+ Meer informatie

Kan het nog korter?

3 minuten leestijd

De preken van ds. P. op den Velde, die ik beluisterde in mijn kinderen tienerjaren duurden 45 minuten lang. Ik kon in het jaargetijde dat de zon aan het eind van de middag vanuit het westen de kerk instraalde aan de stand van de schaduw die langzaam voortkroop over de voormuur zien: bij die en die steen zal de dominee “Amen” zeggen.

Dat ik mij dat herinner, betekent niet dat ik die duur van 40 à 45 minuten moeilijk kon verdragen. Wel, dat ik de tamelijke zekerheid van een bepaalde duur waardeerde.

Maar elke keer eenzelfde lengte, het is geen must. Het is bekend dat de tijdsduur van de preken van Augustinus zeer kon variëren, van heel erg lang tot maar tien minuten. Maar Augustinus preekte voor de vuist weg en had een feilloos gevoel voor wat zijn hoorders nog aankonden. Overigens, zijn preken werden korter naarmate hij op hogere leeftijd kwam.

De eerste predikant van mijn vorige gemeente was ds. J. Schotel (1825 – 1914). Van hem is een bundel met een “zestal leerredenen” bewaard gebleven, die hij schreef toen hij – al achter in de zeventig – met emeritaat was gegaan. Deze preken hebben een gemiddelde tijdsduur van honderd minuten, ruim het dubbele dus van wat ik gewend was als kind. En zou ds. Schotel nóg langer gepreekt hebben, toen hij jonger was ? Zowel prediker als hoorders moeten over bijzondere vermogens beschikt hebben, om het zo lang vol te houden. Wat werd er vooral veel van kinderen gevergd! Prediker en hoorder zaten een eeuw geleden toch wel wat anders in elkaar dan nu.

Wie de preken die van ds. H. Toorman tussen 1947 en 1983 in druk verschenen in “Uit de Levensbron” (hij was een veelgevraagd scribent!) naast elkaar legt ziet een heel geleidelijke afname in lengte, van 16 naar 10 pagina's. In die afname van lengte weerspiegelt zich iets van een voortdurend veranderende preek-cultuur.

Inmiddels, nog weer ruim 30 jaar verder, wordt alom betoogd dat een preek niet langer mag duren dan twintig minuten. Die grens overschrijden kan de doorsnee hoorder niet meer meemaken. Als hoofdreden wordt dan vaak aangegeven, dat de hedendaagse hoorder meer visueel dan auditief is ingesteld, wat met name de jongeren geldt. En dat valt absoluut niet te loochenen.

Maar moet het in de toekomst dan nog weer korter? Als we de lijnen (tijdslijn en duurlijn) doortrekken: in 1905 honderd minuten, 65 jaar later, in 1970 vijfenveertig, 30 jaar daarna, in 2000 twintig minuten, dan zouden we nu in 2016 dringend toe zijn aan tien minuten en in 2023 aan vijf minuten. Toch moet er wel iets als een ondergrens zijn. Want wordt de preekbijbel niet heel erg miniem als je geen tijd meer hebt voor een iets bredere uitleg van een minder bekend bijbelgedeelte? Voor het schetsen van voor een goed begrip noodzakelijke achtergronden? En dat terwijl wat je bij de hoorders als bekend mag veronderstellen aan bijbelse inhouden door veranderingen in onderwijs en catechese bepaald niet is toegenomen…

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.