+ Meer informatie

TER OVERWEGING

20 minuten leestijd

M.J. Paul, Occulte machten en bevrijding. Uitg. Groen Heerenveen 2005, 159 blz., €14,95

Dr. Paul, o.a. docent aan de Chr. Hogeschool Ede, gaat in dit boek in op de macht van het occulte, met de bedoeling zijn lezers de verschijnselen te doen herkennen, hen ertegen te wapenen en de weg tot bevrijding te wijzen. Hij heeft vooral de gereformeerde gezindte op het oog, omdat naar zijn mening daar vaak een blinde vlek is voor het occulte. Via allerlei voorbeelden laat hij zien wat er zich in de wereld om ons heen op dat gebied afspeelt in alternatieve geneeswijzen, boeken, muziek en spelletjes. Christenen moeten leren hun eigen cultuur te doorgronden en de invloed van satan daarop leren herkennen. Aan het eind van het boek vinden we een uitgebreide lijst met woorden en symbolen die te maken (kunnen) hebben met het occulte — nuttig! De schrijver biedt veel waarmee we onze winst kunnen doen, zeker ook als ambtsdragers. Het is goed om zijn waarschuwingen ter harte te nemen en zodoende ook in het pastoraat adequate leiding te kunnen geven op dit gebied.

Toch vraag ik me af of de auteur in een aantal gevallen niet te kort door de bocht gaat. Sommige dingen kunnen ook te snel als occult betiteld worden. Met name op het terrein van de relatie tussen psychische ziekte en demonie zullen we voorzichtig moeten zijn — er kan ook onbedoeld schade aangericht worden als we ergens het etiket ‘demonisch’ op plakken. Ik heb dan ook mijn vragen bij het exorcisme — de gave van de duiveluitbanning, waarvoor dr. Paul het pleit voert. Dat zal weer niet losstaan van de hele discussie over de gaven van de Geest zoals die momenteel gevoerd wordt. Kortom: een leerzaam boek, maar het laatste woord lijkt mij hiermee niet gezegd

W.J. op’t Hof Het gereformeerd Piëtisme. Uitg. Den Hertog Houten 2005, 142 blz, €9,90

Dit boek bevat de uitgewerkte rede die dr. Op ’t Hof uitsprak bij de aanvaarding van het ambt van bijzonder hoogleraar in de geschiedenis van het gereformeerd piëtisme aan de VU vanwege de Hersteld Hervormde Kerk — een eerste uitgave in een nieuwe reeks: ‘Hersteld Hervormde studies’. Het is bekend dat de auteur een onbetwist kenner op het terrein van het gereformeerd piëtisme is. Hij omschrijft zelf deze stroming als volgt: ‘Het gereformeerd piëtisme was die stroming binnen het gereformeerd protestantisme die, zich tegen in haar ogen algemeen verbreide wantoestanden en misvattingen kerend, met profetische bezieling ijverde voor zowel de innerlijke doorleving van de leer en de persoonlijke levensheiliging alsmede de radicale en totale heiliging van alle terreinen van het leven’. Er is meer en meer oog voor gekomen dat het piëtisme niet opgaat in de lutherse variant van na 1670, maar een brede protestantse vroomheidsbeweging is met vertakkingen in o.a. Engeland (Puritanisme) en Nederland (Nadere Reformatie). De auteur stelt zich ten doel om het internationale interconfessionele karakter van deze beweging historisch en inhoudelijk te beschrijven. Naast alles wat hij op dit gebied al heeft aangeleverd, mogen we DV dus nog heel wat van hem verwachten. We zien er naar uit — niet in het minst omdat ook onze wortels als kerken mede liggen in genoemde internationale beweging.

