uitvoering te geven aan de opdrachten van de generale synode 2013 met het oog op het verbeteren van de communicatieve vaardigheden van de admissiale student (zie rapport curatorium, bijlage 3, sub 2, Uitvoering Ad A);
13. het curatorium op te dragen vormingsmiddagen te organiseren ten dienste van het versterken van de professionaliteit en taakidentiteit van de admissiale student (zie rapport curatorium, bijlage 3, sub 2, Uitvoering Ad A);
14. het curatorium op te dragen voorlopig bij tien admissiale studenten een verplicht ontwikkelassessment af te laten nemen (zie rapport curatorium, bijlage 3, sub 2, Uitvoering Ad A), dit daarna te evalueren en daarvan verslag te doen aan de generale synode;
15. met betrekking tot de permanente educatie van predikanten:
a. opnieuw uit te spreken dat de permanente educatie van predikanten een verplicht karakter heeft;
b. uit te spreken dat het - met het oog op een gezond functionerend predikantschap - noodzakelijk is dat predikanten blijven leren langs drie lijnen: geestelijke groei, persoonlijke vorming en theologische kennis;
c. uit te spreken dat de kerkenraden verantwoordelijk zijn voor een juiste permanente educatie voor predikanten en dat zij hierop dienen toe te zien in een jaarlijks gesprek met de predikant;
d. uit te spreken dat de classes hierop dienen toe te zien door bij de kerkvisitatie in het gesprek met de predikant, alsook met de kerkenraad, hiervoor aandacht te vragen aan de hand van vraag I,7 van het reglement op de kerkvisitatie. De kerkvisitatoren doen van dit alles verslag aan de betreffende classis;
e. in het reglement op de kerkvisitatie (bijlage 28 K.O.) vraag I,7 aldus te formuleren: ‘Studeert de predikant – mede met het oog op de prediking - ijverig? Voldoet hij aan de verplichting tot permanente educatie volgens de besluiten van de generale synode, en stelt u hem als kerkenraad daartoe ook voldoende in staat? Hoe neemt u kennis van het resultaat?’;
f. het in bijlage 3 van voornoemd rapport voorgestelde evaluatiedocument aan te passen en toe te voegen aan het document dat dient als handreiking voor de kerkenraden ten dienste van het ‘jaarlijks gesprek ambtelijk werk’, en deze handreiking nogmaals aan de kerken toe te sturen;
g. een brief te doen uitgaan naar alle kerkenraden en classes waarin erop wordt gewezen dat het mentoraat voor beginnende predikanten toevertrouwd dient te worden aan het Steunpunt Kerkenwerk;
h. in deze brief tevens de kerken en classes te informeren over het verplichtend karakter van de permanente educatie en de verantwoordelijkheid van kerkenraden en classes daarbij, en te wijzen op de faciliterende rol van de Theologische Universiteit Apeldoorn in dezen;
i. de Theologische Universiteit Apeldoorn op te dragen de nodige faciliteiten te ontwikkelen die behulpzaam kunnen zijn bij de permanente educatie van predikanten, bijvoorbeeld door op de website regelmatig een overzicht te geven van datgene wat geschikt zou kunnen zijn voor bedoelde permanente educatie, en iemand aan te stellen als coördinator van de PE-programma’s;
16. uit te spreken dat ten aanzien van de vervulling van vacatures bij hoogleraarsposten de voorkeur blijft uitgaan naar de benoeming van een christelijk-gereformeerde predikant als kerkelijk hoogleraar;
17. het curatorium en het college van bestuur op te dragen het benoemingsbeleid opnieuw te doordenken in relatie tot de vraag hoe de band met de kerken optimaal gewaarborgd kan worden;
ten aanzien van de raad van toezicht
1. de raad hartelijk te danken voor het gevoerde beleid en hem daarvoor decharge te verlenen;
2. uit te spreken dat de inschaling van een universitair hoofddocent passend is;
3. ermee in te stemmen dat – naast op leer en leven – ook op het functioneren van een docent toezicht dient te zijn, en ten aanzien hiervan het initiatief bij het college van bestuur te leggen;
4. de tekst van de formele regelingen vast te stellen conform het voorstel van de raad van toezicht;
5. opnieuw leden van de raad te benoemen;
en ten aanzien van deputaten studiefonds
1. deputaten te bedanken voor de uitgevoerde werkzaamheden;
2. het stimuleringsfonds op te heffen waarbij het resterende saldo dient te worden overgeboekt naar het studiefonds;
3. de voorgestelde wijzigingen in de regeling studiefonds en aanpassing van de bijdragen over te nemen, behalve het onderdeel in het bepaalde in art. 1.3, namelijk de verlenging van de looptijdbijdrage met zes maanden, en dus de oorspronkelijke tekst van art. 1.3 te handhaven: ‘De bijdrage uit het studiefonds wordt toegekend gedurende ten hoogste zes en een half jaar, gerekend vanaf het begin van de bachelor, en wordt beëindigd aan het eind van de maand waarin de studie is afgerond’; 4. ter overbrugging van de periode na de afronding van de studie en hun eventuele intrede in een gemeente aan admissiale studenten die een bijdrage ontvingen uit het studiefonds, zo nodig ondersteuning aan te bieden in de vorm van een lening die onder nader door deputaten studiefonds te bepalen condities wordt verstrekt voor in principe een periode van zes maanden, en dezelfde voorziening mutatis mutandis aan te bieden aan de andere admissiale afgestudeerde studenten;
5. opnieuw deputaten te benoemen.

2. Kerk en Israël

De synode besloot
1. de handelingen van deputaten goed te keuren;
2. met betrekking tot de eerste zondag van oktober
a. de kerken aan te bevelen in het bijzonder aandacht te geven aan de blijvende verbondenheid met Israël, ten einde in de plaatselijke kerken bewustwording daarvan te kweken of deze te versterken;
b. daarbij uit te spreken dat het aanbeveling verdient om op deze zondag de jaarlijkse Israëlcollecte te houden, die ten goede komt aan het werk onder Israël vanuit onze kerken;
c. en art. 21 K.O. als volgt aan te passen: sub 3 ‘Deputaten kerk en Israël zullen de aandacht van de kerkenraden vestigen op de wenselijkheid op de eerste zondag in oktober een Israëlzondag te houden.’ En de regel ‘De paascollecte zal geheel bestemd zijn voor deputaten kerk en Israël’ te wijzigen in ‘De paascollecte of de collecte op Israëlzondag zal geheel bestemd zijn voor deputaten kerk en Israël’;
3. deputaten op te dragen om de resultaten van hun studie en bezinning met plaatselijke gemeenten te blijven delen en daarbij gebruik te maken van de deskundigheid die in andere deputaatschappen aanwezig is op het gebied van pr;
4. in te stemmen met het beleidsplan op hoofdlijnen, zoals verwoord onder hoofdstuk 8 van dit rapport;
5. opnieuw deputaten te benoemen.

