+ Meer informatie

Landmacht liet Dutchbat dobberen

4 minuten leestijd

DEN HAAG - De hogere legerleiding van de Verenigde Naties én van de Koninklijke Landmacht liet in de zomer van 1995 Dutchbat alleen. "We zaten op een eiland."

Vier officieren, één mening. De eerste dag van de verhoren bij de parlementaire enquêtecommissie Srebrenica leverde gisteren een ontluisterend beeld van de "hiërarchie" op. En doet de conclusie dat er een doofpot bij Defensie staat een stap dichterbij komen.

Eerste voorbeeld. Luitenant J. Rutten, de man van het fotorolletje waarop mogelijke bewijzen van oorlogsmisdaden stonden, maar dat door Defensie werd verprutst. "Vergeet dat rolletje maar", zei hij gisteren tijdens zijn verhoor bij de commissie-Bakker. "Maar alles wat eronder zit niet."

Rutten ontdekte na de val van de enclave Srebrenica bij het zogenaamde witte huis bij de basis van Dutchbat negen lichamen van geëxecuteerde mannen. Binnen in het huis zaten "pubers en oude mannen" opeengepakt. Hier gebeurt niet veel goeds, dacht hij toen. "Ik heb daar gemerkt dat je de dood daadwerkelijk kunt ruiken", zei hij gisteren.

De luitenant meldde zijn bevindingen aan zijn meerderen. Later kreeg hij in Zagreb de kans om het aan luitenant-generaal Couzy, de hoogste landmachtbaas, te vertellen. Toen die even later aan de pers vertelde dat er van massamoord geen sprake kon zijn, viel Ruttens mond open van verbazing. Ook in het later opgestelde debriefingsrapport -de weergave van gesprekken met alle Dutchbatters- vond Rutten niets van zijn schokkende ervaringen terug. "Dat was ronduit teleurstellend."

Voorbeeld twee. In de tuin van het eerdergenoemde witte huis vond pelotonscommandant L. C. van Duijn een stapel paspoorten. Hem werd toen duidelijk dat de Bosnische Serviërs de moslimmannen niet scheidden om er oorlogsmisdadigers onder te zoeken. "Als hun identiteit niet belangrijk meer is, begin je het ergste te vermoeden." Dat vermoeden werd bevestigd d oor een Servische commandant die zei dat de moslims de paspoorten toch niet meer nodig hadden.

Tijdens de debriefing deed Van Duijn het verhaal. In het rapport was "paspoorten" gewijzigd in "persoonlijke eigendommen." Later werd hem gevraagd mee te doen aan een tv-uitzending over Srebrenica. Tijdens een voorgesprek met iemand van de afdeling voorlichting van het ministerie van Defensie noemde Van Duijn de paspoorten. De voorlichter vond het toen niet verstandig daarmee op tv te komen. "Dat is niet goed voor het bataljon, niet goed voor de landmacht en niet goed voor de minister, zei hij", aldus Van Duijn. Later kwam het verhaal alsnog naar buiten.

Volgens Van Duijn zijn de verwijten over zijn optreden en zijn verhalen in de Defensie-evaluaties van nadelige invloed geweest op zijn carrière binnen Defensie. Een overstap naar de Koninklijke Marechaussee in 1997 ging volgens hem om die reden niet door. Twee jaar later corrigeerde Defensie de beslissing.

Voorbeeld drie. Toenmalig plaatsvervangend commandant van Dutchbat R. Franken vroeg verschillende keren bij de VN om luchtsteun. "Dat is letterlijk het laatste redmiddel." Steeds werd de aanvraag afgewezen. "Dan waren er geen vliegtuigen beschikbaar, dan was de Servische en Nederlandse infanterie zogenaamd vermengd. Zelfs werd een keer gezegd dat we het verkeerde formulier gebruikten." De cynische majoor voelde zich op "een eiland", samen met tienduizenden vluchtelingen onder barre omstandigheden: hoge temperatuur, nauwelijks water en eten, geen sanitaire voorzieningen.

Laatste voorbeeld. In een poging de Serven tegen te houden, wierp Dutchbat zogenaamde "blocking positions" op. "We wilden onze tanden laten zien, voorzover we die hadden", aldus Van Duijn. Maar die tanden waren rot. Antitankraketten waren niet bruikbaar omdat de tegenstander te ver weg stond. Bovendien was de munitie nat geworden, zodat het gevaar van ontploffen bij het afschieten aanwezig was. Van Duijn: "Met het beschikbare materiaal konden we niets doen."

Kapitein J. Groen: "We konden alleen wat lakschade aanrichten." Bovendien dacht hij een stap verder: "Wat bereik je met het uitschakelen van een voertuig, als daarna de boel escaleert?"

Uiteindelijk viel de enclave en werden naar schatting 7500 moslims, voor het merendeel mannen, gedood. Franken: "Het was voor Dutchbat een niet-mogelijke opdracht." De verhoren gaan morgen verder. Dan komen de Tweede-Kamerleden aan bod die destijds instemden met de uitzending van Dutchbat.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.