Jos Kole en Gerrit de Kruijf (red.), Het ongemak van religie. Multiculturaliteit en ethiek. Uitg. Kok Kampen 2005, 222 blz., €19,90

Tien jaar geleden verscheen het boek van Geert Mak, Hoe God verdween uit Jorwerd. De titel was misleidend: het boek ging nauwelijks over kerk en geloof. Tegelijk was dat treffend, want de ontkerkelijking was een geleidelijk proces, waarin het spreken over God verstomd was. Inmiddels is ‘religie’ weer helemaal terug in het publieke leven, en komt ze van een heel andere kant. Het debat wordt niet beheerst door een kerk, die zich deel weet van de Nederlandse samenleving, maar van een radicale vorm van islam. Ineens blijkt godsdienst een factor om rekening mee te houden, en bezorgt ze de samenleving veel hoofdbrekens en ongemak. In deze bundel gaat een tiental theologische ethici van diverse kanten in op de vraag of godsdienst in onze multiculturele samenleving en democratische rechtsstaat een positieve rol kan spelen. De Hirsi Ali’s en Cliteurs gruwen van de gedachte, maar burgemeester Job Cohen van de meest geseculariseerde stad van ons land heeft het ervoor opgenomen. Diverse vragen komen aan de orde, zoals hoe om te gaan met fundamentalisme, met eerwraak, maar ook met tolerantie en met de bijbels-theologische plaats van het volk.

Henk Bakker, ‘Ze hebben lief maar worden vervolgd’. Radicaal christendom in de tweede eeuw en nu. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2005, 265 blz. €18,90

De schrijver van dit boek is dr. H.A. Bakker, docent aan de Evangelische Theologische Hogeschool te Ede en aan het Center of Evangelical and Reformation Theology aan de Vrije Universiteit. Hij promoveerde enkele jaren geleden op de kerkvader Ignatius van Antiochië en diens visie op het martelaarschap. De titel van dit boek is ontleend aan de Brief aan Diognetus (eind tweede eeuw). In heldere tegenstellingen wordt daarin het kenmerkende en onderscheidende van christenen aangegeven. ‘Ze delen hun tafel, maar niet hun bed. (…) Ze vertoeven op aarde, maar ze zijn thuis in de hemel. (…) Ze houden van allen, maar worden door allen vervolgd. (…) Ze worden gesmaad, maar ze zegenen. Ze worden beledigd, maar ze bewijzen eer.’ De beschuldigingen logen er niet om. Christenen zouden aan het Heilig Avondmaal kinderen eten (28,32). De naam christen stond voor atheïst en oproerkraaier (35v). Maar alle beschuldigingen waren evenzovele doekjes voor het bloeden. Het eigenlijke motief achter de christenvervolging was hun aanspraak op de exclusiviteit van het christelijk geloof. Dr. Bakker idealiseert de vroege kerk niet. Men werd van meet af aan verscheurd door interne tegenstellingen. In het midden van de tweede eeuw achtte Montanus zich geroepen een nieuw tijdperk van directe profetie door de Geest te doen aanbreken, en om hem heen verzamelden zich al spoedig een schare volgelingen, die zich afzetten tegen de in hun ogen lauwe kerk. In deze stroming nam de drang tot martelaarschap soms bizarre vormen aan.

De kerk werd ook bedreigd door dwaalleer van buiten af: het gnosticisme, als een beweging met een geweldige zuigkracht. De mens is niet zondaar, en in zoverre verantwoordelijk, maar slachtoffer. Vandaag wordt het nogal eens zó voorgesteld, dat een rigide officiële kerk de levende gnostieke stroming het zwijgen heeft opgelegd. Bakker laat zien wat er op het spel stond. Als we de strijd van de vroege kerk met deze verleiding door onze bril bekijken doen we geen recht daaraan, maar we verraden wel waar we zelf staan.