3. Buitenlandse zending

De synode besloot
1. de handelingen van deputaten goed te keuren;
2. goedkeuring te verlenen aan het in voorbereiding zijnde zendingswerk in Europa en de daaraan verbonden deelbegroting;
3. deputaten op te dragen bij de driejaarlijkse voortgangsrapportage aan de generale synode per project aan te geven welk perspectief er is om de volledige verantwoordelijkheid aan lokale betrokkenen over te dragen en hoe dit zich verhoudt tot wat in de vorige rapportage werd gemeld;
4. goedkeuring te geven aan de herziene relatie met de Gereja Toraja Mamasa (GTM), met dien verstande dat zendingsdeputaten de kerkelijke relatie overlaten aan deputaten buitenlandse kerken en zich in de samenwerking met de GTM beperken tot het behartigen van de gemeenschappelijke zendingsprojecten;
5. opnieuw goedkeuring te geven aan de voorgenomen verdere ondersteuning op projectbasis van onderwijsprojecten van de GTM en van het primaire zendingswerk in Mada’ en Bunggu;
6. opnieuw goedkeuring te geven aan de ondersteuning van het Iyani Bible and Training Institute in Sibasa Venda, waarbij het gesprek met het bestuur van Iyani zal worden voortgezet over de vraag op welke wijze en op welke termijn de kerken van de synode Soutpansberg zelf de volledige financiële verantwoordelijkheid voor dit instituut kunnen dragen;
7. dankbaarheid uit te spreken voor de tot stand gekomen samenwerking tussen het Heidelberg Seminarie van de synode Soutpansberg en het Mukhanyo Theological College te KwaMhlanga met het oog op de eenheid in opleiding van predikanten voor de kerken in Venda en in KwaNdebele;
8. goedkeuring te geven aan de herziene relatie met de synode Soutpansberg, met dien verstande dat zendingsdeputaten de kerkelijke relatie overlaten aan de deputaten buitenlandse kerken en zich beperken tot het behartigen van de belangen van de gemeenschappelijke zendingsprojecten;
9. goedkeuring te verlenen aan het voornemen de reorganisatie van de kerken van KwaNdebele te blijven ondersteunen, waarbij deze kerken nadrukkelijk gevraagd wordt meer dan voorheen de lasten van het eigen kerkelijke leven te dragen;
10. goedkeuring te verlenen aan de overdracht van de leiding van het Naro Language Project (NLP) door drs. H. Visser aan broeder I.K. Saul;
11. in het verlengde van de besluitvorming van 2013 goedkeuring te verlenen aan de uitbreiding tot honderd procent van de werkzaamheden van drs. H. Visser als taalconsulent voor zuidelijk Afrika;
12. goedkeuring te verlenen aan de realisering van het voornemen van 2013 om de opbouw van het kerkelijke leven van de Reformed Churches in Botswana te ondersteunen (en daarin in het bijzonder het zendingswerk onder de Sanmensen) door bij te dragen aan de bekostiging van vier predikanten;
13. goedkeuring te verlenen aan de instemming van deputaten zending met het ontslag van pastor A.A. Mala;
14. goedkeuring te verlenen aan de voortzetting van de steun aan InForTeM, dat zowel het decentrale (ETE) als het centrale (EBOM) theologische onderwijs in de provincie Zambézia behartigt;
15. opnieuw goedkeuring te verlenen aan de voortgezette assistentie aan de Église Protestante Réformée du Burundi;
16. opnieuw goedkeuring te verlenen aan de ondersteuning van het zendingswerk van Overseas Missionary Fellowship in Isaan, Thailand, zoals dat thans gestalte krijgt door de inzet van ds. W.M. den Hertog in Khon Sawan;
17. goedkeuring te verlenen aan het streven van deputaten zending om meer zendingswerkers naar Isaan uit te zenden in (financiële) samenwerking met een kerk en een thuisfrontcommissie;
18. opnieuw goedkeuring te verlenen aan de ondersteuning van het zendingswerk van de Russische onafhankelijke bapstistenkerken in Tajmyr, Siberië, in goed overleg met de stichting Friedensstimme Nederland;
19. opnieuw goedkeuring te verlenen aan de wijze waarop deputaten zending de evangeliever-kondiging van IFES onder buitenlandse studenten in verschillende Nederlandse universiteitssteden ondersteunt;
20. goedkeuring te geven aan de eenmalige ondersteuning van missionaire diaconale werkers in de aanloop naar hun uitzending van € 1500,- (voor een alleengaande) of € 2500,- (voor een echtpaar), en aan de ondersteuning ten bedrage van € 1500,- bij een incidenteel aanwijsbaar tekort in een jaarbegroting;
21. opnieuw deputaten te benoemen;
en verder
22. deputaten financiële zaken, onderlinge bijstand en advies, emeritikas, zending en landelijk kerkelijk bureau opdracht te geven op basis van overleg en consensus één beleggingsstatuut op te stellen dat voor alle deputaatschappen van toepassing wordt. Deputaten kunnen daarbij een of meerdere beleggingsspecialisten raadplegen. Als in dat op die manier tot stand gekomen statuut zou zijn opgenomen dat er sprake moet zijn van een centrale beleggingscommissie, dan kan die georganiseerd en geactiveerd worden na toestemming van de volgende generale synode, mede op grond van de ervaringen die in de komende periode worden opgedaan met het werken met een beleggingsstatuut. Als het onverhoopt weer niet zou lukken te komen tot een gezamenlijk beleggingsstatuut, wordt van elk van de genoemde deputaatschappen een verantwoording daarover verwacht in hun rapportage aan de volgende synode.

4. Evangelisatie

De synode besloot
1. de handelingen van deputaten goed te keuren;
2. met betrekking tot de zendingsgemeenten:
a. vast te stellen dat een classis pas een positief advies kan afgeven inzake het verzoek van een plaatselijke kerk om te komen tot het institueren van een zendingsgemeente nadat er advies is gegeven door deputaten evangelisatie;
b. deputaten opnieuw op te dragen samen met deputaten eredienst de formulieren voor doop en avondmaal wat taal en vormgeving betreft geschikt te maken voor gebruik in de context van de zendingsgemeenten;
3. met betrekking tot de evangelist:
a. deputaten kerkorde en kerkrecht op te dragen in overleg met deputaten evangelisatie breder onderzoek te doen naar het principe en de praktijk van de ambten, en daarbij rekenschap af te leggen van de missionaire context waarin we vandaag kerk zijn;
b. in dit onderzoek nadrukkelijk mee te nemen wat de positie is van de evangelist in relatie tot de ambten;
c. in dezen op advies van deputaten kerkorde en kerkrecht vooralsnog de evangelist te zien als een ambtsdrager en daarmee als lid van de kerkenraad, waarbij het ambt van de evangelist het karakter draagt van een bijzonder dienaar van het Woord die het Woord en de sacramenten slechts mag bedienen in de gemeente waaraan hij verbonden is;
4. met betrekking tot de gevestigde kerken deputaten op te dragen:
a. wederkerigheid en uitwisseling te stimuleren en te faciliteren tussen zendingsgemeenten en missionaire plekken om
b. de gevestigde kerken zelf te doen groeien in missionair bewustzijn en missionaire presentie, onder meer in relatie tot de grote toestroom van vluchtelingen naar ons land in de afgelopen jaren;
c. daarnaast omgekeerd de nieuwe gemeenten (in wording) te dienen met personele, financiële en theologische ondersteuning, alsmede met de ervaring die is opgedaan in de geloofsoverdracht van generatie op generatie binnen het kader van de gereformeerde verbondsopvatting;
d. de handreikingen over doop en avondmaal te verspreiden ten dienste van bespreking in kerkenraden en op classes;
5. met betrekking tot de plek van zendingsgemeenten in relatie tot het kerkverband:
a. de classes op te wekken om in hun onderling meeleven (via art. 41 en 44 van de kerkorde) ruime aandacht te geven aan de wijze waarop de gemeente haar missionaire opdracht gestalte geeft;
b. er bij de classes op aan te dringen om, zodra zich in het ressort van de classis een missionair project voordoet dat de potentie heeft om uit te groeien tot een zendingsgemeente, visitatoren aan te stellen die de mogelijkheid en de bereidheid hebben om de moedergemeente, het missionaire project c.q. de zendingsgemeente met advies bij te staan;
c. dit evenzo te doen voor alle bestaande zendingsgemeenten;
d. er bij de classes met nadruk op aan te dringen daarbij gebruik te maken van de mogelijkheid om aan de visitatoren vanuit de classis een lid van het deputaatschap evangelisatie toe te voegen als adviseur;
e. de classes aan te sporen om door middel van visitatierapporten een inhoudelijke bespreking daarvan ter vergadering en met andere daartoe geëigende middelen te bevorderen, dat niet alleen de visitatoren, maar alle gemeenten uit het ressort zich betrokken weten bij het missionaire project c.q. de zendingsgemeente;
f. de classes te wijzen op de door deputaten evangelisatie opgestelde handreikingen (zie bijlage 9.2) en de vragenlijst voor voortgangsgesprekken over missionaire projecten;
6. met betrekking tot de missionaire roeping van de kerken deputaten op te dragen:
a. zich voortdurend te blijven bezinnen op de wijze waarop de missionaire roeping binnen onze kerken in wederkerigheid gestalte dient te krijgen;
b. daarbij gebruik te maken van de kennis die beschikbaar is op de Theologische Universiteit Apeldoorn, op hogescholen en bij andere organisaties;
c. de resultaten van deze bezinning vruchtbaar te maken voor de kerken;
d. de kerken te stimuleren om actief te participeren in missionaire leertrajecten;
7. opnieuw deputaten te benoemen.

