+ Meer informatie

Rode Khmer beheerst het leven in Cambodja (on)zichtbaar

De burgers hebben nog steeds trauma's van het communistische bewind

11 minuten leestijd

Op 17 april 1975 bracht de communistische Rode Khmer het pro-westerse regime in Cambodja ten val en riep de "Totale Revolutie" uit. Het land moest volgens de leer van Pol Pot "terug naar het jaar O", terug naar het plattelandsleven. Zelfs op het dragen van een bril of balpen stond de doodstraf Van het communistische schrikbewind hebben bijna alle Cambodjanen een trauma gekregen. Officieel is het nu vrede, sinds 23 oktober 1992. De massamoordenaar werd „het bos ingejaagd", maar roert zich nog volop, zichtbaar en onzichtbaar, ondanks de aanwezigheid van VN-troepen.

Als het licht opnieuw uitvalt is het slechts het schijnsel van de bliksem dat de stad af en toe scherp verlicht. De fietstaxirijder trapt z'n "cyclo" door het donkere Phnom Penh. De stad ziet er spookachtig uit. Lange rijen donkere huizenblokken, afgesloten met zware, ijzeren traliewerken. Phnom Penh zou 's nachts gevaarlijk zijn. Men zegt dat het aantal roofovervallen sterk toeneemt. Maar ik ga niet terug naar mijn veilige hotel en laat me verder rijden. In de buurt van de markt zie ik overal mensen op straat. Ze liggen op stukjes karton, in hangmatten of opgevouwen in de houten zitkuil van hun versleten fietstaxi's. Ik stap uit, betaal m'n chauffeur en vervolg mijn weg in westelijke richting over de gescheurde straten. Ik loop door de drukke Achar Mean, waar een blanke groep toeristen zich heeft geïsoleerd in een duur, wit-verlicht restaurant. Daar buiten, langs uitgestrekte rijen van kraampjes en tafeltjes eten de Cambodjanen; rijst, fruit en eieren met veel peper. Kijk goed naar de grond en je leert een land kennen. Ik zie verbrokkeld, gebarsten en gesmolten, donker asfalt. Diepe gaten in het trottoir, plastic zakjes, gruis, schillen van een kokosnoot en een platgetrapte kakkerlak.

Slaperig...
De volgende ochtend loop ik de straten van Phnom Penh weer in. Overdag is het er druk; de weggebruikers lijken rijlessen te hebben gevolgd bij een Japanse Kamikaze-rijinstructeur. Het chaotische verkeer duikt in elk gat dat maar even vrij komt. En of dat nu links of rechts is, slechts één regel geldt; de grootste gaat voor. Op het ministerie van buitenlandse zaken kom ik foto's brengen om mijn visum te verlengen. Het meisje dat de zaken waarneemt moet lachen om mijn wat slaperige en afwezige afbeelding. "Net Tuol Sleng", zegt ze. Eerst begrijp ik het niet, maar dan dringt het tot me door dat ze een wrang grapje maakt over de gelijkenis die mijn pasfoto vertoont met de duizenden foto's van omgekomen mensen. Ik kan er bepaald niet om lachen. Die foto's hangen in het grootste, voormalige concentratiekamp van Cambodja aan de muur. Tuol Sleng was het in een gevangenis veranderde oude schoolgebouw, waar nog geen achttien jaar geleden 20.000 mensen werden gefolterd en onherkenbaar verminkt. Het huidige museum is een van de meest ongelooflijke en schokkende herinneringen aan het bewind van Pol Pot, dat in nog geen vier jaar tijd minstens 1,2 miljoen mensen het leven heeft gekost.