In het tweede deel van zijn boek laat dr. Bakker deze fronten successievelijk terugkeren, als uitdagingen voor de kerk vandaag. Waardevol is dit boek voor mij daarom vooral vanwege de tekening van de vroege kerk. Dit houd ik aan mijn lezing ervan over: als vandaag een pleidooi voor heroriëntatie op de vroege kerk kan gedaan worden, zal het moeten gaan om er zicht op te krijgen hoe men in een daadwerkelijk vertrouwen op Jezus Christus alléén bevindelijk wist wat een woord als 1 Johannes 3,14 zegt: ‘Wij weten dat wij zijn overgegaan uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben.’

Anselm Grün, Kom naar de bron. Geestelijke wegen om machteloosheid de baas te worden en eigenwaarde te ontwikkelen.

Anselm Grün, Vijftig heiligen voor je leven,

Anselm Grün, Rituelen voor lichaam en ziel. Uitg. Lannoo/Ten Have Kampen 2001, 2003, 2005; 134, 206, 140 blz.; € 12,95, € 15,95, € 12,95.

Anselm Grün is een bekende Duitse Benedictijner monnik, die — vergelijkbaar met onze overleden landsgenoot Henri Nouwen — de betekenis van een rooms-katholieke spiritualiteit voor een breder publiek vertolkt. Zijn boeken verschijnen aan de lopende band, en voorzien kennelijk in een behoefte. Begrijpelijk is dat wel, de mens kan immers niet van brood alleen leven.

In Rituelen uoor lichaam en ziel gaat het over ‘reinheid’, en daarbij komen naast Jezus de mystieke traditie en de psychotherapie aan de orde. Dat kan goed, omdat het unieke van Jezus’ reinigend werk, zoals dat geheel en al verworteld is in zijn heilswerk, wordt gereduceerd tot een therapeutische methode (26). In Kom naar de bron, met de veelzeggende ondertitel: ‘Geestelijke wegen om machteloosheid de baas te worden en eigenwaarde te ontwikkelen’, is C.G. Jung prominent aanwezig, net als in het werk van die andere bekende Duitse priester E. Drewermann. Het is in lijn van laatstgenoemde als Grün schrijft dat Jezus op de verlamde van Marcus 2,1–12 ‘confrontatie-therapie’ toepast (38).

Vijftig heiligen uoor je leven geeft, zoals de oorspronkelijke Duitse titel zegt, ‘Vijftig helpers in de nood’. Het doet weldadig aan Anselmus van Canterbury niet als een kille rationalist te zien afgeschilderd, maar als een warm pastor. Dat neemt niet weg, dat Grüns ‘helpers in de nood’ ons stuk voor stuk op onszelf terugwerpen. Het gaat om spiritualiteit als menselijke mogelijkheid; dat Gods Geest ons door genade doet delen in het heil van Christus en zó de ware Helper in de nood is, blijft op de achtergrond.

Ronald Westerbeek (red.), Stromend van levend water. Werken met de gaven van de Geest in de gemeente. Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam 2005, 136 blz., €7,50.

R.J.A. Doornenbal & RA. Siebesma, Gaven voor de gemeente. Over het werk en de gaven van de Heilige Geest. Uitg. Boekencentrum Zoetermeer 2005, 256 blz., €17,50.

In het blad CV-Koers werd in 2004 en 2005 een serie interviews en artikelen over het thema van de Geestesgaven gepubliceerd, als voorbereiding op een congres dat op 24 november 2005 aan de Christelijke Hogeschool Ede gehouden werd. Die bijdragen kwamen aan de vooravond van het congres onder de titel Stromend van levend water uit. Deze bundel bevat ook de uitkomsten van een enquête onder predikanten van de Chr. Geref. Kerken, de Geref. Bond, de Geref.Kerken (vrijg.) en de Ned.Geref. Kerken. Daaruit kwam onder meer naar voren, dat een meerderheid van de geënquêteerde predikanten de mening is toegedaan, dat vele christenen in geestelijk opzicht onder de maat leven, omdat zij zich niet laten vervullen door de Geest. Het belangrijkste zal zijn in hoeverre deze roep om de gaven van de Geest ook bijbels bepaald is. Als Goedhart uit Handelingen 19:1–12 de ontkenning afleest van het automatisme dat tot geloof komen ook inhoudt de Geest ontvangen, plaats ik daar een fors vraagteken bij (20). Het gaat mijn inziens niet om een volheid, waarvan mensen die Christus al kennen en in Hem geloven soms geen weet hebben, maar om een onbekendheid met de komst en het heilswerk van Christus.