5. Emeritikas

De synode besloot
1. de handelingen van deputaten goed te keuren en waardering uit te spreken voor de grote hoeveelheid verricht werk;
2. de controle op voortduring van arbeidsongeschiktheid te laten stoppen als de AOW-leeftijd wordt bereikt;
3. te borgen dat pensioenopbouw blijft plaatsvinden bij emeritering gedurende arbeidsongeschiktheid;
4. het voorgestelde indexatiebeleid goed te keuren, wat inhoudt dat PFZW-indexatiebesluiten worden gevolgd, behalve indien daarvoor de financiën ontbreken of indien PFZW besluit tot negatieve indexatie, in welke gevallen deputaten naar art. 13 K.O. zullen handelen naar bevind van zaken;
5. vaste (eventueel te indexeren) uitkeringsbedragen te introduceren conform bijlage 4 van het deputatenrapport, die ook onafhankelijk worden gemaakt voor de volksverzekeringen;
6. waar van toepassing te verwijzen naar gegevens op de website in plaats van die gegevens in de bijlagen bij de kerkorde op te nemen;
7. conform de voorstellen van deputaten de uitkeringen aan wezen aan te passen;
8. akkoord te gaan met de wijzigingen in de kerkorde die nodig zijn vanwege de besluiten 2 tot en met 7, conform bijlage 1 bij rapport 2 van commissie 6;
9. de gevolgen van het vervallen van de partnertoeslag in de AOW deels en voor een beperkte periode te compenseren door, als de predikantsvrouw nog geen AOW ontvangt, de emeritaatsuitkering aan te vullen met een bedrag van vijfhonderd euro per maand in de jaren 2017 tot en met 2021, waarna de compensatie zal stoppen voor allen die nog in de betreffende situatie zitten;
10. scriba I op te dragen de brieven die de synode ontving over de AOW-partnertoeslag te beantwoorden door het voorgaande besluit op pastorale wijze te delen met de briefschrijvers;
11. deputaten op te dragen in overleg met deputaten kerkorde en kerkrecht onderzoek te doen naar en zo mogelijk een regeling te ontwerpen voor deeltijdemeritaat (zowel voor als na de pensioengerechtigde leeftijd, in een beperkt aantal varianten) en daarover te rapporteren aan de generale synode van 2019;
12. in het besluit uit 2013 over de beleggingsrichtlijn de tekst ‘Tevens een bank met minimaal een A-rating (Standard & Poor’s)’ te vervangen door ‘Tevens een bank met minimaal een A-rating. De bedoelde rating is afgegeven door ten minste twee gezaghebbende ratingbureaus, zoals Fitch, Moody’s en Standard & Poor’s’;
13. dat problematieken rond onderlinge solidariteit tussen gemeenten in betaling van pensioenpremies of rond inkomenspositie van predikanten niet thuishoren bij emeritikas maar bij deputaten financiële zaken en in dat verband verder te bespreken;
14. deputaten emeritikas op te dragen verder contact op te nemen met het landelijk kerkelijk bureau om na te gaan of de software voor de administratie van deputaten daar geprofessionaliseerd en beheerd kan worden en in hoeverre het betalen van uitkeringen kan worden opgenomen in de taken van het landelijk kerkelijk bureau, de mogelijkheden daartoe daadwerkelijk te benutten en hierover te rapporteren aan de generale synode van 2019;
15. opnieuw deputaten te benoemen;
en verder
16. opdracht te geven aan deputaten emeritikas om de predikanten (geanonimiseerd) te informeren over de uitkomsten van de enquête inkomenspositie predikanten;
17. deputaten financiële zaken, onderlinge bijstand en advies, emeritikas, zending en landelijk kerkelijk bureau opdracht te geven op basis van overleg en consensus één beleggingsstatuut op te stellen dat voor alle deputaatschappen van toepassing wordt. Deputaten kunnen daarbij een of meerdere beleggingsspecialisten raadplegen. Als in dat op die manier tot stand gekomen statuut zou zijn opgenomen dat er sprake moet zijn van een centrale beleggingscommissie, dan kan die georganiseerd en geactiveerd worden na toestemming van de volgende generale synode, mede op grond van de ervaringen die in de komende periode worden opgedaan met het werken met een beleggingsstatuut. Als het onverhoopt weer niet zou lukken te komen tot een gezamenlijk beleggingsstatuut, wordt van elk van de genoemde deputaatschappen een verantwoording daarover verwacht in hun rapportage aan de volgende synode;
en besloot ten aanzien van de evaluatiecommissie emeritikas
1. de handelingen van evaluatiecommissie II goed te keuren en dank uit te spreken voor de verrichte werkzaamheden;
2. dank uit te spreken voor de verrichte werkzaamheden van de klankbordgroep;
3. de evaluatiecommissie II en de klankbordgroep op te heffen.

6. Onderlinge bijstand en advies

De synode besloot
1. de handelingen van deputaten goed te keuren en waardering uit te spreken voor het verrichte werk en de intensieve contacten met steun ontvangende kerken;
2. de afschaffing van de draagkrachtsteun (dertig procent van de omslag) op te schorten voor de periode 2017 tot en met 2019;
3. opnieuw deputaten te benoemen;
en verder
4. deputaten financiële zaken, onderlinge bijstand en advies, emeritikas, zending en landelijk kerkelijk bureau opdracht te geven op basis van overleg en consensus één beleggingsstatuut op te stellen dat voor alle deputaatschappen van toepassing wordt. Deputaten kunnen daarbij een of meerdere beleggingsspecialisten raadplegen. Als in dat op die manier tot stand gekomen statuut zou zijn opgenomen dat er sprake moet zijn van een centrale beleggingscommissie, dan kan die georganiseerd en geactiveerd worden na toestemming van de volgende generale synode, mede op grond van de ervaringen die in de komende periode worden opgedaan met het werken met een beleggingsstatuut. Als het onverhoopt weer niet zou lukken te komen tot een gezamenlijk beleggingsstatuut, wordt van elk van de genoemde deputaatschappen een verantwoording daarover verwacht in hun rapportage aan de volgende synode.

