+ Meer informatie

Wijzigingen van belastingen in 1993

6 minuten leestijd

Wijzigingen die voortvloeien uit het Belastingplan 1993: Tariefindeling omzetbelasting: Uit de btw-richtlijn vloeit voort dat per 1 januari 1993 de volgende goederen en diensten naar het algemene tarief gaan: landbouw werktuigen; edelstenen, edele metalen (andere dan goud); kleding- en schoenreparaties; advertenties; bemiddelen; diensten door schade-experts. Er is gebruik gemaakt van de mogelijkheid op horeca-diensten het verlaagde tarief te blijven toepassen, en het verlaagde tarief voor sierteeltprodukten tijdelijk te handhaven. Hetzelfde geldt voor de mogelijkheid het verlaagde tarief te handhaven voor kunst, antiek en goud totdat hiervoor in EG-verband regelingen tot stand zijn gekomen, Dieselaccijns: De dieselaccijns wordt met 11 cent per liter verhoogd; 10 cent in het kader van de tweede stap tussenbalans en tijdelijk 1 cent in verband met de vertraging bij de invoering van de pleziervaartuigenbelasting. Motorrijtuigenbelasting: In verband met het feit dat de dieselaccijns met 11 cent stijgt en de benzine-accijns ongewijzigd blijft, wordt de dieseltoeslag voor personenauto's in de motorrijtuigenbelasting per 16 januari 1993 verlaagd. Voor een dieselauto van 900 kilogram bedraagt de verlaging ca. 200 gld. De LPG-toeslag wordt niet aangepast.

De hoofdsom in de motorrijtuigenbelasting wordt met 54,1 procent verhoogd voor motorrijwielen, personenauto's en kampeeraanhangwagens. Deels als gevolg van de tussenbalans en deels ter dekking van de verlaging van de dieseltoeslag. Voor een populaire middenklasser bedraagt de verhoging ca, 115 gld. per jaar.

Per 16 februari 1993 wordt de hoofdsom in de motorrijtuigenbelasting voor autobussen, vrachtauto's en aanhangwagens verhoogd. De verhoging is gelijk aan de verlaging per september 1991 in verband met het door de minister van verkeer en waterstaat gesloten convenant met het wegvervoer.

Verder wordt de hoofdsom in de motorrijtuigenbelasting voor personenauto's en kampeeraanhangwagens per 16 februari 1993 verhoogd met 25 gld. per jaar, in verband met het wegvallen van de verscherping van de regels op de zgn. grijze kentekens. Tabaksaccijns: De accijns op sigaren wordt verhoogd van 4,43 procent van de kleinhandelsprijs tot het in de EG voorgestelde minimum-niveau van 5 procent. Samen met de op 1 oktober jl. doorgevoerde btw-verlaging van 18,5 procent naar 17,5 procent behoeft dit overigens niet tot een prijsverhoging te leiden. De prijs van een pakje shag gaat met 0,50 gld. accijns omhoog als gevolg van de tussenbalans (van 5,10 naar 5,60).

De accijns op sigaretten zal eveneens omhooggaan. Een pakje sigaretten van 25 stuks, dat nu 5,10 gld. kost, zal per 1 januari 5,50 gld. kosten. Deze prijsstijging is grotendeels te verklaren uit de verhoging van de tabaksaccijns. 2. Wijzigingen die voortvloeien uit de totstandkoming van de Interne Markt van de EG:

Op 1 januari 1993 worden in verband met de totstandkoming van de interne markt de fiscale grenzen tussen de EG-landen afgeschaft. Dit heeft een aantal belangrijke veranderingen in de regeling van de omzetbelasting, accijnswetgeving, douanewetgeving en de bijzondere verbruiksbelastingen voor personenauto's tot gevolg. Hieronder volgen de hoofdlijnen van de wijzigingen: Omzetbelasting: De afschaffing van de fiscale grenzen betekent voor aankopen door particulieren dat er bij de grenzen tussen EG-lidstaten géén formaliteiten en belastingheffing meer plaatsvinden. Voor particulieren geldt het oorsprongslandbeginsel: de btw wordt geheven/betaald in het land waar de goederen gekocht worden.

