+ Meer informatie

Besprekingen van de Heilige Oorlog

6 minuten leestijd

3

Daar satan zichzelf kwam te beroven van het begin-sel der gerechtigheid door zelfverheffing, stelt hij alles in het werk anderen die er nog uit leven er van te beroven.

Derhalve liepen zij in grote furie brullend van plaats tot plaats, om zo mogelijk iets te vinden dat des Konings was, opdat ze dat mochten schenden en zich alzo wreken, tot zij kwamen in dat wijde landschap, de Aardbodem.

Hier richtten zij hun loop recht op de stad Mensziel, wetende dat deze een van de voomaamste werken en ’t vermaak van Koning El-Schaddai was.

Wat zij nu deden? Zij deden na genomen raadslag een aanval op de stad, daar zij wisten dat Mensziel Koning El-Schaddai toebehoorde, want zij waren daar toen Hij het bouwde en voor Zichzelf opsierde. Hier heeft ook satan in de morgen der schepping met al de morgensterren, die eeuwig staan voor Gods troon, vrolijk gezongen van Gods grote werken. Terwijl hij nu van alles moet bedenken om zijn afgrijselijk bestaan te bedekken om geen argwaan te verwekken.

Toen zij deze plaats gevonden hadden, juichten zij geweldig met een helse vreugde. Ja zij brulden als een leeuw over de roof, zeggende: Nu hebben wij de schat gevonden, nu weten wij hoe ons te wreken aan Koning El-Schaddai.

Hier zetten zij zich dan terneder en belegden krijgsraad, om te overwegen wat weg zij nu best konden inslaan ten einde die vermaarde stad Mensziel te bemachtigen. Waarbij deze vier consideration op het tapijt kwamen: Ten eerste of het goed was als zij zich alien te deze einde voor de stad vertoonden. Daarna of het geraden was zich daar neder te slaan in hun voddig en bedelaarsgewaad. Dan of het goed zou zijn in de stad Mensziel hun ontwerp te ontdekken, en te zeggen met welk oogmerk zij daar kwamen, dan of men het zou aanvallen met bedriegelijke woorden en door valse wegen.

Eindelijk, of niet het beste was dat er aan enigen van hen een bijzondere last gegeven werd om gelegenheid te zoeken, ten einde een of meer van de voornaamste stedelingen of inwoners neder te houwen, en of men niet kon oordelen dat men daardoor het werk in’t voorgenomen plan beter zou kunnen volvoeren.

De eerste dezer voorslagen werd met neen beantwoord. Men hield het niet voor wijs dat zij zich alien voor de stad zouden laten zien, omdat de verschijning van zovelen de stad licht alarmeren en vervaard maken zou. Terwijl het waarschijnlijk was, dat weinigen en een alleen dat zo niet zou doen. En opdat dit advies te beter ingang zou vinden en te meer kracht hebben, zeide Diabolus (want hij adviseerde nu) „’t is onmogelijk dat we de stad in kunnen nemen met geweld.” Wijl niemand binnen kan komen zonder haar eigen toestemming, dat derhalve maar enige weinigen, of maar een tegelijk de aanval doe op Mensziel, en ik meen dat ze de onze zal worden. Daarover werden zij het alien eens, en toen gingen zij voort de tweede vraag, of het namelijk geraden was dat ze voor de stad zouden komen in bun eigen en voddig en bedelachtig gewaad. Wat men ook met neen beantwoordde, en geenzins kon goed vinden. En dat daar Mensziel, schoon de burgers tevoren reeds kennis hadden van ’t geen onzichtbaar is en met zulken meer te doen hadden gehad, nochtans nooit iemand van hun mctgezellen in zulk een droevige en povere staat gezien hadden.

De engelen die als kinderen Gods gejuicht hadden bij het aanschouwen van Gods grote scheppingswerken, mochten en konden in contact treden met de stad Mensziel. Want zij wisten dat de mens in de weg der gehoorzaamhcid ingang zou bekomen in de eeuwige heerlijkhcid. Waarom zou dat door God verborgen zijn gehouden toen zij zich met Hem mochteii vcrblijden over Zijn grote daden.

Dit nu was het oordeel van een der trotse helse geestcn om Mensziel ten val te brengen. Apollion zeide dat dit advies zeer wijs was, want voegde hij er bij, indien er slechts een uit ons zich vertoont zoals we nu zijn, noodzakelijk zal die zulke gedachten in de stad veroorzaken en vermeerderen, die haar ontstellen zullen en haar op haar hoede doen zijn, zodoende zullen onze pogingen ijdel zijn en wij de stad nooit bemachtigen.

De machtige reus Beelzcbul voegde er bij: ’t geen gezegd is, is zeer wel gezegd, want hoewel de mannen van Mensziel wel zulke schepselen gezien hebben als wij eertijds waren, zo zagen zij echter nooit zulke als wij nu zijn. Naar mijn oordeel is’t raadzaam tot hen te naderen in een gedaante die hun vertrouwen wekken kan.

Toen alien hier hun toestemming aan gegeven hadden, moest men overleggen in wat gedaante, gestalte of gewaad Diabolus zichzelf zou voordoen, als hij zou optrekken om Mensziel voor zich in te nemen. En nu zei de een dit en de ander weer iets geheel anders. Ten laatste antwoordde Lucifer, dat het naar zijn gevoelen ’t best was, dat hun heer het lichaam van een of ander schepsel over hetwelk de stad heerschappij had, zou aandoen. Want, zeide hij, met deze is zij niet aileen vertrouwelijk, maar dewijl ze onder haar staan, zullen zij nooit kunnen denken dat die iets tegen de stad ondernemen zullen. En om hen alien te verblinden, laat hem een der bestcn vertonen, die Mensziel wijzer oordeelt dan al de anderen.

Dit advies werd door alien geprezen en men stelde vast, dat de reus Diabolus de slang zou gebruiken. Want deze was toen met de stad zo gemeenzaam, als nu een vogeltje met de kinderen. lmmers niets maakte haar, toen ze nog in haar eerste staat stond, verschrikkelijk.

Toen kwam men tot het derde: Of het goed zou zijn het voornemen of het doel van deze aankomst Mensziel bekend te maken of niet? Dit werd ook afgekeurd, en wel om de volgende redenen. Namelijk wijl Mensziel een sterk volk en wel een sterk volk in een sterke stad was, welker wallen en poorten (opdat ik nu niets zeg van haar kasteel) onoverwinnelijk en geenzins dan met haar eigen bewilliging te bemachtigen waren. Behalve dit, zeide Legio, (want die gaf ook zijn antwoord) zo zij ons voornemen ontdekken, kunnen de Burgers hun Koning om hulp verzoeken. En doen zij dat, dan weet ik wel wat dag wij haast te wachten hebben. Laat ons hun derhalve met allerlei voorwendselen en leugens, pluimstijkerijen en bedriegelijke woorden aankomen. Veinzende ons zulke dingen die er nooit zijn zullen en hun belovende ’t geen ze nimmer vinden zullen. Dat is de weg om Mensziel te overmeesteren en te maken dat het zijn poorten vanzelf open zet en ons verzoekt, dat wij maar zullen intrekken.

Zeg mij, hebben wij het niet nodig biddende en waakzaam te staan tegenover de vorst der duistemis. „Zo onderwerpt u dan Gode; wederstaat de duivel en hij zal van u vlieden.”

Nijkerk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.