7. Kerk en media

De synode besloot
1. de handelingen van deputaten goed te keuren;
2. in verband met het opheffen van de Stichting Zendtijd voor Kerken bijlage 24 K.O. (art. 21) als volgt te wijzigen:
a. opschrift: Instructie voor deputaten kerk en media;
b. art. 1. De generale synode benoemt vier deputaten voor kerk en media;
c. van de instructie van deputaten art. 2a-d te laten vervallen en daarmee ook alle gekoppelde activiteiten;
3. deputaten kerk en media te vragen zich te bezinnen op de (on)mogelijkheden van moderne media om het evangelie landelijk en plaatselijk te verbreiden, het deputaatschap evangelisatie hierbij te betrekken en daarvan verslag te doen aan de komende generale synode;
4. deputaten op te dragen: a. om het project Kerk-zijn online voort te zetten in samenwerking met de deputaten van de Gereformeerde Kerken vrijgemaakt, en toe te staan dat deputaten de aanwezige financiële fondsen voor dit project gebruiken, en b. in de intersynodale periode de kerken een inhoudsvolle brochure toe te sturen, gebaseerd op de opgedane praktijkervaring en bezinning in het project Kerk-zijn online;
5. deputaten kerk en media te vragen zich te bezinnen op de landelijke presentie van de Christelijke Gereformeerde Kerken in de moderne media, met name op de vragen welk doel die presentie heeft, welke mensen we willen bereiken en welke middelen daartoe geëigend zijn;
6. in het licht hiervan een visie te ontwikkelen voor de website www.cgk.nl, zich te bezinnen op de vraag hoe deze visie zich verhoudt tot de bestaande visie van het Dienstenbureau op de website om neutraal informatie door te geven via deze website, en hierover met het Dienstenbureau in gesprek te gaan en het Dienstenbureau advies te geven over visie en invulling van deze website;
7. deputaten te vragen om - zo nodig in overleg met het Dienstenbureau - hun wens om een of twee vaste aanspreekpersonen te hebben voor alles wat met communicatie in de media te maken heeft, nader uit te werken tot een concreet voorstel, en dat voor te leggen aan de synode van 2019;
8. opnieuw deputaten te benoemen.

8. Geestelijke verzorging varenden

De synode besloot
1. de handelingen van deputaten onder dankzegging goed te keuren;
2. het besluit te handhaven om na het emeritaat van ds. H. van der Ham geen nieuwe schipperspredikant te benoemen en daarmee voorstel 7.1.b. van het deputatenrapport niet over te nemen;
3. de punten 4a en 4d van de instructie van deputaten samen te voegen tot één punt, en punt 4b van de instructie te laten vervallen;
4. deputaten opdracht te geven:
a. in contact te treden met deputaten evangelisatie, zending en diaconaat om op termijn een weg te zoeken naar mogelijkheden om het werk onder deze deputaatschappen onder te brengen, en daarbij voorstel 7.1.a. van het deputatenrapport met hen door te spreken;
b. te onderzoeken op welke manier er intensiever interkerkelijk samengewerkt zou kunnen worden, en daarbij te onderzoeken hoe het missionaire werk doorgang zal kunnen hebben na emeritering van de schipperspredikant;
c. te onderzoeken hoe het kerkelijke werk op termijn kan worden overgedragen aan de gemeenten waarvan varenden lid zijn;
d. verslag uit te brengen aan de volgende synode;
5. zes deputaten te benoemen.

9. Geestelijke verzorging militairen

De synode besloot
1. de handelingen van deputaten goed te keuren;
2. ernaar te blijven streven het contingent christelijk-gereformeerde krijgsmachtpredikanten op twee te houden en deputaten op te dragen bij nieuwe vacatures díe wervingsactiviteiten te ontplooien die nodig zijn om dat doel te bereiken;
3. deputaten te verzoeken in hun rapport aan de volgende synode inzicht te verschaffen in de inhoud en de voortgang van het werk van de krijgsmachtpredikanten, dit in overeenstemming met het gestelde in art. 6 K.O., lid 2f;
4. opnieuw deputaten te benoemen.

10. Kerkjeugd en onderwijs

De synode besloot
1. de handelingen van deputaten onder dankzegging goed te keuren;
2. deputaten op te dragen om in samenwerking met beide jeugdwerkorganisaties het jeugdwerk in het geheel van de kerken te blijven stimuleren;
3. deputaten op te dragen het project Geloof in het gezin voort te zetten en de continuïteit ervan te waarborgen;
4. deputaten op te dragen een verkennend onderzoek uit te laten voeren hoe de kerken alle jongeren kunnen bereiken, zo mogelijk gevolgd door een project waardoor de kerken daartoe worden toegerust;
5. deputaten op te dragen:
a. bewustwording op gang te brengen bij de classes dat geloof en kerk voor jongeren hun relevantie verliezen;
b. wegen te zoeken om op een verantwoorde wijze om te gaan met de beeld- en belevingscultuur onder de jongeren;
c. en hiervan verslag te doen op de synode van 2019;
6. opnieuw deputaten te benoemen;
en verder
7. deputaten kerkjeugd en onderwijs de opdracht te geven de cijfers van de beide jeugdwerkorganisaties te verwerken in hun rapportage aan de generale synode.

11. Pastoraat in de gezondheidszorg

De synode besloot
1. de handelingen van deputaten goed te keuren;
2. deputaten op te dragen te zoeken naar een goede vorm waarin kerken kunnen worden doorverwezen naar instanties die voorlichting kunnen verzorgen over theologische, medische en ethische thema’s op het gebied van de gezondheidszorg;
3. deputaten op te dragen te onderzoeken hoe doven en slechthorenden die nu nog niet in beeld zijn, bereikt kunnen worden en dit te doen in samenwerking met kerken waarmee reeds een vorm van samenwerking bestaat;
4. deputaten kerkorde en kerkrecht de opdracht te geven in samenspraak met deputaten pastoraat in de gezondheidszorg te onderzoeken wie bevoegd is of kan zijn om in voorkomende gevallen een ‘bevoegdheidsverklaring’ namens de kerken af te geven, en daarover zo mogelijk nog aan deze synode te rapporteren;
5. opnieuw deputaten te benoemen.

12. Diaconaat

De synode besloot
1. goedkeuring te geven aan het werk dat deputaten hebben verricht in de achterliggende periode;
2. opnieuw deputaten te benoemen op basis van de bestaande instructie en het beleids- en werkplan ‘De ander de naaste, over betrouwbaar present zijn’;
3. eerst goedkeuring te verlenen aan de onder punt 5 van het commissierapport genoemde wijzigingsvoorstellen ten aanzien van de kerkorde en vervolgens goedkeuring te geven aan de herformulering van de artikelen 25-27 en 50 K.O. en bijlage 28 K.O. (de vragen onder paragraaf IV Diaconie), met inachtneming van de volgende wijzigingen die zijn aangebracht in de voorstellen van de synodecommissie:
a. in art. 25 K.O. de eerste zin als volgt te wijzigen: ‘De ambtelijke opdracht van de diakenen is het vervullen van de dienst der barmhartigheid. Zij zullen de gemeente voorgaan in een leven van barmhartigheid, gerechtigheid en rentmeesterschap in kerk en wereld en de gemeente toerusten tot diaconaat.’;
b. in art. 25 K.O. de derde zin als volgt te wijzigen: ‘Daarom zullen zij zich op de hoogte stellen van moeiten. Zij bemoedigen en troosten vanuit de Schrift en zorgen voor hulp waar nood is.’;
c. in art. 25 K.O. de vierde zin als volgt te wijzigen: ‘Zij roepen de gemeente op metterdaad betrokken te zijn op de naaste, en coördineren dit waar nodig.’;
d. in art. 26 K.O. in te voegen: ‘(ook uit andere kerkverbanden)’;
e. in art. 50 K.O. in te voegen: ‘en een diaken’;
f. in de visitatievragen ten aanzien van het diaconaat ‘bejaarden’ te wijzigen in ‘ouderen’ en ‘zusterkring’ in ‘diaconale steungroep’;
4. uit te spreken dat bij het verder vormgeven van de taak van de diaken als toeruster er duidelijk ruimte dient te blijven bestaan voor de diaken als doener;
5. deputaten de volgende meer specifieke opdrachten te geven:
a. contact te blijven onderhouden met deputaten kerk en overheid en deputaten pastoraat in de gezondheidszorg ten aanzien van diaconale ontwikkelingen op maatschappelijk gebied;
b. de samenwerking binnen het platform diaconale samenwerking (PDS) voort te zetten en te versterken;
c. verder te werken aan de in paragraaf 6.3 van het deputatenrapport genoemde punten, met prioriteit aan het jeugddiaconaat;
en verder
6. opdracht te geven in de begroting voor legaten en giften uit te gaan van een bedrag van € 40.000,- per jaar.