Helmus schrijft over een counselor die tijdens het gebed met en voor een ernstig depressieve en zelfs potentieel suïcidale vrouw ineens moest denken aan een klein wit hondje. Als hij dat zegt, blijkt de vrouw ooit een dergelijk hondje te hebben gehad, dat bij een verhuizing werd afgemaakt, hetgeen haar een diep trauma bezorgde. Toen dit verhaal naar buiten kwam werd de weg tot genezing gevonden (41). Eerlijk gezegd doet dit mij meer aan het ‘medium Char’ denken dan aan werk van de Heilige Geest.

De tweede bundel is ontstaan aan de Chr. Hogeschool Ede, en bevat stuk voor stuk doorwrochte bijdragen van docenten aan die opleiding. De auteurs delen de gedachte, dat we afscheid dienen te nemen van de ‘streeptheologie’, die de Geestesgaven beperkt tot de vroege kerk. Het OT en NT krijgen aandacht in bijdragen van resp. prof. dr M.J. Paul en drs. A. Romkes, en prof. dr J. Hoek plaatst dogmatische kanttekeningen in een bijdrage getiteld ‘Ruim baan voor de Geest’. In een tweetal artikelen trekt drs. R.J.A. Doornenbal ‘lessen uit de kerkgeschiedenis’ — die inderdaad leerzaam blijkt te zijn, alleen al door de bakens in de vorm van gestrande schepen — en voor de laatste drie artikelen tekent prof. dr P.A. Siebesma, met daarin ook lessen in de vorm van ervaringen van elders uit de wereldkerk. Grotere openheid voor de gaven van de Geest wordt hier bepleit, maar enkel in de levende verbondenheid met Christus. Dat is de enige goede basis wat mij betreft om het gesprek hierover te voeren. Het is goed, dat we over de gaven van de Geest nadenken, maar laten we vooral niet vergeten dat de Geest als eerste en beslissende oogmerk heeft Christus te verheerlijken.

Allster McGrath, Theologie. De basis. Uitg. Kok Kampen 2005, 191 blz., €17,50.

De bekende Engelse evangelische theoloog Alister McGrath heeft al enkele inleidingen in de theologie geschreven, ten dienste van theologische opleidingen. Met dit boek voegt hij er een derde aan toe, bestemd voor diegenen die alleen nog maar kennis willen maken met de theologie. Kernwoorden van het christelijk geloof worden uitgelegd, zoals ‘geloof’, ‘schepping’, ‘Jezus’ enz. Steeds haalt McGrath naar voren hoe grote theologen uit de geschiedenis van de kerk erover hebben gedacht, zodat de lezer toch in kort bestek kennismaakt met de theologie.

Th. Boer, Stijlen van christelijke medische-ethiekbeoefening. Lindeboomreeks nr. 15. Uitg. Buijten & Schipperheijn Amsterdam 2005, 96 blz., €13,50.

