+ Meer informatie

UIT DE PRAKTIJK

5 minuten leestijd

32

Het ene huisbezoek verschilt soms heel wat van het andere, dit valt temeer op wanneer men twee of meer bezoeken op een avond doet. Medebroeders, die deze woorden lezen, zullen met ons instemmen, dat het wel eens moeilijk is om een zakelijk gesprek op gang te krijgen, ja soms lijkt het een onmogelijke zaak, zodat men zit te zuchten om wijsheid en vrijmoedigheid en men naar woorden zoekt om een beetje aan de gang te komen; en bij een andere gelegenheid loopt het als vanzelf en mag men wel eens delen in hetgeen uit de volheid van het gemoed wordt medegedeeld. Als de harten voor de Heere en voor elkander eens mogen opengaan, dan mag beluisterd worden wie de Heere voor Zijn volk is, ook nog in deze tijden, die wij beleven; dan gebeurt het wel, dat men innerlijk verblijd huiswaarts keert vanwege de goedheid des Heeren, Die er ons toe verwaardigde, dat we mochten horen en gevoelen, dat de Heere nog door Zijn Geest werkt in de harten.

Maar nu ontmoet men ook zielen, waar de tekenen van het nieuwe leven opgemerkt worden, die aangename zaken vertellen betreffende de bemoeienissen des Heeren, waarin het ontdekkende werk beluisterd wordt, maar ook van de ruimte, die ervaren werd toen het zielsoog gericht werd op de enige weg tot zaligheid; en die nu menigmaal vrezen, dat het niet Gods werk, maar eigen werk is geweest. Zo één ontmoetten wij eens op huisbezoek. Wij hoorden hem spreken over zijn bekommernis, het zat hem niet gemakkelijk; als het duister is voor het gemoed, dan is er niet veel praat. Wel vriend, is dat nu altijd zo met u geweest? Hoe is u er achter gekomen, dat u een zondaar bent, want daar had u het toch zoëven over? Wij beamen het wel, dat we allen zondaars zijn, maar het komt er eerst maar op aan of wij persoonlijk onze zondaarsstaat hebben leren kennen en beleven. Zijn we nog een vreemdeling van ons eigen bestaan of liggen er andere zaken ten grondslag aan uw spreken?

Mensen, dat durf ik niet te ontkennen, ik weet hoe ik leefde in vervreemding van mijn Schepper; ik wederstond waarschuwingen en overtuigingen zo lang ik kon, maar de Heere arresteerde mij als een zondaar, die geen bestaan voor God had en door eigen schuld voor eeuwig verloren moet gaan; daarmede mocht ik onder God komen met de nood van mijn ziel, en toen heeft de Heere mijn ogen geopend voor die enige weg gegeven tot behoud, waardoor het ook voor mij mogelijk werd om met God verzoend te worden; daaruit heb ik aangename tijden mogen beleven; maar nu is het toch zo duister, zodat het op mij aan komt of dit werk wel uit God is, en dan wordt een mens zo geslingerd, dan rijzen allerlei nare gedachten in hem op. Ja vriend, dan heeft de mens het moeilijk. Ik denk, dat een ieder van Gods volk wel tijden in het leven kent, dat het is of de Heere geweken is, en dan zijn de overleggingen vele. De zoetheid van des Heeren goedertierenheid gesmaakt te hebben, de ruimte ervaren te hebben als de Heere opening geeft en zich verblijd te hebben in de weg der zaligheid, en daarna de gevoelige tegenwoordigheid te moeten missen, dan ligt men wel open om veel in twijfel te trekken. Maar nu hetgeen u zoëven verteld hebt en waarop u hoop gekregen hebt, was dat toen waarheid? En is dat nu geheel weg?

Ja, toen ik dat beleefde, was er geen twijfel bij. Wat ik toen ervaren heb, kan ik niet met woorden uitdrukken, maar nu is het zo geheel anders. Ik denk dikwijls: Wat kan het toch ver gaan met overtuigingen. Ziet dat maar aan die man, die hier in de buurt gewoond heeft en die u ook gekend hebt. In zijn jongelingsjaren was hij niet zo braaf, maar op volwassen leeftijd had er een grote verandering met hem plaats, hij begon zeer getrouw naar de kerk te gaan om de „zwaarste” dominees te gaan horen; het levende volk ging hij opzoeken en hij begon een zeer nauw leven te leiden. Ds. X. was zeer met hem ingenomen en geloofde, dat er een werk van God in hem lag; zijn omgang met zijn naasten was voorbeeldig, zodat hij wat dat aangaat velen van Gods volk overtrof. Hij nam het zeer nauw ook op zijn werk met de inzettingen des Heeren, zodat er van een wonder gesproken werd. Maar hoe spoedig is alles omgekeerd, het heeft maar een paar jaar geduurd. In korte tijd keerde hij weer tot zijn vorig leven terug, de kerk en de gezelschappen werden de rug toegekeerd, en zonder wederkeer ten goede is de man heengegaan in het graf. Als mij dat voor de aandacht komt, dan moet ik zeggen: „Wat gaat het nauw uit”, en dan vervult mij menigmaal de vrees, dat het met mij ook zo zal gaan, want ik ben niet beter dan die man.

Ja vriend, ik wist deze zaak. Als dit op je gemoed valt, is het schrik en vrees van rondom. Ik weet van een geval, dat een zeker iemand veel naar het volk liep en veel over zijn ellende sprak en door datzelfde volk nogal hoog werd aangeslagen, maar hij sloeg de hand aan zijn leven. Toen dat aan een kennis van mij werd verteld, sloeg dat zo bij hem in, dat het nood werd in zijn ziel en hij naar het verborgen vluchtte en de Heere zijn nood klaagde, dat hij niet beter was dan die man en tot hetzelfde in staat. Maar toen kwam de Heere over en liet hem geloven en gevoelen, dat de Heere dat wel wist, maar dat hij in de handen van Hem was, Die hem voor die daad bewaren kan, en dat was voor hem een ogenblik om nimmer te vergeten. Deze vriend mocht aan het goede adres komen met deze zielenood. Vriend, dit is de enige weg voor u en voor mij.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.