13. De Wekker

De synode besloot
1. het werk en beleid van deputaten goed te keuren;
2. de redactie ernstig in overweging te geven om het kerkelijk zegel weer een plaats te geven in De Wekker;
3. opnieuw deputaten te benoemen.

14. Jaarboek

De synode besloot
1. deputaten te danken voor het gevoerde beleid en het uitgevoerde werk;
2. deputaten op te dragen zich te bezinnen op mogelijkheden om wat betreft de lay-out de presentatie van bepaalde gegevens te verbeteren, conform de in het commissierapport gedane suggesties;
3. deputaten op te dragen de mogelijkheden te onderzoeken om meer jaarboekjes te verkopen;
4. opnieuw deputaten te benoemen.

15. Kerkorde en kerkrecht

De synode besloot
1. het werk van deputaten goed te keuren;
2. ds. D. Quant als adviseur van het deputaatschap kerkorde en kerkrecht te benoemen;
3. in de integrale regeling appelprocedure te wijzigen:
a. in art 2.3: De regeling is ook van toepassing op verzoeken om revisie;
b. in art 4.4/aanhef: ‘appel schrift’ vervangen door ‘appelschrift’;
c. in art 4.4/tekst: de gronden waarop het appel berust, in die zin dat duidelijk is dat en waarom het besluit volgens de appellant in strijd is met de Heilige Schrift, de belijdenis van de kerk en/ of de aanvaarde kerkorde en synodale besluiten, dan wel waarom de kerkelijke vergadering die het besluit heeft genomen in redelijkheid niet tot dit besluit heeft kunnen komen;
d. in art 6.3/eerste zin: De kerkelijke vergadering stelt verweerder in de gelegenheid met een verweerschrift op het appel te reageren;
e. in art 7.3/tweede regel: ‘kerkelijke vergadering’ vervangen door ‘commissie’;
f. art 7.4: vervallen;
g. in art 8.1: invoegen: en degenen die hen hebben geadviseerd;
h. in art 8.2: ook verwijzen naar artikel 7.3; en bij art. 8.2 in de eerste regel de woorden ‘zo nodig’ in te voegen voor ‘zowel appellant als verweerder’;
i. in art 8.4: de verwijzing naar artikel 7.5 vervangen door een verwijzing naar de (hernummerde) bepalingen 7.4 en 7.5;
j. in art 8.5: de verwijzing naar artikel 7.9 wordt een verwijzing naar art 7.8;
k. in art 8.6: invoegen aan het slot van de eerste zin: dan wel verweerder in redelijkheid niet tot dit besluit heeft kunnen komen;
l. in art 9.4/regel 1: het woord ‘appelbesluit’ in de eerste regel vervangen door: het appel tegen het appelbesluit;
m. in art 11: In afwijking van het bepaalde in artikel 4.5 heeft het instellen van revisie tegen een primair besluit geen opschortende werking, tenzij de kerkelijke vergadering die het besluit heeft genomen bij het nemen van dat besluit bepaalt dat het instellen van revisie opschortende werking heeft;
n. in art 11.4: na ‘revisieverzoek’ de woorden ‘tegen besluiten van andere kerkelijke vergaderingen dan de generale synode’ in te voegen en aan het eind van 11.4 na ‘overwogen’ toe te voegen: ‘tenzij het is gericht tegen een primair besluit van de generale synode’, om zo de tekst van art. 11.4 in lijn te brengen met de hoofdtekst van art. 31 K.O.;
o. toe te voegen aan artikel 9 (appel tegen het appelbesluit): ‘9.5 Indien het appel tegen het appelbesluit gegrond wordt verklaard, doet de PS (of de GS, indien sprake is van een appel tegen een appelbesluit van de PS) wat de classis (respectievelijk de PS) had behoren te doen op het appel tegen het primaire besluit.’;
4. een commissie te benoemen:
a. die in nauw overleg met deputaten evangelie en deputaten kerkorde en kerkrecht een beknopt onderzoek doet naar de Schriftuurlijke fundering van de kerkelijke ambten zoals die in de gereformeerde traditie zijn vastgelegd, waarbij gericht aandacht gegeven zal worden aan de vragen rond kerkenraadsstructuur en de vragen rond de kerkrechtelijke status van de evangelist;
b. die daarbij rekening houdt met de desbetreffende instructies die door de particuliere synodes van het Westen en het Oosten zijn ingediend over de positie van evangelist naar art. 4 K.O.;
c. die ook rekening houdt met opdracht aan deputaten kerkorde en kerkrecht om in overleg met deputaten evangelisatie breder onderzoek te doen naar het principe en de praktijk van de ambten en daarbij rekenschap af te leggen van de missionaire context waarin we vandaag kerk zijn; en
d. daartoe de omslag voor de generale synode te verhogen van € 2,74 naar € 2,79;
5. de handreiking Verwijzing naar instanties vast te stellen en deputaten opdracht te geven deze handreiking te plaatsen op de website www.cgk.nl;
6. de bestaande praktijk van de kerkvisitatie te optimaliseren in de lijn van de suggesties die daartoe in het rapport van deputaten zijn gedaan, en deputaten opdracht te geven
a. onderzoek te doen naar de mogelijkheden om de kerkvisitaties te organiseren per particuliere synode, en
b. voorstellen te doen inzake regelingen voor kerkvisitaties per particuliere synode, en daarin – wat betreft missionaire projecten en zendingsgemeenten – mee te nemen dat er per particuliere synode minstens twee kerkvisitatoren worden aangesteld die de mogelijkheid en de bereidheid hebben om een moedergemeente en het desbetreffende missionaire project, c.q. de zendingsgemeente, met advies bij te staan, en ook dat er bij de particuliere synode op aangedrongen wordt, gebruik te maken van de mogelijkheid aan de visitatoren een lid van het deputaatschap evangelisatie toe te voegen als adviseur;
7. de paragraaf uit het deputatenrapport over het functioneren van de tucht te aanvaarden, waarbij de synode uitspreekt dat wanneer de generale synode een zaak als zondig aanmerkt, plaatselijke kerkenraden gehouden zijn in een dergelijke zaak vermaan toe te passen, waarbij het initiatief tot en de vormgeving van het vermaan in concrete pastorale situaties geheel en al de verantwoordelijkheid blijft van de kerkenraad, en deputaten de volgende opdrachten te geven met betrekking tot de kerkelijke tucht:
a. zich te bezinnen op mogelijkheden om de praktijk van pastorale vermaning en kerkelijke tucht in het gemeentelijke leven te optimaliseren en daarbij aandacht te geven aan de relatie van zelftucht, onderlinge tucht en kerkelijke tucht; daarover te rapporteren op de synode van 2019 en zo mogelijk voorstellen ter zake te doen; b. onderzoek te doen naar en zo nodig een voorstel te doen tot herformulering van art. 77 K.O., lid 5;
c. het opstellen van een handreiking over de tucht in samenhang met de huidige bijlage 44, die hiertoe gewijzigd of aangevuld kan worden;
d. te onderzoeken of en op welke wijze het mogelijk is eerder gevonden wijsheid te verzamelen, te bewaren en op aanvraag beschikbaar te stellen;
8. goedkeuring te hechten aan de handreiking met betrekking tot kerkrechtelijke, beleidsmatige en pastorale aspecten bij de opheffing van een plaatselijke gemeente (HOK);
9. met betrekking tot de interkerkelijke geschilcommissie:
a. goedkeuring te hechten aan de opzet van het Amersfoortberaad (de zeven punten onder 2.2.1);
