+ Meer informatie

BIJZONDERE DIENSTEN

12 minuten leestijd

1. Waarom bijzonder

In de samenkomsten van de gemeente van de Here God onderscheiden we tussen „gewone” en „bijzondere” diensten.

Onder „gewone” diensten verstaan we dan de morgen- en/of avonddienst, waarin de gangbare liturgische orde wordt gevolgd, al is het met mogelijke variatie in de onderdelen wat inhoud, aantal en plaats betreft. In deze diensten gaat het om de prediking voor de gemeente, eventueel geflankeerd door bediening van doop en avondmaal.

Daarnaast spreken we over „bijzondere” diensten. Nu moeten we wel oppassen bij het hanteren van deze termen. Want eigenlijk is elke „gewone” dienst bijzonder. Is het feit, dat God in barmhartigheid en trouw met zijn volk wil samenkomen, niet heel bijzonder! Maar in de aangebrachte onderscheiding is duidelijk, wat we met „bijzonder” be-doelen.

Bij „bijzondere” diensten gaat het om samenkomsten met een heel eigen doel, eigen karakter, eigen opzet en vulling.

2. Een hele reeks

Ik ben in wat handboeken voor de prediking en de liturgie en in een aantal kerkbladen gaan snuffelen op zoek naar „bijzondere” diensten. Ik merkte tot mijn verbazing, dat er nogal wat gerangschikt wordt onder deze diensten. Het wordt een hele rij. Zo vindt u als bijzondere diensten:

- diensten bij jaareinde en jaarbegin; ze zijn bijzonder wegens de inhoud en toespitsing van de prediking; ook de liederen, gebeden en de hele orde behoren hierbij aan-gepast te zijn.

- diensten op kerkelijke feestdagen, zoals Kerst, Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaart en Pinksteren; ze vragen een eigen zetting van alles wat gebeurt.

- diensten ter bevestiging van ambtsdragers nl. ouderlingen, diakenen en predikanten als bijzondere voorvallen in het leven van de gemeente en de dienst van Christus en zijn Woord.

- afscheids- en intredediensten van voorgangers, die een eigen plaats hebben in de geschiedenis van de plaatselijke gemeente.

- diensten ter bevestiging van huwelijken, waarbij deze diensten zowel door de week als ‘s zondags plaats kunnen vinden en waarvoor een heel eigen liturgie mag gelden.

- diensten waarin openbare belijdenis van het geloof wordt afgelegd, wat van bijzondere betekenis is èn voor de leden zelf die dat doen, èn voor de gemeente die deze leden als leden in volle rechten en met volle plichten aanvaardt.

- bid- en dankstonden voor arbeid en gewas; hier en daar worden ook op de middagen dergelijke diensten belegd voor de kinderen van de gemeente, die ‘s avonds de diensten niet kunnen bijwonen.

- diensten van nationale dank en boete; deze werden vroeger meer gehouden maar komen in onze tijd zelden voor; in het Genève van Calvijn had men wekelijkse bidstonden, iedere woensdagmorgen van 8 tot 10 uur en dan moest alle werk ophouden, werden de winkels gesloten en hadden de kinderen vrij van school, zodat allen mee konden doen aan deze „bijzondere” diensten.

- diensten in verband met het in-gebruik-nemen van kerkgebouwen of het uitzenden van werkers voor de zending, de evangelieverkondiging onder Israél e.d.

- herdenkingsdiensten voor ingrijpende wendingen in de kerkgeschiedenis, zoals de Reformatie enz.

- diensten met catechismusprediking, die ook wel „bijzondere” diensten worden genoemd en vanouds een eigen karakter hebben, waarin vragen werden gesteld en antwoorden gegeven.

- evangelisatiediensten, aangeduid als Kom-in-diensten, Open-Deur-diensten, Welkom-diensten of Diensten met belangstellenden.

- diensten voor doven, voor gehandicapten, die een heel aparte inhoud krijgen.

- diensten op jeugd- en hulpverleningszondag.

