+ Meer informatie

Na vijftig jaar nog dezelfde tegenstellingen in Spanje

6 minuten leestijd

MADRID — Hace 50 an'os se proclamo' ia Repu'blica. Het is 50 jaar geleden dat de Republiek werd uitgeroepen. Dit stond deze maand met heel grote letters in de Spaanse kranten, liefst op de voorpagina. Dit alles ter gedachtenis aan een gebeurtenis van een halve eeuw geleden die, omdat Spanje een republiek werd, door veel Spanjaarden als een heuglijk feit wordt beschouwd.

Was het dat eigenlijk wel? De Spanjaarden zelf denken daar niet allemaal eender over. Voor zover ze republikeins of zeer democratisch gezind zijn, vinden ze het een gedenkwaardige gebeurtenis. Maar de republiek die dus werd uitgeroepen in 1931 heeft maar een kort bestaan gehad. Geen 50 jaar, eigenlijk maar 5 jaar; want in 1936 kwam Franco en die proclameerde het herstel van het koningschap. Dit was eigenlijk maar een wassen neus, want toen Franco de overwinning had behaald, stoorde hij zich weinig aan het vorstenhuis. Zijn koning dat was hij zelf!

Samenzweringen

Het uitroepen van de republiek vond niet plaats in Madrid, de hoofdstad van Spanje. Het geschiedde in Barcelona, de hoofdstad van Catalonie, San Sebastia'n, een van de Baskische hoofdsteden en in nog een derde Spaanse stad. De namen Barcelona en San Sebastia'n zijn niet de enige die toen actueel waren en nu, na een halve eeuw, nog. Er is toen ook een politicus geweest die Calvo Sotelo heette, net zoals de man die nu aan het hoofd staat van Spanje. En tijdens die Republiek, in de 5 jaren van 1931 tot 1936 dus, was er herhaaldelijk sprake van samenzweringen van hoge generaals; ook net zoals nu. Een van die samenzweringen heeft zelfs succes gehad; dat was die van Franco. Die stond in 1936 aan het hoofd van een legerafdeling op de Canarische Eilanden. Omiat hij zo gevaarlijk was had de Spaanse regering hem zover mogelijk weggepromoveerd. Maar het heeft niet mogen baten; Franco smeedde een komplot met de bovengenoemde politicus Calvo Sotelo en een generaal die op de Baleaten zat. Hij is in Spanje geland en heeft in 3 jaar tijd het gezag van de republikeinse regering vernietigd. Er kwam een eind aan de oorlog op 28 maart 1939 met de val van Madrid. (Dit was een afloop in de stijl van zoveel oude oorlogen, die ook bezegeld werden met de val van de hoofdstad).

Typerend

Daarmee viel er een soort van rust over Spanje, maar dan de rust van het kerkhof, want alles wat zich voortaan maar enigszins tegen Franco wilde verzetten, kreeg absoluut geen kans. Ook de Basken en de Catalanen niet. Die rust heeft geduurd tot 1975, tot Franco stierf. Daarna is de vrijheid teruggekeerd, maar ook de onrust en de onveiligheid.

Men ziet dat deze vijftigste verjaardag voor ons van grote betekenis is als we iets willen begrijpen van de toestanden in Spanje ook nu. Want veel van de tegenstellingen toen waren zijn er nu nog. Dat er toen een zekere Calvo Sotelo een leidende rol gespeeld heeft, is eigenlijk maar een curiositeit. En het is ook geen wonder in Spanje, waar zoveel mensen met dezelfde naam rondlopen. Maar dat de Basken en de Catalanen toen autonomie verkregen en republikeins gezind waren en dat er oerconservatieve generaals waren die erop uit waren een autoritair regime te scheppen, is gewoon typerend voor het land. Voor het Spanje van toen en van nu. Laten we alleen hopen dat er ook nu niet weer een Franco komt.

Polarisatie

De laatste koning die voor Franco geregeerd heeft over Spanje (van 1902 tot 1931) was Alfonso XIII. Onder zijn regering kwam er een polarisatie tot stand tussen links en rechts. Rechts bestond uit conservatieven en koningsgezinden. Onder de linkerzijde was vooral de socialistische partij actief. En socialisten waren in die tijd principiële republikeinen.