b. goedkeuring te hechten aan het plan van aanpak van het Amersfoortberaad (fase 1 en 2 onder 2.2.2);
c. goedkeuring te hechten aan het reglement van de interkerkelijke geschilcommissie (IGC) (bijlage 5 onder 2.2.2);
d. art. 5.1. van dit reglement in overleg met het Amersfoortberaad als volgt aan te passen: ‘De behandelcommissie bestaat, afhankelijk van het conflict, uit drie of meer personen en wordt desgewenst bijgestaan door de secretaris van de commissie. De behandelcommissie bestaat uit leden van de deelnemende kerkgenootschappen met dien verstande dat ten hoogste de helft van de leden afkomstig is uit het kerkgenootschap waarvan de betreffende gemeente deel uitmaakt. Ook wordt gerekend met de verschillende disciplines van de leden’;
e. art. 11 van dit reglement in overleg met het Amersfoortberaad als volgt aan te passen: ‘De commissie is te allen tijde bevoegd het reglement te wijzigen met uitzondering van de leden 2, 3 en 9. Dergelijke wijzigingen hebben geen effect op zaken die lopen. Op dergelijke zaken zal uitsluitend het reglement van toepassing zijn zoals dat bij de aanvang van de zaken van kracht was.’;
10. deputaten opdracht te geven om aan de generale synode 2019 te rapporteren, in hoeverre in de komende intersynodale periode een beroep gedaan is op de particulier-synodale geschillencommissies;
11. aan art. 31 K.O. na de woorden ‘Hij dient dan te bewijzen dat het bedoelde besluit in strijd is met de Heilige Schrift, de belijdenis van de kerk en/of de aanvaarde kerkorde’ toe te voegen: ‘of dat de kerkelijke vergadering in redelijkheid niet tot het besluit heeft kunnen komen.’
12. opdracht te geven aan deputaten vertegenwoordiging het zegel van de Christelijke Gereformeerde Kerken in grafisch opzicht te laten vereenvoudigen, ten einde het resultaat op de synode van 2019 vast te kunnen stellen;
13. opnieuw deputaten te benoemen.
en verder deputaten de opdracht te geven
14. zich nader te bezinnen op verdere doordenking, uitwerking en eventueel nadere kerkelijke inkadering van het bepaalde in art. 3 K.O., lid 1 en de verhouding daarvan tot de positie van een evangelist en een dienaar van het Woord, en de generale synode 2019 te dienen met een voorstel;
15. de ondertekeningsformulieren in bijlagen 39 en 40 K.O. te herschrijven, en daarover te rapporteren aan de generale synode van 2019;
16. onderzoek te doen naar en uitleg te bieden over de noodzaak en de bedoeling van de ondertekening van de desbetreffende formulieren;
17. te onderzoeken of de herschrijving van bijlagen 39 en 40 K.O. het wenselijk maakt ook het ondertekeningsformulier voor de hoogleraren in de theologie (bijlage 12 K.O.) te herschrijven en indien dit naar hun oordeel wenselijk is de synode een herschreven versie voor te leggen;
18. onderzoek te doen naar de volgende vragen:
a. of de huidige bepalingen van art. 79 en 80 K.O. voldoende duidelijkheid geven over de verhouding tussen persoonlijke belijdenis, verzoening en de voortzetting van de ambtsbediening;
b. of er naast de tuchtmaatregelen van art. 79 en 80 K.O. een breder instrumentarium wenselijk is;
c. welke mogelijkheden er zijn om kennis te nemen van eerder gevonden wijsheid in gevallen van schorsing en afzetting;
19. een studie te verrichten naar de vraag wat de eventuele kerkordelijke implicaties zijn van de gewijzigde wetgeving ten aanzien van geregistreerd partnerschap, zo mogelijk studieresultaten van andere kerkgenootschappen hierbij te betrekken en de synode van 2019 te dienen met het resultaat van deze studie;
20. in overleg met deputaten evangelisatie:
a. te onderzoeken of de in de kerken gegroeide praktijk van werkzaamheden van de bevestigde evangelisten overeenkomt met de visie die in 2004 leidde tot de bevestiging van evangelisten;
b. op basis van de conclusies van dit onderzoek te bezien of artikel 4 K.O., lid 6 wijziging behoeft;
c. op basis van de conclusies van het onderzoek te bezien of de overwegingen van de generale synode 2004 om een evangelist niet te bevestigen naar artikel 8 K.O. nog steeds valide zijn;
d. te onderzoeken of het wenselijk geacht wordt dat evangelisten een bredere preekbevoegdheid krijgen (instructie 8.04) en, indien hier positief over gedacht wordt, zich te bezinnen op de wenselijkheid/ noodzakelijkheid van een nadere theologische opleiding;
e. zich te bezinnen op de vraag of het wenselijk is dat er verschil in positie blijft bestaan tussen predikant en evangelist, en daarbij in ieder geval te betrekken het verschil in opleiding, de betrokkenheid van de kerken bij de opleiding, het verschil in wijze van beroeping tot het werk en het verschil in beloning;
f. zich te bezinnen op de vraag of de evangelist genoemd zou moeten worden bij de ‘diensten’ in artikel 2 K.O.;
g. te onderzoeken op welke wijze de posities van de predikant en de evangelist gelijkgeschakeld kunnen worden wanneer het niet wenselijk blijkt dat er positioneel verschillen blijven bestaan;
21. in overleg met deputaten evangelisatie breder onderzoek te doen naar het principe en de praktijk van de ambten, en daarbij rekenschap af te leggen van de missionaire context waarin we vandaag kerk zijn, en in dit onderzoek nadrukkelijk mee te nemen wat de positie is van de evangelist in relatie tot de ambten;
22. te onderzoeken of in situaties van een zich opheffende of eventueel uittredende gemeente vanuit de bestaande regelingen in voldoende mate recht wordt gedaan aan de eerste zin van art. 13 K.O., waarin wordt bepaald dat de verplichting ten aanzien van emerituspredikanten principieel rust bij de kerk waar de predikant heeft gediend, en indien dit niet het geval blijkt te zijn, in overleg met deputaten emeritikas de generale synode van 2019 voorstellen te doen die er in voorzien tot een adequate regeling te komen die aan het bepaalde van art. 13 K.O. wel recht doet, en hierover verslag te doen aan de generale synode van 2019;
23. in samenspraak met deputaten pastoraat in de gezondheidszorg te onderzoeken wie bevoegd is/ kan zijn om in voorkomende gevallen een ‘bevoegdheidsverklaring’ namens de kerken af te geven, en daarover zo mogelijk nog aan deze synode te rapporteren;
24. de vragen voor de kerkvisitatie ten aanzien van het bredere kerkelijke leven te vernieuwen in het licht van de toevoeging bij art. 41 K.O.: ‘Samenwerkingsgemeenten zijn gerechtigd om niet-christelijk- gereformeerde ambtsdragers te zenden naar een classisvergadering, die hen als leden met adviserende stem zal aanvaarden’;
25. in verband met het omgaan met predikanten met een psychiatrische problematiek de noodzaak en de mogelijkheden te onderzoeken voor een kerkelijke regeling in het kader van art. 11 en 13 K.O., naar analogie van regelingen die in het maatschappelijk leven functioneren, en bij gebleken noodzaak en mogelijkheden een voorstel voor een dergelijke regeling aan de generale synode van 2019 aan te bieden.