Terug naar O
Deze zwarte periode uit de recente Cambodjaanse geschiedenis begon op 17 april 1975, toen de communistische Rode Khmer het pro-westerse regime van Lon Nol ten val bracht en de "Totale Revolutie" uitriep. Het land moest volgens de leer van Pol Pot "terug naar het jaar O", wat wilde zeggen: naar het platteland. Er werd gestreefd naar economische onafhankelijkheid en een grote nadruk op de voedselproduktie. Om dit doel te bereiken werden de stadsbewoners gemobiliseerd en het platteland opgejaagd. Het land werd, op een luchtverbinding met Peking na, volledig geïsoleerd. In de groeiende waanzin werd de oorlog verklaard aan een ieder die nog met het voormalige en "stedelijk-intellectuele" Cambodja te maken zou kunnen hebben. Velen werden willekeurig opgepakt. Het spreken van meer dan één taal betekende al een doodvonnis. Evenals het dragen van een bril of zelfs een simpele balpen. De "Veiligheidsregels" van Tuol Sleng, ofte wel Kamp S-21, verlangden van de gevangenen: „Altijd onmiddellijk te antwoorden, niet te liegen, niets te vragen en geen morahstische praatjes houden over het doel van de revolutie. Als je wordt geslagen of onder stroom gezet is schreeuwen verboden. Je doet niets, zit stil en wacht op de bevelen. Volg je deze regels niet op, dan krijg je tien zweepslagen of tien elektrische schokken."

Verschrikkingen
In de ruimtes waar kinderen nog een paar weken daarvoor rijmpjes hadden opgezegd en liederen gezongen, werden de doodskreten van de gevangenen in tonnen met water gesmoord. Er mocht onder geen voorwaarde gesproken of gejammerd worden. Zo heerste er, in de door bakstenen muren afgescheiden ruimtes, een angstige stilte, terwijl het geluid van buiten spelende kinderen tot de gevangenen zal hebben doorgedrongen. De verschrikkingen van Tuol Sleng zijn in alle soberheid tentoongesteld. Geen souvenirstalletjes, geen drankjes of toeristische poespas. Net als bij Choeung Ek, het voormalige concentratiekamp, twintig kilometer buiten Phnom Penh, waar kinderen de poort van het openluchtmuseum opendoen en 9.000 hoog opgetaste schedels in dit "Genocidiale Centrum" herinneren aan de krankzinnigheid van het voormalige bewind van Pol Pot. De terreur van de "Zwarte Pyjama's" trof ook specifieke groeperingen; Vietnamezen bij voorbeeld, of inheemse volkeren, monniken of artsen, van wie er in 1975 nog 480 waren en een paar jaar later nog maar 43. Van alle Cambodjaanse psychiaters is er nu nog maar één over. Het is professor Ke Chhum, een sombere man van middelbare leeftijd en werkzaam in het "Khmer-Sowjetziekenhuis" van Phnom Penh. Ik had Chhum opgezocht in een poging iets van de immense Cambodjaanse tragedie te begrijpen.

Trauma
Dat lukte niet. Chhum antwoordde op mijn vraag hoe dit volk met zo'n verleden kan leven, dat bijna alle Cambodjanen aan het schrikbewind een trauma hebben overgehouden. „Sommigen zijn direct getraumatiseerd, anderen zijn het bij vlagen. Ze zijn bang, doodsbang, elke dag, elke nacht, elk uur. Want Pol Pot is niet alleen de herinnering; hij leeft nog, misschien niet ver van hier en hij is zo weer terug." Ook Chhum is benauwd voor de terugkeer van de gevreesde leider. In 1975 werd Chhum, met alle andere studenten en leraren, van school gehaald en naar het platteland gestuurd. Ze bewerkten het land en groeven er kanalen. Zestien tot achttien uur per dag, ziek en hongerig. Volgens Chhum is het een wonder dat hij het overleefd heeft, maar de angst blijft. „Zolang de Rode Khmer bestaat, zit ik hier niet rustig. De oorlog is nog niet voorbij."