In 1929 brak de verschrikkelijke wereldcrisis uit. De ergste slachtoffers hiervan werden, zoals altijd, natuurlijk' de landen die al arm waren, zoals Spanje. Van 1923 tot 1930 was dictator Primo de Rivera de rechterhand van koning Alfonso geweest. Primo de Rivera doet een klein beetje denken aan Franco. Hij was generaal, conservatief en dus koningsgezind en hij wist in 1923 de linkse Spaanse regering op straat te zetten en een dictatuur te vestigen die 7 jaar duurde, en waarbij de koning niets meer te zeggen had.

Hevige onlusten

Primo de Rivera wist Spanje ondanks de bestaande moeilijkheden nog enigermate in het gareel te houden. In 1930 braken er echter hevige onlusten uit en hij moest naar het buitenland vluchten, waar hij enkele weken later in Parijs stierf. Zijn zoon José Antonio Primo de Rivera is ook heel belangrijk geworden voor de Spaanse geschiedenis, want die heeft de zogenaamde Falange opgericht. (Deze Falange was in oorsprong een fascistische knokploeg en is later een fascistische partij geworden.) José" Antonio is in 1936 gefusilleerd.

Nadat Primo de Rivera de wijk had moeten nemen, kwam er een nieuwe dictator, ook weer een generaal, Berenguer. Die was veel minder bekwaam dan zijn voorganger en heeft het maar 1 jaar volgehouden.

Toen kwam, in april 1931, het uitroepen van de republiek. Zoals we boven reeds lieten doorschemeren, hebben de Basken en de Catalanen hierin een belangrijke rol gespeeld. De proclamatie waarbij de republiek werd uitgeroepen werd immers uitgevaardigd in het Baskische San Sebastia'n, in het Catalaanse Barcelona en in Eibar. De voornaamste leider van de republikeinen was Alcala' Zamora; deze trok naar Madrid en onderhandelde daar met de monarchistisch gezinde eerste minister. De voornaamste kracht van Alcala's argumentatie was niet gelegen in zijn handige woorden, maar in het feit dat hij de Madrileense afdeling van de Guardia Civil aan zijn zijde wist te krijgen. Toen Alcala' dit bereikt had, kon hij alles gedaan krijgen wat hij wilde. Niet alleen de ministers moesten aftreden, maar de koning, die niet af vrilde treden, moest het land verlaten. Daar was de revolutie om begonnen en dat had Alcala' dan ook bereikt. In de ogen van linkse, republikeins gezinde Spanjaarden is dit een van de mooiste episoden uit hun geschiedenis.

Asan'ja's fout

De 5 jaren dat de republiek heeft bestaan, zijn weinig glorieus geweest. Er ontstond steeds .meer verzet van de rechterzijde. De komplotten van de conservatieve generaals hebben we hierboven al genoemd; in 1936, na verschillende terechtstellingen, greep Franco naar de macht en de rechts gezinde troepen van Franco gingen een jarenlange strijd voeren tegen de linkse afdelingen die de regering trouw bleven.

De bekwaamste leider tijdens de republiek is misschien Asan'a geweest. Maar Asan'a heeft ook de grootste fout gemaakt. Hij verklaarde dat „Spanje niet meer katholiek" was. Hij liet het niet alleen bij woorden, hij ging ook in een snel tempo het onderwijs seculariseren. En dat terwijl er in Spanje, behalve de monniken en de religieuzen, in die tijd maar heel weinig onderwijskrachten waren. De Spaanse bisschoppen protesteerden hiertegen en daarna deed Asan'a iets dat nog dommer was: hij ging die bisschoppen vervolgen.

Aaneensluiting

Daardoor ontstond er onder de republiek een aaneensluiting tussen alles wat maar rooms, conservatief of koningsgezind was. Dat Franco later zijn dictatuur heeft kunnen vestigen kwam doordat hij steunde op deze machten. Onder degenen die dat het beste, tot hun schade, bemerkt hebben, waren de Spaanse protestanten. Want onder Asan'a heette het dat Spanje „niet meer katholiek was"; onder Franco was Spanje „weer katholiek geworden"!

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.