16. Contact met overheid

De synode besloot
1. de handelingen van deputaten goed te keuren en hen dank te zeggen voor het werk;
2. het bijgevoegde beleidsplan vast te stellen;
3. opnieuw deputaten te benoemen.

17. Eenheid gereformeerde belijders

De synode sprak uit
dat zij van oordeel is dat - ook al is een landelijke fusie van kerkverbanden op dit moment helaas niet reëel - blijvend gezocht dient te worden naar wegen die kunnen leiden tot de eenheid van de kerken van gereformeerd belijden in Nederland. Deze roeping geldt zowel de gezamenlijke kerken alsook de plaatselijke gemeenten;
en besloot
1. het werk van deputaten eenheid goed te keuren;
2. deputaten eenheid gereformeerde belijders in Nederland de opdracht te geven beleid te ontwikkelen dat met de door de synodale commissie van onderzoek en rapport geschetste kaders rekening houdt, en dat een uitweg kan bieden uit de huidige impasse, en daarover te rapporteren aan de eerstvolgende generale synode; 3. deputaten de bezinning op hun werkwijze te laten voortzetten, met in achtneming van de hierboven genoemde opdracht, en dienaangaande de volgende synode te dienen met concrete voorstellen;
4. opnieuw deputaten te benoemen.

N.B. Zie ook hoofdstuk VIII: Verhouding tot andere kerken in Nederland.

18. Buitenlandse kerken

De synode besloot
1. de handelingen van deputaten goed te keuren en hen te danken voor hun werk;
2. aan deputaten op te dragen hun werkwijze te evalueren in het licht van de instructie;
3. aan deputaten op te dragen zich tevens in het licht van de instructie te bezinnen op de vraag hoe het werk van deputaten meer zichtbaar kan worden op het grondvlak van de kerken;
4. het gesprek met de afgevaardigden van de Orthodox Presbyterian Church af te wachten en in 2019 een definitief besluit te nemen over het beëindigen van de beperkte correspondentie;
5. de veranderingen in de constitutie van de International Conference of Reformed Churches te accorderen;
6. volledige correspondentie aan te bieden aan de Iglesias Reformadas de España;
7. opnieuw deputaten te benoemen.

19. Vertegenwoordiging van de kerken

De synode besloot
1. de werkzaamheden van deputaten vertegenwoordiging van de kerken goed te keuren;
2. het moderamen mandaat te geven tot het aanstellen van een notulist die als taak krijgt – onder eindverantwoordelijkheid van de scriba I en in samenwerking met het Dienstenbureau – de acta op te maken en deze te doen uitgeven;
3. art. 6 van het huishoudelijk reglement zo aan te passen dat per deze synode naast de hoogleraren ook universitair hoofddocenten met tenure track richting het hoogleraarschap de synode als preadviseur kunnen dienen;
4. opnieuw deputaten te benoemen overeenkomstig art. 50 sub 11 K.O., opdat zij de kerken kunnen vertegenwoordigen in gevallen die niet behoren tot de competentie van andere deputaatschappen;
en verder
5. deputaten vertegenwoordiging op te dragen om in overleg met deputaten eenheid het binnenkerkelijk gesprek op de classis ten aanzien van de beleving van de geschonken eenheid te stimuleren en faciliteren, en daarover te rapporteren aan de generale synode ten einde het binnenkerkelijk gesprek met het oog op die eenheid ook op de synode te voeren;
6. deputaten te verzoeken om bij de voorbereiding van de volgende generale synode de suggesties uit de enquête te controleren op voor die synode bruikbare verbeteringen;
7. deputaten te verzoeken om in overleg met de roepende en ontvangende kerk erop toe te zien dat er een goede internetverbinding beschikbaar is op de vergaderlocatie van de generale synode;
8. het Dienstenbureau en deputaten vertegenwoordiging op te dragen:
a. om voor de publicatie van de acta zo mogelijk gebruik te maken van Printing on Demand (PoD);
b. het daarvoor benodigde PDF-document beschikbaar te stellen aan de kerken als te downloaden document;
c. in overleg met deputaten kerkorde en kerkrecht vooraf te onderzoeken of een alternatief mogelijk is voor het aan elke kerkenraad toesturen van acta op papier (artikel 4C van het huishoudelijk reglement);
d. verslag te doen van de ervaringen met PoD en – indien deze positief zijn – dit naar eigen goeddunken ook vast toe te passen op andere drukwerken vanuit deze synode zoals kerkorde of formulieren;
9. de wijziging van artikel 41 K.O. en bijlage 8, lid 4a ten aanzien van niet-christelijk-gereformeerde ambtsdragers, en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen aan de classes toe te lichten;
10. opdracht te geven aan deputaten vertegenwoordiging het zegel van de Christelijke Gereformeerde Kerken in grafisch opzicht te laten vereenvoudigen, ten einde het resultaat op de synode van 2019 te kunnen vaststellen.

