+ Meer informatie

LITERAIRE WEGWIJZER VOOR AMBTSDRAGERS

3 minuten leestijd

Al heel wat jaren geleden schreef ik voor dit blad een bijdrage onder de titel: ‘Leest onze ouderling ook Wolkers?’ Het artikel beoogde nadrukkelijk de aandacht te vestigen op de invloed van moderne literatuur o.m. op de jeugd en wilde duidelijk maken hoe belangrijk het is dat ambtsdragers enigszins op de hoogte zijn van wat er via de literatuur over ons heen komt…

Nu, zo’n dertig jaar later, verschijnt er een boekje dat deze doelstelling veel breder en op deskundige wijze benadert. Van de hand van dr. J. de Gier, neerlandicus, kwam in de bekende Artiosreeks het boek Provocatie en inspiratie uit met als ondertitel: ‘De plaats van God en de Bijbel in de naoorlogse literatuur’. De auteur heeft z’n doelgroep duidelijk in beeld; in de inleiding noemt hij o.m. predikanten, pastoraal werkers, ouders en leerkrachten. Voor hen wil hij antwoord geven op de vraag: waar en hoe treffen we God en de Bijbel aan in de naoorlogse literatuur? Om meer dan één reden juich ik de verschijning van dit boekje toe. In de eerste plaats omdat het glashelder en zeer toegankelijk is. Geen moeilijke, vaktechnische uitweidingen, maar wel onmisbare oriëntatie op de zaken waar het om gaat. Zo geeft De Gier in het eerste hoofdstuk een beknopt maar verhelderend overzicht van de achtergronden van de naoorlogse literatuur. Hij laat niet alleen zien hoe breed en divers het terrein is (met daarbij tal van voorbeelden), maar behandelt kort en krachtig ook de belangrijkste invloeden: de geweidige impact van de Tweede Wereldoorlog, de rol van de secularisatie, de sombere levensvisie van het existentialisme (toegelicht in het werk van W.F. Hermans, G.K van het Reve en Anna Blaman) en het postmodernisme dat geen vastomlijnde waarheid meer erkent.

Bijzonder leesbaar zijn de hoofdstukken waarin de auteur met welsprekende voorbeelden aantoont hoe schrijvers afscheid hebben genomen van hun Godsgeloof (Jan Wolkers, Maarten ‘t Hart en Maarten Biesheuvel), maar ook hoe ze daarin onderling verschillen. Hij wil daarbij recht doen aan de motieven die de schrijvers tot hun stellingname brachten.

Voor de lezer is het hoofdstuk ‘Literatuur met en zonder zingeving’ van groot belang. Het maakt om te beginnen heel duidelijk wat literatuur van niveau betekenen kan: ‘(ze) geeft ons inzicht in het menselijk hart en laat de drijfveren van de mens zien’. Die kunnen ontluisterend maar ook ontroerend zijn. Ook ongelovige/atheïstische schrijvers kunnen in hun werk diepborende en algemeen herkenbare vragen aan de orde stellen. Een grote Verdienste van dit boek acht ik de aandacht die De Gier geeft aan christelijke literatuur; hij behandelt de onlangs overleden dichter Van der Graft en gaat uitvoeriger in op romanschrijvers als Miedema, Nijenhuis, Janne IJmker, Vonne van der Meer en Willem Jan Otten. Ik val hem graag bij in zijn pleidooi voor meer waardering voor wat er op de christelijke literatuurmarkt verschijnt. Er is veel meer goeds dan menigeen denkt. Tenslotte dit: wat valt er veel te leren (zeker ook voor ambtsdragers) uit het hoofdstuk waarin De Gier op overtuigende wijze ‘het eenzijdig godsbeeld in de succesroman van Jan Siebelink’ (‘Knielen op een bed violen’) bespreekt!

Dit boekje is een aanwinst voor ieder die iets wil verstaan van de tijd waarin hij/zij leeft.

n.a.v. Dr.J. de Gier, Provocatie en inspiratie. De plaats van God en de Bijbel in de naoorlogse literatuur. Uitg. Groen Heerenveen 2010, 148 blz.; prijs € 12,50

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.