+ Meer informatie

De Agenda Van Een ouderling

7 minuten leestijd

In een kerkeraadskamer

Vaak wordt gesproken over de agenda van een predikant. Een poosje geleden was ik in een kerkeraadskamer getuige van het maken van een afspraak voor een extra vergadering van ouderlingen. De agenda’s werden tevoorschijn gehaald. Het bleek vrij moeilijk om zo onverwacht, op korte termijn een datum te vinden waarop men elkaar kon ontmoeten voor een belangrijke bespreking.

Dit voorval heeft mij aan het denken gezet. Uiteraard heeft ieder zelf in de eerste plaats te maken met het invullen van zijn agenda. De een heeft het drukker dan de ander. De een kan meer tijd besteden aan zijn werk als ouderling dan de ander. Een broeder die om welke reden dan ook, geen dagelijkse verplichtingen in een werkkring heeft, kan, lijkt me, meer tijd vrij maken voor het werk in de gemeente dan een broeder die zulke verplichtingen wel heeft. Ik hoor meermalen met dankbaarheid predikanten spreken over het feit dat ze in hun kerkeraad een of meer ouderlingen hebben, die extra tijd aan de gemeente kunnen besteden. Dat mag ook wel eens hardop (op papier) gezegd worden. Er zijn gemeenten die ervan profiteren dat er in Nederland een VUT is. Er zijn broeders die de vrijgekomen tijd voor een niet onbelangrijk deel besteden aan werk in de gemeente. Ik noem hierbij dan direct de zusters, die hun mannen daarvoor afstaan. Zij leggen geen beslag op de tijd die de broeders aan de gemeente besteden. Ook dat mag wel eens met nadruk en dankbaarheid vermeld worden.

„Hoeveel tijd moet ik ervoor uittrekken?”

Maar nu de agenda van een ouderling. Hoeveel tijd vraagt het kerkeraadswerk, is mij wel eens gevraagd toen ik een gesprek had met een broeder die tot ouderling verkozen en benoemd was. Het is een begrijpelijke en billijke vraag. Als je ergens aan begint, dan mag verwacht worden dat enigermate kan worden aangegeven hoeveel tijd het vraagt. Over dit onderwerp wil ik enkele opmerkingen maken. Ik zeg er direct bij dat wat ik nu schrijf, niet voor ieder opgaat. Omstandigheden, plaatselijk en persoonlijk, kunnen verschillen. Toch is het billijk om eens na te denken over de tijd die een ouderling kwijt is aan ambtelijk werk.

Ik ga ervan uit dat er 6 weken uitvallen door vakanties en weken waarin de feestdagen vallen. Dan blijven er 46 weken over. Per week zal een ouderling gemiddeld één avond voor bezoeken moeten uittrekken. Het is mogelijk dat hij de ene week twee avonden besteedt aan zijn ambtelijk werk en de andere week geen avond voor bezoeken vrij heeft. Ik spreek over een gemiddelde. In het „Handboek voor de ouderling” heb ik geschreven dat een sectie maximaal 25 adressen mag omvatten. Een sectie is die eenheid waarvoor een ouderling alleen verantwoordelijk is. Twee ouderlingen samen werken in een wijk. Dat betekent een maximum van 50 adressen per wijk. Zelfs als men de meeste bezoeken samen doet, betekent dit dat men per jaar de wijk kan rondkomen. Ik neem aan dat er heel wat adressen zijn waarvoor men niet een hele avond nodig heeft. Twee adressen per avond is te doen, als men om half acht begint en niet langer dan ruim vijf kwartier voor een bezoek nodig heeft. Wie alleen op huisbezoek gaat, heeft voor zijn sectie dus maximaal 25 avonden nodig, minus die avonden waarop hij twee bezoeken kan doen. Mijn voorkeur gaat uit naar een gezamenlijk huisbezoek door twee broeders. Ook dan kan men in een jaar met één avond per week rondkomen.

