+ Meer informatie

Meeste leraren hebben weinig boodschap aan basisvorming

4 minuten leestijd

ROTTERDAM - De zomer was heet maar kort. Even konden leraren alles vergeten: lessen, vergaderingen, invoering van nieuwe vakken, basisvorming. Maar terwijl de eerste scholen voor voortgezet onderwijs zich opmaken om volgende week de deuren weer open te gooien, verscheen er een rapport. Met een onthutsende inhoud.

Er is bijna geen ander terrein waar zoveel onderzoek wordt gedaan als in het onderwijs. Achter ieder schoolbord is wel eens gesnuffeld. Alles wordt onderzocht: de resultaten van de examens, het stofgehalte in de vloerbedekking, de tevredenheid van leraren en niet te vergeten de mogelijkheden van inspraak voor de leerlingen.

De Rotterdamse Erasmus Universiteit kent zelfs een speciaal instituut dat onderzoek doet naar het onderwijs: het Rotterdams Instituut voor Sociologisch en Bestuurskundig Onderzoek (Risbo). Gisteren publiceerde deze club een rapport onder de titel "Voortgezet basisonderwijs gewenst?". De belangrijkste conclusie doet het ministerie van onderwijs op haar grondvesten trillen. Maar liefst 52 procent van de docenten in het voortgezet onderwijs heeft geen behoefte aan de invoering van basisvorming. Dertig procent heeft geen mening en slechts 18 procent van de leerkrachten is voor.

Blik

Basisvorming is iets dat zich afspeelt in het voortgezet onderwijs. Alle leerlingen op scholen voor mavo, havo, vwo en lbo krijgen tijdens de eerste drie jaar dezelfde veertien vakken aangeboden. Na jarenlang heen-en-weergepraat over veranderingen -zo ja en hoe?- besloot het huidige kabinet basisvorming in te voeren. Er komen nieuwe vakken en meer uren. Volgend jaar starten de eerste scholen.

Aan het Risbo-onderzoek werkten 474 docenten van honderd scholen uit het hele land mee. Het rapport biedt een representatieve kijk in de onderwijskeuken. Dr. M. J. de Jong (46), universitair hoofddocent aan de faculteit der sociale wetenschappen van de Erasmus, reageert nuchter op de uitkomst van zijn onderzoek. „Er zal in de basisvorming gewoon op de oude voet worden doorgewerkt. De leraren blijven hun eigen koers varen. De mensen zijn de veranderingen meer dan beu".

Het verzet is het grootst onder leraren die werken op een scholengemeenschap voor mavo en/of havo en vwo: 70 procent van de docenten daar is tegen de invoering van basisvorming en slechts 11 , procent is voor. „Angst voor verlaging van het niveau", geeft De Jong als verklaring. „Een goeie leerling komt niet meer aan zijn trekken. Het is bovendien voor een leraar niet te doen. Hoe moet hij zijn stof in zulke heterogene groepen aanbieden?"

Kloof

Leraren die werken op scholen voor mavo en lbo zien de onderwijstoekomst wat zonniger in. Toch nog 39 procent is tegen en 27 procent voor invoering van basisvorming. „Deze scholen zitten nu met dalende leerlingenaantallen. Opheffing van de school dreigt. Basisvorming biedt wellicht uitkomst. Zo kan de school overleven. De docenten putten optimisme uit het feit dat ze andere, meer gemotiveerde leerlingen voor hun neus kunnen krijgen".

De uitkomst van het onderzoek is over het algemeen niet om over naar het ministerie te schrijven. De Jong: „De beeldvorming is ergens halverwege de jaren zeventig blijven steken. Toen werd er eindeloos gepraat over de middenschool. Mensen uit de praktijk vinden dat politici en onderwijskundige voorstanders van de veranderingen veel te ver van die praktijk af staan. En dat is zo. De kloof is heel groot".

Intussen gaat de trein door. Het Rotterdamse onderzoek werd uitgevoerd in de zomer van 1989, dus onder onderwijsminister Deetman. Zijn plannen voor de basisvorming zijn inmiddels behoorlijk 'uitgekleed'. De Tweede Kamer bespreekt dit najaar de uiteindelijke versie en zal daar hoogstwaarschijnlijk mee akkoord gaan.

Onbegrijpelijk"

Nu de zaak terugdraaien is onmogelijk, vindt De Jong. „Geldgebrek". Staatssecretaris Wallage strooide wel met enkele miljoen voor de invoering van basisvorming. „Een slag in de lucht. Er komen twee lesuren per week bij. De sala-, rissen gaan dus met 7 procent omhoog. En als de leraren om salarisverhoging vragen is er geen geld. Onbegrijpelijk".

Om de problemen echt aan te pakken is er een koerswijziging nodig. „De moeilijkheden in het onderwijs moeten individueel worden behandeld. Niet alles over de volle breedte, maar stuksgewijs en achter elkaar. De hele zaak wordt nu overhoop gehaald, terwijl er eigenlijk weinig verandert". Veel leraren zeggen te verwachten dat de arbeidsvreugde "zal dalen na de invoering van basisvorming, en dat het ziekteverzuim zal stijgen. „Leraren hebben wel allerlei problemen nu, maar zien daarvoor in de basisvorming geen oplossing", aldus De Jong.

Dat er weinig nieuws is onder de zon blijkt uit een onderzoek van vijf jaar geleden. De ondervraagde docenten waren ook toen tegen basisvorming (41 procent) terwijl 44 procent basisvorming naast de bestaan- ! de typen van onderwijs wilde invoeren. „Docenten zijn vrij conservatief. Ze voelen wel aan dat er . dingen moeten veranderen, maar men verwacht het niet van die grootscheepse operaties. Bewaren wat je hebt, dan weet je waar je aan toe bent".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.