Zo zijn er vele en velerlei „bijzondere” diensten. Vermoedelijk kan de lijst nog verder uitgebreid worden.

Calvijn moet ergens gezegd hebben: Laten we niet vergeten, dat de diensten op de „gewone” zondagen de beste zijn.

3. Wat is het „bijzondere”

Er zijn een aantal elementen, waarin het „bijzondere” van de „bijzondere” diensten tot uitdrukking komt.

a. Het is mogelijk dat de prediking in deze samenkomsten een heel eigen toespitsing krijgt. Al heeft de prediking altijd iets situationeels en is ze zeer bepaald door het hier en nu, dit komt heel sterk door in de kerkdienst die speciaal belegd wordt in verband met dit feit of dat doel. Daar de prediking het brandpunt is van de hele dienst, zal het „bijzondere” van de prediking ook de rest van de dienst kleuren.

b. Meestal wordt ook in de „bijzondere” diensten de liturgische aankleding aangepast bij het bijzonder karakter, De orde en de delen van de dienst worden erdoor bepaald. Zo kunnen in de „bijzondere” diensten de lezing van de wet des Heren of het lezen/zingen van de geloofsbelijdenis achterwege blijven. De gebeden en de liederen zullen in harmonie staan met de gehele opzet. De Schriftlezing(en) moeten met extra zorg gekozen worden. Heel de liturgie draagt iets van het aroma van het „bijzondere”.

c. Het hele decorum van de dienst is ook anders dan anders. Gewoonlijk is er een gestencilde liturgie aanwezig. Vaak is er medewerking van een koor of zanggroep. De collecten krijgen een eigen bestemming. Visueel materiaal - ik denk aan diensten voor gehoorgestoorden en gehandicapten - kan het Schriftgedeelte waarover gepreekt wordt, toelichten of uitbeelden. De totale entourage is bijzonder. Vaak zijn deze diensten ook bijzonder goed bezet en is de kerk vol. Dat brengt een eigen sfeer en stemming mee. Er zijn ook mensen als gasten enz. in de kerk aanwezig, die (hier) anders niet of slechts weinig in de diensten komen.

d. Er wordt ook iets aparts gevraagd en verwacht van de voorganger, de organist en iedere medewerker aan deze diensten. Er hangt in deze diensten een eigen stemming, verwachting, emotionaliteit en sensitiviteit. Of je daar nu positief of negatief tegenover staat, doet niets van het feit af. De aanwezigheid ervan bepaalt mee het bijzondere van deze samenkomsten.

4. Welke normen gelden

Er is in het algemeen nog maar weinig echte bezinning op het verschijnsel van de „bijzondere” diensten. Ze worden in handboeken en preekbeurten wel vermeld, maar daar blijft het dan ook bij. Terwijl ik de indruk heb, dat de „bijzondere” diensten de laatste tijd in het kerkelijk leven eer toenemen dan verminderen. Belangrijk zou zijn een on-derzoek in te stellen naar de oorzaken hiervoor. Ligt het „bijzondere” in onze tijd beter in de markt dan het „gewone”? Zijn we alleen nog maar te bereiken via het bijzondere? Hoe ook, de theologische bezinning op de „bijzondere” diensten staat nog in de kinderschoenen.

Homiletisch, dus wat de toegespitste prediking in deze diensten betreft, is er meer gedaan aan een verantwoording en instruering dan liturgisch, dat is wat de hele vormgeving van de dienst aangaat. Het deputaatschap voor de prediking van onze kerken heeft in 1971/72 enige aandacht aan deze liturgische vormgeving besteed en naast enige or-den van dienst voor de „gewone” diensten ook een aantal orden van dienst voor „bijzondere” diensten opgesteld. Deze zijn indertijd in opdracht van de generale synode de kerken toegezonden ten dienste van plaatselijke situaties. Doch ook deze bezinning en handreiking waren heel summier. Er zal nog heel wat meer aan bezinning gedaan moeten worden.