Vijf avonden in de twee weken

Daarnaast zijn er andere verplichtingen: kerkeraadsvergaderingen. Ik stel die op minimaal twee per maand. En extra bezoeken: rond vreugdevolle en droeve gebeurtenissen. Maar ook een extra bezoekje aan een gezin of alleenstaande die dat bijzonder nodig heeft. Voor dit alles te zamen moet men minstens één avond per week uittrekken. Ik vermoed dat dit aan de krappe kant is. Ik zou er nog één avond per twee weken aan willen toevoegen.

Als ik dan de rekening opmaak, kom ik gemiddeld aan tweeëneenhalve avond per week voor het werk van een ouderling. En dat gedurende 46 weken. Wie in een bepaalde week niets kan doen, zal dat in een andere week moeten inhalen.

Is dat niet teveel: tweeëneenhalve avond per week? Het is heel wat. Ik erken het ten volle. Het is echter een taak waartoe men zich geroepen weet en waartoe men zich dan ook voor Gods aangezicht en ten aanhoren van de gemeente bereid verklaart.

Het wil mij voorkomen dat er met broeders die tot ouderling verkozen en benoemd zijn, gesproken moet worden over de tijd, die het werk vraagt.

Het is goed om eerst eens in een kerkeraadsvergadering samen te spreken over de invulling van de agenda van een ouderling. Als schrijver van dit artikel ben ik benieuwd of ik er ver naast zit.

Natuurlijk zijn er broeders die meer avonden (of dagdelen) aan het werk in de gemeente besteden. Er zullen er ook zijn, die er minder tijd aan (kunnen) besteden.

Ik kom nog eens terug op de vraag of dit niet teveel gevraagd is van een man met een (drukke) werkkring overdag, en soms ook ’s avonds.

Het is niet weinig. Dat stel ik voorop. Het is nodig dat ouderlingen in hun wijk werken.

Het is evenzeer noodzakelijk dat alle ouderlingen dat doen. Het mag niet zo zijn, dat de ene wijk veel intensiever bewerkt wordt dan de andere wijk. Het moet gelijk op gaan. Wie geroepen wordt tot het ambt van ouderling moet overzien hoeveel tijd hij er per week voor moet uittrekken. Ik ben ervan overtuigd, dat vijf avonden per twee weken aan de krappe kant is. Ik ben er ook van overtuigd, dat drie avonden per week het maximum is dat van een ouderling gevraagd mag worden. Een uitzondering maak ik voor hen, die niet meer een dagelijkse werkkring hebben. Zij zouden hun werk kunnen afmeten naar dagdelen die zij aan de gemeente besteden.

Mocht blijken dat bovenstaande berekening niet toereikend is om de gemeente goed te bearbeiden, dan moet de kerkeraad de vraag onder ogen zien, of er niet meer ouderlingen voor het werk ingezet moeten worden.

Het lijkt mij gewenst dat niet alleen de predikant, maar ook de ouderlingen van hun werk op een kerkeraadsvergadering verslag doen, zij het summier. Ik stel dat niet voor om de broeders de gelegenheid te geven te laten zien, hoeveel zij wel doen. Ik stel dat voor om samen na te gaan of de gemeente in voldoende mate bearbeid wordt; èn om toezicht op elkaar te houden. De praeses zou tegen de ene broeder wel eens kunnen zeggen: „Broeder, werkt u niet te hard?” Aan de ander zou hij kunnen vragen: „Is het misschien mogelijk iets meer te doen.”

Van harte hoop ik dat dit artikeltje aanleiding geeft tot een broederlijk gesprek over de agenda van een ouderling. Voor opmerkingen, ook kritische, houd ik me aanbevolen. Als ze dienstig zijn om nog eens op dit onderwerp terug te komen, zal ik dat D.V. zeker doen.

De predikant is ook ouderling. Over zijn agenda zou apart geschreven kunnen worden. Dat geldt trouwens ook van de agenda van een diaken. Ik hoop er op terug te komen.

BOEKAANKONDIGING

De redactie heeft de laatste tijd nogal wat boeken ter bespreking toegezonden gekregen. Om bespreking niet te lang op zich te laten wachten zien we ons genoodzaakt op dit moment ons tot een korte aankondiging te beperken. In een later stadium zullen we weer wat uitgebreider ingaan op toegezonden boeken. Er liggen intussen nog heel wat besprekingen op plaatsing te wachten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.