De Utrechtse docent christelijke ethiek dr. Th.A. Boer heeft een achttal collega’s, die zich in meerdere of mindere mate op het terrein van de medische ethiek hebben bewogen, aan de tand gevoeld. Vogels van diverse pluimage komen aan het woord, zoals J. Douma en H. Jochemsen, maar ook bisschop W. Eijk, die zich sterk op medisch-ethisch terrein heeft bewogen, en mevrouw dr. A. van Heijst, die enkele boeken over de ethiek van de zorg heeft gepubliceerd. Het is een heel aardige bundel, en al lezend sla je twee vliegen in één klap: je maakt kennis met de geïnterviewde ethici en je wordt bijgepraat over allerlei ontwikkelingen en tendensen op het gebied van de medische ethiek. En tussen neus en lippen door krijgen we ook nog andere dingen te horen, zoals van bisschop Eijk, die opmerkt, dat het gebrek aan spiritualiteit de rooms-katholieke kerk in Nederland na de Tweede Wereldoorlog de das heeft omgedaan (92).

Michael J. Behe, Intelligent Design. De zwarte doos van Darwin. Met een voorwoord van A. van den Beukel. Uitg.Ten Have Kampen 20052, €24,90.

Dit boek verscheen negen jaar geleden onder de titel: De zwarte doos van Darwin. Het biochemische uraagtefeen bij de evolutie. Nu de discussie over het Intelligent Design is losgebrand, probeert de uitgever het nog een keer onder een andere titel. Behe betoogt in dit boek, dat door biochemisch onderzoek is aangetoond dat veel biologische systemen ontworpen zijn, niet door toeval en noodzaak, niet door natuurwetten, maar door ‘een intelligente activiteit’. De biochemie heeft in haar zoektocht naar het geheim van het leven door noeste arbeid gedurende de afgelopen vier decennia de geheimen van de cel ontsluierd, en ontdekt dat de basisvoorwaarden van leven met geen mogelijkheid gevormd kunnen zijn en worden door talrijke opeenvolgende kleine veranderingen, maar dat zij ‘onherleidbaar complex’ zijn. Behe wijst er fijntjes op dat Darwin zelf al besefte dat, als kon worden aangetoond dat leven niet kon ontstaan als resultaat van een serie kleine stappen, maar dat een levende cel omgekeerd een uiterst verfijnd geheel is van in elkaar grijpende elementen die niet door een samenloop van omstandigheden ontstaan kunnen zijn, zijn evolutietheorie ‘absoluut in elkaar zou storten’ (48). De erkenning van Gods Schepper-zijn is volgens de schrijver van dit boek dan ook niet een achterhaald geloofsaxioma van vóór de Verlichting, maar vloeit z.i. voort uit de natuurwetenschappelijke gegevens zelf! Behe stelt terecht dat op grond hiervan niet van wetenschappers kan worden gevraagd dat zij op wetenschappelijke gronden geloofsbelijders worden, maar wèl dat zij hier een open plek laten (297).

Behe meent dat de ontdekking van het ‘intelligente ontwerp van het leven’ een revolutie betekent die vergelijkbaar is met vorige grote omwentelingen in de natuurwetenschap, die ons hele kijken naar de de dingen radicaal zal veranderen (273v). We zitten midden in dat proces, lijkt me.

Gij waart mijn hulp. Vriendenbundel, aangeboden aan ds. A. Moerkerken bij zijn 25-jarig jubileum als docent aan de Theologische School der Gereformeerde Gemeenten. Uitg. Den Hertog Houten 2006, 204 blz., €19,90.