Steun
Wie Phnom Penh verlaat wordt daaraan herinnerd. Wegen liggen vol met mijnen, treinen en auto's worden beschoten en geregeld vinden er vuurgevechten plaats. Alleen al in de provincie Battambang hadden in de maand oktober 144 aanvallen van gewapende legers plaats, waarbij vijftien doden vielen. Geregeld slaan raketten in en worden helikopters beschoten. De Rode Khmer is niet altijd verantwoordelijk voor de schermutselingen. Er zijn zo'n vier partijen, die elkaar in Cambodja naar het leven staan. De Rode Khmer mag dan wel gehaat en gevreesd worden, ze krijgt ook steun. Een boer uit het noorden heet ze altijd welkom, omdat „ze niet stelen, wat het regeringsleger wel doet." In Siem Reap tel ik op een stafkaart van de Verenigde Naties in een straal van 25 kilometer al meer dan 35 dorpen waar de Rode Khmer "aanwezig is" of "wordt gesteund". Het zijn vaak dorpen waar de Rode Khmer familiebanden heeft, of de gunsten heeft gewonnen door het schenken van geld, zaden of een tractor. De soldaten komen er om weer op krachten te komen, een douche te nemen en zich daarna terug te trekken in de westelijke en noordelijke grensgebieden, waar het oerwoud dicht en moeilijk toegankelijk is. En daar zullen ze voorlopig wel blijven zitten, ondanks pogingen van de Verenigde Naties om alle partijen rond de tafel te krijgen en alle wapens in te laten leveren. Aan dat laatste heeft de Rode Khmer geen enkele boodschap.

Officieel vrede
Officieel is het vrede in Cambodja. Op 23 oktober 1992 hebben de twistende partijen het "Akkoord van Genève" getekend. Het land kreeg een interim-regering van twaalf leden, onder wie de Rode Khmer, onder leiding van de in Cambodja tamelijk populaire Sihanouk. Maar de supervisie blijft in handen van de Verenigde Naties, die nu bezig zijn met een van de grootste vredesmissies in hun bestaan. De organisatie houdt zich bezig met de terugkeer van de vele honderdduizenden vluchtelingen, leidt Cambodjanen op om de miljoenen mijnen te ruimen en bereidt de verkiezingen in het komende voorjaar voor. Het straatbeeld in de grote steden en in sommige dorpen wordt grotendeels bepaald door het witte wagenpark van de VN. De Wereldorganisatie is als een muggennet, dat de Cambodjanen tegen "levensbedreigende ziektes" beschermt. Zolang de VN er zijn, houden de leden van de Rode Khmer zich wel koest en wachten ze af. Tot nu toe zijn er wel wat incidenten geweest tussen eenheden van de Verenigde Naties en de Rode Khmer, maar het dolle verkeer en resistente vormen van malaria hebben tot nu toe meer levens geëist dan de incidentele vuurgevechten.

Vietnam
De Rode Khmer weigert zijn in het diepe oerwoud verstopte bolwerk te verlaten met als argument, dat er te veel Vietnamezen in het land zouden zitten. Nu heeft Vietnam in 1979 een nogal belangrijke rol gespeeld in de omverwerping van het regime van Pol Pot, die beweert dat de oostelijke buurman, vermomd en wel, nog steeds aanwezig zou zijn. Nu zijn er inderdaad Vietnamezen in het land (met name in het zuiden woont een kleine minderheid), maar de meesten zijn in de periode 1975-1976 uitgeroeid, dus snijdt dit argument geen hout. De Rode Khmer speelt (door middel van pamfletten en radio-uitzendingen) ook in op de steeds terugkerende "bezetting" van vreemde mogendheden. Geregeerd door de Fransen, bezet door Japan, gebombardeerd door de Amerikanen en aangevallen door Vietnam. En dan nu weer die Verenigde Naties. Dit gegeven en de groeiende corruptie van de regering van Hun Sen raken een gevoelige snaar bij de Cambodjanen, van wie velen een diepgewortelde haat tegen de oude, Vietnamese vijand koesteren.

Berechten
Westerse reizigers die ik in Battambang en Siem Reap ontmoet, wijzen de vreedzame benadering van de Rode Khmer categorisch af De man had gepakt en berecht moeten worden, want „stel je voor dat dit met Hitler was gebeurd." Een Cambodjaanse politieman uit Battambang zegt hierop: „Hoeveel mensen moet je dan berechten, 30.000, 50.000? En moet je dan ook die mensen veroordelen die erbij betrokken zijn geweest? 100.000, 200.000? Moet je die ophangen? Krijgen de slachtoffers daarmee hun huis terug, hun vrouw, hun familie? Komen we dan niet in een nieuwe spiraal van wraak terecht?" Dus halen de VN diep adem en onderhandelen ze. Dag in, dag uit, nu al een jaar lang. Maar het geduld raakt op. Volgens Cambodjaanse veiligheidsofficieren komen er nog steeds nieuwe wapens het land binnen en bereidt de Rode Khmer zich voor op een groot offensief Die berichten worden later wat genuanceerd. Er wordt dan gepraat over "een toename van troepenverplaatsingen" en "een opvoering van het aantal wapens." Er moet in ieder geval wat gebeuren, vindt men.

