+ Meer informatie

MUZIEK IN DE KERK

3 minuten leestijd

HEIKEL ONDERWERP?

Misschien denkt iemand, de titel van deze column lezend: ‘Daar zou ik mijn vingers maar niet aan branden’. Wie geen vreemdeling is in kerkelijk Jeruzalem weet dat er op dit punt heel verschillend gedacht wordt. Niet alleen over wàt er gezongen zou moeten/kunnen worden, maar ook over de vraag hoe dat dan wel begeleid wordt. Alleen orgelspel, of af en toe ook de piano? Andere instrumenten? Een combo, een band? En hoe hard mag het gaan? Of zou je - zoals in bepaalde Schotse kerken het geval is - helemaal geen instrumenten moeten gebruiken en a capella moeten zingen, met een beroep op het voorbijgaande karakter van de oudtestamentische ceremoniele bepalingen?

Nu, een column lijkt mij te kort om daar op in te gaan. Bovendien kunt u daar bij anderen veel goeds over vinden.

Dat er in de kerken op dit punt een grote variatie is, zal waar zijn. Maar waar het mij nu om gaat is dit: waakt de kerkenraad over de kwaliteit van de muziek? Vinden we dat iedereen zonder meer zijn partijtje moet kunnen meeblazen, of mogen we ook eisen stellen?

MUZIEK VOOR DE MEESTER

Wat is het doel van muziek in de kerk? Niet dat mensen zich zullen vergapen aan de kunst op zich en dan daarmee naar huis gaan. Dat moet ons al doen waken tegen een al te prominente aanwezigheid van instrumenten. Een instrument, welk dan ook, moet dienstbaar zijn aan de eer van de Heere. ‘En de Levieten en de priesters prezen de HEERE dag aan dag met luid klinkende instrumenten voor de HEERE’ (II Kron. 30:21).

Nu, dan mag een kerkenraad erop letten of een muzikant dáár oog voor heeft. Of hij/zij in zijn/haar muzikale vertolking het hart van de gemeente weet mee te nemen. Dan kan de klaagzang en schuldbelijdenis van de gemeente zo getoonzet worden, dat woord en muziek samengaan. Dan kan de gemeente worden meegenomen naar de hoogte van de lofprijzing: ‘dat ’s HEEREN huis van vreugde druise voor lsrels grote Opperheer….!’ (Ps. 98:3 berijmd) U mag van mij weten: het orgel bevat in mijn optiek alle mogelijkheden in zich om dit te realiseren. Het wordt niet voor niets ‘de koning der instrumenten’ genoemd.

Toen de theoloog Noordmans in de Eusebiuskerk in Arnhem Bachs Preludium en Fuga in A-moll hoorde spelen, vertelde hij: ‘Ik heb in mijn leven niets gehoord wat mij zo de sensatie gaf van met het oor waarneembare voetstappen Gods’.

Ik geef onmiddellijk toe: uiteraard is dit cultureel bepaald. Wat dat betreft raken de uitersten elkaar weer: zoals onze Dordtse vaderen het orgel als begeleidingsinstrument de kerk uit wilden hebben, zo moeten veel jongeren er vandaag ook niets meer van hebben. Maar met welk instrument het ook gebeurt: laat Gods lof met eerbied worden gezongen èn met kwaliteit begeleid. En waarom zou een kerkenraad daar ook niet periodiek het gesprek over voeren met de musici?

MUZIEK IN DE GEMEENTE

Jaren geleden gaf een oude dienaar van het Woord zijn indruk over een gemeente waar hij geweest was. Hij verheugde zich over de geestelijke ontwikkeling die hij daar ontwaarde. Dat gebeurde met deze woorden: ‘Er zit muziek in dat gemeentetje!’

Gaat het daar niet allermeest om? Dat de lofzang klinkt vanuit verbroken harten, die in Christus hun hoogste vreugde vinden. Als muziek daaraan niet dienstbaar is, stelt het niets voor, hoezeer het ook naar ‘de regelen der kunst’ mag zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.