Een bijzonder mooi uitgevoerd boek, opgesierd met foto’s, is verschenen ter gelegenheid van het jubileum van ds. Moerkerken. Een aantal vrienden/collega’s heeft het boek inhoudelijk gevuld, en zodoende treffen we er bijdragen aan op vele theologische gebieden: ik noem het verbond in het OT (ds. J.M.D. de Heer), de heilsorde in het NT (ds. P. van Ruitenburg), het schriftberoep in de ethiek (ds. GJ.N. Moens), kleine geschiedenis van het moderamen (ds. M. Golverdingen) en ‘Als adviseur ter synode’ (ds. P. Mulder). De artikelen voorin het boek bieden de geschiedenis van de weg van de jubilerende docent. Het is inhoudelijk beslist een heel interessant boek geworden, waarin duidelijk is hoe men eerbiedig de Schrift in de theologie gezaghebbend wil laten spreken. Het is daarbij ook duidelijk dat de auteurs ds. Moerkerken een hart onder de riem hebben willen steken in zijn toch wel eenzame positie: als enige is hij geheel vrijgesteld voor het docentschap in Rotterdam. Zijn geestelijk leidinggeven is in de Geref. Gemeente niet onbestreden. Op verschillende bladzijden wordt duidelijk dat men hem wil steunen, zelfs verdedigen. Dat doet natuurlijk goed, maar het neemt niet weg dat duidelijk is dat de discussie over onderscheiden zaken binnen deze kerken toeneemt. Soms komt dat naar buiten, vaak niet, maar hij kan niet bij de voortduur ontweken worden, lijkt mij. Ook blijkt uit dit punt hoe kwetsbaar iemand is op deze vooruitgeschoven post. De titel mag dan op een bijzondere manier spreken! Eén puntje: aan het eind van sommige artikelen staan ‘ontdekkende’ vragen. Die mogen, dunkt mij, achterwege blijven: het zijn uiteindelijk geen meditaties.

Herman Takken, Wat zijn de zuilen van het christelijk geloof? 100 vragen van moslims beantwoord;

Willem van den Deijl en Herman Takken, Hoop voor moslimjongeren. serie ‘onderweg met moslims. Uitg. Buijten & Schipperheijn 2005, 70 resp. 80 blz., €7,50 resp. €8,50.

In het gesprek tussen christenen en moslims komt het steeds meer aan op ondersteuning. Op steeds meer terreinen van het leven, van school tot zorgcentrum, komen we elkaar immers tegen. Wil het dan tot een echte ontmoeting komen, dan is enige hulp welkom. Herman Takken heeft een boekje met 100 vragen geschreven die bij moslims (kunnen) leven over het christelijk geloof. Ze worden kernachtig beantwoord. De antwoorden brengen bij de overeenkomsten tussen moslims en christenen, maar ook bij de principiële verschillen. Het is een mooie handreiking, die aanbevolen mag worden.

Dat geldt ook voor het tweede boek; daar gaat het over buitenlandse jongeren, speciaal behorend tot de moslimtraditie; we spreken vaak over een ‘verloren generatie’. Eerst wordt een algemeen beeld van Marokkaanse en Turkse jongeren geschetst: thuis, op school, op straat, vanuit godsdienst en identiteit. Daarna gaan de auteurs in op de uitdagingen en kansen van missionair werk onder moslimjongeren. Ten slotte is een groepsinterview opgenomen met drie christendirecteuren van ‘gekleurde’ scholen (waaronder de bekende dr. Karst Veling); zodoende krijgen we een ‘kijkje in de keuken’: uitdagingen en spanningen in de praktijk van deze scholen. Het boek maakt duidelijk dat er geen reden is voor negativisme en somberheid. Daarom mag de titel ervan dik onderstreept worden.

H.J. Postema, Strijder op de middenweg. Leven en werk van Franciscus Ridderus. Uitg. De Groot Goudriaan-Kampen 2005, 208 blz., €24,90.

Geregeld worden er studies gemaakt van predikanten die mogen worden gerekend (en dat wordt in dit boek nog eens onderstreept, want er is verwarring over) tot de Nadere Reformatie. Ds. Ridderus vond het hoogtepunt van zijn bediening in Rotterdam. Geheel onbestreden was zijn persoon en arbeid niet, en ondanks de behoedzaamheid waarmee e.e.a. wordt aangetipt (op blz. 36), krijgt men toch de indruk dat Ridderus niet altijd even afgewogen sprak. We krijgen in het boek een fraai overzicht van zijn leven als predikant, als historicus, als polemicus (ook dat loog er niet om, maar men moet dat zetten in het raam van de tijd) en als nadere reformator. Zijn bekendheid is niet zo groot, maar de laatste tijd komt daar verandering in. De hoofdtekst van het boek eindigt op blz. 120, daarna volgen noten, een uitgebreide bibliografie en een veilingcatalogus van het boekenbezit van de predikant — samen bijna 90 blz. Dat is niet zo evenwichtig; een kleine smet op een interessant boek.