Grenshandel
Alle aandacht gaat daarom uit naar de Cambodjaans-Thaise grens, een dichtbeboste strook land van zo'n 850 kilometer lengte. Het is het gebied waar het verzet tegen de Fransen al een veilig toevluchtsoord kende. Sinds 1979 is het de basis van drie van de vier strijdende partijen in Cambodja. Het bergachtige oerwoud wordt vooral gecontroleerd door de Rode Khmer, die er (in Pailin, niet ver van Nederlandse VNmilitairen) hun hoofdkwartier hebben. Er worden daar uitvoerig zaken gedaan met de Thaise buurman. Zo "verhuurt" de Rode Khmer grote gebieden aan enkele honderdduizenden stenenzoekers, die er aanzienlijke hoeveelheden robijnen en saffieren weghalen. Aan de noordelijke grens haalt Thailand het tropisch hardhout weg, waarbij zo'n drie gulden per kubieke meter hout aan "doorvoerbelasting" aan de Khmers wordt afgestaan. De grens is ook een bazar van smokkelaars. Er is van alles te koop; gestolen auto's, heroïne, uranium en een flinke voorraad wapens. Een bonte stoet van bezoekers wordt in deze smokkelsupermarkt regelmatig gesignaleerd. Birmese regeringsvertegenwoordigers, bij voorbeeld, of hun vijand, de Karen-rebellen. Leden van Indiase afscheidingsbewegingen en Filippijnse guerillastrijders zijn er ook al aangetroffen.


"Totale boycot''
De Verenigde Naties zijn het nu goed zat. Ze willen een "totale boycot" van de dwarse Rode Khmer en een strenge controle aan de Thais-Cambodjaanse grens. In Thailand wordt daar hartelijk om gelachen. Natuurlijk, het land zal de VN geen strobreed in de weg leggen bij de uitvoering van de sancties, maar iedereen weet dat handige zakenmensen de boycot toch zullen weten te omzeilen. In de Cambodjan Times zegt een Thaise wapenhandelaar: „Het is niet moeilijk om sancties uit te roepen, maar probeer ze maar uit te voeren. Die orders komen uit een kamer met air-conditioning, in het veld wordt het geld verdiend." Volgens het dagblad "The New Yorker" zou de Rode Khmer aan alle handel zo'n 70 tot 100 miljoen dollar per jaar verdienen. Om die inkomsten ook in de toekomst te garanderen, kan er best wel wat geld opzij worden gelegd om ergens een nieuwe, niet-gecontroleerde weg door het oerwoud te financieren. En ook al zou de Rode Khmer met succes worden geïsoleerd, dan heeft ze, volgens een medewerker van Buitenlandse Zaken in Phnom Penh, nog genoeg wapens om een intensieve oorlog van "vijf tot zeven jaar te kunnen voeren".

En als VN weg is?
Zo is de kwellende onzekerheid voor de Cambodjanen nog niet voorbij. De leider van een van de meest extreme en lugubere massaslachtingen van deze eeuw leeft voort en bevindt zich ergens tussen Noord-Korea, China en het Cambodjaanse oerwoud. Het is de bedoeling dat de VN na de verkiezingen weer zullen vertrekken. Het is zeer de vraag of de Rode Khmer dan al uit het bos te voorschijn zal zijn gekomen. Dat gebeurt misschien daarna, als de VN weer is verdwenen en daarmee het beschermde muskietennet met zich heeft meegenomen. Dan zal blijken of de nachtmerrie voor de Cambodjanen echt afgelopen is, of dat het weer van voren af aan beginnen zal...

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.