+ Meer informatie

„Voor ontspanning wandelen tussen de grafstenen"

W. A. Vlaanderen, beheerder van Zwolse begraa^laats:

4 minuten leestijd

ZWOLLE - Geen sombere, kale dodenakker met onafzienbare rijen grafstenen netjes in het gelid, maar een stijlvolle begraafplaats en tegelijk een bekoorlijk landgoed voor een natuurminnend wandelaar. Zo kun je de gemeentelijke begraafplaats Kranenburg aan de stadsgrens van Zwolle het best typeren. Een begrafenis is en blijft een droevige gebeurtenis. Wie echter praat met W. A. Vlaanderen, beheerder van de gemeentelijke begraafplaats in Zwolle, maakt kennis met de intrigerende kant van het beroep van doodgraver.

     Vlaanderen zit zo'n 30 jaar in het vak. Eerst werkte hij zeven jaar op het kerkhof van de gemeente Amsterdam. Sindsdien is hij verantwoordelijk voor het wel en wee op rustplaats Kranenburg te Zwolle. „De deskundigheid over steensoorten, graaftechnieken enzovoorts heb ik allemaal moeten leren door zelfstudie. In tegenstelling tot Duitsland kent ons land helaas geen vakopleiding voor begraafplaatsbeheerders". Kranenburg is nauwelijks herkenbaar als begraafplaats. Wie binnenkomt ziet voor zich een aula met een rieten dak, daar achter een glooiend gazon met in het midden een ronde vijver. Aan weerszijden oude bomen, heesters en coniferen van forse afmetingen. Het uit de jaren '20 daterende 'gravenpark' is een ontwerp van tuinarchitect Kopijn. Kranenburg heeft de dubbele functie van wandelpark en begraafplaats. „Dit was vooral in de beginjaren heel uniek in ons land. Men moest er behoorlijk aan wennen. Je ging toch niet voor je plezier wandelen op een kerkhof...". Nu trekt Kranenburg met name op zaterdag en zondag vrij veel publiek.
     Het bezoeken van graven is in de Nederlandse traditie heel ongewoon. Vlaanderen wijdt dat aan de „calvinistische terughoudendheid voor de dood. Het hele begrafenisritueel in ons land is weggestopt. In Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk is het heel normaal dat ook na de dood geldt: eert uw vader en uw moeder. Daar gaat men 's avonds na het werk gerust even een kijkje nemen bij het graf van een familielid. Waarschijnlijk is dat nog het gedachtengoed van kerkhervormer Luther. Calvijn had immers een veel killere en nuchterder kijk op dood en begraven", meent Vlaanderen.
     Het Zwolse kerkhof vervult volgens Vlaanderen een voortrekkersrol als het gaat om de vormgeving van grafstenen. „Je hebt veel smakeloze grafstenen. Vooral vroeger was het hopeloos. Ik probeer de plaatsing van bewerkte stenen te stimuleren. Waarom moeten alle grafstenen zoveel op elkaar lijken? Doe eens wat met de steen, hetzij in vorm of opschrift. Persoonlijk vind ik gebeitelde symbolen op een grafsteen erg mooi. De teksten op de stenen zouden ook minder uitgebreid kunnen. Ik geef de voorkeur aan één strakke naam, zonder de bijvoegelijke naamwoorden als innig, oprecht, geliefde....". , ,

Taboe

     „Het is niet toegestaan de grafstenen op deze begraafplaats schoon te maken", aldus Vlaanderen. „Poetsen komt de steen niet ten goede. Ook groeien er dan geen mossen op en juist mos zorgt voor bescherming van de grafzerk. Ik houd van mossen. Voorheen was mos op grafstenen taboe, maar ik stimuleer mossen door ze op de graven te planten. Nee, schoffelen doe ik nooit. Je moet er alleen voor zorgen dat de natuur niet alles overwoekerd". Onder het motto „de grafstenen moeten één worden met de natuur", krijgen struiken, bomen en planten op Kranenburg min of meer vrij spel.

Grenspaal

     Een stukje 'niemandsland', ingeklemd tussen de begraafplaats en het daaraan grenzende crematorium, ligt bezaaid met allerhande graftekens. „Hier liggen geen doden hoor", stelt Vlaanderen gerust. De graftekens vormen een bonte verzameling die de doodgraver in de loop der jaren heeft opgebouwd. Terwijl hij tussen kolossale zerken, gietijzeren kruizen en roestige grafbordjes loopt, vertelt Vlaanderen honderduit over de geschiedenis van de begraafcultuur in Nederland.
     In de collectie van Vlaanderen bevindt zich een 'hoekje' met grafsteentjes voor jonge gestorvenen en een rooms-katholiek gedeelte met fraai bewerkte stenen en gietijzeren grafzerken. Een excentriek exemplaar in de collectie is een voormalige grenspaal van de gemeente Zwolle, die in 1922 door „een of ander zuinigerd" is gestolen en tot grafsteen gemaakt.
     Naast de grafstenen heeft Vlaanderen een aantal oude begrafenisgewaden van pastoors en kistdragers in zijn bezit. Het liefst zou de Zwolse begrafenisdeskundige op het terrein van Kranenburg een museum inrichten, waarin al deze attributen een plaats krijgen. Of zijn wens ooit werkelijkheid wordt, is de vraag. 
    Het wachten is op geld en een geschikt onderkomen voor, wat Vlaanderen noemt, een „begrafenisrituelen-museum".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.