In het algemeen heerst de mening, dat de regels die de Kerkorde en de synodale bepalingen voor de kerkdiensten bevatten, bestemd zijn voor, slaan op en van ouds bedoeld zijn voor de „gewone” diensten. Dat betekent: voor de hoofddienst, dus de zondag- morgenkerkdiensten. Verder zijn deze regels ook zeer summier. Ik wil hier verwijzen naar de artikelen 56 tot 70 van onze Kerkorde, die spreken over bepaalde onderdelen van de dienst maar geen voorschriften geven voor de globale inrichting van de kerk-dienst en eigenlijk niets bepalen over de „bijzondere” diensten. Deze diensten waren in de tijd van de opstelling van onze Kerkorde ook nog niet zo bekend en zo veelvuldig voorkomend. In de loop der eeuwen heeft de kerk zich ook niet begeven op het spoor om voor alle „bijzondere” diensten regels op te stellen, waarbij,het de vraag is of dat inderdaad op haar weg zou liggen.

Wel zijn er vanouds orden voor „bijzondere” diensten vervaardigd. Het gaat te ver om dat aan te tonen. Maar ook binnen de calvinistische traditie blijkt er een duidelijke va-riatie voor de orden van deze diensten mogelijk en legitiem te zijn, al naar gelang de aard van de dienst is.

Een nadere bezinning op heel deze situatie lijkt mij zeer gewenst, vooral nu er zoveel „bijzondere” diensten uit de kerkelijke grond oprijzen. Deze bezinning mag dan evenwel niet geschieden binnen het kader van een liturgische casuïstiek in de trant van: dit mag precies nog wel en dat niet of niet meer, met allerlei mogelijke uitzonderingen; maar vooral in de trant van: hoe kan de dienst het meest in overeenstemming met Gods Woord, met de waardigheid van het samenkomen van God en zijn volk en met de bedoeling buitenstaanders voor het evangelie te winnen, gehouden worden? Hoe beantwoordt de „bijzondere” dienst het beste aan zijn karakter en doelstelling, binnen de al-gemene liturgische normen en lijnen voor de samenkomsten van de gemeente van de Here Christus?

Dat wil zeker ook zeggen, dat in de „bijzondere” diensten niet alles kan en niet alles verantwoord is, wat men er soms instopt. Er zijn wel elementen in deze diensten, waarbij flinke vraagtekens geplaatst worden, zelfs moeten worden. Het is niet zo, dat men hier zijn gang maar kan gaan en dat hier geen homiletische of liturgische normen zouden gelden! In de „bijzondere” diensten kan niet alles gezongen, gedeclameerd en gespeeld worden. Het moet alles bijbels en confessioneel verantwoord zijn. Het is daarom nodig van tevoren te weten, wat het koor of de soliste zingt en wat de declamator(trice) voordraagt! Het moet goed verzorgd en met onderscheid gekozen worden. De organiserende kerkeraad, voorganger of commissie die de dienst regelt in opdracht van de kerkeraad, zullen hier wel goed hebben toe te zien. Bij hen berust uiteindelijk de zorg voor de aankleding en vulling van de „bijzondere” diensten.

Dit vraagt vooral nauwlettende aandacht, wanneer de „bijzondere” dienst in plaats komt van of op dezelfde tijd wordt gehouden als de „gewone” eerste of tweede dienst. Weer anders ligt het, wanneer de „bijzondere” dienst een derde dienst op de zondag wordt. Ik denk dan met name aan evangelisatiediensten. Worden die als derde diensten gehouden, dan zal de ervaring zijn dat heel wat gemeenteleden deze diensten verkiezen boven de „gewone” tweede diensten, die dan zeer matig bezet zijn. Dat dit problemen kan opleveren, zal duidelijk zijn.

5. Concretiseringen

In het bovenstaande ging het om een algemene terreinverkenning en situatietekening, om enige algemene lijnen en normen voor de bedoelde diensten. Het zal ook dienstig zijn op concrete mogelijkheden te wijzen die hier en daar voorkomen.