20. Landelijk kerkelijk bureau

De synode besloot
1. de handelingen van deputaten goed te keuren en waardering uit te spreken voor het door deputaten en het Dienstenbureau verrichte werk;
2. artikel 4B van bijlage 37 K.O. te formuleren conform bijlage 2 bij het rapport van de desbetreffende synodecommissie: ‘Ten behoeve van de generale synode het vertegenwoordigen van de Christelijke Gereformeerde Kerken in Nederland als werkgever in de zin der wet, van alle medewerkers van de deputaatschappen die bedoeld worden in art. 84 K.O., lid 1’;
3. deputaten landelijk kerkelijk bureau op te dragen in gesprek te blijven met deputaten onderlinge bijstand en advies en de redactie van De Wekker over participatie in het centraal rekeningenbeheer, en tevens deputaten landelijk kerkelijk bureau, deputaten onderlinge bijstand en advies, en de redactie van De Wekker op te dragen hierover te rapporteren aan de generale synode, zo mogelijk nog die van 2016. Deputaten financiële zaken kunnen hierbij gevraagd worden een ondersteunende rol te vervullen;
4. het Dienstenbureau op te dragen om jaarlijks na te gaan of de vereiste ANBI-informatie door de lokale kerken en andere rechtspersonen in ons kerkverband daadwerkelijk en tijdig wordt verstrekt en zo nodig aanvullende acties uit te voeren;
5. deputaten landelijk kerkelijk bureau op te dragen te bevorderen dat particuliere synodes en classes gebruikmaken van de mogelijkheden van digitalisering die het Dienstenbureau al in huis heeft;
6. akkoord te gaan met de voorgestelde wijzigingen in het huishoudelijke reglement van de generale synode, conform bijlage 1 bij het rapport van de desbetreffende synodecommissie;
7. opnieuw deputaten te benoemen;
en verder
8. aan deputaten landelijk kerkelijk bureau de opdracht te geven om een communicatieplan op te stellen waarin beschreven wordt hoe op de meest efficiënte manier door deputaatschappen en andere kerkelijke organen met de kerken en leden van de kerken gecommuniceerd kan worden. Daarbij zal het taalgebruik van deze communicatie, in het bijzonder met het oog op de jongeren, nadrukkelijk meegenomen worden. Daarbij zal ook gebruik gemaakt worden van de expertise van deputaten kerkjeugd en onderwijs, en de jeugdbonden CGJO en LCJ;
9. na vaststelling door deputaten landelijk kerkelijk bureau dit plan te implementeren en hierover aan de volgende synode te rapporteren;
10. deputaten financiële zaken, onderlinge bijstand en advies, emeritikas, zending en landelijk kerkelijk bureau opdracht te geven op basis van overleg en consensus één beleggingsstatuut op te stellen dat voor alle deputaatschappen van toepassing wordt. Deputaten kunnen daarbij een of meerdere beleggingsspecialisten raadplegen. Als in dat op die manier tot stand gekomen statuut zou zijn opgenomen dat er sprake moet zijn van een centrale beleggingscommissie, dan kan die georganiseerd en geactiveerd worden na toestemming van de volgende generale synode, mede op grond van de ervaringen die in de komende periode worden opgedaan met het werken met een beleggingsstatuut. Als het onverhoopt weer niet zou lukken te komen tot een gezamenlijk beleggingsstatuut, wordt van elk van de genoemde deputaatschappen een verantwoording daarover verwacht in hun rapportage aan de volgende synode;
11. deputaten landelijk kerkelijk bureau op te dragen opnieuw een flyer te verzorgen waarin het werk van de verschillende deputaatschappen wordt uitgelegd aan de leden van onze kerken;
12. het Dienstenbureau opdracht te geven om in nauwe samenspraak met deputaten vertegenwoordiging het huishoudelijk reglement en instructies voor roepende en ontvangende kerk aan te passen en de aanpassingen ter goedkeuring voor te leggen aan de generale synode van 2019, en daarbij rekening te houden met:
a. het verwerken van het besluit de generale synode in juni te openen, de werkzaamheden van de generale synode te spreiden over het najaar en het daarop volgende voorjaar, en elke commissie van onderzoek en rapport de vrijheid te geven een tweede rapporteur te benoemen, in nauwe samenspraak met het moderamen;
b. het aanpassen op in de loop van de tijd ontstane gewoonten en werkwijzen;
c. apart aandacht te geven aan hints en tips voor nieuwe afgevaardigden;
d. het verzamelen en opnemen van aanwijzingen voor commissies van onderzoek en rapport om eerder gebruik te maken van de vroegere opening;
e. het verzamelen en opnemen van hint en tips voor het omgaan met digitale stukken (o.a. bij onverwacht aan de orde stellen van ‘vulstukken’);
13. het Dienstenbureau en deputaten vertegenwoordiging op te dragen:
a. om voor de publicatie van de acta zo mogelijk gebruik te maken van Printing on Demand (PoD);
b. het daarvoor benodigde PDF-document beschikbaar te stellen aan de kerken als te downloaden document;
c. in overleg met deputaten kerkorde en kerkrecht vooraf te onderzoeken of een alternatief mogelijk is voor het aan elke kerkenraad toesturen van acta op papier (artikel 4C van het huishoudelijk reglement);
d. verslag te doen van de ervaringen met PoD en – indien deze positief zijn – dit naar eigen goeddunken ook vast toe te passen op andere drukwerken vanuit deze synode zoals kerkorde of formulieren.

21. Kerkelijke archieven

De synode besloot
1. de handelingen van deputaten onder dankzegging goed te keuren;
2. deputaten kerkelijke archieven opdracht te geven op een geschikt tijdstip kort vóór elke volgende synode na te gaan wat de stand van zaken is met betrekking tot het inleveren van archieven door de deputaatschappen en die stand van zaken te vermelden in hun rapportage;
3. deputaten kerkelijke archieven opdracht te geven een onderzoek te doen naar de mogelijkheden en haalbaarheden van het komen tot digitalisering van het centraal archief, vanaf het begin ervan of vanaf een nader te bepalen tijdstip (zie de varianten in rapport 9 van commissie 6), en daarover te rapporteren aan de generale synode van 2019;
4. deputaten kerkelijke archieven opdracht te geven zich te bezinnen op de toekomstige verdere ontwikkeling van het documentatiecentrum, binnen het kader van de huidige begroting, om zo de meerwaarde daarvan voor onze kerken te behouden, en daarover te rapporteren aan de generale synode van 2019;
5. aan de diverse deputaatschappen op te dragen hun archiefstukken die betrekking hebben op hun arbeid vóór de generale synode van 2010 zo spoedig mogelijk doch uiterlijk 1 september 2017 aan het synodale archief over te dragen;
6. de scriba’s van deputaatschappen op te dragen in hun synoderapport te vermelden in hoeverre men voldaan heeft aan de plicht om het archief over te dragen;
7. de scriba’s van opgeheven/eventueel op te heffen deputaatschappen op te dragen hun archief zo spoedig mogelijk over te dragen;
8. opnieuw deputaten te benoemen.

22. Eredienst

De synode besloot
1. de handelingen van deputaten goed te keuren;
2. de zes nieuwe liturgische formulieren na vaststelling van de voorgestelde wijzigingen en na bespreking in de synodevergadering definitief vast te stellen en vrij te geven voor gebruik in de kerken, eveneens het voorgestelde formulier voor de bediening van de doop aan volwassenen vast te stellen en vrij te geven voor gebruik in de kerken;
3. deputaten op te dragen een uitgave met alle liturgische formulieren te laten verschijnen voor zover vastgesteld tot en met de generale synode van 2016, door uitgeverij Buijten & Schipperheijn te Amsterdam;
4. deputaten op de dragen om alle formulieren, vastgesteld tot en met de generale synode van 2016, digitaal beschikbaar te stellen op de website van onze kerken, waarbij er combinaties van formulier en vertaling worden gemaakt, zodanig dat binnen elke combinatie er slechts één Bijbelvertaling wordt gebruikt, zijnde de Statenvertaling, de NBG-vertaling 1951 dan wel de Herziene Statenvertaling, en tevens een eigen domein op de website te creëren waar alle documenten die met de liturgie te maken hebben te vinden zijn;
5. met betrekking tot de zingbaarheid van de psalmen deputaten op te dragen:
a. een onderzoek te doen onder jongeren en hen actief te betrekken bij de bezinning;
b. deputaten kerkjeugd en onderwijs en de beide jeugdbonden CGJO en LCJ te betrekken bij de bezinning op de huidige jeugd- en muziekcultuur;
c. externe adviseurs op het gebied van nieuwe initiatieven voor het zingen van de psalmen bij de bezinning te betrekken;
d. de generale synode van 2019 te dienen met een overzicht van de bruikbaarheid van de psalmen op de gebruikelijke melodieën én andere initiatieven ter bevordering van het zingen van de psalmen;
6. om een nieuwe, meer specifieke opdracht te verlenen voor een studie met daarbij de volgende vragen/ aandachtspunten: in welke verbanden brengt de Bijbel de zegen ter sprake? Welke consequenties heeft dit voor de aard van de zegen in de eredienst en de relatie tussen ambt en zegen? Hoe functioneert de zegen in de bredere christelijke traditie?, en de bevindingen van dit onderzoek te rapporteren op de generale synode 2019;
7. opnieuw deputaten te benoemen.

23. Voortijdige ambtsbeëindiging predikanten

De synode besloot
1. het werk van deputaten goed te keuren;
2. de voorstellen met betrekking tot de wijziging in de uitvoeringsregeling van deputaten over te nemen (conform de bijlage bij het rapport van deputaten);
3. deputaten op te dragen in overleg met deputaten kerkorde en kerkrecht te onderzoeken of het rapport deputaten kerkorde en kerkrecht over tijdelijk werk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.