W. Fieret, Theodorus van der Groe. Bewogen zielzorger in een eeuw van verval. Uitg. Den Hertog Houten 2005, 148 blz., € 14,90.

De 18e eeuwse prediker Van der Groe is voor de kerk in Nederland van grote betekenis geweest, vooral voor dat deel van de kerk dat haar wortels vindt in de schatten van de Nadere Reformatie. Hij is daarvan, zo wordt algemeen gesteld, de laatste vertegenwoordiger. In dit boek wordt in de eerste hoofdstukken de tijd waarin hij leefde, geschetst en er wordt een levensschets gegeven. Daarna komt zijn boek Toetssteen der ware en valse genade voor het voetlicht. Dan volgt een doorlichting van een aantal biddagpreken, waarin zijn worsteling over het economisch, maar vooral ook het geestelijk verval in zijn dagen uitkomt. Vervolgens komt een aantal brieven ter sprake; deze tonen zijn bewogenheid om het behoud van mensen. Na een hoofdstuk over de ‘Nijkerkse beroeringen’ en één over de gematigd chiliastische opvattingen van Van der Groe volgt een korte terugblik; daarin wordt de ondertitel van het boek nog eens toegelicht.

Dr. ir. J. van der Graaf, Passie voor het Evangelie. Leven en werk van ds. G. Boer. Uitg. Groen Heerenveen 2005, 432 blz., € 37,50.

Iedere kerkelijke gemeenschap heeft ze wel: predikanten uit het verre of recente verleden, die een diep spoor hebben getrokken vanwege de geestelijke diepgang van hun arbeid. Hier, in dit boek, wordt er één uit de voormalige Ned. Herv. Kerk voor het voetlicht gehaald: ds. G. Boer (1913–1973); slechts 59 jaar geworden, maar door zijn gang door de kerken van grote waarde. De voormalige ambtelijk secretaris van de Gereformeerde Bond, dr.ir. Van der Graaf, heeft een immens karwei gehad in het schrijven van deze biografie. Hij heeft er een speciale drijfveer voor gehad: op blz. 140v gewaagt hij van zijn persoonlijke band met ds. Boer en zegt hij ook iets over de wijze waarop deze voor zijn persoonlijke kerkelijke levensweg van betekenis was.

Wat betreft zijn gang door de kerken was ds. Boer een onrustig mens: in bijna 28 jaar diende hij niet minder dan zeven gemeenten! En dat waren vaak gemeenten waar grote spanningen waren tussen de modaliteiten, waarbij gehoopt werd dat Boer er samenbindend zou kunnen werken, met behoud van beslistheid waar het de reformatorische overtuiging betrof. Dat is niet altijd gemakkelijk geweest. Maar misschien is het ook het middel geweest om hem een plaats van betekenis te geven als het gaat om de ontwikkeling van de Geref. Bond (hij kwam in het hoofdbestuur en werd ook voorzitter), zijn visie op de gezonde bijbelse prediking en zijn kijk op kerk en theologie. Van al deze aspecten spreekt dit boek, op voorname wijze. Een gemakkelijk mens was hij niet altijd, met zijn polemische instelling, en ook dat leest men eerlijk; soms moesten collega’s van een bepaalde post wijken om niet in botsing met hem te komen (blz. 286, hoofdbestuur GB). Met prof.dr. A. de Reuver stem ik graag in, wanneer hij ds. Boer (blz. 175v) typeert als een man van gezag, van ernst, van het samengaan van priesterlijke gunning en profetische bezieling in de verkondiging en van het liefhebben van de kerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.