Zo zouden in de catechismusdiensten, die vroeger in de kerkgeschiedenis typisch als „leerdiensten” werden aangeduid, de gemeenteleden meer betrokken kunnen worden bij het kerkelijk onderwijs uit Schriften en confessies. Bij deze gemeenteleden hoeft men niet alleen te denken aan de jongelui, maar kan men net zo goed denken aan de ouderen om ze met elkaar door het stellen van vragen en geven van antwoorden volop te betrekken bij het onderwijs. Uit ouderen en jongeren kan men leden aanwijzen, die de Schriftlezingen verzorgen, die de catechismusafdeling voorlezen, nog liever opzeggen en die de voorbeden verzorgen, zodat ze samen zo intens mogelijk betrokken worden bij de dienst zelf.

Op de jeugdzondag is het in vele gemeenten gebruikelijk de jeugd van de gemeente op verschillende manieren in te schakelen bij de dienst. Jongeren kunnen de wets- en Schriftlezingen verzorgen, collecteren en in de voorbereiding van de dienst de liederen mee uitkiezen, de preektekst en preeklijnen meebepalen enz. Dit geeft een apart karakter aan de diensten op de jeugdzondag. Het komt ook voor, dat in de eerste dienst de aandacht vooral gericht is op de kinderen en in de tweede dienst op de wat grotere jeugd. Je merkt dan, hoe intens de hele gemeente aan de dienst meedoet!

In de evangelisatiediensten zal de prediking heel speciaal de oproep tot geloof en bekering vanuit het centrum van het evangelie, Jezus Christus en Gods liefde in Hem, laten doorkomen. Dit wordt omlijst door gezang van koor en gemeente alsook een uitzonderlijk middel tot getuigen en trekken. Zulk zingen leert de gemeente uit de Bijbel, waar in allerlei toonaarden wordt gejubeld van de Here God, hoog en verheven, barmhartig en goed, toornend en verdelgend, eeuwig en getrouw.

In de diensten voor gehandicapten zal alles heel eenvoudig, direct en goed te verstaan moeten zijn. Van de predikant wordt veel gevraagd, maar deze diensten kunnen voor hem ook de mooiste zijn. Zo beleef ik ze zelf altijd. De diensten zijn ook een rijke zegen voor de gemeente. De boodschap van de Bijbel wordt op zulke duidelijke en voor ieder begrijpelijke wijze gebracht. Vooral als men, wat wordt gepreekt, op fijne manier weet te illustreren. Tot mijn verbazing maakte ik mee, dat gehandicapten na drie jaar nog wisten wat ik de eerste keer uit mijn kartonnen doos haalde en wat de kerninhoud van de boodschap toen was. We hebben dat dan ook in een opzegkoor gerepeteerd: Groot en klein mogen allemaal bij Jezus zijn! Als voorganger moet je wel creatief kunnen inspelen op spontane reacties uit de aanwezigen. Zang en gebed, preek en uitbeelding mogen op deze wijze dienstbaar worden aan het geloofsleven van deze bijzondere leden van het verbond van de Here God.

6. Slotopmerkingen

Als dit artikel deze of gene kerkeraad stimuleert tot nadere bezinning op de „bijzondere” diensten, heeft het zijn bedoeling bereikt.

Nogmaals: eigenlijk zijn alle diensten „bijzonder” en mag iedere dienst iets hebben van het ruisen van de wind, het flakkeren van de vlam en het spreken van de taal van de Heilige Geest, die door de prediking van het Woord in de samenkomsten van de gemeente, omringd door gebed en gezang, het geloof wil werken en versterken in harten van zondaren.

In de diensten wil de Here God zelf met zijn glorie van genade en liefde wonen. Hij troont op de lofzangen van zijn volk. Want de diensten zijn van Hem begeerd.

Professor L.H. van der Meiden zei altijd: „De schoonste vorm is nog niet goed genoeg voor de schoonste inhoud!” Dat geldt niet het minst voor onze „bijzondere” diensten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.