+ Meer informatie

ZIJ AAN ZIJ

3 minuten leestijd

De eenheid van man en vrouw is gegeven met het beelddrager zijn van God. De tweeheid komt uit in de verschillende diensten van man en vrouw. De eenheid garandeert de gelijkwaardigheid, terwijl de tweeheid ruimte geeft voor de verschillen. De man is volgens de auteur geroepen tot de dienst van de verantwoordelijkheid en de vrouw tot de dienst van de hulpvaardigheid. Het is echter de vraag of hier niet meer uit de tekst van Genesis wordt afgeleid dan exegetisch verantwoord is. Adam wordt wel als eerstverantwoordelijke aangesproken na de zondeval (Gen. 3:9–11), maar Eva moet toch evenzeer verantwoording afleggen aan God (Gen. 3:13)? Eva wordt aan Adam gegeven als een hulp die bij hem past. Maar de stap van ‘hulp’ tot de ‘dienst der hulpvaardigheid’ gaat mij wat snel.

Hoe is de verhouding tussen de deelname aan het bidden en profeteren door de vrouwen en de zogenaamde ‘zwijgteksten’ (1 Kor. 14:34 en 1 Tim. 2:12)? In de lijn van J. van Bruggen en A.N. Hendriks meent ook De Boer dat vrouwen wel mogen bidden en profeteren in de samenkomst van de gemeente, maar dat zij niet mogen deelnemen aan het gesprek waarin de inhoud van de profetie wordt beoordeeld (p. 82–83). Dat roept weer de vraag op wat profetie nu eigenlijk is. De woorden van profeten als Elia en Jesaja hadden geen toetsing nodig in een ‘leergesprek’ in de gemeente. Daarmee dient de vraag zich aan of de profetische uitingen in 1 Kor. 11 en 14 ook het karakter hebben van het ‘zo spreekt de HERE’. Of zijn deze uitingen van een heel ander gewicht?

Aan het eind van het boek wordt gesteld dat wegens de twee-eenheid van man en vrouw naast de ‘dienst der verantwoordelijkheid’ nu de ‘dienst der hulpvaardigheid’ een ambtelijk karakter moet krijgen. Maar gaat het nu werkelijk om een ambt? Het algemene vrouwelijke ambt blijkt een ondersteunende dienst te zijn (p. 143). In het conceptbevestigingsformulier wordt zelfs gesproken over een hulpdienst (p. 151). Wat is het nu: een volwaardig ambt, of een hulpdienst? Wanneer het pleidooi van De Boer neerkomt op het vragen van ruimte voor vrouwen en mannen in kerkelijk erkende en geregelde hulpdiensten, staat hij heel dicht naast de situatie in de Chr. Geref. Kerken waar deze mogelijkheid door de generale synode van 2001 geregeld is. Gaat het De Boer toch om ambten, dan mag men hem de vraag voorleggen hoe hij aankijkt tegen de gelijkwaardigheid van de ambten.

De bijdrage die dr. E.A. de Boer met deze publicatie levert aan de bezinning op de plaats van vrouwen in de gemeente van Christus is meer dan welkom. Het is een gedegen studie waarin veel materiaal wordt aangedragen dat de moeite van het overwegen waard is. Ook als men het niet in alle opzichten met de auteur eens is, kan men zij aan zij met hem staan om in verbondenheid aan Schrift en belijdenis te zoeken naar een bijbelse visie op man en vrouw in de gemeente van Christus.

n.a.v. dr. E.A. de Boer, Zij aan zij. Pleidooi voor een vrouwelijk ambt in de kerk, Uitg. De Vuurbaak, Barneveld 2006, 172 blz., € 17,50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.