Uitzonderingen hierop vormen de aankopen via postorderbedrijven en de aankoop van nieuwe vervoermiddelen: auto's, schepen en vliegtuigen. Bij de aankoop van nieuwe of bijna nieuwe auto's (jonger dan drie maanden of minder dan 300 kilometer gereden) wordt dus altijd belasting geheven in het land waar de koper woont en dus niet in het land waar de auto vandaan komt.

Voor intracommunautaire transacties tussen ondernemers blijft na 1 januari 1993 voorlopig het bestemmingslandbeginsel gelden. Dit betekent dat de levering van een goed onbelast (tegen het O-procent-tarief) geschiedt en dat over de verwerving btw wordt geheven in de lidstaat waar de goederen aankomen. (Het gaat hier om een overgangsregeling, die in principe zal gelden tot 1 januari 1997. Het is de bedoeling dat daarna ook voor transacties tussen ondernemers het oorsprongslandbeginsel zal gelden.)

Uitzonderingen op het bestemmingslandbeginsel gelden voor: - intracommunautaire leveringen aan landbouwers voor wie een bijzondere regeling geldt, vrijgestelde ondernemers en niet-belastingplichtige rechtspersonen; - postorderverkopen/televerkopen aan particulieren, landbouwers, vrijgestelde ondernemers en niet-belastingplichtige rechtspersonen; - leveringen door kleine ondernemers. Voor deze uitzonderingen gelden bepaalde drempels.

Controle op de intracommunautaire transacties vindt voortaan alleen plaats aan de hand van de administraties van bedrijven. De belangrijkste administratieve verplichtingen voor ondernemers zijn: - Listing: ondernemers moeten per kwartaal hun leveringen aan ondernemers uit andere lidstaten aan de Belastingdienst opgeven. Het gaat in beginsel om een totaalbedrag per afnemer. Het tijdstip van deze opgave valt samen met het tijdstip waarop de ondernemer aangifte doet voor de omzetbelasting. - Vermelding omzetbelastingnummers op alle facturen. Accynswetgeving: De afschaffing van de fiscale grenzen betekent voor particulieren dat zij vanaf 1 januari 1993 accijnsgoederen in andere lidstaten kunnen kopen en voor eigen gebruik kunnen meenemen naar de eigen lidstaat. Men betaalt accijns in het land van aankoop. Als de goederen niet door particulieren voor eigen gebruik worden meegenomen, maar bij voorbeeld worden verhandeld, dan vindt heffing van accijns plaats in het land waar de goederen verbruikt worden. Voor de zogenaamde postorderverkopen, de verkopen op afstand, vindt de accijnsheffing plaats in het land van bestemming. Voor de taxfree-aankopen is een overgangsmaatregel getroffen, die het mogelijk maakt tot en met 30 juni 1999 de belastingvrije verkopen in taxfree-shops te handhaven. Voor deze verkopen gelden de hoeveelheden en vrijstellingen die in het reizigersverkeer met derde landen gelden. Douanewetgeving: Het in Nederland binnenbrengen van goederen uit een andere EG-lidstaat kan na 1 januari 1993 zonder grensformaliteiten plaatsvinden. Alleen wanneer goederen uit een derde land de EG worden binnengebracht, moeten er grensformaliteiten plaatsvinden. Er zijn drie manieren waarop goederen ons land kunnen worden binnengebracht: over land, door de lucht en over zee. Bij vervoer over de landsgrens of door de lucht zullen alle douaneformaliteiten in verband met grensoverschrijding vervallen. Voor het vervoer over zee dat heeft plaatsgevonden over wateren die buiten de territoriale wateren van Nederland liggen, blijft de plicht bestaan om het schip met goederen aan te geven bij de douane. Belasting op personenauto's en motorrywielen (BPM): Op 1 januari 1993 wordt de huidige bijzondere verbruiksbelasting op personenauto's (BVB) vervangen door de belasting op personenauto's en motorrijwielen (BPM). Iedereen, particulier of ondernemer, die op of na 1 januari 1993

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.